Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2004:AR6643

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
03-11-2004
Datum publicatie
30-11-2004
Zaaknummer
86440 / HA ZA 03-573
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewijs. Causaal verband voorshands, behoudens tegenbewijs, bewezen geacht. Opposante, toegelaten wordt tot het leveren van tegenbewijs, verzoekt de rechtbank een deskundige te benoemen. Taak van door rechtbank benoemde deskundige is (primair) voorlichting van de rechtbank en niet het leveren van (tegen)bewijs. Opposante wordt (alsnog) in de gelegenheid gesteld een deskundigenrapport in het geding te brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Enkelvoudige handelskamer

Zaaknr/rolnr: 86440 / HA ZA 03-573

Uitspraak: 3 november 2004

V O N N I S

in de zaak, aanhangig tussen:

de besloten vennootschap EXEL'S AANNEMINGSBEDRIJF LEMELE B.V.,

gevestigd te Lemele,

opposante,

procureur mr. H.J. Schaatsbergen,

advocaat mr. B.M. Breedijk te Amsterdam,

en

[geopposeerde],

wonende te [woonplaats],

geopposeerde,

procureur mr. C. Borstlap,

advocaat mr. E.D. Breuning ten Cate te Almelo.

PROCESGANG

In deze zaak heeft de rechtbank op 14 juli 2004 een tussenvonnis gewezen. Partijen hebben vervolgens de volgende stukken gewisseld:

- een akte aan de zijde van Exel's;

- een antwoordakte aan de zijde van [geopposeerde].

Tenslotte is op verzoek van partijen vonnis bepaald.

MOTIVERING

1 In het vonnis van 14 juli 2004 heeft de rechtbank overwogen dat [geopposeerde] geslaagd is in het bewijs van zijn stelling dat de scheuren in zijn woning pas (kort) na de heiwerkzaamheden ontstaan zijn. In dat vonnis heeft de rechtbank tevens overwogen dat zij, nu [geopposeerde] dit bewijs geleverd heeft, voorshands -behoudens door Exel's te leveren tegenbewijs- het door Exel's betwiste causaal verband tussen de heiwerkzaamheden en de (kort daarna ontstane) scheuren bewezen acht. De rechtbank heeft Exel's in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of, en zo ja op welke wijze, zij dat bewijs wenst te leveren.

2 Exel's heeft in haar akte gesteld dat zij bereid en in staat is tegenbewijs te leveren door een onderzoek van een rechtbankdeskundige. Zij heeft de rechtbank verzocht een deskundige te benoemen, die slechts één vraag zou behoeven te beantwoorden: bestaat er oorzakelijk verband tussen de door Exel's uitgevoerde werkzaamheden en de in het pand van [geopposeerde] geconstateerde scheurschade.

[geopposeerde] heeft in zijn antwoordakte betoogd dat het verzoek om een deskundige te benoemen tardief is en verworpen dient te worden.

3 De rechtbank stelt voorop dat het haar voorkomt dat Exel's miskent dat de (primaire) taak van een door de rechter benoemde deskundige de voorlichting van de rechter is en niet het leveren van bewijs door één van beide partijen. Juist om die reden heeft de rechter bij een beslissing op een verzoek van één van partijen tot benoeming van een deskundige een discretionaire bevoegdheid. Dat geldt zeker wanneer de rechter, zoals hier, reeds beslist heeft dat het bewijs betreffende het punt waarover een deskundigenbericht gevraagd wordt voorshands geleverd is, maar dat daartegen tegenbewijs geleverd mag worden. Het alsnog benoemen van een deskundige in het kader van het te leveren tegenbewijs zou er dan, welbeschouwd, op neerkomen dat de rechter terugkomt op zijn beslissing dat het bewijs voorshands, behoudens tegenbewijs, geleverd is. Het is aan de partij die tegenbewijs dient te leveren, en dat wil doen middels een deskundigenrapport, om in dat geval zelf zorg te dragen voor een dergelijk rapport. Eventueel kan de rechter in dat rapport aanleiding zien om alsnog zelf een deskundige te benoemen.

4 Zoals de rechtbank in het vonnis van 14 juli 2004, maar ook al in het vonnis van 1 oktober 2003, overwogen heeft, acht zij met het bewijs dat de scheuren kort na de heiwerkzaamheden ontstaan zijn voorshands, behoudens tegenbewijs, bewezen dat sprake is van causaal verband tussen de heiwerkzaamheden en de scheuren. De rechtbank heeft derhalve al beslist over de causaliteitsvraag zonder het oordeel van een deskundige noodzakelijk of wenselijk te achten. De rechtbank ziet geen aanleiding om op dit oordeel terug te komen. Exel's heeft ook niets aangevoerd dat daartoe aanleiding zou kunnen geven. Om die reden zal de rechtbank, mede in het licht van hetgeen in rechtsoverweging 3 is vooropgesteld, het verzoek van Exel's om een deskundige te benoemen afwijzen.

5 Voor zover het verzoek van Exel's (ook) moet worden opgevat als een verzoek om haar in de gelegenheid te stellen zelf tegenbewijs te leveren middels het in het geding brengen van een deskundigenrapport, zal de rechtbank dit verzoek toestaan. Anders dan [geopposeerde] betoogt, is dat verzoek niet tardief. Exel's heeft het verzoek gedaan nadat de rechtbank zich een oordeel had gevormd over het door Schoenmaker geleverde bewijs, had beslist dat dat bewijs geleverd was en dat daarmee ook het causaal verband tussen de scheurvorming en de heiwerkzaamheden voorshands bewezen was. Het was niet opportuun voor Exel's eerder een dergelijk verzoek te doen. Dat het verzoek, mogelijk vanwege een onjuiste opvatting van Exel's over de betekenis van een (rechtbank) deskundige enigszins onduidelijk is geformuleerd, doet hieraan niet af.

6 De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen. Exel's dient, wanneer zij dat wenst, bij akte een deskundigenrapport in het geding te brengen. Bovendien dient zij in die akte te reageren op hetgeen door [geopposeerde] is gesteld over de schade en op de door [geopposeerde] in dat kader in het geding gebrachte stukken. [geopposeerde] kan bij antwoordakte op de akte van Exel's reageren.

7 De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

BESLISSING

De rechtbank verwijst de zaak naar de zitting van woensdag 15 december 2004 voor akte aan de zijde van Exel's en naar de zitting van woensdag 26 januari 2005 voor antwoordakte aan de zijde van [geopposeerde].

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Hek en in het openbaar uitgesproken op woensdag 3 november 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.