Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2005:AT4868

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-03-2005
Datum publicatie
29-04-2005
Zaaknummer
94487 / HA ZA 04-289
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

[A] koopt een keuken bij Doeland in het kader van een cashback actie. Na vijf jaar moet hij zijn geld terugkrijgen. Hij ontvangt van Doeland een "cashback cheque", waarop is aangegeven dat betaald zal worden door Allstate. De inkooporganisatie van Doeland heeft met Allstate gecontracteerd. Na vijf jaar voldoet [A] aan de (zeer strenge) verplichtingen, maar hij ontvangt niets van Allstate. Allstate stelt dat de inkooporganisatie haar verplichtingen niet stipt is nagekomen.

De centrale vraag of [A] bij Doeland terecht kan voor schadevergoeding wordt bevestigend beantwoord. In dit geval is sprake van samenhangende rechtsverhoudingen. (r.o. 3.7-3.8). Dat heeft tot gevolg dat het tekortschieten van Allstate aan Doeland kan worden toegerekend. (r.o.3.8 en 3.9). Bovendien is het Doeland zelf op grond van haar eigen overeenkomst met [A] gehouden haar verplichtingen jegens Allstate stipt na te komen (r.o. 3.10) en is zij aansprakelijk voor het eventueel tekortschieten van de inkooporganisatie in die verplichtingen (r.o. 3.11).

Het beroep van Doeland op ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Enkelvoudige handelskamer

Zaaknr/rolnr: 94487 / HA ZA 04-289

Uitspraak: 2 maart 2005

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

de besloten vennootschap DOELAND LEMELERVELD B.V.,

gevestigd te Lemelerveld, gemeente Dalfsen,

eiseres in conventie, gedaagde in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. E.G.J. Hendriksen,

advocaat mr. H. Dijks te Enschede,

en

[A],

wonende te [plaats],

gedaagde in conevntie, eiser in voorwaardelijke reconventie,

procureur R.K.E. Buysrogge,

advocaat mr. R. de Lange te Zevenaar.

PROCESGANG

De zaak is bij op 16 februari 2005 uitgebrachte dagvaarding aanhangig gemaakt. Partijen zijn verschenen, waarna de volgende processtukken zijn gewisseld:

- een conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van [A];

- een conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van Doeland;

- een conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van [A];

- een conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van Doeland.

Tenslotte is op verzoek van partijen vonnis bepaald.

CONCLUSIES VAN PARTIJEN

De vordering van Doeland in conventie strekt ertoe [A] , uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan Doeland van een bedrag van EUR 11.664,65, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 december 2001 tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten ad EUR 1.749,70, althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van [A] in de proceskosten.

Daartegen is door [A] verweer gevoerd, met conclusie Doeland haar vorderingen te ontzeggen, met veroordeling van Doeland (uitvoerbaar bij voorraad) in de proceskosten.

De vordering van [A] in voorwaardelijke reconventie strekt ertoe, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht te verklaren dat Doeland jegens [A] terzake de koopovereenkomst en de daaraan verbonden geld-terug-actie toerekenbaar tekortgeschoten is dan wel onrechtmatig gehandeld heeft en aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan opgetreden schade;

- Doeland te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [A] te betalen een bedrag van EUR 13.414,35, te vermeerderen met de wettelijke rente over EUR 11.664,65 vanaf 12 juni 2001 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Doeland in de proceskosten.

Daartegen is door Doeland verweer gevoerd met conclusie de vorderingen van [A] af te wijzen en [A], uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten te veroordelen.

MOTIVERING

in conventie en voorwaardelijke reconventie

1 Vaststaande feiten

1.1 Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede gelet op de inhoud van de overgelegde en in zoverre onbestreden bescheiden, het volgende vast.

1.2 Doeland is onder de naam KeukenGilde actief op de markt van inbouwkeukens. Zij verkoopt en levert inbouwkeukens aan particulieren. Doeland is aangesloten bij Interkeukengilde, een samenwerkingsverband van zelfstandige ondernemingen, die onder de naam KeukenGilde actief zijn op de markt van inbouwkeukens. Tussen de keukenwinkeliers, waaronder Doeland, en Interkeukengilde B.V. bestaat een franchise-verhouding.

1.3 Van 1996 tot en met 2000 heeft het Keukengilde diverse cashback acties gevoerd. De acties hadden de strekking dat de kopers van een keuken de koopsom na verloop van tijd (5 of 7,5 jaar) de koopsom zouden terugkrijgen van een derde. De cashback acties werden door de Keukengilde-organisatie via reclame onder de aandacht van het publiek gebracht.

1.4 Op 15 maart 1996 sloot Interkeukengilde een contract met Allstate Acceptance Corporation (hierna: Allstate). Derde partij bij deze overeenkomst was HDB, een organisatie die een cashback actie voor verfartikelen wilde voeren. De overeenkomst was tot stand gekomen door bemiddeling van Interprom.

Uit het contract volgt dat de aan Allstate te betalen vergoeding 15% van de koopprijs van de keuken bedroeg. Elke overtreding van de contractsbepalingen zou er toe leiden dat de cheques onder het contract "null and void and unenforceable against the Guarantor" werden.

