Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2005:AU9102

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-09-2005
Datum publicatie
05-01-2006
Zaaknummer
284459 HA 05-704
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen omdat aangevoerde grond niet terecht is aangevoerd. Wel aannemelijk dat arbeidsverhouding onherstelbaar is verstoord, maar dat is niet aan verzoek ten grondslag gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr.: 284459 HA VERZ 05-704

beschikking op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

d.d. 14 september 2005

in de zaak van:

de besloten vennootschap EXPO GROEP B.V.,

gevestigd te Zwolle,

verzoekende partij, verder te noemen: “Expo”,

gemachtigde mr. M.O. de Bont, advocaat te Den Bosch,

tegen

mevrouw [VERWERENDE PARTIJ],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij, verder te noemen: “[verwerende partij]”,

gemachtigde mw. mr. J.C.E. Siebenga-Moggré, jurist bij VakGMV te Zwolle.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het op 10 augustus 2005 gewijzigde verzoekschrift d.d. 25 juli 2005,

- het verweerschrift d.d. 10 augustus 2005 met bijlagen en

- de bij brief d.d. 11 augustus 2005 nader toegezonden producties.

De mondelinge behandeling is gehouden op 5 september 2005.

Verschenen zijn:

- namens Expo de heer [C], manager P&O bij de besloten vennootschap Libéma Exploitatie b.v., moedervennootschap van Expo, vergezeld van mr. De Bont,

- [verwerende partij], vergezeld van mw. mr. Siebenga-Moggré.

Het geschil

Expo heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] wegens gewichtige redenen onder toekenning van een vergoeding van € 4.000,00.

[verwerende partij] heeft zich verzet tegen een ontbinding.

Vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:

a. Expo maakt deel uit van een groep van ondernemingen. Aan het hoofd van deze groep staat de holding “Libéma” te Rosmalen. Expo organiseert vak- en publieksbeurzen in evenementencomplexen, met name in de IJsselhallen te Zwolle.

b. [verwerende partij], geboren op 1 juli 1955, is vanaf 1 november 2002 bij Expo in dienst in de functie van “projectmanager”. Het laatst door haar verdiende salaris bedraagt € 2.257,57 bruto per maand exclusief een persoonlijke toeslag van € 169,05 en vakantietoeslag, een en ander op basis van een aanstelling van 32 uur. Als projectmanager verkoopt en organiseert [verwerende partij] (deelname aan) vak- en publiekbeurzen. [verwerende partij] heeft zich daarbij met name gericht op de Horecavakbeurs en de Ondernemersvakbeurs.

c. Expo heeft over 2002 een negatief resultaat geboekt van € 395.000 na belastingen bij een omzet van € 1,65 miljoen, over 2003 een negatief resultaat van € 612.607 na belastingen bij omzet van € 2,8 miljoen en over 2004 een negatief resultaat van € 684.973 na belastingen bij een omzet van € 3,45 miljoen. Per ultimo 2004 heeft Expo een negatief eigen vermogen van ruim € 1,6 miljoen.

d. De organisatie van de Horecavakbeurs heeft in 2003 tot een verlies geleid van € 22.910 en in 2004 tot een verlies van € 77.314. De organisatie van de Ondernemersvakbeurs heeft in 2003 tot een verlies geleid van € 32.891 en in 2004 tot een verlies van € 10.851. Expo heeft deze beurzen in 2005 niet meer georganiseerd.

e. Expo heeft eind 2004 haar toenmalige directeur ontslagen. In 2004 waren bij Expo 13 projectmanagers werkzaam. Thans heeft Expo nog 8 projectmanagers in dienst, waaronder [verwerende partij].

f. Per 20 september 2004 is [verwerende partij] wegens arbeidsongeschiktheid uitgevallen. Per 7 februari 2005 heeft [verwerende partij] in het kader van reïntegratie haar werkzaamheden voor 25% hervat en per 1 maart 2005 uitgebreid naar 50%. Expo heeft op 10 maart 2005 aan [verwerende partij] te kennen gegeven te streven naar beëindiging van de arbeidsrelatie, waarna zij [verwerende partij] heeft vrijgesteld van haar werkzaamheden.

g. [verwerende partij] heeft daarop Expo tevergeefs verzocht haar reïntegratietraject voort te zetten. De beslissing van een dienaangaande door [verwerende partij] jegens Expo verzochte, ter zitting van 3 augustus 2005 behandelde voorlopige voorziening is aangehouden.

