Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2004:AR5890

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
19-10-2004
Datum publicatie
18-11-2004
Zaaknummer
245989 VV 04-26
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

kantonzaak, arbeidsrecht. vraag of anciënniteitsbeginsel ook geldt wanneer ex-werkgever binnen de 26-wekentermijn niet voor alle werknemers werk heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2005, 31
JAR 2005/1
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K Z W O L L E - L E L Y S T A D

sector kanton – locatie Deventer

zaaknr. : 245989 VV EXPL 04-26

datum : 19 oktober 2004

Kort geding vonnis in de zaak van:

[EISENDE PARTIJ],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

verder ook te noemen: [eisende partij],

gemachtigde: mr. M. Noot, advocaat te 7413 BV Deventer, Burgemeester van Heemstralaan 48,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CROKY CHIPS B.V.,

gevestigd te Bergen op Zoom,

gedaagde partij,

verder ook te noemen: Croky Chips,

gemachtigde: mr. B.S. Hagemann, advocaat te 1070 AB Amsterdam, postbus 75084.

Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

-de dagvaarding

-het antwoord van gedaagde

-de overgelegde producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 september 2004.

Verschenen zijn:

-eiseres,

-mevrouw J. de Groot, human resourcemanager van Croky Chips,

-beide gemachtigden.

Partijen hebben hun standpunten doen bepleiten. Nadat de behandeling was aangehouden hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Het geschil

[eisende partij] eist een verklaring voor recht dat het aan haar verleende ontslag nietig is en eist beta-ling door Croky Chips van --kort gezegd-- het salaris (inclusief verhoging en rente) ingaande 1 mei 2004 tot de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd.

Croky Chips weerspreekt deze vorderingen.

De vaststaande feiten

1.1

Als erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

1.2

[eisende partij] is op 19 januari 1998 in loondienst van (de rechtsvoorganger van) Croky Chips getre-den en wel in de functie van inpakster. Haar salaris bedroeg laatstelijk € 1.535,89 per maand exclusief vakantiebijslag. [eisende partij] verrichtte haar werkzaamheden in de vestiging van Croky Chips te [woonplaats].

1.3

Op 30 maart 2004 is door het CWI aan Croky Chips toestemming verleend de arbeidsover-eenkomst met [eisende partij] op te zeggen op grond van bedrijfseconomische omstandigheden (reor-ganisatie) waardoor de arbeidsplaats van [eisende partij] zou vervallen.

Aan deze toestemming is de voorwaarde verbonden dat Croky Chips binnen 26 weken na de dag van de bekendmaking ervan geen werknemer in dienst mag nemen voor het verrichten van de door [eisende partij] verrichte werkzaamheden alvorens [eisende partij] in de gelegenheid is gesteld die werkzaamheden te hervatten (conform artikel 4:5 Ontslagbesluit).

De arbeidsovereenkomst is op 31 maart 2004 tegen 1 mei 2004 opgezegd.

Croky Chips heeft voor negentien inpaksters een ontslagvergunning aangevraagd en verkre-gen.

1.4

Na een gesprek op 1 maart 2004 tussen [eisende partij] en mevrouw De Groot over het aanstaande ontslag is [eisende partij] ingaande 8 maart 2004 op non-actief gesteld. Vijf van de inpaksters die eveneens voor ontslag in aanmerking kwamen zijn niet op non-actief gesteld. Zij hadden zich bereid verklaard hun werkzaamheden tot de ontslagdatum voort te zetten.

1.5

Vanaf 1 mei 2004 is, vanwege de in de loop van de maand april 2004 gebleken behoefte aan vijf extra inpaksters, aan de inpaksters die hebben doorgewerkt een dienstverband voor bepaalde tijd aangeboden. Ten tijde van de mondelinge behandeling waren deze inpaksters nog steeds aan het werk. [eisende partij] is niet gevraagd of zij per 1 mei 2004 weer in dienst zou willen treden.

