Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2005:AS4012

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
27-01-2005
Datum publicatie
27-01-2005
Zaaknummer
245388 CV 04-2144
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak, pensioentoezegging bij einde arbeidsovereenkomst, inhoud toezegging naar oordeel kantonrechter voldoende duidelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E – L E L Y S T A D

sector kanton – locatie Deventer

Zaaknr.: 245388 CV 04-2144

datum : 27 januari 2005

Vonnis in de zaak van:

[EISER],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde mr. S.D. van ’t Hullenaar, werkzaam ten kantore van D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Amsterdam,

rolgemachtigde A. Agterhuis, gerechtsdeurwaarder te Zwolle,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SALLCON BV,

gevestigd en kantoorhoudende te Deventer,

gedaagde partij,

gemachtigde mr. E.F. Muller, advocaat te 7401 HD Deventer, Postbus 6150.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding

- het antwoord van de gedaagde partij

- de nadere toelichting van partijen.

Het geschil

Eiser (hierna: [eiser]) vordert nakoming van een onderdeel van een overeenkomst tussen partijen inzake de beëindiging van hun eerder bestaande dienstverband en restitutie van door hem in het kader van die overeenkomst voorgeschoten bedragen. Gedaagde (hierna: Sallcon) heeft de vorderingen gemotiveerd betwist.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:

a. [eiser], thans X jaar oud, is van [data] in dienst geweest van Sallcon.

b. In verband met een reorganisatie hebben partijen op [datum] met elkaar een overeenkomst gesloten betreffende de beëindiging van het dienstverband van [eiser] per [datum] (hierna kortweg: de beëindigingsovereenkomst), vanaf welke datum [eiser] krachtens de beëindigingsovereenkomst gebruik zou maken van de mogelijkheid van vervroegde pensionering.

2.

[eiser] heeft zijn vordering als volgt, kort samengevat, toegelicht.

Onderdeel van de beëindigingsovereenkomst is een regeling ter opvang van zijn pensioenschade als gevolg van zijn vervroegde pensionering. Op grond van die regeling heeft Sallcon hem gegarandeerd dat hij vanaf zijn 65-ste verjaardag (zijn officiële pensioengerechtigde leeftijd) aanspraak kan maken op een ouderdomspensioen op het niveau dat hij zou hebben bereikt als hij tot zijn 65-ste verjaardag in dienst van Sallcon werkzaam zou zijn gebleven (hierna; de pensioentoezegging). Na het einde van het dienstverband is hem gebleken dat de door Sallcon ter uitvoering van de pensioentoezegging getroffen voorzieningen ontoereikend waren, meer in het bijzonder omdat die voorzieningen tot een opbouw op basis van slechts 35,63 pensioenjaren leiden en zij geen rekening hebben gehouden met de voor hem geldende verhoging van zijn ouderdomspensioen wegens de zogenaamde “FPU-uitruil” en een éénmalige bonus van 40%. Bovendien heeft hij zich genoodzaakt gezien om een deel van de pensioentoezegging voor te financieren door middel van maandelijks te betalen aanvullende pensioenpremie. Die voorgeschoten bedragen vordert [eiser] thans terug.

3.

Sallcon heeft de vordering als volgt, eveneens kort samengevat, weersproken.

De beëindigingsovereenkomst voorziet in een voortgezette opbouw van het pensioen van [eiser] met vier jaren na zijn gebruikmaking van de vervroegde uittredingsregeling. Niet is overeengekomen een compensatie van de “FPU-uitruil” en de 40% bonus voor daadwerkelijk doorwerken tot 65 jaar. Aldus diende bijverzekerd te worden zodanig dat voor [eiser] op zijn 65ste verjaardag 37,63 pensioenjaren waren opgebouwd, en dat is ook het geval. Het voorschieten van maandelijkse premiebedragen is aan [eiser] zelf te wijten. Hem is een verzekeringspolis van Loyalis ter ondertekening voorgelegd, op basis waarvan hem maandelijks die premieverplichting (als onderdeel van de uitvoering van de pensioentoezegging) wordt vergoed. Enkel omdat [eiser] tot op heden nalaat om die polis te ondertekenen en aan de verzekeraar te retourneren ontvangt hij die vergoeding niet en komt die premie dus te zijnen laste.