h. [verwerende partij] is thans volledig arbeidsgeschikt.

i. Expo heeft per 1 juli 2005 de tijdelijke aanstelling van één projectmanager (mw. [S]) voor de duur van één jaar verlengd. Expo heeft op 4 augustus 2005 een vacature opengesteld van “account manager” en wel voor vervanging wegens zwangerschap van een projectmanager. Als functieomschrijving is daarbij verwoord: “In deze functie bent u verantwoordelijk voor de verkoop van standruimte, het organiseren en het begeleiden van deelnemers van (vak)beurzen en aanverwante activiteiten. U bent (mede) verantwoordelijk voor de realisatie van de gestelde kwaliteits-, omzet en rendementsdoelstellingen. U rapporteert aan de business unit manager.”

Verzoek

Expo vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens dringende omstandigheden, bestaande uit een noodzakelijke inkrimping van haar personeelsbestand, wegens een sterk verliesgevende situatie en het niet meer organiseren van verliesgevende activiteiten. Nu ook de door [verwerende partij] begeleide activiteiten niet meer worden georganiseerd dient ook zij voor ontslag in aanmerking te worden gebracht. Dit is in overeenstemming met het beginsel van anciënniteit. Slechts de heer [B] is korter in dienst en wel twee maanden. Nu de door hem als projectmanager te organiseren “automotive-activiteiten” winstgevend zijn en zijn functie deels een buitendienstkarakter heeft, is er geen reden om [verwerende partij] met hem gelijk te stellen. Voor mw. [S] als projectmanager geldt dat de voormalige directeur een toezegging heeft gedaan om het tijdelijke dienstverband om te zetten in vast dienstverband. Aangezien Expo haar bereid heeft gekregen om alsnog een verlenging te accepteren, is te billijken dat Expo niet mw. [S] voor een ontslag in aanmerking wil brengen. De vervanger van mw. [V], eveneens projectmanager, is slechts tijdelijk en behelst slechts het commerciële deel van de functie van projectmanager zodat de functie van account manager geen vergelijkbare functie betreft. Aangezien er geen andere passende functie voorhanden is, dient aan het dienstverband een einde te komen. Gelet op haar financiële situatie en het gegeven dat [verwerende partij] zonder grond heeft geweigerd medewerking te verlenen aan een gecombineerde behandeling van de verzochte voorlopige voorziening en het ontbindingsverzoek wordt een vergoeding van € 4.000,00 redelijk geacht.

Verweer

[verwerende partij] heeft ten verwere aangevoerd dat Expo haar ten onrechte niet in de gelegenheid stelt om in haar werkzaamheden te reïntegreren en in plaats daarvan streeft naar een beëindiging van de arbeidsrelatie. De gestelde bedrijfseconomische noodzaak voor het ontslag kan worden betwijfeld nu Expo deel uitmaakt van Libéma die zich afficheert als een solide en financieel gezond concern. De overgelegde cijfers zijn onvoldoende betrouwbaar. Voorts geldt dat al een aantal medewerkers, waaronder zeven projectmanagers, zijn vertrokken, zodat onduidelijk is waarom thans nog één werknemer, te weten [verwerende partij] ontslagen zou moeten worden. Het is grievend om aan haar te verwijten dat de door haar begeleide beurzen verliesgevend zijn gebleken. Dat betekent niet dat zij organisatorisch en commercieel niet opvallend heeft gepresteerd. De verslagen omtrent haar functioneren spreken ook het tegendeel. Onjuist is dat de heer [B] zoveel beter heeft gepresteerd. Meerdere activiteiten van Expo zijn verliesgevend gebleken, zodat niet specifiek [verwerende partij] een verwijt treft. Tijdens het laatste functioneringsgesprek is haar ook de functie van senior projectmanager toegezegd met bijbehorende salarisverhoging. Overigens past Expo ten onrechte het anciënniteitsbeginsel niet toe aangezien zowel de heer [B] als mw. [S] later in dienst zijn getreden. Mw. [S] heeft zelfs per 1 juli 2005 een contractverlenging gekregen. Op de website heeft Expo voorts een vacature van “account manager” geplaatst. Die functie moet, gezien de omschrijving, gelijk worden gesteld met die van projectmanager. Er is dan ook geen reden voor haar ontslag, zodat het verzoek moet worden afgewezen.

De beoordeling

1.