Het standpunt van [eisende partij]

2.1

Croky Chips had aan [eisende partij] per 1 mei 2004 een dienstverband behoren aan te bieden op grond van de door het CWI gestelde voorwaarde. Vier van de opnieuw in dienst getreden inpaksters waren later dan [eisende partij] in dienst getreden, zodat Croky Chips het anciënniteitsbegin-sel bij de bepaling van de vraag welke inpaksters een dienstverband behoorde te worden aan-geboden, heeft geschonden.

2.2

Omdat de voorwaarde verbonden aan de ontslagvergunning is vervuld, ontbreekt alsnog de voor de opzegging noodzakelijke toestemming, zodat [eisende partij] recht heeft op loondoorbetaling. [eisende partij] was en is bereid de werkzaamheden als inpakster te hervatten.

Het standpunt van Croky Chips

3.1

Croky Chips heeft voor de vijf inpaksters die hebben doorgewerkt gekozen, omdat zij nog steeds aan het werk en dus al ingeroosterd waren, in het werkritme zaten en niet speciaal op-geroepen behoefden te worden. Ook heeft Croky Chips deze werkneemsters willen belonen voor hun inzet.

3.2

Het anciënniteitsbeginsel is niet van toepassing, omdat dit beginsel bij de bepaling van de vraag wie voor ontslag in aanmerking komt behoort te worden toegepast en niet bij wederindiensttreding. Croky Chips was op grond van de door het CWI gestelde voorwaarde slechts gehouden te kiezen uit de boventallig verklaarde en ontslagen inpaksters.

3.3

[eisende partij] heeft na het gesprek op 1 maart 2004 niets meer van zich laten horen, hoewel haar was gevraagd na te denken over het verzoek tot het einde van het dienstverband te blijven werken.

Na afloop van de voorlichtingsbijeenkomst van Randstad op 8 maart 2004 is [eisende partij] zonder iets te zeggen vertrokken, hoewel haar was gevraagd na te blijven om te praten over mogelijke werkhervatting.

De beoordeling

4.1

De vraag moet worden beantwoord of de kans dat de bodemrechter, later oordelend, de vorde-ring van [eisende partij] zal toewijzen dermate groot is dat de toewijzing van die vordering bij wege van voorlopige voorziening kan plaatsvinden.

4.2

Het spoedeisend belang staat voldoende vast.

4.3

De gevorderde verklaring voor recht dient, zoals Croky Chips terecht heeft betoogd, op grond van de aard van het onderhavig geding te worden afgewezen.

4.4

De door het CWI gestelde 26-weken-voorwaarde is niet nageleefd omdat binnen de termijn van 26 weken vijf inpaksters in dienst zijn getreden, zonder dat aan [eisende partij] de vraag is voor-gelegd of zij wellicht weer aan het werk zou willen. Dit betekent, aldus de tekst van de ont-slagvergunning, dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt geacht zonder toestem-ming te zijn gedaan.

De stelling van Croky Chips dat [eisende partij] het antwoord op voornoemde vraag eigenlijk al had gegeven door niets meer van zich te laten horen na het gesprek op 1 maart 2004 en door op 8 maart 2004 niet na te blijven om over werkhervatting te praten, wordt gepasseerd. Croky Chips mocht redelijkerwijze niet aannemen dat indien [eisende partij] al zou hebben gekozen voor een (blijvende) op non-actief stelling tot en met 30 april 2004 --hetgeen zij betwist-- daaruit voortvloeide dat [eisende partij] per 1 mei 2004 ook koos voor een WW-uitkering in plaats van we-derindiensttreding.

4.5

Desgevraagd heeft Croky Chips ter terechtzitting verklaard dat de behoefte aan extra inpak-sters in de loop van de maand april 2004 is ontstaan en dat de werkroosters op een (vrij korte) termijn van één week worden opgesteld.

In dat licht bezien bestond er geen in rechte te respecteren organisatorisch belang bij Croky Chips [eisende partij] niet te vragen of zij voor wederindiensttreding in aanmerking wilde komen.

