Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6116

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
03-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
16-604144-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging tbs

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/604144-06

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 3 december 2012

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[terbeschikkinggestelde]

geboren op [1970] te [geboorteplaats],

verblijvende in De Woenselse Poort te Boschdijk 771, 5626 AB Eindhoven,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 9 oktober 2012, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met één jaar;

- een afschrift van het arrest van het Gerechtshof Amsterdam zitting houdende te Arnhem d.d. 29 oktober 2007, waarbij [terbeschikkinggestelde] onder meer ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan d.d. 13 november 2007;

- de beslissing van deze rechtbank d.d. 21 november 2011, waarbij de termijn van de terbeschikkingstelling laatstelijk is verlengd met één jaar;

- het rapport van De Woenselse Poort, opgemaakt door C.J.A. Koopal, psychiater/directeur behandelzaken/hoofd van de inrichting, en W.P. den Boer, klinisch psycholoog, waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld en dat strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar;

- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [terbeschikkinggestelde], over de periode van september 2011 tot en met juni 2012.

2 De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 19 november 2012 is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, mr. D. Gürses, advocaat te Utrecht.

Omdat de terbeschikkinggestelde de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, heeft het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden met bijstand van M. Cordes, zijnde een in het register als bedoeld in artikel 2 van de Wet beëdigde tolken en vertalers onder nr. 442 ingeschreven tolk in de Turkse taal. Hetgeen ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen is door de tolk vertaald.

Voorts is de deskundige de heer W.P. den Boer, als klinisch psycholoog, werkzaam bij De Woenselse Poort, gehoord.

3 Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. Het standpunt luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.

De diagnose

Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van de volgende delictgerelateerde factoren in de diagnostiek:

• Psychotische stoornis; paranoïde belevingen, achterdocht, geneigd stresserende situaties op paranoïde wijze te interpreteren, daarmee samenhangend hevige angst.

• Beperkte intellectuele capaciteiten; daardoor gebrekkig overzicht en begrip van (sociale) situaties, geen ziektebesef, onvoldoende in staat zich in de ander te verplaatsen, snel overvraagd (o.a. in werk en binnen gezin);

• Middelengebruik en gokken; misbruik van alcohol (dit kan ontremmend werken en paranoïde gedachtegang versterken), pathologisch gokken (daardoor financiële problemen en stress/conflicten binnen gezin);

• Gebrek aan structuur en professionele ondersteuning; sterke behoefte aan structuur door derden, geen professionele hulp (werkte hier niet aan mee), geen medicatie, geen zinvolle daginvulling, dolen, familie niet bij machte om voldoende bijsturing te bieden;

• Beperkt en ontoereikend netwerk; weinig ervaren steun en veel spanningen in de directe sociale omgeving, o.a. psychisch zieke moeder, conflictueuze relatie met vader, veel conflicten met echtgenote (waarschijnlijk ten gevolge van eigen gedrag), niet of nauwelijks contacten buiten eigen gezin en familie, vader spreekt slecht Nederlands en is niet optimaal geïntegreerd in de Nederlandse maatschappij, betrokkene is gescheiden en heeft 3 kinderen uit dat huwelijk, voor wie hij zijn vaderlijke verantwoordelijkheden niet opneemt;

• Ontoereikende sociale en copingvaardigheden; geringe frustratietolerantie, zich snel onbegrepen voelen, snel wisselende stemming, veelvuldige hevige conflicten, drinken/gokken, bij oplopende spanningen/angst geneigd te reageren met spullen vernielen, dreigen of (hevige) verbale of fysieke agressie naar de ander (door wie hij zich bedreigd/gekleineerd voelt).

De behandeling

Betrokkene verblijft sinds opname op een afdeling in de kliniek, waar voornamelijk terbeschikkinggestelden met een verstandelijke beperking verblijven. Hij is een verstandelijk beperkte man die zeer goed vaart op de huidige structuur. Hij is erg afwachtend, neemt weinig initiatief, maar voert concrete opdrachten prima uit.