Ter zitting is duidelijk geworden dat [verwerende partij] zich thans arbeidsgeschikt acht. Haar arbeidsongeschiktheid per 20 september 2004 staat aldus niet (meer) aan een toewijzing van het verzoek van Expo in de weg.

2.

Aangezien het verzoek van Expo is gegrond op bedrijfseconomische redenen komt naar het oordeel van de kantonrechter betekenis toe aan de criteria die door het CWI zouden zijn gehanteerd, zoals het Ontslagbesluit, met name paragraaf 4 daarvan. Dit betekent dat Expo niet alleen voldoende aannemelijk dient te maken dat de voorgenomen sanering naar omstandigheden redelijkerwijs noodzakelijk moet worden geacht, maar ook dat dit meebrengt dat de arbeidsplaats van [verwerende partij] dient te vervallen en dat met in achtneming van het anciënniteitbeginsel en andere naar omstandigheden redelijkerwijs te hanteren criteria, [verwerende partij] niet in aanmerking kan komen voor herplaatsing in enige andere functie binnen de organisatie van Expo. Daarbij dient Expo voldoende rekening te houden met naar de wet en overigens naar redelijkheid in aanmerking te nemen omstandigheden van [verwerende partij].

3.

Met de overgelegde (financiële) stukken heeft Expo naar het oordeel van de kantonrechter de aangevoerde bedrijfseconomische noodzaak om tot een ontslag van [verwerende partij] te komen onvoldoende aannemelijk gemaakt.

3.1

Uit die stukken blijkt voldoende dat Expo in de jaren 2002 tot en met 2004 zeer verliesgevend is geweest en dat zij per ultimo 2004 een aanmerkelijk negatief eigen vermogen heeft van ruim € 1,6 miljoen. De penibele financiële situatie van Expo wordt onderschreven door het gegeven dat Expo voor 2005 een aantal voorheen door haar georganiseerde activiteiten heeft geschrapt en dat het personeelsbestand verhoudingsgewijs al flink is ingekrompen, de uitdiensttreding van een aantal projectmanagers daaronder begrepen. Expo voert evenwel aan dat daarnaast ook het dienstverband met [verwerende partij] dient te eindigen.

3.2.

Op welke wijze de herstructurering van de overgebleven werkzaamheden over de overblijvende werknemers nu feitelijk plaatsvindt, is evenwel niet uitgewerkt.

Expo heeft ter onderbouwing daarvan zich immers beperkt tot algemene stellingen als dat de projectmanagers nu in teamverband moeten werken en dat zij flexibeler moeten zijn bij hun inzet.

Er ontbreken evenwel organogrammen van de oude en de nieuwe situatie of andere stukken waaruit het functiegebouw en/of formatieplan en de wijzigingen daarin kunnen worden afgeleid. Evenmin liggen functiebeschrijvingen voor waaruit kan worden afgeleid of en zoja met welke taken geschoven wordt. Een reorganisatieplan in enigerlei vorm is evenmin overgelegd. Verslagen van besprekingen met een personeelsvertegenwoordiging of een vakorganisatie waaruit een en ander zou kunnen worden afgeleid, zijn eveneens afwezig.

Een en ander klemt nu Expo heeft gesteld dat de hoeveelheid werk voor een te organiseren evenement in beginsel onbeperkt is. Dat Expo er naar streeft het aantal winstgevende activiteiten te vergroten en dat zij vooral daarop haar projectmanagers wil inzetten, maakt voormeld gemis niet anders.

3.3

Het ontbreken van voormelde gegevens heeft tot gevolg dat niet kan worden beoordeeld of de werkzaamheden van [verwerende partij] wel zijn vervallen en in hoeverre haar functie al dan niet uitwisselbaar moet worden geacht met één of meer andere functie(s) binnen de onderneming van Expo. In het bijzonder valt niet in te zien dat [verwerende partij] niet in staat zou zijn om in teamverband en flexibeler te werken.

3.4.

Expo heeft de kantonrechter evenmin kunnen overtuigen dat zij bij het in aanmerking brengen van [verwerende partij] voor ontslag het anciënniteitsbeginsel in acht heeft genomen.

Weliswaar is voldoende aannemelijk geworden dat de door de heer [B] als projectmanager te verrichten werkzaamheden aangaande “automotive-activiteiten” in aanmerkelijke mate verbonden zijn aan zijn persoon, zodat een vergelijking van diens functie met die van [verwerende partij] minder op zijn plaats is, doch dit kan niet worden gezegd van de functie van mw. [S].

