Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY6106

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
13-12-2012
Zaaknummer
16-070179-96
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank zal niet beslissen tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/070179-96

Beslissing inzake de voorwaardelijke beëindiging verpleging van overheidswege d.d. 4 december 2012

Beslissing van de rechtbank Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, in vervolg op de beslissing van 1 oktober 2012 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [1964],

thans verblijvende in FPC Veldzicht te Balkbrug.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- de beslissing van deze rechtbank d.d. 1 oktober 2012, waarbij de termijn van de terbeschikkingstelling is verlengd voor de duur van één jaar en de beslissing met betrekking tot de voortzetting van de verpleging van overheidswege is aangehouden voor onbepaalde tijd, doch ten hoogste voor een termijn van drie maanden;

- een de terbeschikkinggestelde betreffend aanvullend advies van de inrichting, FPC Veldzicht, d.d. 29 november 2012, opgesteld door drs. P.J.C. Bakx, geneeskundige, en drs. K.M. ten Brinck, directeur behandeling/plaatsvervangend hoofd van de inrichting, inhoudende de conclusie dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege niet wordt geadviseerd;

- een de terbeschikkinggestelde betreffend reclasseringsadvies d.d. 29 november 2012, opgemaakt door M.C.T. Koenders, reclasseringswerker verbonden aan Tactus Reclassering, inhoudende de conclusie dat Tactus Reclassering geen mogelijkheid ziet om invulling te geven aan een toezicht op een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

2 De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 4 december 2012 is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door haar raadsman mr. M.Th.M. Zumpolle, advocaat te Utrecht. Voorts zijn de deskundigen M. Philippi, hoofd behandelaar/psycholoog en verbonden aan FPC Veldzicht te Balkbrug, en M.C.T. Koenders, reclasseringswerker en verbonden aan Tactus Reclassering, gehoord.

3 Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde aanvullend advies. De getuige-deskundige M. Philippi heeft het advies van de inrichting toegelicht. Het standpunt luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.

De terbeschikkinggestelde heeft gedurende de afgelopen maanden op medische indicatie in een verpleeghuis verbleven. Zij is daar lichamelijk zeer goed opgeknapt, waardoor haar persoonlijkheidsproblematiek opnieuw op de voorgrond is komen te staan. Ondanks de externe structuur en begeleiding die aan de terbeschikkinggestelde zijn geboden is zij in het verpleeghuis toch gekomen tot een incident waarbij zij twee medewerkers heeft bedreigd met een mes. Dit illustreert de aanwezigheid van delictgevaarlijkheid bij de terbeschikkinggestelde nu daarvoor inmiddels geen fysieke beperkingen meer zijn.

Het verpleeghuis bleek onvoldoende ingericht om met de persoonlijkheidsproblematiek van de terbeschikkinggestelde om te kunnen gaan. Om toekomstige incidenten te voorkomen is de terbeschikkinggestelde op 27 november 2012 definitief teruggeplaatst in FPC Veldzicht.

De komende periode zal worden bekeken of resocialisatie binnen een andere setting mogelijk is of dat een ‘longcare’ dan wel ‘longstay’ binnen het kader van terbeschikkingstelling het enige is dat rest.

Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wordt dan ook op dit moment door de inrichting niet geadviseerd. De terbeschikkinggestelde zou met een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging niet in de kliniek kunnen verblijven en een andere setting waar ze haar dusdanig kunnen begeleiden dat het delictgevaar wordt geminimaliseerd is momenteel niet voorhanden.

4 Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. De getuige-deskundige M.C.T. Koenders heeft het advies van de reclassering toegelicht. Het standpunt luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.

De terbeschikkinggestelde blijkt ook binnen een gestructureerde omgeving delictgedrag te vertonen. Vanuit haar psychopathologie lijkt het recidivegevaar niet te zijn verminderd. Daarbij komt dat ze feitelijk nog nooit onbegeleid verlof heeft gehad. Vanuit FPC Veldzicht is op dit moment nog geen traject uitgestippeld.

Tactus Reclassering ziet dan ook geen mogelijkheid om invulling te geven aan een toezicht op een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. Derhalve heeft Tactus Reclassering dan ook geen bijzondere voorwaarden geformuleerd.

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich, gelet op hetgeen door de deskundigen naar voren is gebracht, op het standpunt gesteld dat de dwangverpleging thans niet voorwaardelijk moet worden beëindigd.

6 Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven dat zij graag naar een FPA of naar een instelling voor begeleid wonen zou willen.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling en verzoekt de rechtbank om haar beslissing van 1 oktober 2012 te herroepen en de vordering van de officier van justitie om de terbeschikkingstelling te verlengen alsnog af te wijzen.

7 De beoordeling

De rechtbank stelt allereerst voorop dat de wet de rechtbank geen mogelijkheden biedt om haar beslissing te herroepen en deelt de terbeschikkinggestelde mede dat zij tegen de beslissing van de rechtbank hoger beroep kan indienen.

De rechtbank is, gelet op voormelde adviezen van de reclassering en inrichting en gelet op hetgeen door de deskundigen ter terechtzitting naar voren is gebracht, van oordeel dat er op dit moment geen termen aanwezig zijn om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen.

De rechtbank overweegt daartoe dat bij de beslissing om de dwangverpleging al dan niet voorwaardelijk te beëindigen het belang van de terbeschikkinggestelde bij beëindiging dient te worden afgewogen tegen de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen. Uit de adviezen van de reclassering en de inrichting blijkt dat de terbeschikkinggestelde inmiddels fysiek is hersteld en dat zij nu weer in staat is tot het uiten van fysiek gewelddadig gedrag. Hiermee is haar persoonlijkheidsproblematiek en daarmee ook het delictgevaar opnieuw op de voorgrond komen te staan. Daarbij komt dat de terbeschikkinggestelde recent twee medewerkers van het verpleeghuis alwaar zij verbleef heeft bedreigd met een mes. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, terbeschikkingstelling met dwangverpleging eist.

De rechtbank zal, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet beslissen tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

8 De beslissing

De rechtbank beveelt de verpleging van overheidswege met dwangverpleging.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.C. Oostendorp, voorzitter, mr. P.W.G. de Beer en mr. Y.A.T. Kruijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Ven- de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 december 2012.

Mr. Y.A.T. Kruijer is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.