Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY8451

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
15-01-2013
Zaaknummer
821122 AC EXPL 12-4257
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betwisting overeenkomst met Zakelijke Telefonie en cessie door deze partij aan RP Investing. Geen stukken overgelegd waaruit gestelde cessie blijkt. Vorderingsrecht is niet komen vast te staan. Volgt afwijzing vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 821122 AC EXPL 12-4257 CTH 4065

vonnis van 19 december 2012

inzake

de coöperatie RP Investing U.A.,

gevestigd te Oisterwijk,

verder ook te noemen RP Investing,

eisende partij,

gemachtigde: DSMW Incasso B.V., incassobureau,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verder ook te noemen [gedaagde],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. W.P. den Hertog.

1. Het verloop van de procedure

RP Investing heeft een vordering ingesteld.

[gedaagde] heeft geantwoord op de vordering.

RP Investing heeft voor repliek en [gedaagde] heeft voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

2. De vordering en het verweer

2.1. RP Investing vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan haar te voldoen een bedrag van € 10.064,43, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

2.2. RP Investing legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen Zakelijke Telefonie.nl en [gedaagde] een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan Zakelijke Telefonie.nl in totaal € 10.064,43 te vorderen heeft van [gedaagde]. ZakelijkeTelefonie.nl heeft haar vordering op [gedaagde] overgedragen aan RP Investing.

2.3. [gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van RP Investing in haar vordering, althans tot afwijzing daarvan. Zij betwist een overeenkomst met Zakelijke Telefonie.nl te hebben gesloten en betwist voorts de gestelde cessie.

2.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. [gedaagde] heeft RP Investing bij brief van 2 juli 2012 verzocht om, op de voet van artikel 3:94 lid 4 BW, een gewaarmerkt uittreksel van de cessieakte aan haar over te leggen. Dit heeft RP Investing niet gedaan.

3.2. RP Investing heeft voorts na gemotiveerde betwisting door [gedaagde] van de gestelde cessie, bij conclusie van repliek geen stukken in het geding gebracht waaruit de door haar gestelde cessie blijkt. RP Investing heeft ook voor het overige onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd en onderbouwd op grond waarvan kan worden vastgesteld dat zij tot het gevorderde gerechtigd is, dan wel op grond van de gestelde overeenkomst, dan wel op grond van onverschuldigde betaling door haar of ZakelijkeTelefonie.nl.

3.3. In deze procedure is derhalve niet komen vast te staan dat de vordering waarvan RP Investing betaling vordert door Zakelijke Telefonie.nl aan haar is overgedragen. Het verweer van [gedaagde] dat geen sprake is van rechtsgeldige cessie van de vordering door Zakelijke Telefonie.nl aan RP Investing slaagt dan ook. Dit brengt mee dat RP Investing geen vorderingsrecht toekomt, reden waarom de vorderingen dienen te worden afgewezen.

3.4. Nu de vordering van RP Investing zal worden afgewezen zal zij als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 600,00 (2,0 punten × tarief

€ 300,00) aan salaris gemachtigde.

4. De beslissing

De kantonrechter:

4.1. wijst het gevorderde af,

4.2. veroordeelt RP Investing tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 600,00,

4.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 december 2012.