De verwachting is dat betrokkene binnen de huidige kliniek niet verder in zijn proces zal/kan komen. In de afgelopen periode is nogmaals gebleken dat betrokkene voor wat betreft vaardigheids- en zelfstandigheidsontwikkeling niet verder komt en aangewezen zal blijven op 24-uurs zorg. Momenteel wordt gezocht naar een geschikte vervolgplek. Een eerdere aanmelding in 2011 bij een woonsetting voor verstandelijk beperkten (Reinaerde) werd afgewezen.

In de setting van de kliniek houdt betrokkene zich aan de voorwaarden en dit zal met nadruk ook voor een vervolgsetting moeten gelden. Er is zeer regelmatig contact met familie; vader was slachtoffer en er is sprake van een hoge betrokkenheid. Aan psycho-educatie rondom de pathologie van betrokken en uitleg over tbs is hard gewerkt. Familie zal de behandeling in een vervolgsetting ook moeten ondersteunen en staat achter een overplaatsing naar een woonplek dichter bij Amersfoort.

Het komende jaar zal gebruikt worden om gecontroleerd te oefenen met meerdaagse verloven naar zijn ouders. Wanneer dit positief verloopt, zal medicatie in eigen beheer worden getoetst in een gestructureerde setting. Tevens zal in het komende jaar de terbeschikkinggestelde worden overgeplaatst naar de woningen van de kliniek. Hiervoor zullen dan transmurale vrijheden worden aangevraagd.

Recidiverisico

De kans op terugval in delictgedrag naar vader of andere verzorgende familieleden wordt matig tot hoog geacht zonder het huidige risicomanagment en passende setting. Bij betrokkene ontbreekt probleeminzicht en vermogen zich in te leven in de motieven van anderen. Te verwachten is dat betrokkene zonder toezicht in vrijheid opnieuw alcohol gaat misbruiken en gokken. Stress en spanning kunnen psychotische symptomen luxeren. Door het ontbreken van coping- en zelfzorgvaardigheden zal hij aangewezen zijn op bemoeienis en zorg van familieleden. Omdat hij vanuit zijn achterdocht kritiek slecht verdraagt en geen inzicht heeft in zijn problemen zal het tot conflicten en acting out kunnen komen. Daarom is het noodzakelijk om de huidige maatregel voort te zetten.

Gelet op het nog steeds aanwezige recidivegevaar, de behandelvorderingen tot nu toe en het nog te vervolgen traject wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar.

Ter terechtzitting heeft deskundige Den Boer een toelichting gegeven waaruit blijkt dat het goed gaat met de terbeschikkinggestelde. Hij voegt zich naar de afspraken. De volgende stap is het plaatsen van de terbeschikkinggestelde naar een woonsetting. Helaas is de aanvraag afgewezen door Reinaerde. Het zal lastig worden om de terbeschikkinggestelde te plaatsen op een forensisch psychiatrische afdeling, omdat zij het IQ van de terbeschikkinggestelde te laag achten. De kliniek is nu aan het bekijken of de bezoeken naar de familie kunnen worden uitgebreid. Het is van belang dat de terbeschikkinggestelde zijn structuur behoudt. De familie kan meer bieden dan in eerste instantie werd gedacht. We denken nu aan bij familie thuis plaatsen met heel veel toezicht.Vaak zien we dat mensen in hun eigen omgeving het beste functioneren. De voornemens zijn goed, maar in de praktijk moet blijken of dit werkt. Om uit te zoeken wat de meest stabiele plek is voor de terbeschikkinggestelde hebben we zeker een jaar nodig. Dit zal niet kunnen binnen het kader van een lichter regime.

We zien af van het plaatsen van de terbeschikkinggestelde naar een woning op het terrein van de kliniek.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting zijn vordering strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar gehandhaafd.

5 Het standpunt van de verdediging en de terbeschikkinggestelde

De raadsman heeft primair verzocht de vordering af te wijzen. Er zijn meer mogelijkheden om de terbeschikkinggestelde over te plaatsen als het kader van de terbeschikkingstelling eraf is. Voorafgaand aan het delict heeft de terbeschikkinggestelde ook jarenlang zelfstandig gefunctioneerd in de maatschappij. Voorts is er naar het oordeel van de raadsman sprake van een gemaximeerde terbeschikkingstelling, nu het arrest van het gerechtshof Arnhem van 29 oktober 2007 geen motivering zoals bedoeld in artikel 359 lid 7 Wetboek van Strafvordering bevat.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht de terbeschikkingstelling voorwaardelijk te beëindigen. De terbeschikkinggestelde is bereid zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering en de familie is bereid om hem op te vangen.

