Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ1869

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
26-09-2006
Datum publicatie
09-11-2006
Zaaknummer
313769 CV 06-1920
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantonzaak, procesrecht. Forumkeuze in oprichtingsakte uit jaren '90 creëert na wijziging Rechtsvordering geen bevoegdheid voor kantonrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr.: 313769 CV 06-1920

datum : 26 september 2006

Vonnis in de zaak van:

[EISENDE PARTIJ],

zaakdoende te [gemeente],

eisende partij, verder te noemen: “[eisende partij]”,

gemachtigde mr. W.J.A. van Es, advocaat te Meppel,

tegen

[GEDAAGDE PARTIJ],

wonende te [gemeente],

gedaagde partij, verder te noemen: “[gedaagde partij]”,

gemachtigde J. Bulder, werkzaam bij VD&P Juristen te Genemuiden.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding d.d. 24 maart 2006, ten verzoeke van [eisende partij] uitgebracht,

- de akte overlegging producties d.d. 11 april 2006 van [eisende partij],

- het antwoord van [gedaagde partij],

- de repliek tevens vermindering van eis van [eisende partij] en

- de dupliek van [gedaagde partij].

Het geschil

De vordering van [eisende partij] strekt er na vermindering van eis toe dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij] zal veroordelen tot:

1. tot betaling aan [eisende partij] van een bedrag van € 27.857,00 aan negatief kapitaal in de beëindigde vennootschap onder firma, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2005 althans vanaf de datum van de dagvaarding;

2. afgifte van een notebook, merk Acer, binnen vijf dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde partij] daarmee in gebreke blijft;

met veroordeling van [gedaagde partij] in de kosten van de procedure.

Daartegen heeft [gedaagde partij] verweer gevoerd met conclusie primair dat [eisende partij] in zijn vordering niet ontvankelijk wordt verklaard dan wel dat die vordering wordt afgewezen, dan wel, voor zover die vordering wordt gewezen, zal bepalen dat [gedaagde partij] het aan [eisende partij] toegewezen bedrag zal mogen betalen aan de Rabobank Meppel-Steenwijkerland ter inlossing van het door partijen opgenomen bedrijfskrediet subsidiair dat [eisende partij] zal worden gelast een opgaaf te doen van de verkoopopbrengst van met naam genoemde zaken en dat de kantonrechter een deskundige zal benoemen die zal hebben vast te stellen de waarde van de vennootschap onder firma per 31 december 2004 alsmede het aandeel in die waarde van [gedaagde partij], een en ander met veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure.

De vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast.

a. [eisende partij] en [gedaagde partij] hebben vanaf [datum] tot [datum] onder de naam “[naam]” een vennootschap onder firma gevoerd met als doel het uitoefenen van groothandelactiviteiten op het gebied van hard- en software en kantoorinrichtingen en -artikelen in de ruimste zin van het woord. De dienaangaande opgemaakte vennootschapsakte is per 15 oktober 1999 door partijen ondertekend.

b. In de vennootschapsakte is in artikel 14 - voor zover relevant - verwoord: Alle geschillen, ook die welke slechts voor der partijen als zodanig mochten worden beschouwd, welke tussen of de uitvoering daarvan, zowel die van juridische als die van feitelijke aard, zullen alleen en uitsluitend in hoogste ressort worden beslist door de kantonrechter, te Zwolle (..)”.

c. De vennootschap onder firma van partijen is per 31 december 2004 ontbonden door de vrijwillige uittreding van [gedaagde partij] als vennoot. [eisende partij] heeft de door vennootschap onder firma gedreven onderneming per 1 januari 2005 voortgezet onder dezelfde naam en vanuit dezelfde bedrijfslocatie als eenmanszaak.

d. Door Accountantskantoor [Accountantskantoor] is per 13 december 2005 over het jaar 2004 een jaarrekening opgesteld. In dat rapport is onder verwoord dat het vermogen van de vennootschap per ultimo 2004 een bedrag van € 69.814 negatief bedroeg, waarvan een gedeelte van € 34.710 negatief op het conto van [gedaagde partij] komt.

De beoordeling

1.

