Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2005:AU7071

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
21-09-2005
Datum publicatie
30-11-2005
Zaaknummer
283877 HA 05-672
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak; ontbinding arbeidsovereenkomst; vraag of sprake is van onderling uitwisselbare functies; geen andere passende functie voorhanden; vergoeding en sociaal plan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr. : 283877 HA VERZ 05-672

datum : 21 september 2005

Beschikking op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

[WERKGEEFSTER].,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekende partij, verder te noemen werkgeefster,

gemachtigde mr. P.H.M. van Hasselt-Keser, advocaat te 8000 AP Zwolle, Postbus 600,

tegen

[WERKNEMER],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij, verder te noemen werknemer,

gemachtigde mr. J. Keizer, advocaat te 9701 JA Groningen, Postbus 7015.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift d.d. 25 juli 2005

- het verweerschrift met nagekomen brieven, ontvangen op 13 september 2005.

De mondelinge behandeling is gehouden op 13 september 2005.

Verschenen zijn:

- namens werkgeefster [A], plant manager, [B], HR manager, [C] nu project manager ICT, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd

- werknemer bijgestaan door zijn gemachtigde .

Het geschil

Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer per 1 januari 2006 wegens gewijzigde omstandigheden, onder toekenning van de regeling conform Sociaal Plan.

Werknemer bepleit primair afwijzing en maakt subsidiair aanspraak op een vergoeding conform de kantonrechtersformule met een C-factor van 1½ , uitkomend op € 96.323,28 bruto.

De beoordeling

1.

Werknemer, nu [X] jaar, is vanaf [datum] in dienst bij (de rechtsvoorgangster van) werkgeefster, laatstelijk in de functie van process operator tegen een loon van € 2501,16 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en exclusief € 712,83 bruto per maand ploegentoeslag.

Per 1 augustus 2004 is werknemer boventallig verklaard en vanaf het aanzeggingsgesprek daarover in juli 2004 is werknemer vrijgesteld van werkzaamheden.

2.

Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst en voert daartoe aan dat, met toepassing van de regels omtrent anciënniteit, de functie van werknemer is komen te vervallen als gevolg van een noodzakelijke reorganisatie ter kostenreductie. Die reorganisatie heeft de instemming van de OR en er is een Sociaal Plan opgesteld met de vakbonden.

Werknemer is niet geselecteerd voor de hogere functie van allround operator, welke functie niet onderling uitwisselbaar is met de huidige functie van werknemer, en is daarmee boventallig geworden.

Werknemers bezwaar tegen het feit dat hij niet is geselecteerd voor genoemde functie is door de begeleidingscommissie ongegrond verklaard. Een andere passende functie is niet voorhanden.

Werknemer heeft vervolgens geweigerd een keuze te maken tussen de twee opties die het Sociaal Plan biedt: ofwel beëindiging van het dienstverband zonder outplacementbegeleiding maar met vergoeding, ofwel voortzetting van de arbeidsovereenkomst gedurende enkele maanden met bemiddeling naar ander werk.

Omdat werknemer inmiddels eind december 2004 arbeidsongeschikt is geraakt en ook omdat hij zijn energie aanvankelijk richtte op het bezwaartraject in plaats van bemiddeling, heeft werkgeefster de periode voor het bemiddelingstraject, dat volgens Sociaal Plan zou lopen tot 1 augustus 2005, verlengd tot eind 2005.

Zij verzoekt thans ontbinding per 1 januari 2006.

3.

Werknemer voert aan dat hij arbeidsongeschikt is geworden in het voorjaar van 2004, waarna hij op arbeidstherapeutische basis is gaan werken, zodat de boventalligheidsbeslissing tijdens ziekte is genomen. Hij beroept zich op het ontslagverbod bij ziekte.

De beoordelingssystematiek voor de selectie voor de functie allround operator wijkt af van de anciënniteitsbepalingen in het Ontslagbesluit dat van dwingendrechtelijke aard is. De procedure rammelt bovendien en werknemer is ten onrechte voor de functie van allround operator afgewezen. Tenslotte beroept werknemer zich uitdrukkelijk op de hardheidsclausule in het Sociaal Plan, zowel vanwege zijn arbeidsongeschiktheid als omdat hij ten onrechte niet is geselecteerd tot allround operator. Hij maakt daarom bij eventuele ontbinding aanspraak op een vergoeding op basis van C=1½ en subsidiair op enige vergoeding, althans het afvloeiingsbedrag conform Sociaal Plan.

4.

