Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2005:AS9415

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-02-2005
Datum publicatie
09-03-2005
Zaaknummer
258974 CV 04-15026
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak, Dexiazaak, Dexia moet informatie geven omtrent de door haar t.b.v. gedaagde verkregen aandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E – L E L Y S T A D

sector kanton – locatie Lelystad

Zaaknr.: 258974 CV 04-15026

datum : 23 februari 2005

Vonnis in de zaak van:

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij in conventie, tevens voorwaardelijke conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde IJzerman & Van Lohuizen Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[X],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie, tevens voorwaardelijke conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. H.J. Tulp.

Partijen worden hierna Dexia en [X] genoemd.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding;

- een conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, tevens houdende (niet incidenteel) verzoek tot verwijzing van de zijde van [X];

- conclusie van repliek in conventie, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte voorwaardelijke wijziging van eis in conventie van de zijde van Dexia;

- een conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens akte wijziging eis van de zijde van [X];

- een conclusie van dupliek in reconventie van de zijde van Dexia;

- een akte uitlating van de zijde van [X];

- een vonnis van deze rechtbank, sector civiel, van 17 november 2004, waarbij de zaak in de stand waarin deze zich bevindt is verwezen naar de rolzitting van woensdag 15 december 2004 van de sector kanton van deze rechtbank, locatie Lelystad.

Het geschil

In conventie:

De vordering van Dexia strekt ertoe dat [X] zal worden veroordeeld om aan Dexia te betalen de som van € 24.603,54 vermeerderd met de contractuele rente van 0.96 % per maand, althans de wettelijke rente, over € 22.621,05 vanaf 5 september 2003 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [X] in de proceskosten.

Voorwaardelijk, voor het geval dat de vordering in conventie wordt afgewezen en geoordeeld wordt dat de lease-overeenkomst buitengerechtelijk is vernietigd of ontbonden of dat in de vordering van [X] in reconventie een verzoek tot ontbinding wordt gelezen en dit verzoek geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, heeft Dexia de veroordeling van [X] gevorderd tot betaling van een bedrag gelijk aan het verschil tussen de aankoopwaarde van de in artikel 1 van de lease-overeenkomst genoemde effecten minus de aankoopwaarde van bedoelde effecten op de datum van verkoop, met veroordeling van [X] in de proceskosten.

[X] heeft, de vorderingen, zowel in conventie als in voorwaardelijke conventie, betwist met conclusie dat Dexia in haar vorderingen niet ontvankelijk wordt verklaard, althans dat die haar worden ontzegd, met veroordeling van Dexia in de proceskosten.

[X] heeft voorts in conventie geconcludeerd:

a) voor recht te verklaren dat de overeenkomst vernietigd is door de brief van de echtgenoot van [X] aan Dexia van 13 februari 2003, althans deze te vernietigen op grond van dwaling;

b) de overeenkomst te ontbinden, c.q. ontbonden te verklaren wegens wanprestatie;

c) voorwaardelijk, namelijk indien de rechtbank het beroep van [X] op vernietiging c.q. nietigverklaring wegens dwaling zou toewijzen, en Dexia zich terzake zou beroepen op artikel 6:278 BW, dit beroep van Dexia af te wijzen, althans de overeenkomst te wijzigen op de voet van artikel 6:230 lid 2 BW in dier voege dat het nadeel dat [X] door haar dwaling heeft geleden (de door haar betaalde € 8.237,11 enerzijds en de ontstane schuld door Dexia anderzijds) wordt opgeheven;

d) subsidiair: de gevraagde uitvoerbaarheid bij voorraad af te wijzen;

e) subsidiair: voor het geval bij tussenvonnis aan [X] enige bewijslast wordt toebedeeld en/of de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen te bepalen dat tegen dat tussenvonnis tussentijds appel openstaat;

f) subsidiair: bij gehele of gedeeltelijke veroordeling bij voorraad van [X] tot betaling aan Dexia te bepalen dat Dexia zekerheid moet stellen als omschreven in punt 19 van de conclusie;

In reconventie:

