Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7764

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
04-01-2013
Zaaknummer
330247 / HA RK 12-441
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelgeschil met betrekking tot mate van aanprakelijkheid. Ziekenhuis heeft niet voldoende gewaarschuwd dat de route via de slagboom niet geschikt is voor (brom)fietsers. 50% eigen schuld vanwege negeren rood stoplicht. Verplichting tot vergoeding van de kosten van het deelgeschil wordt evenredig verminderd met de mate van eigen schuld.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 174
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2013/38
NJF 2013/81
VR 2014/25

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummer / rekestnummer: 330247 / HA RK 12-441

Beschikking van 19 december 2012

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

advocaat mr. M. Treur

en

1. de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting

ST. ANTONIUS ZIEKENHUIS,

gevestigd te Nieuwegein,

2. de Onderlinge Waarborgmaatschappij voor Instellingen in de Gezondheidszorg

Medirisk B.A.

verweerders,

advocaat mr. O.L. Nunes.

Partijen zullen hierna [verzoekster] en St. Antonius c.s. worden genoemd. Verweerders afzonderlijk zullen worden aangeduid met St. Antonius en Medirisk.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties,

- het verweerschrift met producties,

- de mondelinge behandeling.

2. Feiten

2.1. [verzoekster] is op 19 februari 2011 om 20.00, rijdend op haar scooter, geraakt door de bij de uitgang van het terrein van St. Antonius geplaatste slagboom. [verzoekster] is per ambulance naar de afdeling spoedeisende hulp van St. Antonius vervoerd.

2.2. [verzoekster] heeft St. Antonius bij brief van 10 maart 2011 aansprakelijk gesteld voor het haar overkomen ongeval. St. Antonius c.s. heeft voor 40% aansprakelijkheid erkend.

3. Het verzoek en het verweer

3.1. [verzoekster] verzoekt de rechtbank

- te verklaren voor recht dat St. Antonius c.s.volledig aansprakelijk is voor het [verzoekster] op 19 februari 2011 overkomen ongeval, althans voor een in goede justitie te bepalen percentage,

- te verklaren voor recht dat St. Antonius c.s. de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade van [verzoekster] in verband met het ongeval van 19 februari 201 dient te vergoeden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

- met veroordeling van St. Antonius c.s. in de kosten van het deelgeschil.

3.2. [verzoekster] legt aan haar verzeok ten grondslag dat de slagboom een gebrekkige zaak is, waarvoor St. Antonius als eigenaar van het terrein, aansprakelijk is op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voorts houdt [verzoekster] St. Antonius aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW omdat zij geen zorg heeft gedragen voor een veilige toe- en uitgang van het parkeerterrein van het ziekenhuis.

3.3. [verzoekster] heeft de volgende toedracht van het ongeval gegeven. [verzoekster] kwam met haar scooter aangereden en stopte voor de slagboom. De slagboom ging omhoog en was geheel open. [verzoekster] wilde doorrijden en de slagboom ging plots, voordat zij was gepasseerd, met een forse snelheid naar beneden waardoor zij werd geraakt.

3.4. St. Antonius c.s. stelt dat het verzoek van [verzoekster] zich niet leent voor behandeling in een deelgeschil aangezien [verzoekster] gelet op de formulering van het petitum de intentie heeft het gehele geschil voor te leggen. Voorts stelt St. Antonius c.s. dat de schikkingsonderhandelingen nog niet waren afgerond en [verzoekster] nog niet was ingegaan op de uitnodiging van Medirisk om opgave van haar schade te doen, zodat er geen duidelijkheid is over het beloop van de schadevordering.

3.5. Inhoudelijk betwist St. Antonius c.s. dat de slagboom gebrekkig was. Zij stelt dat de betreffende slagboom werkte met een stoplicht in combinatie met detectielussen die een magnetisch veld creëren. Volgens St. Antonius c.s. werkte de slagboom in combinatie met het stoplicht naar behoren, maar zijn deze slagbomen slechts geschikt voor auto’s en motoren en niet voor het gebruik door (brom)fietsers en voetgangers. St. Antonius c.s. stelt dat [verzoekster] het rode stoplicht heeft genegeerd en dat zij de uitgang heeft gebruikt die slechts bedoeld was voor ambulances en ander gemotoriseerd verkeer.

4. De beoordeling.

Deelgeschil

4.1. Naar aanleiding van het verweer van St. Antonius c.s. dat geen sprake is van een deelgeschil heeft [verzoekster] ter zitting toegelicht dat het petitum per abuis is geformuleerd als ware het een bodemprocedure.

