Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2006:AV3063

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
01-03-2006
Datum publicatie
02-03-2006
Zaaknummer
291244 CV 05-11791
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak; beroep op vernietiging van een algemene voorwaarde van mobiele telefoonaanbieder slaagt. Deze voorwaarde is onredelijk voor zover daardoor de abonnee wordt verplicht om ook na ontbinding van de overeenkomst de vaste periodieke kosten en toeslagen te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2006, 111
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Lelystad

Zaaknr. : 291244 CV EXPL 05-11791

Datum : 1 maart 2006

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap VODAFONE LIBERTEL N.V.,

gevestigd te Heerlen,

eisende partij,

verder ook te noemen Vodafone,

gemachtigde Van Arkel gerechtsdeurwaarders te Leiden,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

verder ook te noemen [gedaagde],

gemachtigde mr. J.R. Bügel, advocaat te Dronten.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding

- het antwoord van de gedaagde partij

- de nadere toelichting van partijen.

Het geschil

Vodafone vordert van [gedaagde] betaling van € 864,88 ter zake van hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten alsmede de veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[gedaagde] betwist de vordering en vordert de veroordeling van Vodafone in de proceskosten.

De beoordeling

1.

De kantonrechter is van oordeel dat de inleidende dagvaarding voldoet aan het bepaalde in artikel 111 Rv. nu de dagvaarding (onder meer) de eis en de gronden daarvan bevat. Vodafone heeft in de dagvaarding immers gesteld dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten ter zake van de levering van mobiele telecommunicatiediensten aan [gedaagde] en dat [gedaagde] met de betaling van de uit dien hoofde verschuldigde bedragen in gebreke is gebleven. Het op dit punt door [gedaagde] gevoerde verweer wordt daarom verworpen.

2.

[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord (ook) ontkend dat tussen hem en Vodafone een overeenkomst tot stand is gekomen en dat Vodafone in verband daarmee aan hem diensten heeft geleverd. Die ontkenning was kennelijk tegen beter weten in omdat [gedaagde], nadat Vodafone het contract met bijlagen had overgelegd, bij conclusie van dupliek de overeenkomst terstond heeft erkend en de door Vodafone gestelde, door hem verrichte betalingen, niet heeft betwist. Daaruit volgt dat Vodafone krachtens een overeenkomst wel degelijk diensten aan [gedaagde] heeft geleverd waarvoor [gedaagde] heeft betaald.

3.

Tussen partijen staat als onweersproken ook vast dat [gedaagde] aan Vodafone een machtiging tot automatische incasso heeft verstrekt op grond waarvan Vodafone de door [gedaagde] verschuldigde bedragen tot en met december 2003 (zeven keer) heeft geïncasseerd. [gedaagde] heeft de stelling van Vodafone dat de automatische incasso nadien stagneerde omdat bedragen gestorneerd werden niet weersproken, zodat ook dit vaststaat. [gedaagde] heeft van die storno’s kennisgenomen dan wel kennis kunnen nemen omdat afgeboekte, later gestorneerde bedragen ook via de (papieren dan wel elektronische) rekeningafschriften van de betaler bekend worden gemaakt. [gedaagde] had vervolgens zelf voor betaling kunnen en moeten zorgdragen hetgeen hij blijkbaar heeft nagelaten nu [gedaagde] geen enkel bewijs van betaling heeft overgelegd.

4.

[gedaagde] heeft de reguliere factuurbedragen ad € 45,39, € 53,68 en € 46,56 als zodanig niet weersproken zodat die bedragen vaststaan.

Uit de toelichting van Vodafone bij repliek sub 9 blijkt dat de factuur van 8 april 2004 ad

€ 530,43 de na de ontbinding van de overeenkomst in rekening gebrachte resterende abonnementsgelden betreft. De eerdere abonnementsgelden zullen, zo neemt de kantonrechter aan, in de (drie onbetaald) gebleven reguliere facturen zijn begrepen.

5.

Op grond van artikel 12 lid 3 van de toepasselijke algemene voorwaarden is de contractant ingeval van (tijdelijke) buiten gebruikstelling van de aansluiting voor de duur van de overeenkomst verplicht tot betaling van de vaste periodieke kosten en toeslagen.

Die verplichting verdraagt zich naar het oordeel van de kantonrechter wel met een (tijdelijke) buiten gebruikstelling van de aansluiting, welke buiten gebruikstelling als een opschorting van de verplichtingen van Vodafone kan worden getypeerd, maar niet met de ontbinding van de overeenkomst. Door die ontbinding eindigt immers de overeenkomst. Ter zake van de ontbinding van de overeenkomst kan Vodafone aanspraak maken op betaling van schadevergoeding, in dit geval bestaande uit gederfde winst en niet, zoals Vodafone heeft betoogd, gederfde omzet. Aannemelijk is dat Vodafone zich door de ontbinding van de overeenkomst kosten heeft bespaard. Zij behoeft de aansluiting als zodanig immers niet langer in stand te laten.

Het beroep van [gedaagde] op vernietiging van artikel 12 lid 3 omdat dit artikel onredelijke bezwarend is treft dan ook doel, voor zover dit artikel [gedaagde] ertoe verplicht ook na de ontbinding van de overeenkomst de vaste periodieke kosten en toeslagen te betalen.

6.

De zaak zal naar de rolzitting worden verwezen ten einde Vodafone in de gelegenheid te stellen een berekening van de door de tekortkoming van [gedaagde] gederfde winst over te leggen.

[gedaagde] zal daarop mogen reageren.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:

- verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 29 maart 2006 te 11.00 uur voor uitlating aan de zijde van Vodafone waarop [gedaagde] later mag reageren;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 1 maart 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.