De vorderingen van [X], na wijziging, strekken ertoe:

a) voor recht te verklaren dat de overeenkomst nietig is, althans de overeenkomst te vernietigen;

b) voor recht te verklaren dat de overeenkomst ontbonden is, althans de overeenkomst te ontbinden;

c) voor recht te verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [X] en gehouden is haar schade te vergoeden;

d) Dexia te gelasten schriftelijk nader te motiveren (i) of, en zo ja, op welke wijze, de opbrengst van de Ahold-claim aan [X] ten goede is gekomen, (ii) dat zij de aandelen, die zij op grond van de overeenkomst moest kopen, daadwerkelijk heeft gekocht, alsmede (iii) de aan- en verkoopkoersen bekend te maken, een en ander onder overlegging van justificatoire bescheiden;

e) Dexia te veroordelen tot betaling van de door [X] aan haar betaalde bedragen ad € 8.237,11, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van het nemen van de conclusie van eis in reconventie;

f) Dexia te gebieden binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis de inschrijving en achterstandscodering ten laste van [X] bij het BKR te doen doorhalen, door het BKR te verzoeken deze inschrijving door te halen als ten onrechte te zijn geschied, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Dexia daarmee in gebreke blijft;

g) subsidiair Dexia te veroordelen tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet terzake onjuiste afrekenkoers;

h) voorwaardelijk, namelijk indien de rechtbank wel het beroep op dwaling door [X] in reconventie gevorderde vernietiging, c.q. nietigverklaring de tussen partijen gesloten overeenkomst te wijzigen op de voet van artikel 6:230 lid 2 BW in dier voege dat het nadeel dat [X] door haar dwaling heeft geleden (de door haar betaalde € 8.237,11 enerzijds en de ontstane schuld voor Dexia anderzijds) wordt opgeheven.

i) Dexia te veroordelen in de proceskosten.

Dexia heeft de vorderingen betwist met conclusie dat [X] in haar vorderingen niet ontvankelijk zal worden verklaard, althans dat die haar worden ontzegd, met veroordeling van [X] in de proceskosten.

De vaststaande feiten

In conventie, voorwaardelijke conventie en in reconventie

1.

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken –mede op grond van de inhoud van de overgelegde producties, voorzover die niet is betwist- het volgende vast:

1.1

Dexia is rechtsopvolgster van Bank Labouchere N.V. Met Dexia wordt hierna ook Bank Labouchere bedoeld.

1.2

Op of omstreeks 3 mei 2000 (onder contractnummer 74408730) is tussen Dexia en [X] een overeenkomst van effectenlease, aangeduid als het product “WinstVerDriedubbelaar”, tot stand gekomen. Hierna zal de effectenlease overeenkomst “de overeenkomst” worden genoemd. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing, te weten de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease.

1.3

De overeenkomst komt er op neer dat [X] geld leent van Dexia waarmee Dexia voor risico van [X] aandelen koopt. Na afloop van de looptijd van de overeenkomst, gedurende welke [X] maandelijks rente betaalt over het geleende bedrag, heeft [X] de keuze tussen 1) verlenging van de overeenkomst, 2) uitlevering van de aandelen tegen aflossing van de lening en 3) verkoop van de aandelen en aflossing van de lening (onder verrekening van de verkoopprijs).

1.4

Volgens de overeenkomst bedraagt het totale bedrag waarmee de aandelen worden aangekocht € 39.042,00. De totaal overeengekomen leasesom bedraagt € 47.233,80. Het gedurende 36 maandtermijnen door [X] te betalen maandbedrag bedraagt € 227,55. Daarnaast dient zij op of omstreeks de 35E maand nog een bedrag van f 100,00 te betalen. [X] heeft in totaal € 8.237,11 aan Dexia betaald.

1.5

De looptijd van de overeenkomst is verstreken. In verband daarmee heeft Dexia (na verkoop door haar van de aandelen) aan [X] een eindafrekening gezonden voor een totaalbedrag van € 22.621,05.

1.6

[X] is gehuwd. Haar echtgenoot heeft bij schrijven van 13 februari 2003 met een beroep op artikel 1:89 BW de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd.