4.2. De rechtbank constateert dat het geschil dat in deze procedure is voorgelegd in essentie de vraag naar de aansprakelijkheid van St. Antonius c.s. betreft. De rechtbank overweegt dat de aansprakelijkheidsvraag in een deelgeschilprocedure aan de orde kan komen. De omstandigheid dat over de (omvang van de) schade nog geen onderhandelingen zijn gevoerd, staat op zich zelf niet aan de behandeling van het deelgeschil in de weg. De aansprakelijkheidsvraag betreft een geschil aan het begin van het traject van de onderhandelingen en een oordeel van de rechtbank daarover kan, afhankelijk van de overige omstandigheden van het geval, het beginpunt zijn voor buitengerechtelijke onderhandelingen over de schade. Naar het oordeel van de rechtbank leent de hier aan de orde zijnde aansprakelijkheidsvraag zich voor behandeling in de deelgeschilprocedure, nu deze vraag op basis van de thans beschikbare stukken kan worden beantwoord en nadere bewijslevering door middel van getuigen niet noodzakelijk is.

Aansprakelijkheid op grond van 6:174 BW

4.3. Het is aan [verzoekster] om te stellen - en zo nodig te bewijzen - dat de slagboom gebrekkig is. Naarmate St. Antonius c.s. meer feiten en omstandigheden aanvoert die erop duiden dat er géén sprake was van een gebrek, worden aan de stelplicht hogere eisen gesteld. [verzoekster] heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat er een gebrek kleeft aan de slagboom een CD-ROM met een filmopname van de werking van de slagboom overgelegd.

4.4. St. Antonius c.s. heeft de volgende toelichting op de werking van de slagboom gegeven. De voertuigdetectielussen creëren een magnetisch veld. Wanneer dat magnetisch veld wordt verstoord, hetgeen het geval is wanneer een metalen voertuig op het wegdek boven de voertuigdetectielussen staat, gaat de slagboom omhoog. Wanneer het motorvoertuig wegrijdt van de voertuigdetectielussen herstelt het magnetisch veld zich en sluit de slagboom. Om die reden is het van belang dat het motorvoertuig zich positioneert op de voertuigdetectielussen en wacht tot de slagboom zich geheel geopend heeft. Rijdt het voertuig eerder weg, waardoor het magnetische veld wordt hersteld, dan zal de slagboom sluiten en kan het motorvoertuig geraakt worden. Om die reden staat bij de betreffende slagboom een stoplicht. Dit stoplicht springt op groen wanneer de slagboom geheel geopend is. Hoewel slagbomen die werken met voertuigdetectie niet geschikt zijn voor het gebruik door (brom)fietsers en voetgangers, is het volgens St. Antonius c.s. wel mogelijk dat de voertuigdetectielussen reageren op (brom)fietsen vanwege het metaal dat daarin is verwerkt.

4.5. [verzoekster] heeft niet betwist dat het in dit geval gaat om een met een stoplicht beveiligde slagboom. [verzoekster] heeft evenmin betwist dat op de dag van het ongeval de slagboom werkte op de wijze en in de volgorde zoals St. Antonius c.s. naar voren heeft gebracht, zodat kan worden uitgegaan van de volgende werking van de slagboom:

1. de slagboom is gesloten bij rood licht.

2. het voertuig staat stil op detectielussen.

3. de slagboom wordt geheel geopend.

4. het licht springt op groen.

5. het voertuig verlaat de detectielus

6. de slagboom sluit.

4.6. Het feit dat de slagboom ook opengaat voor een scooter, hoewel de uitgang via de slagboom niet is bedoeld voor scooters, maakt op zichzelf niet dat sprake is van een gebrekkige zaak. De slagboom is immers beveiligd door de werking van het stoplicht, waardoor het ook voor een scooterrijder duidelijk kan zijn dat pas bij groen licht mag worden doorgereden. Op de door [verzoekster] overgelegde filmopname is te zien dat wanneer de scooter zich opstelt op de detectielus, zoals de bedoeling is, de slagboom geheel open gaat. De tijd die verstrijkt vanaf het moment dat de slagboom geheel is geopend, tot het moment dat deze weer naar beneden komt, is voldoende om de slagboom veilig te kunnen passeren. [verzoekster] heeft dan ook niet aangetoond dat de slagboom niet goed is afgesteld omdat deze zich nadat hij geheel geopend is te snel weer sluit, zoals zij stelt.

4.7. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat er geen gebrek kleefde aan de slagboom ten tijde van het ongeval. St. Antonius is derhalve niet op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk voor de schade die [verzoekster] heeft geleden als gevolg van het feit dat zij is geraakt door de slagboom.

Aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW

4.8. [verzoekster] verwijt St. Antonius dat zij geen zorg heeft gedragen voor een veilige toe- en uitgang van het parkeerterrein van het ziekenhuis, omdat niet duidelijk is dat de uitgang via de slagboom niet voor scooters is bedoeld.

4.9. St. Antonius c.s. heeft aan de hand van foto’s de stelling van [verzoekster] betwist. Volgens St. Antonius c.s. had [verzoekster] de route moeten volgen die voor (brom)fietsen is bedoeld en die door een tunnel naar het ziekenhuisterrein leidt.

4.10. Het betoog van [verzoekster] treft naar het oordeel van de rechtbank doel. Daarbij is het volgende in aanmerking genomen. Nu de slagboom niet geschikt is voor het gebruik door (brom)fietsers, diende St. Antonius door het geven van duidelijke aanwijzingen, te voorkomen dat (brom)fietsers gebruik maken van de route die via de slagboom voert. De stelling van St. Antonius dat het, vanwege op de openbare weg geplaatste algemene verbodsborden, voor [verzoekster] duidelijk moest zijn dat zij een route volgde die verboden is voor (brom)fietser gaat niet op. [verzoekster] is het ziekenhuis genaderd langs de Koekoekslaan. Uit de door partijen overgelegde foto’s en de foto’s die partijen ter zitting hebben getoond, blijkt dat [verzoekster] het aan deze weg geplaatste verbodsbord voor fietsers en bromfietsers is gepasseerd. Het daarbij behorende onderbord vermeldt echter “na 100 m”, waaruit kan worden afgeleid dat het verbod het gedeelte van de Koekoekslaan betreft dat is gelegen ná de afslag naar de ingang van het ziekenhuisterrein. Vlak voor het hiervoor genoemde verbodsbord is aan de Koekoekslaan een wit bord met rode letters geplaatst waarmee de door St. Antonius c.s. bedoelde route voor (brom)fietsen wordt aangegeven. Dit is echter geen gebodsbord, maar slechts een aanwijzingsbord voor een aanbevolen route. Nu het gedeelte van de Koekoekslaan waarvandaan de met een slagboom beveiligde toegang van het ziekenhuis kan worden bereikt, niet verboden is voor (brom)fietsers, diende St. Antonius duidelijk te maken dat (brom)fietsers die langs die route het ziekenhuisterrein binnenrijden geen gebruik mogen maken van het gedeelte van de weg dat via de slagboom gaat. Gesteld noch gebleken is dat dergelijke aanwijzingen zijn geplaatst. [verzoekster] kon dus zonder daarvan door enig ge- of verbodsbord te worden weerhouden, vanaf de Koekoekslaan het ziekenhuisterrein oprijden via de route met de slagboom. Zoals ook [verzoekster] heeft gesteld is het logisch dat zij op de terugweg dezelfde route nam als die waarlangs zij was binnengekomen, ditmaal via de met een slagboom beveiligde uitgang. Op deze route stond destijds - onbetwist - evenmin enig ge- of verbodsbord waaruit [verzoekster] kon opmaken dat zij als (brom)fietser deze route via de slagboom niet diende te nemen. Het verbodsbord voor bromfietsers dat achter de slagboom, vlak bij de kruising met de Koekoekslaan is geplaatst, betreft het verbod om vanaf de kruising de Koekoekslaan (linksaf) op te rijden. Dit bord is niet gemakkelijk te zien vanaf de positie achter de slagboom. Bovendien is het zeer de vraag of een (brom)fietser die dit verbodsbord wel opmerkt op grond daarvan de conclusie trekt dat het niet is toegestaan de uitgang van het ziekenhuis te gebruiken die via de slagboom loopt.

4.11. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat St. Antonius, door niet voldoende te waarschuwen dat de route via de slagboom niet geschikt is voor (brom)fietsers, heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die van haar in het maatschappelijk verkeer verwacht mag worden. Daarmee staat vast dat St. Antonius tegenover [verzoekster] onrechtmatig heeft gehandeld. St. Antonius is dan ook in beginsel aansprakelijk voor de schade die [verzoekster] heeft geleden als gevolg van het feit dat de slagboom haar heeft geraakt.