Gesteld noch gebleken is immers dat zowel de functie als de persoon van mw. [S] niet uitwisselbaar zouden zijn met die van [verwerende partij]. Nu vast staat mw. [S] later dan [verwerende partij] in dienst is getreden had Expo aldus [verwerende partij] niet voor een ontslag in aanmerking kunnen brengen. Anders dan Expo doet, kan [verwerende partij] niet worden tegengeworpen dat de verlenging van de aanstelling van mw. [S] per 1 juli 2005 voortvloeit uit een in 2004 aan haar gedane toezegging. Immers, indien Expo die toezegging van een vast dienstverband per 1 juli 2005 gestand zou hebben gedaan, had de keus voor een ontslag evenmin op [verwerende partij] kunnen vallen.

Voorts geldt dat, anders dan Expo stelt, de door haar opengestelde (tijdelijke) vacature van “account manager” vergelijkbaar moet worden geacht met de functie van projectmanager. In beide functies staat centraal het organiseren van beurzen en aanverwante activiteiten, het verkopen van standruimte daarvoor en het begeleiden van deelnemers. Beide functionarissen zijn verantwoordelijk voor het behalen van de gestelde doelstellingen en rapporteren aan de business unit manager, Expo’s hoogste leidinggevende. Er valt dan ook niet in te zien dat (zonodig) [verwerende partij] niet in aanmerking zou kunnen komen voor vervulling van die functie in de door Expo gestelde vervangingsperiode van oktober 2005 tot en met maart 2006.

4.

De slotsom uit hetgeen hiervoor is overwogen, is derhalve dat het verzoek moet worden afgewezen aangezien dat enkel berust op bedrijfseconomische omstandigheden en noodzakelijk verval van de functie van [verwerende partij], welk laatste niet aan de orde is.

5.

De kantonrechter voegt daaraan toe dat hem wel gebleken is dat een zo grote verwijdering tussen partijen is ontstaan dat van een complete vertrouwensbreuk kan worden gesproken.

Expo wil immers met de verlenging van de aanstelling van mw. [S] en het aantrekken van een andere vervanger van mw. [V] dan [verwerende partij] kennelijk hoe dan ook van [verwerende partij] af. Daarbij geldt wel dat tot zekere hoogte te billijken is dat de houding van [verwerende partij] tot irritatie bij Expo heeft geleid en aldus aan de verwijdering heeft bijgedragen.

[verwerende partij]’s ontkenning van de bedrijfseconomische noodzaak tot ingrijpen in de bedrijfsvoering en tot sanering van kosten, het schrappen van verliesgevende evenementen daaronder begrepen, valt immers tegen de achtergrond van hetgeen in r.o. 3.1 is overwogen, niet te begrijpen.

Dit geldt eveneens voor [verwerende partij]’s stelling dat aan haar op 29 juni 2004 is toegezegd dat zij senior projectmanager zou worden en dat haar salaris dienovereenkomstig zou worden verhoogd. Uit het door [verwerende partij] overgelegde verslag van het gesprek blijkt slechts dat tussen partijen is afgesproken dat zou worden bezien wat mogelijk is. Voorstelbaar is dan ook dat [verwerende partij]’s stellingname dat haar een promotie met bijbehorende salarisverhoging zou toekomen en met name haar volharding daarin, geen begrip bij Expo heeft ontmoet, te minder tegen de achtergrond van Expo’s penibele financiële situatie.

Het is in de omstandigheden tevens begrijpelijk dat [verwerende partij]’s weinig duidelijke houding vanaf juli 2005 omtrent de vraag of zij nog arbeidsongeschikt zou zijn en in hoeverre van Expo kon worden verlangd aan een reïntegratie in welke vorm dan ook althans aan een hervatting medewerking te geven, de verstandhouding van partijen geen goed heeft gedaan.

Met het voorgaande schat de kantonrechter thans in dat een zinvolle voortzetting van de arbeidsovereenkomst waarschijnlijk niet meer tot de mogelijkheden zal behoren. Nu dat evenwel niet aan het verzoek ten grondslag is gelegd, kan daarop thans geen ontbinding worden gegrond.

7.

Expo zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden verwezen.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het ontbindingsverzoek van Expo af;

- veroordeelt Expo in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [verwerende partij] vastgesteld op € 400,00 voor salaris gemachtigde.

Aldus gegeven door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 14 september 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.