4.

Bij repliek (onder 5, tweede alinea) gaat [eiser] ervan uit dat de pensioentoezegging voor hem op 65 jaar leidt tot een opbouw op basis van 35,63 pensioenjaren. Bij dupliek, echter, heeft Sallcon een recente e-mail (d.d. 24 oktober 2004) van een zekere heer R. Jager van het ABP overgelegd, waaruit blijkt, dat op dat tijdstip toch het door [eiser] verlangde aantal pensioenjaren van 37,63 is opgebouwd. [eiser] heeft nog geen gelegenheid gehad om op dat stuk te reageren en zal daartoe alsnog de mogelijkheid krijgen.

5.

Er voorshands van uitgaande dat de bij dupliek gestelde pensioenopbouw op basis van 37,63 jaren juist is, gaat het geschil tussen partijen alleen nog om de vraag of de pensioen(-grondslag) verhogende factoren “FPU-uitruil” en de 40% bonus voor het doorwerken tot 65 jaar als onderdeel van de pensioentoezegging moeten worden gecompenseerd. Volgens opgave van [eiser] leidt het niet compenseren van die factoren tot een voor hem nadelig pensioenverschil van € 4.527,11 per jaar vanaf de 65-jarige leeftijd.

6.

De beëindigingsovereenkomst is neergelegd in een brief van Sallcon aan [eiser] van 26 oktober 2001. In die brief is de regeling omtrent de opvang van pensioenschade omschreven in de eerste drie genummerde alinea’s, en wel als volgt:

“1. Sallcon zorgt voor inkoop van 4 extra pensioenjaren voor de hr. [eiser] en garandeert daarmee dat de hr. [eiser] een niveau aan ouderdomspensioen bereikt op zijn 65e jaar, als zou hij tot zijn 65e jaar doorgewerkt hebben.

2. Het inkopen van de 4 pensioenjaren regelt Sallcon via het Abp; hoe dit geregeld wordt is de verantwoordelijkheid van werkgever, zij het dat daarbij uitdrukkelijk wordt overeengekomen dat voor de afsluiting van stamrechten en/of verzekeringen e.d. het jaarsalaris van de hr. [eiser] over 2003 (= het jaar waarin hij gebruik maakt van de FPU, zie punt 4 van de afspraken) bepalend is.

3. Om bij te dragen aan de welvaartsvastheid van het ouderdomspensioen van de hr. [eiser] wordt bij het afsluiten door Sallcon van de stamrechten in 2001 het jaarsalaris van de hr. [eiser] (f. 131.498,-)vermenigvuldigd met een factor 106%.”

7.

[eiser] stelt nu dat deze bepalingen nopen tot een pensioenvoorziening die is berekend op een wijze alsof hij tot zijn 65-ste verjaardag in dienst van [eiser] heeft doorgewerkt, en dus ook aanspraak heeft op de pensioen(-grondslag) verhogende factoren “FPU-uitruil en 40% bonus. Sallcon meent dat deze bepaling meebrengt dat slechts vier extra pensioenjaren moeten worden ingekocht, hetgeen zij heeft gedaan.

8.

