Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2006:AZ0161

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-10-2006
Datum publicatie
18-10-2006
Zaaknummer
123227 / KG RK 06-607
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 1028 Rv. Verzoek tot benoeming van arbiters door voorzieningenrechter afgewezen aangezien niet is gebleken van een bevoorrechte positie van één der partijen bij de benoeming volgens de tussen partijen gesloten arbitrageovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 123227 / KG RK 06-607

Beschikking van 16 oktober 2006

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [plaats],

verzoeker,

procureur mr. H.M. van Eerten,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGROPLANT HOLLAND B.V.,

gevestigd te Medemblik,

verweerster,

advocaat mr. W.M. Bijloo.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van verweerster

- de faxbrief van verweerster van 21 september 2006

- de faxbrieven van verzoeker en verweerster van 25 september 2006.

2. De feiten

2.1. Naar aanleiding van een op 8 april 2005 gesloten teelcontract is tussen verzoeker, teler van aardappelen, en verweerster, afnemer, een geschil ontstaan. Op voornoemd teelcontract zijn de op 1 september 1986 door V.B.N.A. en VENEXA vastgestelde handelsvoorwaarden van toepassing. Artikel 60 van de toepasselijke voorwaarden brengt mee dat geschillen als de onderhavige met uitsluiting van de gewone rechter dienen te worden beslecht door middel van arbitrage overeenkomstig het bij die handelsvoorwaarden behorende arbitragereglement.

2.2. Artikel 1 van voornoemd arbitragereglement bepaalt, voor zover van belang:

1. De V.B.N.A. en de VENEXA stellen een lijst van arbiters op, waarop

a. tenminste 10 personen voorkomen die als arbiter kunnen optreden, waarvan

- vier te rekenen tot de sector van de binnenlandse groothandel in aardappelen

- drie te rekenen tot de sector van de export van consumptieaardappelen

- drie te rekenen tot de sector van de aardappelverwerkende industrie,

b. tenminste drie personen voorkomen die als voorzitter-arbiter kunnen optreden en aan een Nederlandse universiteit of hogeschool de titel van meester in de rechten hebben verkregen.

2.3. De ingevolge het arbitragereglement opgestelde lijst vermeldt thans 41 actieve arbiters. Een aantal daarvan is of was verbonden aan telercoöperaties.

3. Standpunten van partijen

3.1. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verweerster in de overeenkomst tot arbitrage een bevoorrechte positie is toegekend bij de benoeming van arbiters en op de voet van artikel 1028 Rv verzocht arbiters te benoemen in afwijking van de tussen partijen vigerende benoemingsregeling.

3.2. Verweerster heeft zich op het standpunt gesteld dat aan haar geen bevoorrechte positie is toegekend, zodat het verzoek dient te worden afgewezen.

4. De beoordeling

4.1. Artikel 1028 Rv bepaalt, voor zover van belang, dat indien in de overeenkomst tot arbitrage aan een der partijen een bevoorrechte positie bij de benoeming van de arbiter(s) is toegekend, de voorzieningenrechter desverzocht, in afwijking van de in de arbitrageovereenkomst neergelegde benoemingsregeling, arbiters kan benoemen.

4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is van een dergelijke bevoorrechte positie sprake indien (de wijze) van benoeming leidt tot een samenstelling van het scheidsgerecht waarvan de onpartijdigheid op goede gronden in twijfel kan worden getrokken. Daarvan kan sprake zijn indien één der partijen een overwegende invloed heeft (gehad) op de totstandkoming van de lijst van mogelijk te benoemen arbiters of op de benoeming van de arbiter(s) in de aanhangige arbitrage.

4.3. Door verzoeker is niet weersproken de stelling van verweerster dat zij als lid (naast 310 andere leden) van de Nederlandse Aardappelorganisatie (NAO) geen overwegende invloed kan uit op de totstandkoming van de lijst van mogelijk te benoemen arbiters. Evenmin is door verzoeker weersproken de stelling van verweerster dat zij op de benoeming van arbiters in dit concrete geval een overwegende invloed kan uitoefenen. Van één van de onder 4.2 genoemde gronden is derhalve geen sprake.

4.4. Ook indien, zoals door verzoeker is betoogd, dient te worden aangenomen dat aan één der partijen een (ontoelaatbare) bevoorrechte positie is toegekend indien op grond van het geldende arbitragereglement slechts uit kringen van één der partijen arbiters op de lijst worden geplaatst, dan wel feitelijk een situatie bestaat dat slechts uit kringen van één der partijen arbiters op de lijst zijn geplaatst of worden benoemd, leidt dat niet tot een voor verzoeker gunstige beslissing op het verzoek.

4.5. De in rechtsoverweging 2.2 genoemde regeling dwingt immers niet tot een benoeming die uit hoofde van artikel 1028 Rv kan worden aangetast, aangezien in de regeling slechts minima van op de lijst te plaatsen personen worden genoemd. Het komt derhalve niet in strijd met de regeling indien (ook) arbiters op de lijst worden geplaatst die niet uit één van de aldaar vermelde kringen afkomstig zijn.

4.6. Evenmin is gebleken van een feitelijke constellatie die voor één der partijen een bevoorrechte positie meebrengt. Op verzoek van partijen zijn door de secretaris van het Nederlandse arbitragebureau Aardappelen, mr. L. Eijssen, vijf op de lijst geplaatste arbiters genoemd afkomstig uit kringen van coöperaties van aardappeltelers. De genoemde arbiters worden overigens blijkens de lijst eveneens aangemerkt als afkomstig uit één van de in artikel 1 van het arbitragereglement (zie rechtsoverweging 2.2 )genoemde sectoren. Aangenomen moet worden dat voornoemde coöperaties de belangen van de bij hen aangesloten telers vertegenwoordigen en arbiters uit hun midden op één lijn kunnen worden gesteld met arbiters uit de kringen van telers zelf. Dat dergelijke coöperaties met de bij hen aangesloten telers ook teelcontracten afsluiten maakt dit niet anders.

4.7. Het verzoek zal, gelet op het voorgaande, worden afgewezen.

4.8. Verzoeker zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst het verzoek af,

5.2. veroordeelt verzoeker in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verweerster gevallen begroot op EUR 452,00 voor procureurssalaris.

Deze beschikking is gegeven door mr. Th.A. Ariëns en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2006.