Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2005:AU7235

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
30-11-2005
Datum publicatie
01-12-2005
Zaaknummer
292930 HA 05-423
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak; verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen in verband met reflexwerking art. 4.2 Ontslagbesluit dat afwijking van het anciënniteitsbeginsel toestaat ten voordele van een werknemer met een zwakke arbeidsmarktpositie

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Ontslagbesluit
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2006/23
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Deventer

zaaknr. : 292930 HA 05- 423

datum : 30 november 2005

Beschikking op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de commanditaire vennootschap AL-WEST CV,

gevestigd te Deventer,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. J.R. Beversluis, advocaat te 7400 AL Deventer, Postbus 454,

tegen

[VERWERENDE PARTIJ],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

gemachtigde mr. H.J. ten Brinke, werkzaam ten kantore van FNV Bondgenoten te 7400 AG Deventer, Postbus 254 .

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift en de door verzoekster nagezonden bijlagen.

De mondelinge behandeling is gehouden op 18 november 2005.

Verschenen zijn:

- Verzoekster, bij monde van de heren [A] (directeur) en [B] (afdeling P&O) en bijgestaan door mr. Beversluis voornoemd;

- Verweerster, bijgestaan door mr. Ten Brinke voornoemd.

Het geschil

Verzoekster (hierna ook: Al-West C.V.) heeft verzocht om ontbinding van haar arbeidsovereenkomst met verweerster (hierna ook: [verwerende partij]) wegens gewijzigde omstandigheden, onder aanbieding van een billijke vergoeding overeenkomstig het toepasselijke sociaal plan, neerkomende op de uitkomst van de kantonrechtersformule bij toepassing van correctiefactor 1. [verwerende partij] heeft het verzoek tegengesproken en verzocht om afwijzing.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:

a. [verwerende partij], thans [X] jaar oud, is op [datum] bij (de rechtsvoorgangster van) Al-West C.V. in dienst getreden en ook thans nog werkzaam in de functie van laboratorium laborante op de afdeling Intake & Acceptance voor 40 uur per week. Haar salaris bedraagt € 1.713,- bruto per maand exclusief vakantietoeslag en een ploegentoeslag van 9,6%.

b. Al-West C.V. is per 1 januari 2004 ontstaan als een joint venture van haar rechtsvoorgangster Tauw Labatories B.V. (hierna kortweg: TL) en de rechtspersoon naar buitenlands recht Agrolab GmbH (hierna kortweg Agrolab).

c. TL en Agrolab werden commanditaire vennoten in een verhouding van 81% - 19%, waarbij het aandeel van TL bestond in de inbreng van het eerder aan haar toebehorende laboratorium met alle toebehoren. Een daartoe opgerichte vennootschap Lab Beheer B.V. (hierna kortweg LB) werd beherend vennoot.

d. Door voormelde joint venture is het personeel van TL dat met het door haar geëxploiteerde laboratorium was verbonden van rechtswege overgegaan in dienst van Al-West C.V..

e. De joint venture overeenkomst voorziet in een overname van het commanditaire aandeel van TL in Al-West C.V. door Agrolab na stroomlijning van de organisatie van Al-West C.V..

f. De bedrijfsresultaten van Al-West C.V. over 2005 vertonen een neergaande lijn, en, geëxtrapoleerd naar het einde van het jaar, een aanzienlijk negatief resultaat.

g. Al-West C.V. heeft aan haar ondernemingsraad overeenkomstig artikel 25 WOR advies gevraagd betreffende de onderhavige reorganisatie; op die adviesaanvraag heeft de ondernemingsraad laten weten geen advies uit te brengen.

h. Dit verzoek is er één van elf soortgelijke verzoeken, die zijn ingediend nadat het CWI de aanvraag voor ontslagvergunningen heeft afgewezen.

i. Al-West C.V. is met haar ondernemingsraad in december 2003 een sociaal plan overeengekomen dat (ook) van toepassing is op de onderhavige reorganisatie, en dat voor [verwerende partij] uitgaat van een ontbindingsvergoeding overeenkomstig de uitkomst van de kantonrechtersformule bij toepassing van correctiefactor 1.

2.

Al-West C.V. heeft haar verzoek als volgt, kort samengevat, onderbouwd.