1.5 In mei 1996 heeft [A] bij Doeland in het kader van het "KeukenGilde Keukenplan"een keuken gekocht voor een bedrag van fl. 22.500,00. In de folder betreffende deze actie, in de folder aangeduid als "Het gratis KeukenGilde Festival", werd onder meer het volgende vermeld:

'Het KeukenGilde zet voor één keer de keukenwereld op zijn kop. Na een termijn van vijf jaar is uw totale aankoop gratis! *

Keukengilde doet u een uniek aanbod, waarbij u over vijf jaar de totale waarde van uw aankoop retour ontvangt. De actie wordt gehouden van 27 maart t/m 29 juni en de actie is van toepassing op alle -complete- keukens. U ontvangt een korting gelijk aan het bedrag van de aankoopwaarde inclusief BTW tot maar liefst f 30.000,=. De KeukenGilde winkelier kan u terdege informeren omtrent de actie.

1. U schaft op basis van het KeukenGilde Keukenplan gedurende de actieperiode van 27 maart t/m 29 juni van dit jaar een complete keuken aan welke uiterlijk 31 december 1996 wordt aangeleverd.

2. Na betaling van uw keuken ontvangt u een op uw naam gestelde Cash-back bonus cheque ter waarde van het aankoopbedrag. De factuur van de aankoop moet u goed bewaren.

(...)

6. De Allstate Acceptance Corporation is verantwoordelijk voor de uitbetaling vaan uw Cash-back bonus cheque op basis van de op deze cheque vermelde voorwaarde.

7. Speciale aanbiedingen welke u voor of tijdens de actieperiode van het KeukenGilde heeft ontvangen, zijn binnen de cash-back actie niet van toepassing.

* Vraag naar het unieke KEUKENGILDE KEUKENPLAN"

[A] ontving geen korting op de winkelprijs van de door hem gekochte keuken. De factuur vermeldde onder meer "(betreft actie Keukengilde Keukenplan 1996)"

1.6 [A] ontving na de aankoop van de keuken een door de verkoper van Doeland ingevulde en op 28 mei 1996 gedateerde "cashbachcheque" van Allstate Acceptance Company (hierna: Allstate), met nummer 5532 voor een bedrag van fl. 22.500,00. Op de voorzijde van de cheque wordt [A] aangeduid als "contractant" en Interkeukengilde als "officiële leverancier".

De op de achterzijde van de cheque afgedrukte "bepalingen en voorwaarden" vermeldden onder meer het volgende:

"Deze overeenkomst wordt gesloten op de datum van uitgifte als op de keerzijde vermeld tussen de Contractant vermeld op keerzijde (1) en Allstate Acceptance Corporation ("de Borg") te (...)

ACHTERGROND

1. De Borg heeft een gecontroleerde netto waarde van meer dan US $ 300.000.000 en heeft een contract aangegaan met internationale verzekeraars en herverzekeraars die een bijkomende dekking verstrekken ter bescherming van de Borg in verband met zijn verbintenissen tegenover de Contractant zoals ze uit deze Overeenkomst voortkomen.

2. De Officiële Leverancier van wie de naam voorkomt op keerzijde heeft een overeenkomst van financiële waarborg afgesloten met de Borg om iedereen die voorwerpen of diensten aankoopt van de Officiële Leverancier het recht te geven om het bedrag dat vermeld staat op de Terugbetalingscheque terug te eisen volgens deze voorwaarden en bepalingen.

3. Belangrijke bepalingen van de regeling tussen de Officiële Leverancier en de Borg zijn:

(a) Dat alle betalingen van premies die door de Officiële Leverancier aan de Borg betaald moeten worden in verband met de Overeenkomst voor Financiële Waarborg vereffend zijn, en

(b) Dat geen enkele consumentenorganisatie of -vennootschap (al dan niet met winstgevend doel) de Contractant herinnert of aanzet tot het eisen van het bedrag dat vermeld staat op de Terugbetalingscheque.

4. De Contractant heeft het voorwerp of de dienst aangekocht van de Officiële Leverancier zoals in het kort omschreven op de keerzijde.

OVEREENKOMST

1. De Contractant begrijpt dat alle betalingen waarop hij recht zou hebben volgens deze Overeenkomst en de Bepalingen en Voorwaarden slechts door de Borg zullen uitgevoerd worden.

(...)

4. De Borg garandeert dat als alle hiervoor vermelde voorwaarden vervuld zijn en als aan alle andere bepalingen en voorwaarden van deze Overeenkomst voldaan werd, hij dit aan de Contractant zal melden bij aangetekende post en de betaling aan de Contractant zal uitvoeren binnen de 30 dagen

(...)

ALGEMENE BEPALINGEN

1. Geen enkele eis zal door de Borg aanvaard worden:

(a) als niet alle premies betaald werden die verschuldigd zijn door de Officiële Leverancier aan de Borg en/of

(b) de Contractant door een consumentenorganisatie of -vennootschap (al dan niet met winstgevend doel) herinnerd werd aan of aangezet tot het eisen van het bedrag vermeld op de Terugbetalingscheque.

(...)

6. De Contractant erkent dat door het afsluiten van deze Overeenkomst de Borg hem geen garantie verleent voor onderdelen, diensten of prestaties voor het voorwerp of de dienst geleverd door de Officiële Leverancier en dat alle verantwoordelijkheid voor het leveren van een onderdeel of prestatie berust bij de Officiële Leverancier.

