Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY7096

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
16-110228-12 en vordering tenuitvoerlegging 16-049134-09 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/110228-12 en vordering tenuitvoerlegging 16/049134-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 december 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

Gedetineerd in Huis van Bewaring Wolvenplein te Utrecht,

raadsman mr. J.J.W. Doleweerd, advocaat te Amersfoort.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 27 november 2012, waarbij de officier van justitie, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

De zaak is tegelijkertijd maar niet gevoegd behandeld met de zaak onder parketnummer 16/656161-12.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 15 mei 2012 in Nieuwegein een ambtenaar in functie heeft beledigd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte en de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft ter zitting van 27 november 2012 bekend dat hij op 15 mei 2012 in Nieuwegein een agent heeft beledigd, zoals in de tenlastelegging vermeld. Deze verbalisant, [verbalisant 1] heeft hiervan aangifte gedaan en de beledigende uitlatingen zijn gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het tenlaste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 15 mei 2012 te Nieuwegein opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent van Politie Utrecht), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "blijf met je poten van mijn vriendin af, vuile kankerlijers" en "sukkels" en "een kankerlijer ben je" en "durf je wel, vuile kankerlijer".

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf, omdat zij in de gelijktijdig behandelde strafzaak de plaatsing van verdachte heeft gevorderd in een inrichting voor stelselmatige daders..

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. De rechtbank houdt voorts rekening met haar oordeel in de zaak met parketnummer 16/656161-12.

Dit brengt met zich dat de rechtbank verdachte schuldig zal verklaren zonder oplegging van straf.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke werkstraf van 50 uur die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Utrecht van 22 augustus 2011 niet zal worden ten uitvoer gelegd, op voorwaarde dat de rechtbank in de gelijktijdig doch niet gevoegde zaak met parketnummer 16/656161-12 de maatregel van ISD zal opleggen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

De rechtbank zal hiertoe niet besluiten, omdat in de gelijktijdig doch niet gevoegde zaak met parketnummer 16/656161-12 de maatregel van ISD zal worden opgelegd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9a, 266, 267 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

Verklaart verdachte schuldig zonder oplegging van straf.

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A.T. Engbers, voorzitter, mr. Z.J. Oosting en

mr. J. P. M. Schwillens, rechters, in tegenwoordigheid van drs. M.G.M. van Rijnstra,

griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 december 2012.

Mr. Schwillens is niet in de gelegenheid deze beslissing mee te ondertekenen.