Eigen schuld

4.12. De vraag of [verzoekster] ook zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval en daarmee aan het ontstaan van de schade beantwoordt de rechtbank bevestigend, zodat sprake is van eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW. De mate van eigen schuld is echter geen 60% zoals St. Antonius heeft bepleit. Zoals hiervoor is overwogen was het [verzoekster] niet te verwijten dat zij gebruik maakte van de route die onder de slagboom door gaat. [verzoekster] had echter wel het bij de slagboom geplaatste verkeerslicht in acht moeten nemen. Gelet op de hiervoor in 4.5 weergegeven werking van het verkeerslicht in combinatie met het openen en sluiten van de slagboom, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat [verzoekster] het rode stoplicht heeft genegeerd. Het licht springt immers pas op groen als de slagboom geheel is geopend en daarna resteert er voldoende tijd om onder de slagboom door te rijden. De enkele stelling van [verzoekster] dat het licht op groen was, is onvoldoende verweer tegenover de uitvoerige en inhoudelijk niet betwiste uiteenzetting door St. Antonius c.s. over de werking van de slagboom. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat [verzoekster] zich steeds op het standpunt heeft gesteld dat de slagboom te snel sloot en niet heeft gesproken over een verkeerslicht, terwijl het wel voor de hand had gelegen dat zij ter onderbouwing van haar standpunt dat haar geen enkel verwijt trof, had vermeld had dat het licht voor haar op groen stond. Het rijden door het rode licht is een door [verzoekster] gemaakte fout op grond waarvan de rechtbank tot een percentage van eigen schuld komt van 50%.

4.13. De rechtbank zal het verzoek van [verzoekster] in zoverre toewijzen dat de rechtbank bepaalt dat St. Antonius c.s. voor 50% aansprakelijk is voor de schade die [verzoekster] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het ongeval dat heeft plaatsgevonden op 19 februari 2011.

De kosten van het deelgeschil

4.14. [verzoekster] vordert vergoeding van de kosten van het deelgeschil. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij de nota overgelegd van 14 maart 2012, voor in totaal € 3.418,31. Medirisk heeft van deze nota een bedrag van

€ 2.500,00 betaald. In de bij de nota behorende specificatie is een tijdsbesteding opgenomen van 3 uur voor het schrijven van het verzoekschrift. In de nota van 17 september 2012 is een tijdbesteding voor het deelgeschil opgenomen van 6 uur en drie kwartier (405 minuten). Dit betekent een tijdsbesteding voor het deelgeschil van in totaal 9 uur en drie kwartier. Uit de nota’s blijkt een uurtarief van € 195,00 exclusief BTW.

4.15. Het verweer van St. Antonius c.s. dat de kosten van de deelgeschil niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat de procedure onnodig en onterecht is ingesteld, gaat gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet op.

4.16. St. Antonius c.s. heeft de redelijkheid van het aantal aan het deelgeschil bestede uren, noch het uurtarief betwist, zodat de rechtbank bij de begroting van de kosten van het deelgeschil uitgaat van de opgave door [verzoekster].

4.17. St. Antonius heeft er op gewezen dat de kosten van het deelgeschil in verhouding tot de mate van haar eigen schuld voor rekening van [verzoekster] dienen te blijven.

4.18. De rechtbank overweegt dat, indien de schadevergoedingsplicht op grond van artikel 6:101 BW evenredig met de mate van eigen schuld van de benadeelde wordt verminderd, ook de verplichting om de in artikel 6:96 lid 2 BW bedoelde kosten te vergoeden in beginsel in dezelfde mate verminderd dient te worden. Dit geldt ook voor de kosten van de behandeling van het deelgeschil, nu deze op grond van artikel 1019aa lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hebben te gelden als kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW.

4.19. Op grond van het voorgaande begroot de rechtbank de kosten van het deelgeschil op € 1.852,50 (9,5 uur x

€ 195,00), exclusief BTW en bepaalt dat St. Antonius c.s. daarvan een bedrag van € 926,25 (50% van € 1.852,50) aan [verzoekster] dient te vergoeden. De rechtbank zal in het dictum bepalen dat St. Antonius c.s. dit bedrag aan [verzoekster] dient te vergoeden, maar haar niet veroordelen tot betaling van dit bedrag. Medirisk heeft reeds een bedrag van € 2.500,00 aan buitengerechtelijke kosten betaald. In de nota van 14 maart 2012 is een groot deel van de kosten voor het verzoekschrift inbegrepen en mede gelet op het feit dat St. Antonius c.s.St. Antonius c.s. 50% van alle buitengerechtelijke kosten is verschuldigd, staat nu niet vast welk bedrag van de kosten van het deelgeschil reeds is betaald.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat St. Antonius c.s. voor 50% aansprakelijk is voor de schade die [verzoekster] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het ongeval van 19 februari 2011,

5.2. bepaalt dat St. Antonius c.s. een bedrag van € 962,25 als kosten van dit deelgeschil aan [verzoekster] dient te vergoeden,

5.3. wijst het meer of anders gevorderd af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2012.