Aangezien [eisende partij] een vordering jegens [gedaagde partij] heeft ingesteld aangaande de financiële afwikkeling van hun samenwerking in de vennootschap onder firma en in dat kader in de kern de betaling vordert van een bedrag van € 27.857,00, stelt de kantonrechter zich ambtshalve de vraag of hij, gelet op het aan hem opgedragen takenpakket als vastgelegd in artikel 93 Rv en het gegeven dat deze vordering niet onder dat takenpakket valt, bevoegd is om van het geschil van partijen kennis te nemen.

2.

Daarbij dient voorop te worden gesteld dat het bepaalde in lid 1 van artikel 71 Rv de kantonrechter dwingt om - zonodig ambtshalve - een zaak die bij hem in behandeling is doch onder de competentie valt van een kamer die niet tot sector kanton behoort, naar die juiste kamer te verwijzen. Dit is slechts anders indien het bepaalde in de artikelen 94, leden 2 tot en met 4 Rv, 96 Rv en/of 97 Rv zulks meebrengt.

3.

De kantonrechter heeft in de vordering van [eisende partij] noch in het verweer van [gedaagde partij] een cumulatie, reconventie of vrijwaring als bedoeld in de artikelen 94, leden 2 tot en met 4 Rv en 97 Rv kunnen lezen die meebrengt dat deze zaak door hem moet worden behandeld en beslist.

4.

Het is vaste jurisprudentie dat de bepaling omtrent prorogatie - vanaf 1 januari 2002 vastgelegd in artikel 96 Rv en tot die datum in artikel 43 Wet RO (oud) - geen toepassing heeft wanneer partijen bij overeenkomst hebben bedongen dat alle geschillen, die daaruit voortvloeien, aan de beslissing van de kantonrechter zullen worden onderworpen. De in het artikel 14 van de vennootschapsakte neergelegde aanwijzing van de kantonrechter moet als zo’n overeenkomst worden aangemerkt. Dat artikel 14 leidt aldus op zichzelf niet een toepasselijkheid van artikel 96 Rv en daarmee een bevoegdheid van de kantonrechter.

5.

Op een andere grond dan voormeld artikel 14 van de vennootschapsakte kan evenmin een prorogatie als bedoeld in artikel 96 Rv worden aangenomen. [eisende partij] heeft de zaak immers bij dagvaarding aanhangig gemaakt waarbij gesteld noch gebleken is dat daaraan een gezamenlijk onderling overleg tussen [eisende partij] en [gedaagde partij] vooraf is gegaan. Voorts heeft geen der partijen er blijk van gegeven zich bewust te zijn dat door een prorogatie zonder voorbehoud daartoe geen hoger beroep openstaat. Tot slot moet worden vastgesteld dat de wijze waarop het geschil door partijen is gepresenteerd niet beantwoordt aan de beoogde essentie van een prorogatie, te weten een schets van de feiten waarover partijen het eens dan wel het oneens zijn en een heldere, omlijnde vraagstelling waarover partijen een uitspraak verwachten.

6.

Voor zover in de stellingen van partijen besloten ligt dat hun aanwijzing van de kantonrechter, zoals verwoord in voormeld artikel 14, een zelfstandige grond voor diens bevoegdheid vormt, is dat, gelet op het voorgaande, onjuist. Krachtens het vanaf 1 januari 2002 geldende recht ter zake bestaat voor zo’n ‘oneigenlijke prorogatie’ immers onvoldoende grond. De bewoordingen van artikel 71 Rv, de zonodig ambtshalve verwijzing daaronder begrepen, laten daarvoor geen ruimte. De bedoeling van de wetgever voor de vanaf 1 januari 2002 geldende competentie-verdeling binnen de rechterlijke organisatie is ook om zoveel mogelijk te voorkomen dat een rechter moet oordelen over een vordering die ‘materieel’ gezien buiten zijn takenpakket ligt.

7.

De zaak zal daarom op de voet van art. 71 lid 4 Rv in de stand, waarin de zaak zich bevindt, naar de sector civiel van deze rechtbank worden verwezen.

De beslissing

De kantonrechter:

- verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, ter verdere behandeling naar de civiele sector van deze rechtbank, gevestigd aan de Luttenbergstraat 5 te (8012 EE) Zwolle, postadres postbus 10067, 8000 GB Zwolle;

- bepaalt dat deze zaak wordt ingeschreven op de rol van de sector civiel van woensdag 25 oktober 2006 te 10.00 uur;

- wijst partijen erop dat zij slechts door tussenkomst van een procureur verdere proceshandelingen kunnen verrichten.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 26 september 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.