Op dezelfde wijze is de Officiële Leverancier op geen enkele manier aansprakelijk of verantwoordelijk tegenover de Contractant voor verbintenissen die de Borg tegenover de Contractant heeft krachtens de bepalingen en voorwaarden omvat in deze Overeenkomst.

(...)"

1.7 [A] heeft in juni 2001, overeenkomstig de op de achterzijde van de cheque vermelde voorwaarden, de cheque en een aantal andere stukken per aangetekende post verstuurd naar het vermelde adres. Hij ontving een op 21 juni 2001 gedateerde ontvangstbevestiging, met de mededeling dat de stukken waren doorgestuurd naar Mineral Accepance Corporation (voorheen Allstate Acceptance Corporation) en dat de afhandeling en uitbetaling van zijn claim langer zou kunnen duren dan 30 dagen. Nadien heeft [A] niet meer van Allstate vernomen.

1.8 In een brief van 10 oktober 2001 schreef Interkeukengilde b.v. aan [A] onder meer:

"Hierbij komen wij terug op onze brief met betrekking tot de cashback actie uit 1996.

Zoals wij u reeds lieten weten, zijn wij enige tijd geleden een onderzoek gestart naar o.a. de reden waarom de Amerikaanse garantiesteller tot nu toe nog steeds niet aan haar verplichtingen tegenover u heeft voldaan. De uitkomst van dit onderzoek is vooralsnog niet hoopgevend; uitbetaling door Allstate (MAC) lijkt steeds minder waarschijnlijk. InterKeukenGilde heeft dan ook inmiddels een juridische procedure tegen deze garantiesteller opgestart."

1.9 In een brief van 7 november 2001 heeft de raadsman van [A], die ook enkele honderden andere kopers in het kader van een cashback actie vertegenwoordigt, onder meer namens [A] Doeland aansprakelijk geteld voor het feit dat zijn cliënten de koopprijs van de gekochte keukens nog niet hadden ontvangen van de derden en heeft hij Doeland gesommeerd tot betaling van schadevergoeding, gelijk aan de betaalde koopsommen.

1.10 In december 2001 heeft Doeland opnieuw een keuken geleverd aan [A], nu voor een bedrag van fl. 32.755,90 (EUR 14.863,98). In een brief van 18 januari 2002 aan Doeland schreef de raadsman van [A] dat [A] zijn vordering tot schadevergoeding

(EUR 10.210,06 met rente en incassokosten, in totaal EUR 11.664,65) wenste te verrekenen met de koopprijs van de nieuwe keuken, zodat een bedrag van EUR 3.199,33 resteerde. [A] heeft dit bedrag aan Doeland betaald.

1.11 In een brief van 17 september 2002 aan de raadsman van [A] schreef de heer Zimmerman, directeur van Allstate, dat Interkeukengilde diverse contractuele verplichtingen niet zou zijn nagekomen, en dat Allstate om die reden niet gehouden was tot betaling aan de consumenten. De brief bevatte in dat kader de volgende passage:

"We have concluded that both HDG Groep and Interkeukengilde are in breach of their contracted obligations in a number of particulars and the claims of all of their customers holding Company Cashbach cheques are thus null and void and unenforceable against the Company on that basis alone."

1.12 De "Vereniging Gedupeerden Acties Keukengilde" en 150 particulieren hebben bij de rechtbank Arnhem een procedure aanhangig gemaakt tegen Interkeukengilde, HDB Groep, een aantal keukenbedrijven waaronder Doeland en twee (gewezen) bestuurders van Interkeukengilde en HDB. In deze procedure vorderen ze een verklaring voor recht dat gedaagden toerekenbaar tekortgeschoten zijn, dan wel onrechtmatig gehandeld hebben, betreffende de cashback acties en deswege aansprakelijk zijn en maken ze aanspraak op schadevergoeding.

De rechtbank Arnhem heeft (naar de rechtbank ambtshalve bekend is) op 26 januari 2005 een tussenvonnis gewezen (LJN: AS4050). In dit vonnis komt de Arnhemse rechtbank tot de conclusie dat de keukenleveranciers tegenover de kopers aansprakelijk zijn voor de door hen geleden schade, mits komt vast te staan dat de kopers zelf aan hun verplichtingen jegens de financiële derden hebben voldaan. De rechtbank overweegt verder dat deze verplichting tot schadevergoeding wel voor matiging in aanmerking komt omdat toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou kunnen leiden.

2 Standpunten van partijen

2.1 Doeland stelt dat haar vordering in conventie voor toewijzing gereed ligt, nu door [A] niet wordt betwist dat de door Doeland geleverde tweede keuken deugdelijk is. Zij meent dat [A] de tweede keuken onder valse voorwendselen -immers alleen om zijn betwiste vordering terzake van de cashback actie te kunnen verrekenen- gekocht heeft.

Er is volgens Doeland reden om, met toepassing van artikel 138 Rv, de procedures in conventie en in reconventie te splitsen.

