Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2005:AS4887

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-02-2005
Datum publicatie
04-02-2005
Zaaknummer
225959 CV 04-1855
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak, arbeidsovereenkomst, tantième na degradatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E – L E L Y S T A D

sector kanton – locatie Lelystad

zaaknr.: 225959 CV 04-1855

datum : 2 februari 2005

Vonnis in de zaak van:

[EISER],

wonende te[woonplaats],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde mr. B.M. van Ham-Oude Elferink, advocaat te Emmeloord,

tegen

de besloten vennootschap

HAMEL METAAL BV,

gevestigd te Almere,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. R. Zwiers, advocaat te Almere.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding

- het antwoord van de gedaagde partij en de eis in reconventie

- de nadere toelichting van partijen zowel in conventie als in reconventie.

Het geschil

in conventie:

[EISER] heeft aanvankelijk gevorderd de veroordeling van Hamel Metaal, uitvoerbaar bij voorraad, om aan hem te betalen de tantième van twee maandsalarissen à € 5.138,--, oftewel in totaal € 10.276,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2004 tot de betaling, en in de proceskosten.

Bij repliek heeft [EISER] zijn eis vermeerderd met de vordering om voor recht te verklaren dat Hamel Metaal aan hem verschuldigd is de hem op grond van artikel 18 van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, zoals gesloten in 1998, toekomende tantième zodra de jaarcijfers over 2003 en 2004 zijn vastgesteld en hem terzake een specificatie te verstrekken.

Hamel Metaal heeft verweer gevoerd, strekkende tot afwijzing van de vordering.

in reconventie:

Hamel Metaal heeft gevorderd de gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst van partijen en wel in dier voege dat artikel 18 van deze arbeidsovereenkomst komt te vervallen en te bepalen dat deze ontbinding terugwerkt tot en met 1 januari 2002 en/of de gevolgen van deze arbeidsovereenkomst te wijzigen in dier voege dat [EISER] vanaf 1 januari 2002 niet langer aanspraak kan maken op de tantième als bedoeld in artikel 18 van de arbeidsovereenkomst van partijen.

[EISER] heeft verweer gevoerd, strekkende tot afwijzing van de vordering.

De beoordeling

in conventie en in reconventie:

1.

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende gemotiveerd bestreden, alsmede op grond van de in zoverre niet of onvoldoende betwiste inhoud van de overgelegde bescheiden het volgende vast.

1.1

[EISER] is op 1 september 1998 bij Hamel Metaal in dienst getreden als commercieel manager. De daaraan ten grondslag liggende arbeidsovereenkomst gold voor onbepaalde tijd.

1.2

Op grond van artikel 18 van voormelde arbeidsovereenkomst kwam [EISER] vanaf boekjaar 1998 management-tantième toe.

1.3

[EISER] heeft op aandringen van Hamel Metaal met ingang van 1 juni 2000 de functie aanvaard van hoofd verkoop buitendienst.

1.4

Bij brief van 4 juli 2003 heeft Hamel Metaal aan [EISER] –onder meer- bevestigd dat [EISER], vanwege onvoldoende geschiktheid voor de functies van commercieel manager en hoofd verkoop buitendienst, met ingang van 1 januari 2002 is benoemd in de functie van accountmanager en dat [EISER] vanaf die datum ook feitelijk als zodanig werkzaamheden is gaan verrichten. Zij heeft [EISER] daarbij verzocht alsnog de desbetreffende functiebeschrijving voor akkoord te ondertekenen en aan haar afdeling personeelszaken te retourneren. Voorts heeft zij [EISER] meegedeeld dat de tantièmeregeling, zoals bij zijn indiensttreding was overeengekomen, is komen te vervallen, omdat deze arbeidsvoorwaarde gekoppeld was aan de functie van commercieel manager en aan die van hoofd verkoop buitendienst, maar [EISER] in de functie van accountmanager geen recht meer heeft op tantième.

1.5

[EISER] heeft na daartoe strekkend schriftelijk rappèl d.d. 8 oktober 2003 de functiebeschrijving van accountmanager op 14 oktober 2003 ondertekend. Deze functiebeschrijving vermeldt de aantekening dat zij per 1 januari 2002 actueel is.

