Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7499

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
18-12-2012
Datum publicatie
28-12-2012
Zaaknummer
16/656354-12 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Winkeldiefstallen middals gapzak. Werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/656354-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 december 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1968] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsman mr. R.D.A. van Boom, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 4 november 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 6 oktober 2012 te Soest:

feit 1: goederen heeft gestolen bij de Blokker;

feit 2: samen met anderen kleding heeft gestolen bij de Cool Kids.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de aangiften, de verklaring van de getuige en de verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de ten laste gelegde feiten.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Aangezien verdachte beide ten laste gelegde feiten heeft bekend en de verdediging niet een vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht de feiten bewezen gelet op:

- Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1], namens Cool Kids, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 32-34, inclusief de goederenbijlage op pagina 35-37, van het proces-verbaal met dossiernummer PL0987 2012223984.

- Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], namens Blokker, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 41-43, inclusief de goederenbijlage op pagina 44-46, van het proces-verbaal met dossiernummer PL0987 2012223984.

- Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 51-55 van het proces-verbaal met dossiernummer PL0987 2012223984.

- Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 22-23 van het proces-verbaal met dossiernummer PL0987 2012223984.

- De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 december 2012

Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2

Verdachte heeft ter terechtzitting van 4 december 2012 ontkend dat zij de diefstal tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig en verwijst daarbij naar de verklaring van de getuige [getuige]. Getuige [getuige] heeft gezien dat verdachte samen was met drie andere vrouwen. Deze vrouwen schaduwden verdachte en gaven kledingstukken aan verdachte. Verdachte stopte die kleding vervolgens onder haar jas en rok. De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking en aldus van medeplegen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 6 oktober 2012 te Soest, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen: elf pakken billendoekjes en een pak snoetenpoetsers en vier pakken batterijen en twaalf wc-blokken en negen flessen wasverzachter en vier luchtverfrisser en een knuffel van Nijntje en negen stuks schoonmaakmiddel (Antikal en Dreft en Dylon en Colour Catchers), toebehorende aan Blokker gelegen aan de [adres];

2.

op 6 oktober 2012 te Soest, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen: acht shirts en drie broeken, toebehorende aan Cool Kids gelegen aan de [adres].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten

voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in

zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1: diefstal.

Feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 108 dagen met aftrek, waarvan 60 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat daarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht met een meldingsgebod en een behandelverplichting bij Kade17 wordt opgelegd.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat het voorwaardelijk deel van de door de officier van justitie gevorderde straf lager dient te zijn. De verdediging heeft voorts aangegeven dat zij zich kan vinden in het reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte is op 6 oktober 2012 te Soest op strooptocht gegaan in Soest. Daarbij is zij in meerdere winkels geweest. In de eerste winkel heeft zij een grote hoeveelheid goederen gestolen en in de tweede winkel is vast komen te staan dat zij dat heeft gedaan in samenwerking met drie anderen. De rechtbank acht dit onacceptabel. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten, die naast schade vaak veel hinder opleveren voor de gedupeerde bedrijven. Diefstallen kosten winkels, en daardoor ook het publiek, jaarlijks veel geld. Verdachte heeft hier nimmer bij stilgestaan en enkel gedacht aan haar eigen gewin.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een haar betreffend uittreksel uit de justitiƫle documentatie d.d. 24 oktober 2012, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor talrijke winkeldiefstallen;

- een haar betreffend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 26 oktober 2012 opgesteld door S. Dijkslag, reclasseringswerker, waaruit blijkt dat verdachte steelt uit financieel motief en dat dit stelen inmiddels een gewoonte is geworden. Verdachte is ongeschoold, heeft geen dagbesteding en is depressief. Geadviseerd wordt om een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht met een meldingsgebod en een behandelverplichting bij Kade17 of een soortgelijke instelling.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 106 dagen, met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten 60 dagen voorwaardelijk op te leggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Deze voorwaardelijke straf maakt tevens een verplichte begeleiding door de reclassering en behandeling bij Kade17 mogelijk.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: diefstal;

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 108 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte geen medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich binnen zeven dagen na de uitspraak van het vonnis moet melden bij Reclassering Nederland aan het Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht en zich daarna moet blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dat nodig acht;

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland;

* dat verdachte zich zal laten behandelen bij Kade17 of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, waarbij zij zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de instelling of behandelaar worden gegeven;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Voorlopige hechtenis

- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop dit vonnis onherroepelijk wordt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.G. de Beer, voorzitter, mr. M.C. Oostendorp en mr. Y.A.T. Kruijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Ven- de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 december 2012.