Doeland betwist de reconventionele vordering van [A]. Zij meent dat [A] miskent dat sprake was van twee overeenkomsten, één met Doeland en één met Allstate. Indien Allstate in haar verplichtingen tekort geschoten zou zijn en [A] zijn geld niet terugkrijgt, hetgeen niet vaststaat, kan [A] de daardoor ontstane schade niet op haar verhalen, meent Doeland.

Volgens Doeland is zij niet tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting tot het verstrekken van correcte informatie betreffende de cashback actie. Zij heeft [A] volledig en correct geïnformeerd. Ook de organisatie van Interkeukengilde is volgens Doeland niet tekortgeschoten in haar verplichtingen. Bovendien kan een eventueel tekortschieten Doeland niet verweten worden. Doeland beschikte niet over meer informatie dan [A], stelt ze.

Doeland stelt verder dat wanneer zij de koopsom aan [A] zou moeten terugbetalen [A] ten koste van haar ongerechtvaardigd verrijkt is. In dat kader wijst zij er op dat zij 15% premie over de koopsom heeft moeten afdragen ten behoeve van Allstate.

Doeland betwist tenslotte de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten.

2.2 [A] betwist dat hij een nieuwe keuken heeft gekocht om te kunnen verrekenen. Hij had zich al bij Doeland georiënteerd op een andere keuken voordat duidelijk werd dat hij de koopsom van de eerste keuken niet zou terugkrijgen, stelt hij.

Volgens [A] hangen de koopovereenkomst en de overeenkomst tot terugbetaling van de koopsom zo nauw met elkaar samen dat in feite sprake is van één overeenkomst. Daaruit volgt volgens hem dat het tekortschieten van Allstate aan Doeland kan worden tegengeworpen. Allstate valt als een hulppersoon van Doeland te beschouwen.

Interkeukengilde en Doeland zijn volgens [A] hun verplichtingen uit de overeenkomst met Allstate niet nagekomen, waardoor Allstate niet wil uitkeren. Bovendien hebben zij geen onderzoek gedaan naar de gegoedheid van Allstate en hebben ze daaromtrent een onjuist beeld verstrekt. De informatieverstrekking was volgens [A] sowieso misleidend, omdat het beeld werd gecreëerd dat de kopers, zoals [A], geen enkel risico zouden lopen.

3 Beoordeling van het geschil

de vordering in conventie

3.1 Tussen partijen staat niet ter discussie dat de in december 2001 door Doeland geleverde keuken deugdelijk is. Ook staat niet ter discussie dat de koopsom voor die keuken EUR 14.863,98 bedroeg en dat [A] daarvan EUR 3.199,33 heeft betaald zodat een bedrag van EUR 11.664,65 resteert.

3.2 [A] heeft zich voor laatstgenoemd bedrag op verrekening beroepen. Volgens Doeland moet het beroep op verrekening alleen al falen, omdat [A] de tweede keuken zou hebben gekocht met het vooropgezette doel om die niet te "betalen" (naar de rechtbank begrijpt: middels overboeking of contante betaling van de volledige koopprijs).

Indien juist is dat [A] de keuken zou hebben gekocht met het vooropgezette doel om zijn pretense schadevergoedingsvordering op Doeland te kunnen verrekenen, is de door [A] toegepaste verrekening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en kan hij geen beroep op verrekening doen, wat er ook zij van zijn tegenvordering. Het had [A] dan redelijkerwijs duidelijk behoren te zijn dat de door hem voorgestane betalingswijze niet de door Doeland gewenste betalingswijze was. [A] had zijn wens om (gedeeltelijk) te betalen middels verrekening met zijn schadevergoedingsclaim, om iedere onduidelijkheid op dit punt uit te sluiten, bij het aangaan van de overeenkomst met Doeland dienen te bespreken, zodat Doeland nog van de overeenkomst had kunnen afzien.

3.3 [A] heeft echter, niet weersproken door Doeland, gesteld dat de overeenkomst al in juni 2001 tot stand gekomen is en dat de eerste tekeningen betreffende de toen gekochte keuken dateren van mei 2001. Gesteld noch gebleken is dat het [A] toen al duidelijk was, of kon zijn, dat hij geen betaling van Allstate zou ontvangen. Haar stelling dat bij [A] ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst al sprake was van een vooropgezet plan heeft Doeland dan ook onvoldoende gemotiveerd.

3.4 Indien de gegrondheid van de tegenvordering van [A] niet al in dit vonnis kan worden vastgesteld, zal de rechtbank echter het verrekeningsverweer van [A], met toepassing van artikel 6: 136 BW, passeren. De vordering van Doeland is in dat geval in hoofdsom toewijsbaar. Voor de door Doeland gevorderde buitengerechtelijke kosten geldt dat ze niet onderbouwd zijn, zodat de vordering tot betaling van die kosten zal worden afgewezen. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de gevorderde datum, 27 december 2001, twee weken na de factuurdatum. Tegen deze datum is door [A] geen verweer gevoerd.

Overigens kan het verrekeningsverweer van [A] alleen slagen voorzover het de hoofdsom van zijn (schadevergoedings)vordering, te weten EUR 10.210,06, betreft. [A] brengt ook een bedrag van EUR 1.021,01 aan incassokosten in verrekening. Iedere onderbouwing van dit bedrag ontbreekt echter, zodat het niet toewijsbaar is. Ook het aan wettelijke rente gevorderde bedrag is onvoldoende onderbouwd. Dat betekent dat de vordering van Doeland in ieder geval toewijsbaar is tot een bedrag van

EUR 11.664,65 -/- EUR 10.210,06 = EUR 1.454,59.

