Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2201

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
14-09-2012
Datum publicatie
02-11-2012
Zaaknummer
16-655947-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het plegen van een diefstal gevolgd van geweld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Verdachte was eerder meerdere keren veroordeeld geweest voor geweldsdelicten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655947-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 september 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1969] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

gedetineerd in PI Utrecht, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein

raadsman mr. J.J. Weldam, advocaat te Utrecht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 31 augustus 2012. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: twee flessen wijn bij de [bedrijf 1] heeft weggenomen en daarbij [aangever 1] op zijn kaak heeft gestompt;

Subsidiair: twee flessen wijn bij de [bedrijf 1] heeft weggenomen.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft geconstateerd dat de dagvaarding geldig is, dat de rechtbank bevoegd is, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan. De officier van justitie baseert zich daarbij met name op het aangifteformulier, de verklaring van aangever [aangever 2], de verklaring van benadeelde [aangever 1] en de deels bekennende verklaring van verdachte.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is primair van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair en het subsidiair ten laste gelegde feit. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat verdachte bij de rechter-commissaris weliswaar heeft bekend de twee flessen wijn te hebben gestolen, maar dat deze verklaring van verdachte niet maatgevend is, omdat hij ook heeft verklaard dat hij van de wereld was.

Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat als de rechtbank de diefstal bewezenverklaard acht, de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het geweld kan komen wegens gebrek aan voldoende bewijs.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Benadeelde [aangever 1] heeft bij de politie verklaard dat hij op 15 juni 2012 werkzaam was als beveiliger bij de [bedrijf 1] op de [adres] in Utrecht. Hij zag op de beelden van de beveiligingscamera’s dat een man twee flessen drank uit het winkelschap pakte en in zijn rugtas wegstopte. [aangever 1] liep naar de man toe. De man was de kassa’s al gepasseerd en liep naar buiten. [aangever 1] sprak de man buiten de winkel aan. De man liep daarop bij hem vandaan. [aangever 1] pakte de man op borsthoogte aan de voorzijde van zijn jas beet en zei dat de man aangehouden was voor diefstal. [aangever 1] voelde dat de man hem met zijn vuist tegen zijn linkerkaak sloeg, wat pijn bij hem veroorzaakte.

Bij verdachte werden twee flessen wijn aangetroffen.

Aangever [aangever 3] heeft bij de politie verklaard dat de beveiligingsbeambte verdachte had aangesproken over de twee flessen wijn die hij in zijn rugtas had gestopt. [aangever 3] was naar hen toe gerend toen een medewerkster hem belde en zei dat de verdachte agressief was. [aangever 3] zag dat verdachte de beveiligingsbeambte sloeg met zijn vuist en dat de beveiligingsbeambte door de vuistslag werd geraakt tegen zijn linkerkaak.

Verdachte heeft bij de rechter-commissaris bekend dat hij op 15 juni 2012 twee flessen wijn bij de [bedrijf 1] had gestolen.

De rechtbank acht op grond van hetgeen zij hiervoor heeft overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 15 juni 2012 twee flessen wijn heeft gestolen bij de [bedrijf 1] en dat die diefstal werd gevolgd van geweld tegen [aangever 1], welk geweld bestond uit het door verdachte stompen op de linkerkaak van die [aangever 1].

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

primair

op 15 juni 2012 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee flessen wijn, toebehorende aan [bedrijf 1], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte voornoemde [aangever 1] (met kracht) op zijn linkerkaak heeft gestompt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Ten aanzien van primair:

Diefstal gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

5.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om, als de rechtbank tot een strafoplegging komt, een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De verdediging heeft er daarbij op gewezen dat het slechts gaat om twee flessen wijn van in totaal € 9,00, dat er totaal geen sprake is geweest van professionaliteit, dat niet is aangetoond dat de benadeelde letsel heeft opgelopen door de klap en dat verdachte voor de eerste keer met justitie in aanraking komt voor winkeldiefstal.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft twee flessen wijn bij de [bedrijf 1] gestolen en verdachte heeft daarbij geweld gebruikt tegen de beveiliger toen die wilde voorkomen dat verdachte zou vluchten met de flessen wijn in zijn tas. Winkeldiefstal is een hinderlijk feit dat voor veel overlast zorgt. Ook al is er voor een relatief gering bedrag gestolen, het bezorgt de winkelier handenvol extra werk en het levert financiële schade voor de betrokken middenstander op. Dat verdachte vervolgens ook nog een beveiliger een stomp tegen zijn kaak heeft gegeven om weg te kunnen komen neemt de rechtbank hem zeer kwalijk.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte d.d. 20 juli 2012 volgt dat verdachte eerder meerdere keren is veroordeeld voor het plegen van (onder andere) geweldsdelicten. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor het plegen van een winkeldiefstal met geweld, maar wel voor het plegen van een andersoortig vermogensdelict, zij het al lange tijd geleden.

Volgens de oriëntatiepunten is voor een diefstal met geweld, gepleegd op de wijze zoals hiervoor bewezenverklaard, een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden passend en geboden. De rechtbank heeft in het verhandelde ter terechtzitting geen aanleiding gezien om hiervan af te wijken. Gelet op de ernst van het feit en het strafblad van verdachte zal de rechtbank verdachte dan ook een gevangenisstraf van drie maanden opleggen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Diefstal gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A.C. Koster, voorzitter, mr. H.A. Brouwer en

mr. V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 14 september 2012.

Mr. V. van Dam is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.