Niet aannemelijk is geworden dat [eisende partij] niet in staat zou zijn geweest ingaande 1 mei 2004 het werkritme weer op te pakken: [eisende partij] was nog maar betrekkelijk kort inactief en beschikte over een ruime ervaring als inpakster.

4.6

Het motief van Croky Chips voor het aanbieden van een nieuw dienstverband aan de vijf in-paksters is de beloning voor hun werkwilligheid. Dat motief is wel begrijpelijk, maar vormt geen rechtvaardiging voor het passeren van [eisende partij].

Nog afgezien van het feit dat artikel 5.7 van het Sociaal Plan Croky Chips en niet de werkne-mer de keuze geeft al dan niet tot op non-actief stelling over te gaan, is aan [eisende partij] in elk ge-val nimmer meegedeeld dat, indien zij ervoor zou kiezen om op non-actief te worden gesteld, dat tevens betekende dat haar geen nieuw dienstverband zou worden aangeboden.

4.7

Croky Chips had, toen de toegenomen behoefte aan inpaksters was ontstaan en slechts vijf van de negentien inpaksters waarmee het dienstverband na afgifte van eenzelfde ontslagver-gunning was opgezegd een nieuwe, tijdelijke dienstbetrekking kon worden aangeboden, in beginsel het anciënniteitsbeginsel behoren toe te passen.

Immers, indien van meet af aan vaststond dat niet negentien maar veertien inpakster middels een opzegging dienden af te vloeien, dan zou de keuze ook aan de hand van het anciënniteits-beginsel zijn gemaakt. Het enkele feit dat later, tijdens de looptijd van de opzegtermijnen en in elk geval binnen de 26-weken-termijn de toegenomen behoefte aan inpaksters is gebleken, maakt dit niet anders.

Daar komt bij dat het tegengestelde, door Croky Chips verdedigde standpunt --in het algemeen beschouwd-- het ontduiken van het anciënniteitsbeginsel in de hand kan werken.

4.8

Indien Croky Chips het anciënniteitsbeginsel correct zou hebben toegepast, zou (onder meer) aan [eisende partij] een nieuw dienstverband zijn aangeboden, omdat [eisende partij] gelet op de datum van haar indiensttreding de vierde inpakster is van de (chronologische) lijst van de voor ontslag in aanmerking komende inpakters.

[eisende partij] heeft onbetwist gesteld dat zij bereid was het werk als inpakster te hervatten.

[eisende partij] heeft derhalve recht op loon vanaf 1 mei 2004 tot de datum waarop het dienstverband rechtsgeldig zal zijn beëindigd. Wel zal de wettelijke verhoging over het achterstallig salaris tot 10% worden beperkt.

De gevorderde en toe te wijzen vakantiebijslag is uiteraard eerst opeisbaar met ingang van de datum die de tussen partijen geldende afspraak daaromtrent aanwijst.

4.9

Croky Chips dient als grotendeels verliezende partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Croky Chips tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen:

a.

€ 1.535,89 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantiebijslag, ingaande 1 mei 2004 tot de datum waarop de dienstbetrekking rechtsgeldig zal zijn geëindigd;

b.

de wettelijke verhoging van 10% telkens berekend over het op de dag van de betaling achterstallige salaris;

c.

de wettelijke rente vanaf 1 juni 2004 tot aan de dag van de algehele voldoening over het op 1 juni 2004 opeisbare loon en wettelijke verhoging;

d.

de wettelijke rente telkens berekend vanaf de datum van de opeisbaarheid van het na 1 juni 2004 verschuldigde loon en wettelijke verhoging tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Croky Chips in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij] welke kosten tot op heden zijn begroot op:

? € 540,00 voor salaris gemachtigde

? € 190,00 voor vastrecht

? € 83,78 voor explootkosten;

- verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter te Deventer en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 oktober 2004 in aanwezigheid van de griffier.