3.5 De slotsom is dat de vordering van Doeland in conventie in elk geval gedeeltelijk toewijsbaar is. Indien de tegenvordering van [A] niet al in dit vonnis is vast te stellen, bijvoorbeeld omdat nader onderzoek nodig is, is de vordering in conventie, met uitzondering van de buitengerechtelijke kosten, toewijsbaar. De tegenvordering van [A] zal dan verder in het kader van de reconventionele vordering behandeld worden.

verantwoordelijkheid van Doeland

3.6 Partijen verschillen van mening over de vraag of Doeland aansprakelijk gehouden kan worden voor het feit dat Allstate de koopsom van de keuken niet aan [A] heeft terugbetaald. Doeland stelt dat zij niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor het handelen of nalaten van Allstate en de andere bij de cashback actie betrokken partijen. Zij kan worden aangesproken op haar verplichting, de correcte levering van de keuken, maar niet op een verplichting die samenhangt met de cashback actie. [A] bepleit dat Doeland ook verantwoordelijk is voor de cashback actie. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

3.7 Voor het antwoord op de vraag of en in hoeverre Doeland verantwoordelijk is voor het handelen of nalaten van anderen is allereerst van belang of met betrekking tot de cashback actie sprake is van twee afzonderlijke overeenkomsten, de koopovereenkomst en de cashback overeenkomst met voor [A] twee verschillende contractspartijen, zoals Doeland stelt, of van één overeenkomst (dan wel van twee zeer nauw met elkaar samenhangende overeenkomsten), zoals [A] betoogt.

Bij het antwoord op die vraag acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden van belang:

- In de promotiecampagne in 1996 werd geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen twee overeenkomsten, elk met een verschillende contractspartij, te weten een koopovereenkomst met Doeland en een cashback overeenkomst met Allstate. Weliswaar werd, in de in rechtsoverweging 1.6 aangehaalde folder, melding gemaakt van het feit dat Allstate verantwoordelijk was voor de uitbetaling van de cashback cheque, maar het aanbod om de koopovereenkomst van een op termijn gratis keuken aan te gaan werd door het Keukengilde gedaan in het kader van het "gratis Keukengilde Festival". De cashback actie werd in de folder gepresenteerd als een (op termijn uitbetaalde) korting op de aankoopprijs, terwijl voorts werd aangegeven dat eventuele aanbiedingen niet van toepassing waren binnen de cashback-actie. Aldus werd in de folder de indruk gewekt dat de cashback actie gevolgen had voor de te sluiten koopovereenkomst;

- Zowel de informatie betreffende de (koop van de) keuken als die betreffende de caskback actie werd door Doeland verstrekt;

- De deelname aan de cashback actie door [A] had ook daadwerkelijk gevolgen voor de koopovereenkomst tussen hem en Doeland. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [A] geen korting heeft ontvangen op de door Doeland vastgestelde prijs voor de door [A] gekochte keuken. In punt 7 van genoemde folder was dat ook uitdrukkelijk vermeld;

- Tussen deelname aan de cashbackactie en de aankoop van de keuken door [A] bestond een onverbrekelijke band. De koop van de keuken vormde immers de noodzakelijke voorwaarde voor deelname aan de cashback actie. Bovendien werd op de factuur verwezen naar de cashback actie;

- [A] diende bij de beslissing over de koop van de keuken ook te beslissen over deelname aan de cashback actie;

- Doeland was niet alleen, als leverancier van de keuken, betrokken bij de levering van de keuken, maar was ook betrokken bij de uitvoering van de cashback actie. De cashback cheque werd niet door Allstate maar door Doeland aan [A] uitgereikt. Bovendien diende [A] na vijf jaar een bezoek aan Doeland te brengen en dan van Doeland een bezoekverklaring te ontvangen. Tenslotte diende Doeland (althans Interkeukengilde) blijkens het contract tussen Interkeukengilde en Allstate en de voorwaarden op de aan [A] uitgereikte cheque aan bepaalde verplichtingen jegens Allstate te voldoen en zou niet nakoming van die verplichtingen door Doeland/Interkeukengilde gevolgen hebben voor de verplichtingen van Allstate op grond van de cashback actie;

- Uit de tekst van de aan [A] uitgereikte cheque volgt dat de cheque is uitgegeven door Allstate en dat betreffende de cashback actie een overeenkomst wordt gesloten tussen [A] en Allstate, waarbij de betalingen aan [A] slechts door Allstate zullen worden gedaan.

3.8 Gezien de hiervoor vermelde omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank enerzijds sprake van twee overeenkomsten, die echter, anderzijds, zeer nauw met elkaar samenhangen.

Wanneer [A] uit de promotiefolder en de door Doeland verstrekte informatie nog niet duidelijk was dat hij bij de aankoop van een keuken uit het Keukengilde Keukenplan niet alleen met Doeland maar, voor wat betreft de cashback actie, ook met Allstate contracteerde, had dat hem in ieder geval na het uitreiken van de cheque, en het kennisnemen van de tekst ervan, duidelijk behoren te zijn. Er is dan ook sprake van twee overeenkomsten, één betreffende de koop van een keuken en een ander betreffende de terugbetaling van de koopsom.