1.6

[EISER] heeft bij brief van 8 oktober 2003 opgemerkt dat de door Hamel Metaal genoemde ingangsdatum van 1 januari 2002 niet correct is, omdat hij reeds in 2001 op verzoek van de toenmalige directeur geleidelijk de functie van accountmanager is gaan vervullen en mitsdien

niet correct is dat hij per 1 januari 2002 in die functie is benoemd. Bovendien, aldus [EISER] aan Hamel Metaal, is hij die functie niet gaan uitoefenen wegens ongeschiktheid voor de functie van hoofd verkoop buitendienst, maar om de verkoop meer kracht bij te zetten en met behoud van alle emolumenten.

1.7

[EISER] heeft aan Hamel Metaal kenbaar gemaakt met ingang van 8 december 2004 gebruik te willen maken van de voor hem geldende prepensioenregeling.

2.

Volgens [EISER] heeft hij op grond van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst recht op uitbetaling van tantième, zoals deze is vastgelegd, omdat de arbeidsovereenkomst nimmer is gewijzigd, noch anderszins nadere afspraken zijn gemaakt omtrent salariëring en tantième en Hamel Metaal niet eenzijdig de in dat opzicht geldende afspraken kan wijzigen. [EISER] meent dat artikel 18 van de arbeidsovereenkomst bovendien geen opening biedt om de uitkering van tantième te koppelen aan de functie die hij uitoefent, of aan zijn functioneren.

3.

Hamel Metaal heeft zich op het standpunt gesteld dat [EISER] geen tantième toekomt, omdat de desbetreffende regeling is gekoppeld aan het uitoefenen van een leidinggevende functie en de functie van accountmanager geen leidinggevende functie is; zij heeft de arbeidsvoorwaarden van [EISER] na de laatste functiewijziging aangepast teneinde deze zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de voorwaarden die gelden voor de functie van accountmanager, in dier voege dat zij de tantièmeregeling heeft laten vervallen.

4.

Bij de beoordeling van het geschil moet ervan worden uitgegaan dat ten tijde dat [EISER] (volledig) de functie van accountmanager ging vervullen geen –nadere- afspraken zijn gemaakt over de arbeidsvoorwaarden. Voorts kan ervan worden uitgegaan dat [EISER] in ieder geval vanaf 1 januari 2002 voltijds de werkzaamheden van accountmanager is gaan verrichten, nu ook [EISER], en wel reeds in het exploot van dagvaarding, dat heeft gesteld en bovendien de hem toegezonden functiebeschrijving, met de daarop gestelde aantekening dat deze actueel is per 1 januari 2002, heeft getekend.

5.

[EISER] heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist dat geen van de overige bij Hamel Metaal werkzame (senior) accountmanagers het salaris verdien(d)en dat hij verdiende en dat er een aanmerkelijk verschil bestond tussen die salarissen en evenmin dat de andere accountmanagers niet de kosteloze beschikking hadden over een bedrijfsauto, noch dat voor hen de tantièmeregeling niet van toepassing was. In dit geding moet daarom worden aangenomen dat er een aanmerkelijk verschil in beloning bestond voor het verrichten van de werkzaamheden van hoofd verkoop buitendienst en die van accountmanager. Onder deze omstandigheden heeft [EISER], naar het oordeel van de kantonrechter, niet zonder meer erop mogen vertrouwen dat –al dan niet stilzwijgende- aanvaarding van de functie van accountmanager geen gevolgen zou hebben voor de arbeidsvoorwaarden en dan met name die voorwaarden die betrekking hebben op de beloning. Juist omdat gebruikelijk is dat loon naar prestatie, waaronder ook te begrijpen de mate van verantwoordelijkheid die in de ene functie groter is dan in de andere, wordt betaald en daarmee direct verband houdt een verschil in beloning, had het veeleer op de weg van [EISER] gelegen om zich daaromtrent te informeren en had hij niet voetstoots ervan mogen uitgaan dat de dienstbetrekking onder ongewijzigde

