Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6921

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
04-01-2013
Zaaknummer
16/656225-12 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/656225-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 december 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1992] te [geboorteplaats]

wonende te [adres] [woonplaats]

raadsvrouw mr. S. Dogan, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 27 november 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: diefstal van twee fietsen met geweld heeft gepleegd.

Subsidiair A: deel uit heeft gemaakt van een groep die geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 2], [benadeelde 1] en [benadeelde 3].

en/of

B: een fiets heeft geheeld

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deel heeft uigemaakt van de groep jongens die geweld heeft gepleegd tegen de aangevers. Derhalve verzoekt de officier van justitie verdachte van het primair en subsidiair onder A ten laste gelegde vrij te spreken. De officier acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuldig is aan de subsidiair onder B ten laste gelegde opzetheling en baseert zich daarbij op het volgende. Verdachte is op de plaats delict te plaatsen naar aanleiding van de verklaring van zijn broertje [X] in combinatie met het feit dat verdachte met de andere medeverdachten aanwezig is geweest in de discotheek Club ONZ in Nieuwegein. De vier jongens zijn samen gezien terwijl ze de club verlieten en daar komt bij dat de aangevers ook spreken over een groepje van vier jongens.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten en wijst daarbij op het volgende. Volgens de verdediging zijn in het dossier geen stukken aanwezig die verdachte plaatsen op de plaats van het incident. Enkel het broertje van verdachte verklaart over het feit dat ook verdachte aanwezig is geweest op de plaats van de vechtpartij. Verdachte zelf ontkent dit. Er wordt door andere getuigen gesproken over een groepje van vier jongens, maar uit niets blijkt dat verdachte één van die vier jongens is geweest. Hij wordt niet herkend en de foto’s uit het dossier zijn dermate vaag dat er van enige herkenning op basis hiervan niet gesproken kan worden. Derhalve verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken van alle tenlastegelegde feiten.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en zal hem daarvan vrijspreken. De rechtbank is op basis van de zich in het dossier bevindende stukken niet overtuigd van het feit dat verdachte daadwerkelijk op 19 augustus 2012 aanwezig is geweest op de plaats waar het incident zich heeft afgespeeld. Enkel de verklaring van zijn broertje [X] plaatst hem op die plaats, maar verdachte ontkent zelf daar aanwezig te zijn geweest. Daar komt bij dat verdachte niet wordt genoemd door de andere mededaders, getuigen of aangevers.

De rechtbank constateert dat verdachte inderdaad te zien is op foto’s die de avond van 19 augustus 2012 in de discotheek zijn gemaakt. Echter blijkt uit deze foto’s slechts dat verdachte aanwezig is geweest in de club op de betreffende avond. Uit niets blijkt dat deze foto’s enige bewijskracht hebben omtrent de strafbare feiten die later op de avond op een geheel andere locatie zijn gepleegd. De rechtbank kan de redenering van de officier van justitie dat verdachte op de plaats delict aanwezig zou zijn geweest omdat hij eerder op de avond in de discotheek is geweest, dan ook niet volgen en verwerpt deze.

Het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, leidt tot het oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

5 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van €542,91 aan materiële schade, welke bestaat uit schade aan de fiets, medische kosten, verlies van arbeidsvermogen, reiskosten, nieuwe sloten, nieuwe sleutels en een afgezegd diner. Daarnaast vordert de benadeelde partij €550,- aan immateriële schade, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van €159,79 aan materiële schade, welke bestaat uit kosten van het gestolen shirt, bijmaken sleutels, vervanging kettingslot en vervanging van sloten.

Daarnaast vordert de benadeelde partij €160,- aan immateriële schade, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de beide vorderingen geheel toegewezen dienen te worden en dat hierbij de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente dienen te worden opgelegd. Daarnaast dienen de vorderingen hoofdelijk te worden opgelegd aan alle verdachten.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de vorderingen van de benadeelde partijen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van zowel de vordering ingediend door [benadeelde 1] als de vordering ingediend door [benadeelde 2] oordeelt de rechtbank als volgt. Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan, derhalve zullen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten.

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W.G. de Beer., voorzitter, mr. E.A.A. Kalveen en mr. P.P.C.M. Waarts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 november 2012.