Beide overeenkomsten zijn echter zozeer (economisch) met elkaar verbonden dat sprake is van samenhangende rechtsverhoudingen. Een gevolg daarvan is dat een eventuele toerekenbare tekortkoming van Allstate in de nakoming van haar verplichtingen uit de cashback overeenkomst als een toerekenbare tekortkoming aan Doeland kan worden toegerekend en tot schadeplichtigheid van Doeland leidt.

Bij dit oordeel heeft de rechtbank, in het licht van hetgeen door de Hoge Raad is overwogen in het arrest van 23 januari 1999 (NJ 1997/97), met name betekenis toegekend aan het feit dat de beide overeenkomsten (nagenoeg) gelijktijdig tot stand zijn gekomen, dat in de promotiefolder voor het Keukengilde Keukenplan geen duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen beide overeenkomsten, maar de cashback actie als een onderdeel van de koopovereenkomst voor een keuken werd gepresenteerd, dat de informatie betreffende beide overeenkomsten alleen door Doeland werd verstrekt en dat Doeland bij de uitvoering van de cashback overeenkomst met [A] een belangrijke rol speelde.

Voorts is van belang dat in de verhouding tussen partijen -[A] als consument, tegenover Doeland, onderdeel van een relatief grote inkooporganisatie, als professionele verkoper-, aan [A] als de zwakste partij bescherming toekomt in de situatie dat door (toedoen van) Doeland gewekte verwachtingen, buiten de schuld van [A], niet kunnen worden waargemaakt, doordat de door Doeland bij [A] geïntroduceerde "financiële partner", met wie Doeland zelf ook in een contractuele verhouding staat, haar verplichtingen niet nakomt en die partner derhalve een aanmerkelijk minder solide partner (goed voor "een gecontroleerde netto waarde van US $ 300.000.000") blijkt te zijn dan door de [A] mocht worden aangenomen.

3.9 Aan hetgeen hiervoor is overwogen doet niet af dat op de achterzijde van de cashback cheque (artikel 1 van de overeenkomst) is bepaald dat de betalingen slechts door Allstate gedaan worden en niet door Doeland. Deze bepaling, die vastlegt dat de (primaire) verplichting tot betaling op Allstate rust, staat niet in de weg aan het aannemen van een verplichting tot schadevergoeding van Doeland wanneer Allstate in de nakoming van haar verplichting tekortschiet.

Ook het feit dat artikel 6 van de algemene bepalingen op de achterzijde van de cheque een exoneratiebeding bevat, leidt niet tot een ander oordeel. Daargelaten dat onduidelijk is of Doeland zich op dit beding wenst te beroepen, het beding vormt geen kernbeding, maar een algemene voorwaarde. [A] heeft zich op de vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden beroepen, omdat de voorwaarden niet voor of bij het aangaan van de overeenkomst zijn ter hand gesteld. Dit beroep slaagt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de cheque, met daarop de algemene voorwaarden, pas op 28 mei 1996 aan [A] is ter hand gesteld. De overeenkomst tussen partijen betreffende de aankoop van de keuken in het kader van het Keukengilde Keukenplan was toen al tot stand gekomen.

3.10 De samenhang in beide overeenkomsten heeft niet alleen tot gevolg dat Doeland aangesproken kan worden op het tekortschieten van Allstate in haar verplichtingen uit de cashback overeenkomst, maar ook dat Doeland zelf jegens [A] gehouden was haar verplichtingen uit de overeenkomst met Allstate stipt na te komen. Wanneer Doeland haar verplichtingen jegens Allstate niet nakwam, en Allstate om die reden niet aan [A] uitkeerde (zowel het contract tussen Allstate en Interkeukengilde als het contract tussen Allstate en [A] verlenen haar die bevoegdheid), schoot Doeland daarmee ook tekort in haar eigen verplichtingen jegens [A] uit de koopovereenkomst. Op grond van die overeenkomst was [A], gelet op de samenhang tussen de koopovereenkomst en de cashback actie, niet alleen verplicht een keuken te leveren die aan de overeenkomst beantwoordde, maar diende zij ook te bevorderen dat [A] de koopsom van de keuken daadwerkelijk, zoals hem bij het aangaan van de overeenkomst door Doeland in het vooruitzicht was gesteld, zou terugkrijgen.

3.11 Niet alleen Allstate is betrokken geweest bij de cashback actie, ook de inkooporganisatie van Doeland, Interkeukengilde, speelde een rol. Het contract met Allstate betreffende de cashback actie is niet door Doeland, maar door Interkeukengilde aangegaan. De promotie van de actie werd door Interkeukengilde verzorgd. De aan de actie deelnemende keukenleveranciers werden ook door Interkeukengilde geïnstrueerd en van informatie over de actie voorzien. Ofschoon [A] de keuken niet van Interkeukengilde, maar van Doeland kocht, werd op de cheque de naam van Interkeukengilde vermeld als naam van de leverancier van de keuken.

