Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY2158

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-09-2012
Datum publicatie
02-11-2012
Zaaknummer
16-600427-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

wijziging bijzondere voorwaarde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/600427-11

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats], op [1978],

zonder vaste woon- of verblijfplaats

postadres: [woonplaats], [adres],

heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1. De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- het vonnis van de meervoudige strafkamer in deze rechtbank d.d. 5 januari 2012;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 13 juni 2012;

- het aanvullend advies tenuitvoerlegging van Centrum Maliebaan d.d. 13 september 2012, opgemaakt door [betrokkene];

- de overige stukken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouwe mr. M. Snoeks, advocaat te Utrecht.

2. De beoordeling

Aan veroordeelde is bij voormeld vonnis – onder meer – een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd onder de bijzondere voorwaarde, voor zover hier van belang, dat hij werd verplicht mee te werken aan een (klinische) behandeling in een door het NIFP/IFZ aan te wijzen inrichting(en) of instelling(en); in welk kader veroordeelde zich ook voor een periode van maximaal zes maanden, of zoveel korter als de leiding van deze inrichting in overleg met de reclassering noodzakelijk acht, zal laten opnemen in die inrichting en daar zal verblijven.

Uit het aanvullende advies van Centrum Maliebaan en de toelichting die daarop ter terechtzitting door de heer [betrokkene] is gegeven blijkt, dat op 1 augustus 2012 een rechterlijke machtiging is afgegeven, als gevolg waarvan veroordeelde thans op de Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis in Overvecht verblijft.

Naar aanleiding van de rechterlijke machtiging heeft Wier+ aangegeven, dat veroordeelde bovenaan de wachtlijst zou kunnen worden geplaatst, mits hij daar binnen een forensisch kader kan worden geplaatst.

Volgens de heer [betrokkene] is er sprake van een gewijzigde situatie, omdat veroordeelde thans een positieve ontwikkeling doormaakt. Het advies van Centrum Maliebaan komt daarom anders te luiden, namelijk dat de vordering tot tenuitvoerlegging dient te worden afgewezen en voorts dat de maximale duur van de klinische opname op een jaar dient te worden gesteld, of zoveel korter als mogelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie dient te worden afgewezen en dat de als laatste aan veroordeelde opgelegde bijzondere voorwaarde dient te worden gewijzigd, waarbij de overige bijzondere voorwaarden ongewijzigd van kracht blijven. De rechtbank zal bepalen dat veroordeelde wordt verplicht mee te werken aan een (klinische) behandeling in een door het NIFP/IFZ aan te wijzen inrichting(en) of instelling(en), in welk kader verdachte zich ook voor een periode van maximaal een jaar, of zoveel korter als de leiding van deze inrichting in overleg met de reclassering noodzakelijk acht, zal laten opnemen in die inrichting en daar zal verblijven.

3. De beslissing

De rechtbank wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie d.d. 13 juni 2012 af en wijzigt de aan veroordeelde in het vonnis van 5 januari 2012 als laatste opgelegde bijzondere voorwaarde zo, dat deze komt te luiden:

* dat verdachte wordt verplicht mee te werken aan een (klinische) behandeling in een door het NIFP/IFZ aan te wijzen inrichting(en) of instelling(en), in welk kader verdachte zich ook voor een periode van maximaal een jaar, of zoveel korter als de leiding van deze inrichting in overleg met de reclassering noodzakelijk acht, zal laten opnemen in die inrichting en daar zal verblijven.

De andere bijzondere voorwaarden blijven ongewijzigd van kracht.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. P.L.C.M. Ficq en

mr. J.P.H. van Driel van Wageningen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier

mr. J.A. van Wageningen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 september 2012.