voorwaarden zou worden voortgezet. Hamel Metaal heeft ervan mogen uitgaan dat aanvaarding door [EISER] van de functie van accountmanager tevens inhield aanvaarding van de aanpassing van de arbeidsvoorwaarden aan diens nieuwe functie. In elk geval had [EISER] niet zonder meer mogen verwachten dat de tantièmeregeling onverkort van toepassing zou blijven, nu deze regeling blijkens de aanduiding daarvan slechts bedoeld was voor het management. [EISER] heeft niet betwist dat de accountmanagers –ondanks de misleidende functiebenaming- niet tot het management worden gerekend. Weliswaar heeft [EISER] aangevoerd dat hij, buiten de directeur, bij Hamel Metaal de enige werknemer met een tantièmeregeling was, maar nog daargelaten dat Hamel Metaal dit zonder enige weerlegging van de zijde van [EISER] gemotiveerd heeft betwist, maakt dit feit –zo al daarvan zou kunnen worden uitgegaan- het hiervoor overwogene niet anders; de tantièmeregeling was met [EISER] overeengekomen ten tijde dat hij werd aangenomen in de functie van commercieel manager en is in stand gehouden toen [EISER] werd aangesteld als hoofd verkoop buitendienst, die eveneens tot het management werd gerekend.

6.

Dat Hamel Metaal eerst bij brief van 4 juli 2003 en nadat [EISER] om uitbetaling van tantième over 2002 had verzocht aan [EISER] heeft meegedeeld dat zij de tantièmeregeling met ingang van de datum waarop [EISER] de functie van accountmanager is gaan vervullen vervallen achtte, kan aan het voorgaande niet afdoen. [EISER] heeft in elk geval aan het feit dat Hamel Metaal na 1 januari 2002 zijn (beduidend hogere) salaris is blijven betalen en hem niet het gebruik van de bedrijfsauto heeft ontzegd niet het vertrouwen kunnen ontlenen dat hij eveneens aanspraak kon blijven maken op –een pas veel later vast te stellen en uit te keren- tantième.

7.

De kantonrechter is op grond van het hiervoor overwogene van oordeel dat irrelevant is het antwoord op de vraag of aan de laatste functiewijziging van [EISER] al dan niet vooraf is gegaan dat [EISER] als hoofd verkoop buitendienst onvoldoende functioneerde. Ook een ontkennend antwoord maakt niet anders dat [EISER] de functie van accountmanager heeft aanvaard. Hetgeen partijen hierover hebben aangevoerd behoeft daarom geen bespreking.

Het wederzijds gedane en op de daarop toegespitste stellingen betrekking hebbende bewijsaanbod kan op grond van het voorgaande als niet terzake dienende worden gepasseerd.

8.

De slotsom is dat in conventie de vordering van [EISER] moet worden afgewezen, evenals in reconventie de vordering van Hamel Metaal. Waar de inhoud van de arbeidsovereenkomst van partijen niet (langer) wordt bepaald door hetgeen daaromtrent bij de aanstelling van [EISER] als commercieel manager schriftelijk is vastgelegd, heeft Hamel Metaal geen belang bij een gedeeltelijke ontbinding van de aanvankelijk tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst.

9.

In conventie zal [EISER], als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten worden belast. Er is aanleiding in reconventie de proceskosten te compenseren in die zin dat ieder der partijen in zoverre met de eigen proceskosten belast blijft.

De beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

- wijst de vordering van [EISER] af;

- veroordeelt [EISER] in de kosten van de procedure; deze kosten worden, voorzover tot op heden aan de zijde van Hamel Metaal gevallen, bepaald op:

? € 83,70 voor explootkosten;

? € 190,-- voor griffierecht;

? € 680,-- voor salaris van de gemachtigde;

- verklaart de veroordeling in de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie:

- wijst de vordering van Hamel Metaal af;

- compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partijen belast blijft met de aan eigen zijde gevallen proceskosten.

Aldus gewezen door mr. C.M.M. Hoogland-Kelkboom, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 2 februari 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.