Tot 2003 maakte het thans door Al-West C.V. geëxploiteerde laboratorium via TL onderdeel uit van de activiteiten van het Tauw concern. Teneinde de continuïteit van deze niet tot de kernactiviteiten van het concern behorende exploitatie zeker te stellen is besloten tot verzelfstandiging ervan en op zoek te gaan naar een strategische partner. Die partner is gevonden in Agrolab, een grote exploitant van laboratoria in Duitsland met diverse vestigingen. Per 1 januari 2004 is tussen die partijen een strategische samenwerking aangegaan, en wel als volgt: Agrolab en TL hebben een commanditaire vennootschap opgericht (Al-West C.V.), waarin TL door inbreng van haar laboratorium een commanditair aandeel van 81% verwierf en Agrolab door storting in geld een aandeel van 19%. LB werd opgericht als beherend vennoot van de CV, met als aandeelhouders TL, voor 81%, en Agrolab voor 19%.De directie van LB werd samengesteld uit een directeur van TL en van Agrolab. Als gevolg van deze operatie is al het personeel van TL, met uitzondering van haar drie verkopers, per 1 januari 2004 in dienst getreden van Al-West C.V.. Onderdeel van de afspraken tussen TL en Agrolab is onder meer een op kostenefficiëncy gerichte totale herstructurering van het door Al-West C.V. geëxploiteerde laboratorium en de uitbreiding van het aandeel van Agrolab in Al-West C.V. tot 100%. Ter uitvoering van de gesloten overeenkomst tussen TL en Agrolab zijn inmiddels aanzienlijke investeringen in Al-West C.V. gedaan. Het door de eerdere nauwe relatie met het Tauw-concern te hoge prijsniveau van haar dienstverlening is marktconform naar beneden bijgesteld. Doorvoering van de beoogde kostenreductie is thans aan de orde en onvermijdelijk voor de continuïteit. Belangrijk onderdeel van die kostenreductie vormt een afslanking van het personeelsbestand, waartoe elf verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zijn ingediend, waarvan dit verzoek er één is. Een verzoek om ontslagvergunning voor de desbetreffende elf personeelsleden is door het CWI afgewezen om reden dat het verzoek is ingediend wegens of met het oog op de overgang van de onderneming. Dat oordeel is onjuist, omdat de voorgenomen herstructurering, waarbij Agrolab op termijn de volledige zeggenschap over Al-West C.V. krijgt, te vergelijken is met een aandelenoverdracht omdat de identiteit van de werkgever onveranderd blijft, waarbij de regels betreffende de overgang van ondernemingen niet van toepassing zijn, en het verzoek (in ieder geval mede) is gebaseerd op bedrijfseconomische omstandigheden.

3.

[verwerende partij] heeft tegen het verzoek als enige verweer gevoerd dat zij, als arbeidsgehandicapte vanuit een eerder dienstverband, na ontbinding van de arbeidsovereenkomst een onevenredig zwakke positie op de arbeidsmarkt heeft. Met een beroep op de reflexwerking van artikel 4:2, zesde lid, Ontslagbesluit, waarin aan het CWI de bevoegdheid wordt gegeven een verzoek om een ontslagvergunning te weigeren ten aanzien van een werknemer die bij toepassing van het anciënniteitsbeginsel, indien deze werknemer een zwakke arbeidsmarktpositie heeft en dit niet het geval is met de werknemer die alsdan voor ontslag in aanmerking komt, heeft zij verzocht om afwijzing van het verzoek.

4.

Al-West C.V. heeft in reactie op dit verweer de zwakke arbeidsmarktpositie van [verwerende partij] niet weersproken en zich ten aanzien van honorering van dit verweer gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.

5.

De kantonrechter is van oordeel dat de zwakke arbeidsmarktpositie van [verwerende partij] niet alleen in confesso is maar ook aannemelijk is geworden door de toelichting van de gemachtigde van [verwerende partij] en mede haar leeftijd in aanmerking genomen. Als het CWI de ontslagvergunningsaanvraag van [verwerende partij] inhoudelijk had beoordeeld moet aannemelijk worden geacht dat haar beroep op voormelde bepaling in het Ontslagbesluit een goede kans van slagen had gemaakt, immers, Al-West C.V. heeft ook niet angevoerd dat het bezwaar van een zwakke arbeidsmarktpositie tevens geldt voor de werknemer die, als het verweer van [verwerende partij] slaagt, op grond van het anciënniteitsbeginsel vervolgens voor ontslag wordt voorgedragen. Voor aanvaarding van reflexwerking is in dit geval aanleiding omdat de vergunningsaanvraag niet inhoudelijk werd getoetst en zonder die reflexwerking aan [verwerende partij] iedere mogelijkheid van een beroep op die beschermende bepaling zou worden onthouden.

6.

Het verzoek zal mitsdien worden afgewezen.

7.

In de omstandigheden van het geval vindt de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 30 november 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.