De kantonrechter is van oordeel dat de tekst van voormelde bepalingen helder is en dus geen uitleg behoeft via de “Haviltex-redenering”. Immers, in de bepaling onder 1 is niet alleen opgenomen welk doel partijen nastreven, te weten: “dat de hr. [eiser] een niveau aan ouderdomspensieon bereikt op zijn 65e jaar, als zou hij tot zijn 65e jaar doorgewerkt hebben”, maar ook hoe dat doel zal worden bereikt, en wel door: “inkoop van 4 extra pensioenjaren”. Die aanpak wordt dan in de volgende bepaling (onder 2) bevestigd door de woorden: Het inkopen van de 4 pensioenjaren(.. ..)”. Partijen zijn aldus met zoveel woorden overeengekomen dat zij het door [eiser] voorziene pensioenverlies als gevolg van zijn vervroegde uittreding zouden opvangen door de inkoop door Sallcon van vier extra pensioenjaren. Dat zij daarbij wellicht niet volledig waren in hun mogelijke veronderstelling, dat met die inkoop niet ten aanzien van alle pensioenaspecten de fictieve situatie van het doorwerken tot 65 jaar zou worden nagebootst, doet aan die conclusie niet af. Daarbij heeft Sallcon er terecht op gewezen, dat [eiser] met zijn diverse brieven/notities voorafgaande aan en volgende op de op 26 oktober 2001 getroffen regeling deze betekenis van de afspraken alleen maar heeft ondersteund:

a. Memo van [eiser] aan Sallcon van 14 augustus 2001: “(....) Zou ik stoppen met werken op mijn 61e jaar, dan betekent dit dus dat er 4 pensioenjaren bijgekocht moeten worden voor rekening van Sallcon” (....).

b. Memo van [eiser] aan Sallcon van 17 oktober 2001: “(....) Het inkopen van de 4 pensioenjaren op de voorgestelde wijze is prima (....)”. (...) Overigens heb ik te horen gekregen dat ik op mijn 65e jaar toch niet het ouderdomspensioen van fl. 59.216,- zal ontvangen (= het pensioenbedrag als zou ik tot mijn 65e jaar doorwerken). Het wordt een ouderdomspensioen van ca fl. 56.000,- bruto p.j. inclusief AOW, omdat ik gebruik maak van de FPU regeling en mijn ouderdomspensioen daardoor ca fl. 3.000,- per jaar lager uitvalt (informatie Abp). Ik ga daarmee akkoord maar vraag je dan wel in alle redelijkheid om ervoor zorg te dragen dat voor de inkoop van de 4 pensioenjaren het juiste inkomen, d.w.z. mijn inkomen over 2003 als uitgangspunt zal worden genomen (...).”

c. Memo van [eiser] aan Sallcon van 24 oktober 2001: “(....) Met inkopen van de 4 pensioenjaren op de voorgestelde wijze ben ik bereid akkoord te gaan voorzover niet mijn bruto jaarsalaris van 2001 tot uitgangspunt wordt genomen maar mijn salaris over 2003 (= bruto jaarsalaris 2001 x 106-108%).”

d. Brief van [eiser] aan Sallcon van 2 maart 2002: “Dank voor de toezending van het overzicht pensioenopbouw. Met het in deze brief vermelde, door Sallcon gegarandeerde bedrag aan op te bouwen Abp-pensioen als ik 65 word, te realiseren dankzij de inkoop van extra pensioenjaren ten laste van Sallcon, wordt aan de afspraken genoemd in de overeenkomst d.d. 26 oktober 2001 voldaan. Ik ben blij dat de kwestie toch alsnog in goed overleg is opgelost. (...)”

e. Brief van [eiser] aan Sallcon van 11 maart 2002: “(...) Zoals ik je liet weten, zijn we voor wat betreft de garantie van mijn ouderdomspensioen ad € 29.923,40 per jaar door inkoop van extra pensioenjaren voor rekening van Sallcon accoord. (...)”

9.

