Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2005:AR8668

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
03-01-2005
Datum publicatie
04-01-2005
Zaaknummer
261431 ER 04-55
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

kantonzaak, machtiging tot verwerping, erfrecht. Omdat wettelijik vertegenwoordiger van minderjarige erfgenamen met de kinderen in Duitsland woont, is in beginsel Duitse rechter bevoegd. In dit geval machtiging door Nederlandse rechter verleend met beroep op art. 9 van Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2005/42 met annotatie van B.E. Reinhartz

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E – L E L Y S T A D

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr.:261431 ER 04-55

datum: 3 januari 2005

BESCHIKKING OP EEN VERZOEK TOT MACHTIGING

OM NAMENS MINDERJARIGEN EEN NALATENSCHAP TE VERWERPEN

ingediend door

[VERZOEKSTER],

wonende te [woonplaats],

verzoekster, in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar na te noemen minderjarige kinderen,

gemachtigde notaris mr. D. Klein te Zwolle.

De procedure

Op 31 december 2004 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift, waarbij verzoekster vraagt te worden gemachtigd om namens haar minderjarige kinderen:

1. [kind 1], geboren te [plaats] op [datum];

2. [kind 2], geboren te [plaats] op [datum] en

3. [kind 3], geboren te [plaats] op [datum]

de nalatenschap te verwerpen van hun vader [erflater], geboren te [plaats] op [datum] en overleden te [plaats] op [datum].

De beoordeling

1.

Uit het verzoekschrift blijkt dat de betrokken minderjarigen al enkele jaren wonen bij hun hertrouwde moeder, net over de grens in Duitsland. Zij zouden sinds de echtscheiding in 1997 en mede door een problematische verhouding tussen de ouders geen geregelde omgang met hun vader hebben gehad.

2.

Volgens de gemachtigde is het saldo van de nalatenschap waarschijnlijk amper voldoende om de begrafeniskosten te dekken. Mede ter vermijding van de verplichtingen die bij beneficiaire aanvaarding op de (wettelijk vertegenwoordiger van de) kinderen als vereffenaars van de boedel rusten, zoals het ontruimen en opzeggen van de huurwoning te [plaats], wordt machtiging tot verwerping verzocht. De kantonrechter begrijpt hieruit dat erflater geen testament heeft gemaakt waarbij een executeur-testamentair is benoemd.

3.

De kantonrechter kan zich in de geschetste omstandigheden goed voorstellen dat de gevraagde machtiging in het belang van de minderjarigen is te achten. In deze zaak heeft de Nederlandse rechter evenwel in beginsel geen rechtsmacht nu de minderjarigen hier te lande geen woon- of verblijfplaats hebben en het machtigingsverzoek een zaak “betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid” is, zoals bedoeld in art. 5 Rv. Voor de inhoud van dat begrip is immers aangeknoopt bij art. 1 lid 2 van het (nog niet voor Nederland in werking getreden) Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 en daaronder vallen de verplichtingen van ouders met betrekking tot de vermogensrechtelijke belangen van minderjarigen.

Overigens wordt ook in de preambule van de Handleiding erfrechtprocedures kantonrechter uitgegaan van de kantonrechter van de woonplaats van de ouder als de bevoegde rechter bij verzoeken op de voet van art. 4:193 lid 1 BW.

4.

In beginsel dient dit verzoek derhalve door de Duitse rechter te worden beoordeeld, evenwel onverminderd art. 1 Rv, dat voorrang geeft aan verdragsbepalingen.

In het onderhavige geval is de kantonrechter van oordeel dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die aan de Nederlandse rechter de mogelijkheid bieden om op het verzoek te beslissen op de voet van art. 9 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961. De nalatenschap waarvan de betrokken minderjarigen behoudens verwerping erfgenaam zijn, bevindt zich in Nederland en de goederen van de erflater bevinden zich in een huurwoning, die door de vereffenaar(-s) met de nodige voortvarendheid, zulks gelet op het vermoedelijke saldo van de nalatenschap, zal moeten worden ontruimd en opgezegd. Dit kan in alle redelijkheid niet van de minderjarigen, noch van hun wettelijk vertegenwoordiger worden verlangd, zowel met het oog op de emotionele belasting in de gegeven familieverhouding als vanwege de feitelijke afstand tussen hun woonplaats en de woning van erflater. Daarbij is onduidelijk binnen welke termijn de Duitse rechter zal kunnen beslissen op een bij hem in te dienen verzoek tot machtiging.

Daarmee is de zaak naar het oordeel van de kantonrechter voldoende spoedeisend om, ter noodzakelijke bescherming van de betrokken minderjarigen, de machtiging tot verwerping te verlenen.

5.

De kantonrechter wijst de gemachtigde er wellicht ten overvloede op dat de machtiging ingevolge art. 9 lid 2 van eerdergenoemd verdrag uit 1961 haar kracht verliest zodra de bevoegde Duitse rechter een maatregel zou treffen, tenzij de machtiging reeds uitwerking heeft gehad. Dat laatste zal het geval zijn zodra met gebruikmaking van deze machtiging de verklaring van verwerping is aangetekend in het boedelregister van de laatste woonplaats van erflater.

De beslissing

De kantonrechter:

- verleent verzoekster de gevraagde machtiging tot verwerping van de nalatenschap van Petrus Franciscus van Baarle voornoemd.

Aldus gegeven door mr. M.E.L. Fikkers, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 3 januari 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan, behoudens berusting, hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dagtekening van deze eindbeschikking door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het gerechtshof Arnhem.