Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2006:AX8727

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
13-06-2006
Datum publicatie
15-06-2006
Zaaknummer
301219 CV 06-21
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

overgangsrecht bij verzekeringsovereenkomst, titel 7:17 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2008, 125
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

Zaaknr. : 301219 CV EXPL 06-21

Datum : 13 juni 2006

Vonnis in de zaak van:

[EISERES],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisende partij,

verder ook te noemen [eiseres],

gemachtigde Gankelaar, Wever & Carlton B.V. te Nieuwegein,

tegen

de naamloze vennootschap ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde partij,

verder ook te noemen ABN AMRO,

gemachtigde mr. P.J.M. Drion, advocaat te Rotterdam.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding

- het antwoord van de gedaagde partij

- de nadere toelichting van partijen.

Het geschil

[eiseres] vordert van ABN AMRO betaling van € 1.143,00 inclusief € 0,60 rente en de veroordeling van ABN AMRO in de kosten van het geding.

ABN AMRO heeft tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres], althans afwijzing van haar vordering geconcludeerd en verzocht haar in de proceskosten te veroordelen.

De beoordeling

1.

De kantonrechter gaat van de volgende feiten uit.

Tussen ABN AMRO en de heer [X], handelend onder de naam Café [F] bestaat dan wel bestond een schadeverzekeringsovereenkomst. Op die overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing die onder meer de omvang van de dekking bepalen. Eén van die voorwaarden (artikel 2.27.9) luidt ten aanzien hiervan aldus:

De kosten van alle bij de schaderegeling betrokken registerexperts. De kosten van de door benoemde registerexperts worden vergoed tot maximaal de kosten van de door de verzekeraar benoemde registerexpert.

Artikel 3.2.2. van de voorwaarden bepaalt dat ABN AMRO gehouden is de ingevolge artikel 2.27 gedekte schade en kosten te vergoeden.

[x] heeft op 24 mei 2005 brandschade geleden welke door de polis wordt gedekt. De omvang van deze brandschade is overeenkomstig de polisvoorwaarden (artikel 3.2) getaxeerd. ABN AMRO heeft drs. [A], verbonden aan Hettema en Disselkoen BV, tot expert benoemd en [B], [C] verbonden aan [eiseres]. [eiseres] heeft ter zake van haar werkzaamheden als expert een bedrag van € 1.142,40 bij [X] in rekening gebracht. Deze heeft zijn vordering op ABN AMRO aan [eiseres] gecedeerd.

2.

ABN AMRO weigert volgens [eiseres] ten onrechte haar nota te vergoeden. [eiseres] heeft daartoe meerdere argumenten aangevoerd.

3.

ABN AMRO weigert de kosten van [eiseres] te vergoeden omdat [B] geen registerexpert is als bedoeld in de verzekeringsvoorwaarden, namelijk ingeschreven bij het Nederlands Instituut Van Register Experts (NIVRE). Voorts stelt ABN AMRO, verwijzend naar artikel 2.27.9 dat de dekking beperkt is tot het bedrag dat haar eigen registerexpert heeft gefactureerd, te weten € 942,09.

De door [eiseres] aangevoerde argumenten heeft ABN AMRO bestreden. Volgens ABN AMRO heeft [eiseres] in beginsel een eigen vorderingsrecht jegens ABN AMRO en wist [eiseres] tijdig, namelijk door een daartoe strekkende mededeling van drs. [Y], dat haar kosten op grond van artikel 2.27.9 niet vergoed zouden (kunnen) worden.

4.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Op 1 januari 2006 is aan boek 7 Burgerlijk Wetboek titel 17 toegevoegd. Deze titel bevat bepalingen aangaande de verzekering.

Artikel 7:959 lid 1 boek 7 BW bepaalt dat ‘redelijke kosten tot het vaststellen van de schade gemaakt’ ten laste van de verzekeraar komen. Artikel 7:963 lid 6 BW bepaalt vervolgens dat van bedoeld artikel 959 lid 1 niet ten nadele van de verzekeringnemer of de verzekerde kan worden afgeweken voor zover bedoelde kosten het bedrag van de verzekerde som niet overschrijden en de verzekeringnemer een natuurlijke persoon is die de verzekering anders dan in de uitoefening van een beroep op bedrijf heeft gesloten (lees: de consument).

Artikel 221 lid 1 Overgangswet NBW sluit de toepasselijkheid van (onder meer) artikel 7:963 lid 6 BW echter uit ten aanzien van overeenkomsten van verzekeringen die vóór 1 januari 2006 zijn gesloten. Vaststaat dat de onderhavige verzekeringsovereenkomst van vóór deze datum dateert zodat artikel 7:963 lid 6 BW reeds om die reden buiten toepassing moet blijven. Dit leidt ertoe dat artikel 7:959 lid 1 BW --welk artikel op grond van artikel 68a Overgangswet NBW in beginsel onmiddellijke werking heeft-- in dit geval geen dwingend recht bevat.

5.

De stelling van ABN AMRO dat artikel 2.27.9 ‘als het ware een derdenbeding’ creëert op grond waarvan de expert van de verzekerde zijn kosten rechtstreeks bij de verzekeraar kan innen, wordt verworpen. Het punt is in de visie van ABN AMRO van belang omdat ABN AMRO stelt [eiseres] te hebben gezegd dat haar kosten niet vergoed (kunnen) worden omdat Horssius geen registerexpert is, welke stelling [eiseres] overigens niet heeft weersproken.

Het enkele feit dat --zoals ABN AMRO heeft gesteld-- in de praktijk de expert van de verzekerde zijn nota rechtstreeks aan de expert van de verzekeraar doet toekomen die vervolgens de betaling ervan bevordert, betekent nog niet dat die expert een eigen vorderingsrecht jegens de verzekeraar heeft. Een praktische werkwijze vestigt nog geen recht of aanspraak.