De onder 8 geciteerde teksten uit brieven en memo’s van [eiser] zelf aan Sallcon laten aan duidelijkheid niets te wensen over: ook [eiser] heeft met zijn medewerking aan de overeenkomst van 26 oktober 2001 het oog gehad op de inkoop van 4 extra pensioenjaren als middel om zijn te verwachten pensioenverlies op te vangen. Uit zijn hiervoor aangehaalde brief van 17 oktober 2001 (die hij op het springende punt met zijn memo van 24 oktober 2001 in feite slechts onderstreepte) blijkt bovendien dat hij voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomst al op de hoogte was van (en instemde met) het feit dat een eventuele vervroegde uittreding een aanzienlijk drukkend effect (f. 3.000,- bruto per jaar) op zijn ouderdomspensioen zou hebben. Bij deze stand van zaken zou, zelfs als de beëindigingsovereenkomst enige uitleg behoefde, toch moeten worden aangenomen dat met name ook [eiser] zelf heel goed heeft beseft dat hij, door het sluiten van de beëindigingsovereenkomst, akkoord ging met een aanvulling van zijn pensioen door de inkoop van vier extra pensioenjaren door Sallcon. Voor zover hij al onvoldoende deskundig zou zijn geweest, zoals hij heeft aangevoerd, kan hij zich daarop thans niet meer beroepen. Enerzijds is dat een omstandigheid die voor zijn risico behoort te komen en anderzijds kan zulks niet te goeder trouw aan Sallcon worden tegengeworpen, met name niet omdat uit de overgelegde correspondentie blijkt dat [eiser] zich tegenover Sallcon regelmatig heeft beroepen op rechtstreekse contacten met het ABP. Hij heeft bovendien erkend dat hij zich op zeker moment tot een verzekeringsdeskundige heeft gewend, en dat hij dat contact vanwege zijn onvrede met diens kennis van zaken heeft verbroken. Ook die ontwikkeling komt voor zijn risico. Hij had ook een andere deskundige kunnen benaderen als hij behoefte had aan advies.

10.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiser] tot veroordeling van Sallcon inzake het treffen van een aanvullende voorziening ter verhoging van zijn ouderdomspensioen wordt afgewezen, tenzij blijkt dat onjuist is wat Sallcon bij dupliek heeft aangevoerd, te weten dat voor [eiser] op zijn 65 jarige leeftijd een ouderdomspensioen is opgebouwd gebaseerd op 37,63 pensioenjaren. Alvorens op het geschil te beslissen zal [eiser] na rolverwijzing de gelegenheid worden geboden om op die stelling, en met name op de daartoe ter onderbouwing overgelegde e-mail van de heer R.Jager van het ABP, te reageren.

11.

De gevorderde terugbetaling van voorgeschoten premies wordt eveneens afgewezen. Bij repliek heeft [eiser] immers erkend, dat hij de desbetreffende door hem maandelijks voorgeschoten premiebedragen eenvoudig gerestitueerd kan krijgen indien en zodra hij de hem ter ondertekening voorgelegde verzekeringspolis ondertekent en aan de verzekeraar retourneert. Hij heeft zijn weigering om daartoe over te gaan verklaard door erop te wijzen dat hij meende door die ondertekening en retournering de indruk te wekken in te stemmen met de door Sallcon getroffen aanvullende pensioenvoorziening ter uitvoering van de beëindigingsovereenkomst. Afgezien van de omstandigheid dat niets [eiser] had belemmerd om die polis te ondertekenen en retour te zenden onder schriftelijk protest of voorbehoud voor wat betreft zijn instemming met de regeling als zodanig, staat aldus vast dat Sallcon volgens de beëindigingsovereenkomst aan haar verplichting tot het voldoen van die aanvullende premie (en wel door een overeenkomst met een verzekeraar) heeft voldaan, en het uitblijven van betaling een gevolg is van een omstandigheid die voor rekening van [eiser] behoort te komen.

12.

De zaak zal naar de rol worden verwezen teneinde [eiser] in de gelegenheid te stellen om zich uit te laten over de (door een productie ondersteunde) stelling van Sallcon dat zij ter uitvoering van de beëindigingsovereenkomst een aanvullende pensioenvoorziening heeft getroffen die ertoe leidt dat [eiser] op zijn 65-ste verjaardag aanspraak heeft op een ouderdomspensioen op basis van 37,63 pensioenjaren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:

- verwijst de zaak naar de rol van donderdag 24 februari 2005 te 10.15 uur teneinde [eiser] in de gelegenheid te stellen om te reageren op de als productie 1 bij de conclusie van dupliek overgelegde kopie e-mail van de heer R. Jager van ABP aan Sallcon en op de door Sallcon aan die productie verbonden stellingen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 27 januari 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.