Uit het bovenstaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat Interkeukengilde bij de voorbereiding en uitvoering van de met klanten van Doeland aangegane overeenkomsten in het kader van het Keukengilde Keukenplan als hulppersoon van Doeland fungeerde. Ingevolge artikel 6: 76 BW is Doeland voor eventuele fouten van Interkeukengilde jegens [A] op gelijke wijze als voor eigen fouten aansprakelijk.

3.12 De slotsom is dat de stelling van Doeland dat zij niet kan worden aangesproken op het niet terugbetalen van de koopsom onjuist is. Doeland kan langs drie verschillende wegen aangesproken worden:

- allereerst kan, vanwege de samenhang van de koopovereenkomst en de cashback overeenkomst, een tekortkoming van Allstate in de nakoming van haar verplichtingen uit de cashback overeenkomst aan haar worden toegerekend (rechtsoverweging 3.8 en 3.9);

- vervolgens is zij, op grond van de koopovereenkomst met [A], gehouden om de verplichtingen uit de overeenkomst met Allstate stipt na te komen, zodat Allstate geen reden zou hebben om niet uit te betalen, bij gebreke waarvan zij schadeplichtig is (rechtsoverweging 3.10);

- tenslotte is zij ook schadeplichtig wanneer niet zijzelf, maar Interkeukengilde haar verplichtingen jegens Allstate uit het contract met Allstate niet stipt nakomt (rechtsoverweging 3.11).

schadeplichtigheid?

3.13 Er kan, naar het oordeel van de rechtbank, van worden uitgegaan dat Allstate haar verplichtingen jegens [A] niet (zonder dat [A] daarvoor in Engeland en mogelijk ook in de Verenigde Staten zal moeten procederen) zal nakomen, als Allstate haar verplichtingen al zou kunnen nakomen, hetgeen betwijfeld kan worden.

Doeland heeft de stelling van [A] dat Allstate niet kan of wil nakomen onvoldoende betwist. In dit kader is van belang dat [A], gemotiveerd en gedocumenteerd, heeft gesteld dat hij aan de voorwaarden voor de cashback-actie heeft voldaan -dat volgt ook uit de door hem ontvangen ontvangstbevestiging van de relevante stukken-, dat hij vervolgens niets van Allstate vernomen heeft en dat Allstate de raadsman van [A] heeft laten weten van mening te zijn niet tot betaling van enig bedrag aan de deelnemers van de actie gehouden te zijn. Onder die omstandigheden kon Doeland niet volstaan met de enkele betwisting van de stelling van [A] dat Allstate niet wilde of kon betalen, zeker niet nu Interkeukengilde in de in rechtsoverweging 1.8 aangehaalde brief van 10 oktober 2001 aan [A] heeft geschreven dat de uitkomst van een door haar ingesteld onderzoek naar het uitblijven van de betaling niet hoopgevend was en dat uitbetaling steeds minder waarschijnlijk leek.

3.14 Het niet betalen door Allstate is derhalve niet het gevolg van het feit dat [A] in zijn verplichtingen zou zijn tekortgeschoten. Wanneer Allstate zich voor de weigering te betalen niet op een bepaling uit de voorwaarden voor de cashback actie kan beroepen, schiet zij toerekenbaar tekort in de nakoming van haar verplichtingen. Een dergelijk tekortschieten kan, zoals hiervoor is overwogen, aan Doeland worden tegengeworpen.

Ook wanneer Allstate zich er jegens [A] met succes op kan beroepen dat zij niet gehouden is tot betaling omdat Interkeukengilde of Doeland niet alle verplichtingen uit de overeenkomst tussen Allstate en Interkeukengilde stipt is nagekomen, is Doeland

-zoals hiervoor is overwogen- echter aansprakelijk.

De reden van de niet betaling door Allstate kan, nu vaststaat dat deze niet gelegen is in het handelen of nalaten van [A], dan ook buiten beschouwing blijven.

3.15 Uit het bovenstaande volgt dat Doeland schadeplichtig is jegens [A]. De door [A] geleden schade is gelijk aan het bedrag dat hij van Allstate zou hebben ontvangen op grond van de cashback actie, EUR 10.210,06, het bedrag van de koopsom.

ongerechtvaardigde verrijking / matiging

3.16 Doeland heeft zich tegen de vordering van [A] verweerd met een beroep op ongerechtvaardigde verrijking. Wanneer de vordering van [A] toewijsbaar zou zijn, stelt ze, heeft [A] niets betaald voor de keuken, terwijl zij een keuken heeft moeten leveren en over de koopprijs van de keuken 15% premie heeft afgedragen zonder daar een vergoeding voor te ontvangen. De destijds door [A] aan haar betaalde koopsom, dient ze nu immers aan hem terug te betalen.

De rechtbank volgt Doeland niet in deze stelling. Van ongerechtvaardigde verrijking is geen sprake, nu de vordering van [A] op Doeland zijn grondslag vindt in de overeenkomst tussen partijen. [A] ontvangt na betaling van de vordering niet meer dan hij op grond van de overeenkomst diende te ontvangt, te weten de koopsom van de keuken. Dat hij daarmee (zoals hem overigens ook in de door Doeland gehanteerde folder in het vooruitzicht was gesteld), op termijn, een gratis keuken heeft ontvangen, doet daaraan niet af en kan hem door Doeland niet worden tegengeworpen.