1.7

Dexia heeft de overeenkomst bij het Bureau Kredietregistratie (BKR) in Tiel laten registreren. Zij heeft ook laten registreren dat er een achterstand in de betaling is. Om laatstgemelde reden heeft de overeenkomst een A-codering gekregen.

De beoordeling van het geschil

In conventie, voorwaardelijke conventie en in reconventie

2.1

De kantonrechter stelt voorop dat [X] niet ontvangen kan worden in haar in conventie ingestelde tegenvorderingen. Dergelijke vorderingen moeten bij eis in reconventie worden ingesteld.

2.2

In conventie heeft Dexia gevorderd dat [X] veroordeeld zal worden om aan haar te betalen het bedrag van de eindafrekening, te vermeerderen met de over de periode 2 mei 2003 tot en met 4 september 2003 vervallen contractuele rente (volgens Dexia € 792,49 bedragende), de vanaf 5 september 2003 nog te vervallen contractuele dan wel wettelijke rente en een bedrag van € 1.190,00 wegens buitengerechtelijk incassokosten.

2.3

[X] heeft ten verwere onder meer aangevoerd dat volgens hardnekkige geruchten Dexia in vele gevallen niet de contractueel met de klant overeengekomen aandelen voor de klant heeft gekocht, maar deze positie slechts met over de counter opties heeft afgedekt. Volgens [X] gaat het niet zomaar om losse geruchten nu Dexia in haar geval niet voldaan heeft aan de verplichting ex artikel 35, althans artikel 34 van de Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer 1999 om aan [X] tenminste eenmaal per kwartaal een effectennota uit ter reiken. [X]’s stellingen komen er voorts op neer dat Dexia mogelijk haar verbintenis jegens [X] tot aankoop van de in de overeenkomst gemelde aandelen niet is nagekomen en dat [X] mogelijk thans derhalve moet opdraaien voor een feitelijk niet door Dexia geleden verlies. Op basis van deze stellingen heeft [X] in reconventie gevorderd dat Dexia zal worden veroordeeld om schriftelijk nader te motiveren dat Dexia de aandelen, die zij op grond van de overeenkomst moest kopen, daadwerkelijk heeft gekocht.

2.4

Hoewel voormeld verweer in feite nagenoeg uitsluitend is gebaseerd op hardnekkige geruchten

en een dergelijk verweer in het algemeen bij gebreke van voldoende onderbouwing gepasseerd

zou moeten worden, is de kantonrechter niettemin van oordeel dat aan dit verweer in dit geval niet zonder meer voorbij gegaan kan worden.

Het is niet goed in te zien is hoe [X] haar stelling dat Dexia de aandelen niet heeft aangekocht nog anders zou kunnen onderbouwen dan aan de hand van hardnekkige geruchten, zulks terwijl het voor Dexia toch betrekkelijk eenvoudig moet zijn om aannemelijk te maken dat zij de aandelen wèl heeft verworven. Dexia heeft dit echter op geen enkele wijze gedaan. Daarbij komt dat het door [X] geschetste scenario van aankoop van over de counter gekochte opties in plaats van aandelen voorshands niet zonder meer onaannemelijk voorkomt. De kantonrechter ziet daarom, en mede gelet op de verstrekkende gevolgen van het verweer, aanleiding zich nader door Dexia te laten informeren omtrent de aankoop van de overeengekomen aandelen. In verband hiermee zal de zaak worden verwezen naar na te melden rolzitting teneinde Dexia in de gelegenheid te stellen schriftelijke –geadstrueerd met objectief verifieerbare (dus niet louter interne) stukken- inlichtingen te verstrekken omtrent de wijze en de data waarop de overeengekomen aandelen ten behoeve van [X] door Dexia zijn verworven. [X] zal daarna bij akte mogen reageren.

2.5

In afwachting van het verstrekken van voormelde inlichtingen zal verder iedere beslissing worden aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie, voorwaardelijke conventie en in reconventie

- stelt Dexia in de gelegenheid bij akte op de rolzitting van woensdag 23 maart 2005 te 11.00

uur inlichtingen te verstrekken omtrent de wijze en de data waarop de met [X]

overeengekomen aandelen zijn verworven;

- houdt verder iedere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. M.J.C.M. Manders, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.