De kantonrechter is van oordeel dat werkgeefster voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de functie van allround operator niet onderling uitwisselbaar is met die van process operator, de huidige functie van werknemer. Ter zitting is genoegzaam toegelicht dat en welke zwaardere verantwoordelijkheden op de allround operator rusten, terwijl deze in de nachtploeg geen aanwezige leidinggevende meer heeft. Hoewel de kantonrechter goed denkbaar acht dat een ervaren process operator in beginsel voldoende technische kennis in huis heeft om de technische aspecten van de taak van de allrounder te kunnen vervullen, al dan niet met bijscholing, toch zijn er voor een goede taakvervulling ook andere vaardigheden vereist die minder trainbaar plegen te zijn.

De financiële noodzaak voor de reorganisatie, met als gevolg wijzigingen in het functiegebouw en de wijziging in het aantal formatieplaatsen, is door werknemer niet gemotiveerd betwist. Werknemer heeft ook niet gemotiveerd betwist dat, gegeven het aantal process operators dat in dit nieuwe plan moest afvloeien, hij krachtens het anciënniteitsprincipe ofwel het “lifobeginsel” terecht boventallig is verklaard.

Daaraan kan op zichzelf niet afdoen dat werknemer mogelijk (immers de lezingen van werkgeefster en werknemer lopen op dit punt uiteen) ten tijde van het nemen van die beslissing ziek was. De vraag of ziekte in de weg staat aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst komt pas aan de orde bij die beëindiging.

5.

Iets anders is dat werknemer meent ten onrechte niet in aanmerking te zijn gekomen voor de functie van allround operator, waarvan de kantonrechter heeft vastgesteld dat die functie niet onderling uitwisselbaar is met de huidige functie van werknemer.

De kantonrechter dient zich inderdaad af te vragen of ontbinding wel nodig is omdat onderzocht moet worden of werkgeefster in redelijkheid een andere passende functie kan aanbieden. Daarvan kan ook sprake zijn bij niet onderling uitwisselbare functies. Daar waar sprake is van meer herplaatsbare mensen dan er andere functies zijn, is –bij niet uitwisselbare functies- selectie op grond van persoonlijke capaciteiten alleszins toelaatbaar. Dat daarin ook minder meetbare, en daarmee subjectiever beoordelingsmaatstaven een rol spelen is onvermijdelijk: de een is nu eenmaal makkelijker in de omgang dan de ander, of lijkt meer verantwoordelijkheid aan te kunnen dan een ander, zonder dat dit simultaan beproefd is in vergelijkbare omstandigheden. Werknemer heeft ook niet betwist dat hij nimmer eerder naar een hogere functie als assistent-wachtchef heeft gesolliciteerd, in het kader waarvan beide partijen zich een oordeel zouden hebben kunnen vormen over zijn geschiktheid voor die functie die nu, bij de selectie, wel min of meer vergelijkbaar werd geacht.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan werkgeefster niet worden verweten dat zij zich bij de selectie evident onredelijk heeft opgesteld ten aanzien van werknemer.

Dat er ook andere passende functies voor werknemer beschikbaar zijn heeft werknemer ter zitting niet kunnen aangeven, en dat is door werkgeefster bovendien ook ontkend.

6.

Het voorgaande brengt met zich mee dat werkgeefster op goede gronden ontbinding verzoekt. Het enkele gegeven dat werknemer mogelijk ook thans nog niet arbeidsgeschikt is voor zijn eigen werkzaamheden staat daaraan niet in de weg.

Naar het oordeel van de kantonrechter is er ook onvoldoende reden om, bij ontbinding per 1 januari 2006 en dus 17 maanden na de boventalligheidsbeslissing gedurende welke maanden werknemer zich op ander werk kan oriënteren, in afwijking van het Sociaal Plan een hogere vergoeding op te leggen.

Het is aan werknemer om te beslissen of hij tot ontbindingsdatum nog gebruik wil maken van de bemiddeling die hem via het Sociaal Plan geboden wordt; de kantonrechter ziet geen enkele reden om bij ontbinding per genoemde datum werknemer in plaats van bemiddeling alsnog in aanmerking te brengen voor de financiële regeling bij spoedig vertrek die het Sociaal Plan onder punt 2.3.4 als alternatief biedt.

Het verzoek van werkgeefster wordt daarom integraal toegewezen.

De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst en bepaalt dat deze eindigt op 1 januari 2006 onder toekenning aan werknemer ten laste van werkgeefster van hetgeen werknemer krachtens het Sociaal Plan toekomt;

- compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. M.E.L. Fikkers, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 21 september 2005, in tegenwoordigheid de griffier.