3.17 In de procedure bij de rechtbank Arnhem hebben de leveranciers, waaronder Doeland, zich op matiging beroepen. Doeland heeft de rechtbank verzocht de in die procedure door haar aangevoerde feiten en argumenten, zoals die blijken uit de door haar overgelegde conclusie van antwoord in die procedure, in deze procedure als herhaald en ingelast te beschouwen. De rechtbank gaat er van uit dat zij daarmee ook het oog heeft gehad op het matigingsverweer. De rechtbank zal dat verweer dan ook bespreken.

3.18 Doeland kan zich, naar uit de tekst van artikel 6: 109 BW volgt, alleen met succes op matiging beroepen indien toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Deze maatstaf noopt de rechter, zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 28 mei 1999 (NJ 1999/510) heeft overwogen, tot een terughoudend gebruik van zijn matigingsbevoegdheid.

Tegen die achtergrond ziet de rechtbank in hetgeen Doeland heeft aangevoerd onvoldoende reden om de verplichting tot schadevergoeding te matigen. Dat [A] een goede keuken heeft ontvangen, zoals Doeland stelt, staat niet ter discussie. [A] mocht op grond van de koopovereenkomst echter ook niet anders verwachten, zodat daarin geen reden gelegen is om de door [A] geleden schade als gevolg van de tekortkoming in een andere verplichting -die tot terugbetaling van de koopsom na vijf jaren- te matigen. Dat Doeland bij betaling van volledige schadevergoeding per saldo forse schade lijdt, ook omdat zij premie heeft betaald over de koopsom, vormt evenmin -zonder bijkomende omstandigheden- een reden voor matiging. Het is niet ongebruikelijk dat de schadeplichtige die tot schadevergoeding gehouden is daardoor financieel nadeel lijdt. Een en ander zou wellicht anders zijn wanneer Doeland door toewijzing van deze vordering in ernstige financiële problemen zou komen. Doeland heeft op dit punt echter onvoldoende gesteld. De enkele, verder niet uitgewerkte, verwijzing naar de draagkracht van partijen is in elk geval onvoldoende.

conclusies

3.19 De slotsom is dat [A] uit hoofde van de cashback actie een vordering op Doeland heeft van EUR 10.210,06. Omdat deze vordering reeds nu in deze procedure, zonder dat bewijslevering of het vertrekken van nadere informatie noodzakelijk is, kan worden vastgesteld, is verrekening met de vordering van Doeland in conventie mogelijk. Van de vordering van Doeland in conventie is dan ook slechts een bedrag van EUR 1.454,59 (rechtsoverweging 3.4) toewijsbaar.

3.20 In reconventie heeft [A] een verklaring voor recht gevorderd. Zonder nadere toelichting, die echter ontbreekt, valt niet in te zien welk belang [A] bij de gevorderde verklaring voor recht heeft naast zijn vordering tot schadevergoeding en het door hem gevoerde verrekeningsverweer. De rechtbank zal de daartoe strekkende vordering dan ook afwijzen.

Ook de geldvordering is -daargelaten dat deze vordering, gedeeltelijk, voorwaardelijk is ingesteld- niet toewijsbaar. Van de vordering is de hoofdsom, EUR 10.210,06, door verrekening tenietgegaan. De gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten waren niet toewijsbaar (rechtsoverweging 3.4). Over het totale bedrag, EUR 11.664,65, heeft [A] nog eens buitengerechtelijke kosten gevorderd. Het betreft een bedrag van EUR 1.749,70. Zowel de noodzaak als de omvang van de (dubbele) buitengerechtelijke kosten zijn echter onvoldoende onderbouwd. De rechtbank is niet gebleken van relevante buitengerechtelijke inspanningen betreffende de vordering van [A] op Doeland. Dergelijke werkzaamheden liggen gelet op de toegepaste verrekening ook niet voor de hand. Deze vordering van [A] is dan ook niet toewijsbaar.

3.21 In conventie is Doeland grotendeels in het ongelijk gesteld. Om die reden wordt Doeland in de kosten van het geding in conventie veroordeeld.

In reconventie zijn de vorderingen afgewezen. Ook in reconventie was de centrale vraag of Doeland schadeplichtig was. Die vraag is in het voordeel van [A] beantwoord. Alleen om "technische redenen" -het in conventie gevoerde verrekeningsverweer werd gehonoreerd, zodat aan de voorwaardelijke vordering niet kon worden toegekomen- werd een belangrijk deel van de reconventionele vordering niet toegewezen. De rechtbank ziet in een en ander aanleiding de proceskosten in reconventie te compenseren.

BESLISSING

in conventie:

[A] wordt veroordeeld om aan Doeland te betalen een bedrag van EUR 1.454,59 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 december 2001 tot aan het tijdstip van voldoening der vordering.

Doeland wordt veroordeeld in de kosten van het geding in conventie. Deze kosten worden, voor zover tot op heden aan de zijde van [A] gevallen, bepaald op

EUR 1.199,00.

Deze veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

in reconventie

De rechtbank wijst de vorderingen af.

De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd, in die zin dat partijen elk de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Hek en is in het openbaar uitgesproken op woensdag 2 maart 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.