Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2006:AY4012

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
10-07-2006
Datum publicatie
17-07-2006
Zaaknummer
321711 AZ 06-20
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak: Nakosten: proceskosten die ten tijde van vonniswijzing niet konden worden begroot (niet: kosten van werkzaamheden ter incasso buiten de procedure) - niet-reële of noemenswaardige dienst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton - locatie Deventer

zaaknummer : 321711 AZ VERZ 06-20

datum : 10 juli 2006

Beschikking op een verzoek tot afgifte van een bevelschrift ex art. 237, vierde lid Rv.

De stichting Stichting Woonzorg Nederland,

gevestigd te Amstelveen,

verzoekende partij,

gemachtigde Jongejan Rosier Weggemans Wisseborn c.s. gerechtsdeurwaarders te Zwolle,

tegen

[verwerende patrij],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij.

Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift

Verweerder is uitgenodigd een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1.

Het verzoek strekt tot begroting van de na de uitspraak ontstane kosten en tot afgifte van een bevelschrift daarvoor, zoals voorzien in artikel 237, vierde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.).

2.

Tussen partijen staat vast dat [verwerende partij] als gedaagde in de bodemzaak met nummer 297978 CV 05-3717 bij vonnis van 23 februari 2006 door de kantonrechter is veroordeeld tot betaling van hetgeen in de dagvaarding, na vermindering van eis bij repliek, van hem werd gevorderd. [verwerende partij] werd tevens in de proceskosten veroordeeld.

3.

Stichting Woonzorg Nederland heeft aangevoerd dat ook na het vonnis werkzaamheden verricht moeten worden die kosten met zich brengen, zoals het examineren van het ontvangen vonnis, het mededelen en bespreken van de uitspraak door de gemachtigde met verzoekster, het aanschrijven van verweerder tot voldoening van het verschuldigde en de voorbereiding van betekening en executie. Zij taxeert de kosten voor deze werkzaamheden op € 100,--, kennelijk een half salarispunt van het in de bodemzaak toegepaste liquidatietarief.

4.

Naar het oordeel van de kantonrechter ziet de regeling van artikel 237, vierde lid Rv. op proceskosten, die ten tijde van vonniswijzing niet konden worden begroot. Werkzaamheden ter incasso buiten de procedure, zowel die voorafgaan aan de procedure als die daarop volgen, vallen niet binnen het bereik van artikel 237, vierde lid Rv. Dat betekent dat het aanschrijven van verweerder ter afwikkeling van de vordering onder het incassotarief valt en niet onder proceskosten. Nog afgezien van de vraag of het examineren van het ontvangen vonnis, het mededelen en bespreken van de uitspraak door de gemachtigde met verzoekster en de voorbereiding van betekening en executie onder proceskosten kunnen worden gebracht, betreft het hier niet een zozeer reële of noemenswaardige dienst dat deze als factor voor nakosten kan worden begroot. In de hedendaagse incassopraktijk is een verregaande mate van standaardisering en automatisering bereikt.

5.

Daarbij dient nog in het oog te worden gehouden dat het hier om een vonnis gaat, waarbij de verminderde vordering geheel is toegewezen en er dus geen bijzondere werkzaamheden of vaardigheden vereist zijn ter examinatie van het vonnis.

6.

Het voorgaande leidt tot afwijzing van het verzoek.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek tot afgifte van een bevelschrift af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.