De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven dat het goed met hem gaat, maar dat hij zo snel mogelijk in de buurt van zijn familie wil wonen.

6 De beoordeling

De rechtbank heeft beoordeeld of er in deze zaak sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling en overweegt hierover het volgende.

Bij de beantwoording van deze vraag dient de rechtbank rekening te houden met de recente beslissing van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 31 juli 2012

nr. 21203/10 (Van der Velden tegen Nederland).

Het EHRM heeft in die beslissing bepaald dat het niet aan de verlengingsrechter is om, in het geval een motivering als bedoeld in het zevende lid van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering ontbreekt, door interpretatie van de uitspraak van de rechter, die de terbeschikkingstelling met dwangverpleging heeft opgelegd, alsnog vast te stellen of de terbeschikkingstelling al dan niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (‘een geweldsdelict’), en daarmee of de terbeschikkingstelling al dan niet is gemaximeerd. Ontbreekt de voorgeschreven motivering, dan kan, aldus het EHRM, de terbeschikkingstelling niet van onbepaalde duur zijn en moet het er dus voor gehouden worden dat de terbeschikkingstelling is gemaximeerd.

Het hof Arnhem heeft bij arrest van 1 oktober 2012, LJN BX 8788, NS 2012, 288, beslist dat van enige interpretatie geen sprake is indien blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de straf en/of maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, door een ieder zonder meer als evident kan worden vastgesteld dat sprake is van een misdrijf als hiervoor omschreven. Onder die omstandigheden kan niet gezegd worden dat de niet gemaximeerde duur van de terbeschikkingstelling niet voorzienbaar is geweest en dat afbreuk is gedaan aan de door artikel 5 EVRM geboden bescherming tegen ‘willekeurige vrijheidsbeneming’.

De vraag nu is of in onderhavige zaak zonder meer evident is dat (een van de) indexdelicten een ‘geweldsdelict’ oplevert of een delict dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank heeft acht geslagen op voornoemd arrest van het hof waarbij de terbeschikkingstelling met dwangverpleging is opgelegd. Hieruit volgt dat de terbeschikkinggestelde is veroordeeld voor poging doodslag, mishandeling en bedreiging.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de bewezenverklaring en kwalificatie, zonder interpretatie is vast te stellen dat in onderhavig geval sprake is van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank is van oordeel dat zich - gezien de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten - een dergelijke situatie voordoet en stelt derhalve vast, dat de terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is.

Gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de terbeschikkingstelling van terbeschikkinggestelde wordt verlengd.

De rechtbank heeft begrip voor de gevoelens van de terbeschikkinggestelde dat de overplaatsing lange tijd in beslag neemt. Uit de verklaring van de deskundige ter terechtzitting is het de rechtbank echter duidelijk geworden dat de kliniek het uiterste doet om de terbeschikkinggestelde zo spoedig mogelijk over te plaatsen. Ondanks het feit dat de kliniek de terbeschikkinggestelde het liefst overplaatst naar een andere kliniek, worden door de kliniek ook andere opties, zoals plaatsing bij familieleden, grondig onderzocht.

De zoon van betrokkene heeft ter zitting verklaard dat die laatste mogelijkheid bestaat en dat ook een dagbesteding binnen de familiekring kan worden geregeld. Voor de familie is dit ook minder belastend dan het huidige verlof, omdat veel moet worden gereden om betrokkene op te halen bij en terug te brengen naar de kliniek.

De rechtbank acht het van belang dat, mocht er geen kliniek bereid zijn om de terbeschikkinggestelde op te nemen, de mogelijkheden van plaatsing van de terbeschikkinggestelde bij of in de buurt van zijn familie zorgvuldig worden beoordeeld.

De rechtbank zal de termijn van de terbeschikkingstelling dan ook verlengen met één jaar.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] voor de tijd van één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. M.J. Veldhuijzen en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.C.J. van der Heijden en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 december 2012.