Ook de polisvoorwaarden verlenen de expert van de verzekerde nergens een zelfstandig vorderingsrecht jegens ABN AMRO.

Tot slot: tegen de achtergrond van de stelling van ABN AMRO dat [eiseres] nu juist geen recht op vergoeding van haar kosten heeft omdat [B] geen registerexpert is kan moeilijk worden volgehouden dat artikel 2.27.9 een derdenbeding ten behoeve van [eiseres] bevat, dat haar jegens ABN AMRO een recht op een prestatie, namelijk de betaling van haar nota, verschaft.

Dit betekent dat de wetenschap van [eiseres] dat ABN AMRO haar kosten niet zou vergoeden

niet aan [x] kan worden toegerekend. [eiseres] ontleent haar vordering immers (geheel) aan de cessie waarbij [x] zijn op de verzekeringsovereenkomst berustende aanspraak op vergoeding van de expertisekosten aan haar heeft overgedragen.

6.

Het geschil stelt met name de vraag naar de uitleg van artikel 2.27.9 aan de orde. Dient de term registerexpert aldus te worden uitgelegd dat daaronder uitsluitend de expert valt die bij het NI-VRE staat ingeschreven? [eiseres] beantwoordt die vraag ontkennend, ABN AMRO bevestigend.

Bij de beantwoording van deze vraag zijn de volgende omstandigheden van belang.

De polisvoorwaarden geven geen definitie van de term registerexpert, hoewel zowel de algemene als de specifieke polisvoorwaarden wel definities bevatten, zelfs onder meer van de bekende begrippen ‘diefstal’ en ‘werkstaking’. De term registerexpert is, zeker in vergelijking met die begrippen, niet zodanig bekend en ingeburgerd dat een definitie van die term niet was geboden. Met haar interpretatie dat een registerexpert een expert is die bij het NIVRE staat ingeschreven moge ABN AMRO als redacteur van artikel 2.27.9 haar oorspronkelijke bedoeling (alsnog) duidelijk hebben gemaakt, maar die bedoeling is niet zó vanzelfsprekend dat ABN AMRO een definitie van de term in de polisvoorwaarden gerust achterwege kon laten. Per slot van rekening zegt het begrip registerexpert taalkundig beschouwd alleen dat het een expert betreft die in een register staat ingeschreven.

7.

Gesteld noch gebleken is dat [x] een professioneel verzekerde is die destijds over een zekere deskundigheid op het gebied van verzekeringen beschikte of van wie ten tijde van de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst een meer dan gemiddelde onderzoeksplicht naar de inhoud van de polisvoorwaarden mocht worden gevergd. Eerder is hij, hoewel ondernemer, als een doorsnee consument te beschouwen van wie in redelijkheid niet mag worden gevergd dat hij zich na lezing van de voorwaarden realiseert dat weliswaar de schadevaststelling door experts geschiedt --waarvan hij er zelf één mag aanwijzen-- maar dat de kosten van ‘zijn’ expert alleen voor rekening van ABN AMRO komen indien hij een registerexpert aanwijst, om zich dan vervolgens in de vraag te verdiepen wat nu precies een registerexpert is. Op grond van de zogeheten contra-proferentemregel dient artikel 2.27.9 dan ook in het nadeel van ABN AMRO, die als deskundige de polisvoorwaarden heeft geredigeerd, te worden uitgelegd.

8.

Daar komt nog bij dat artikel 3.2 van de toepasselijke algemene verzekeringsvoorwaarden bepaalt dat als bewijs voor de omvang van de schade ‘zal gelden een taxatie gemaakt door een gezamenlijk te benoemen expert en door twee experts, waarvan de verzekeringnemer en verzekeraar ieder één benoemen’. Artikel 3.2 spreekt over een expert, zonder nadere aanduiding of beperking. De toepasselijke specifieke verzekeringsvoorwaarden beperken in artikel 2.27.9 de verplichting tot vergoeding van de door de inschakeling van de expert ontstane kosten tot de kosten van de registerexpert. Onder het gras van artikel 3.2 schuilt dus de adder van artikel 2.27.9. Het had meer voor de hand gelegen reeds in artikel 3.2 op te nemen dat uitsluitend de kosten van een registerexpert zullen worden vergoed, althans nadrukkelijk naar de beperkte dekking op dit punt te verwijzen.

Tot slot: ABN AMRO had niet alleen [eiseres] op artikel 2.27.9 moeten wijzen maar eerst en vooral [x]. Deze had dan eventueel een registerexpert als door ABN AMRO bedoeld kunnen inschakelen. Blijkens de akte van benoeming van 24/29 juni 2005 heeft ABN AMRO [eiseres] wel als schade-expert in de zin van voornoemd artikel 3.2 aanvaard.

De slotsom luidt dat ABN AMRO geen beroep toekomt op het bepaalde in artikel 2.27.9 althans zoals zij die bepaling uitlegt.

9.

Wel zal de vordering van [eiseres] worden beperkt tot het bedrag dat de expert van ABN AMRO heeft gedeclareerd nu artikel 2.27.9 op dat punt niet voor tweeërlei uitleg vatvaar is. Vaststaat dat de expert van ABN AMRO een bedrag van € 942,09 heeft gefactureerd. De vordering van [eiseres] is in zoverre, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2005, toewijsbaar.

10.

ABN AMRO dient als overwegend verliezende partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt ABN AMRO tegen bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 942,09, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 november 2005 tot de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt ABN AMRO in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op:

? € 200,00 voor salaris gemachtigde

? € 85,60 voor explootkosten

? € 146,00 voor vastrecht;

- verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 13 juni 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.