Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2006:AY5104

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
11-07-2006
Datum publicatie
26-07-2006
Zaaknummer
07.630217-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

opzet op inbezit hebben kinderporno

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 07.630217-03

Uitspraak: 11 juli 2006

S T R A F V O N N I S

in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2006. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. Kok, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. Brouwer, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting gewijzigd)

Door de raadsman is aangevoerd dat de dagvaarding nietig is voor zover het betreft de afbeeldingen die niet feitelijk zijn omschreven.

De rechtbank verwerpt het verweer. Het is juist dat het enkel bezigen van de in de zin van art. 240b Sr gebezigde termen onvoldoende feitelijke betekenis heeft. In de deze tenlastelegging is echter vermeld dat verdachte ‘kinderpornografische afbeeldingen en kinderpornografische filmfiles op een of meer harde schijven van een of meer computers geplaatst en/of gebracht en/of opgeslagen heeft gehad, bestaande die files onder meer uit:’ en vervolgens is van een negental files de inhoud omschreven. Ingevolge art. 261 Sv dient een dagvaarding de opgave te behelzen van het feit dat aan de verdachte wordt verweten. De wezenlijke functie van de tenlastelegging brengt mee dat – en de opgave van het feit zal dan ook voldoen aan art. 261 Sv indien – deze zo duidelijk is dat de verdachte zich naar behoren tegen het strafrechtelijke verwijt kan verdedigen. De rechtbank is van oordeel dat daaraan in casu is voldaan.

BEWIJS

Door de raadsman is – zakelijk weergegeven – betoogd dat een ander de computers van verdachte als ‘stalplaats’ heeft gebruikt voor kinderporno, verdachte daar eerst in mei/juni 2003 weet van kreeg en de kinderporno toen heeft verwijderd. Aldus zou door het ontbreken van opzet niet kunnen worden gesproken van het in bezit hebben gehad van kinderporno. De rechtbank overweegt het volgende:

Uit de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien leidt de rechtbank af dat verdachte actief op zoek is geweest naar kinderpornografisch materiaal, dit op zijn harde schijven heeft geplaatst en bewaard heeft. Daarnaast is kinderporno verplaatst van een harde schijf naar een andere schijf.

Er is kinderporno aangetroffen in de aangemaakte folders D:\users\laptop\C\Hans, D:\users\laptop\C\Hans\extra hard en D:\users\C\Hans\extra\soft, terwijl de voornaam van verdachte Hans is. Het gaat om een grote hoeveelheid aangetroffen materiaal, waarvan een deel is aangetroffen in de folder D:\users\laptop, waarin zich ook min of meer persoonlijke bestanden bevonden, zoals vakantiefoto’s, zakelijke mails enzovoort. Verdachte heeft op de zoeksite van Google de zoektermen ‘year’, alt.sex.stories.incest’, ‘little’, ‘month’, en ‘born’ ingetoetst. Op grond hiervan acht de rechtbank het reeds hoogst onwaarschijnlijk dat een ander het kinderpornografisch materiaal op de computer van verdachte heeft geplaatst. Daar komt bij dat, op de vraag van de raadsman gesteld bij de rechter-commissaris – wat de reden kan zijn dat anderen de computers van cliënt gebruiken om kinderporno op te plaatsen en of dit vaak voorkomt, specialist digitale expertise Freriks antwoordde “een dergelijk geval is mij niet bekend” en digitaal rechercheur Kleiker antwoordde “Mij is ook geen geval bekend van het grootschalig plaatsen van kinderporno op andermans computer, met de bedoeling die computer als springplank te gebruiken. Ik kan niet aangeven waarom iemand zoiets zou doen. Ik kan eerder bedenken waarom ik dat niet zou verwachten. Het kan wel, technisch, maar ik acht het niet logisch. Met kinderporno wil men niet betrapt worden. De kans op ontdekking is te groot als je het op deze manier op een computer plaatst. Er is dan een reëel risico dat de politie kan achterhalen waar die bestanden vandaan komen.”

De rechtbank is voorts van oordeel dat verdachte ook het door hem gewiste materiaal in bezit had, gelet op zijn uit de stukken en het onderzoek ter zitting gebleken deskundigheid en de daaruit voortvloeiende macht het gewiste materiaal weer zichtbaar te maken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, betrokken is, in bezit hebben, strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. Daarbij heeft de rechtbank met name gelet op de grote hoeveelheid van het kinderpornografisch materiaal dat verdachte in bezit heeft gehad.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met een de verdachte betreffend blanco uittreksel d.d. 5 juni 2004 uit het algemeen documentatieregister van de justitiële documentatiedienst.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b,14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

De gevangenisstraf zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 100 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

Aldus gewezen door mr. Schimmel, voorzitter, mrs. Wemes en Spiering-Van der Maden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Ter Haar als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2006.

Mr. Wemes en mr. Spiering-Van der Maden zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.