Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY1898

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
01-11-2012
Zaaknummer
16-655381-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor een diefstal door twee of meer verenigde personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655381-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 september 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1988] te [geboorteplaats]

thans verblijvende in de PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo

Raadsvrouwe mr. G.C. Oussoren, advocaat te Nijkerk.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 september 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak, waarbij meerdere goederen buit zijn gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal in vereniging heeft gepleegd ten aanzien van de goederen die zich op het moment van aanhouding in de auto zijn aangetroffen en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. De raadsvrouwe heeft dit onderbouwd door te stellen dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 6 februari 2012 uur reden twee verbalisanten over de Valutaboulevard te Amersfoort. De Valutaboulevard maakt deel uit van een ringweg om de woonwijk Vathorst. Het is de verbalisanten ambtshalve bekend dat er op de vele bouwplaatsen in deze wijk veelvuldig goederen worden weggenomen. Omstreeks 03.45 uur op bovengenoemde datum hebben de verbalisanten een Volkswagen Caddy, die de Valutaboulevard opreed, laten stoppen en vervolgens het voertuig en de inzittenden gecontroleerd. De verbalisanten zagen dat de kleding van de inzittenden onder het zaagsel zat. Tevens zagen de verbalisanten in de laadruimte van het voertuig een professioneel ogende zaagmachine staan. De verbalisanten zagen dat er een sticker op zat met de tekst ‘Heembouw’. Vervolgens hebben twee andere verbalisanten onderzoek ingesteld in de omgeving uit welke richting verdachten waren komen rijden. Zij zagen een bord op een bouwwerk met daarop de tekst ‘Heembouw’. Zij zagen vervolgens een groot bouwproject omringd door een afgesloten hekwerk, waarvan het slot van vermoedelijk de ingang van dit bouwproject was verbroken. Op het bouwterrein troffen de verbalisanten meerdere zaagtafels aan en zaagsel van hout lag op de grond.

[verbalisant] schat dat de zaagtafel 50 á 75 kg weegt. Hij slaagde er mede door de omvang van de zaagtafel niet in de zaagtafel uit de Volkswagen Caddy te tillen.

Aangever [aangever] doet op 10 februari 2012 namens Heembouw Amersfoort B.V. aangifte bij de politie van een diefstal met braak, gepleegd tussen 4 februari 2012 te 12.00 uur en 6 februari 2012 te 08.10 uur op het bouwterrein tussen de Straat van Gibraltar en Middellandse zee te Amersfoort. Er zijn diverse goederen gestolen, waaronder een cirkelzaagtafel.

De rechtbank is gelet op de bovenstaande bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging van de cirkelzaagtafel, door deze samen met de medeverdachte in de Volkswagen Caddy te tillen. Zowel de verklaring van verdachte bij de politie en de rechter-commissaris afgelegd, dat de zaagtafel al in de auto lag toen verdachte instapte en hij door het leggen van zijn schoenen in de achterbak onder het zaagsel is gekomen, als ook de verklaring van verdachte ter zitting, dat hij in de auto is blijven zitten op het moment dat zijn medeverdachte de zaagtafel ging inladen en door het rondvliegen van het zaagsel door de auto eronder is komen te zitten, acht de rechtbank onaannemelijk. De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsvrouwe – van oordeel dat (mede-)plegen door verdachte van de braak niet bewezen kan worden.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 4 februari 2012 tot en met 6 februari 2012 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit meerdere opslagcontainers, staande op een met een hekwerk afgesloten bouwterrein gelegen tussen de "Straat van Gibraltar en de Middelandse Zee" heeft weggenomen een cirkelzaagtafel toebehorende aan Heembouw Amersfoort B.V.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een gevangenisstraf van 41 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten;

- een werkstraf voor de duur van 30 uur/15 dagen vervangende hechtenis.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte

Voor wat betreft de aard en de ernst van de bewezen en strafbaar verklaarde feit en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan overweegt de rechtbank dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een zaagtafel vanaf een bouwterrein. Door het plegen van dit feit heeft verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen, maar ook hinder veroorzaakt bij hen. Verdachte heeft enkel aan zijn eigen gewin gedacht.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met

- een de verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 2 augustus 2012, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten;

- een retourzending rapportageverzoek d.d. 3 mei 2012, waaruit blijkt dat verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het opstellen van een reclasseringsadvies.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke werkstraf op zijn plaats is. De rechtbank komt tot een zwaardere werkstraf dan is geëist op grond van het strafblad van verdachte. De rechtbank zal daarnaast een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen waarbij de rechtbank rekening houdt met het feit dat verdachte 10 dagen in voorlopige hechtenis heeft gezeten. De voorwaardelijke straf dient als waarschuwing en als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich gedurende de proeftijd nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

diefstal door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 40 dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 30 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast;

- stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt de verdachte tot een werkstraf van 60 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;

Voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. Z.J. Oosting en mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 september 2012.