Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY0910

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-09-2012
Datum publicatie
23-10-2012
Zaaknummer
16-110137-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Blijkens de rapporten is nog zeker twee jaar nodig om het nog te doorlopen traject af te ronden, mede ook in aanmerking genomen dat de terbeschikkinggestelde nog altijd niet doordrongen is van de noo

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/110137-00

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[terbeschikkinggestelde]

geboren te [geboorteplaats] op [1949],

verblijvende in GGzE De Woenselse Poort te Eindhoven,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 31 juli 2012, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met twee jaar;

- de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [terbeschikkinggestelde] over de periode juni 2010 tot en met juli 2012;

- het rapport d.d. 8 juli 2012 van C.J.A. Koopal, psychiater/directeur behandelzaken en hoofd van de inrichting, en A.M. Kuijken, gz-psycholoog en behandelaar, waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen;

- het rapport van psycholoog drs. P.E. Geurkink d.d. 14 juli 2012, waarin het advies van de psycholoog is vermeld om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen;

- het rapport van psychiater A.H.A.C. van Bakel d.d. 11 juli 2012, waarin het advies van de psychiater is vermeld om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.

Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht.

Voorts is de deskundige mevrouw A. Kuijken gehoord.

2 Het standpunt van de inrichting

De rechtbank heeft kennis genomen van het standpunt van de inrichting. De deskundige heeft het rapport en het advies van de inrichting toegelicht.

Uit het rapport volgt dat er sprake is van ernstige psychiatrische problematiek. De terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type. Het gevaarscriterium is primair gerelateerd aan deze schizoaffectieve problematiek. Daarnaast spelen medicatietrouw, abstinentie van middelen en een gebrekkig probleeminzicht een belangrijke rol. De behandelervaringen tonen aan dat er sprake is van een sterk wisselende psychische conditie waarbij een justitieel kader essentieel blijkt te zijn om delictgedrag te kunnen voorkomen dan wel afbreken.

De terbeschikkinggestelde bevindt zich momenteel in fase twee van haar behandeling ‘behandeling en doorstroom’. Naar verwachting zal de terbeschikkinggestelde nog lange tijd externe structurering nodig hebben om delictgedrag te voorkomen. Er zal permanent psychiatrisch toezicht moeten zijn op haar psychiatrische toestandsbeeld, haar medicatie-inname en op de preventie van middelengebruik. Er is een voorzichtig positieve wending te zien, mede door het opstarten van dwangmedicatie en overplaatsing naar een afdeling waarbinnen minder sprake is van conflictueuze relaties. De komende periode zal vooral gebruikt worden om te (her)onderzoeken welke vorm van structuur en beveiliging op de lange termijn nodig is. Nog steeds hoopt de FPK om de terbeschikkinggestelde op termijn veilig over te kunnen plaatsen naar een verblijfsplek binnen de reguliere psychiatrie.

De kans op recidive wordt binnen de kliniek met de juiste medicatie en ondersteuning als laag tot matig ingeschat. Als de terbeschikkinggestelde zich buiten de huidige setting, structuur en kader zou bevinden wordt het risico van terugval in delictgedrag hoog geacht. De terbeschikkinggestelde zal waarschijnlijk niet gemotiveerd zijn om adequate hulp te aanvaarden en ze zal vermoedelijk haar medicatie niet meer innemen en wellicht alcohol en drugs gaan gebruiken, waardoor zij zal afglijden in psychoses en wederom zal vervallen in delictgedrag. De kliniek adviseert om de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

De deskundige heeft ter zitting nog toegelicht dat het met de terbeschikkinggestelde een stuk beter gaat sinds zij haar medicatie in depot krijgt. Als het medicatiegebruik stabiel blijft en de terbeschikkinggestelde een veilige en gestructureerde omgeving wordt geboden blijft het recidiverisico beperkt. Er ligt nu een aanvraag om het begeleid verlof met twee personen om te zetten in begeleid verlof met één persoon. Vervolgens kan de aanvraag voor onbegeleid verlof, transmuraal verlof en daarna voor het proefverlof worden ingediend. Er blijft voorlopig echter begeleiding nodig om erop toe te kunnen zien dat de terbeschikkinggestelde de medicatie blijft innemen en dat haar leefomgeving gestructureerd blijft. Als de huidige lijn zich voortzet is de verwachting dat de terbeschikkinggestelde over twee jaar met transmuraal verlof is. De kans dat het hele traject binnen een jaar is doorlopen is heel klein en is niet reëel. Daarom wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

3 Het standpunt van de psycholoog

De rechtbank heeft kennis genomen van het standpunt van de psycholoog.

Uit het rapport van de psycholoog maakt de rechtbank op dat de terbeschikkinggestelde vrijwel zeker blijvend zal zijn aangewezen op psychiatrische zorg, toezicht en ondersteuning. Als de terbeschikkinggestelde voor langere tijd stabiel blijft kan opnieuw worden toegewerkt naar het verkrijgen van transmuraal verlof en plaatsing in een minder beveiligde omgeving. Om dit proces goed en veilig te kunnen doorlopen met voortdurend de mogelijkheid om snel en dwingend in te grijpen is zeker nog een aantal jaren nodig.

In de huidige situatie wordt het risico op delicten als laag tot matig ingeschat. Als de terbeschikkinggestelde zonder de huidige maatregel, behandelstructuur en beveiligingsstructuur moet functioneren is de kans op recidive op de korte tot hooguit de middellange termijn hoog te noemen. De psycholoog is van mening dat de ingeslagen weg moet worden voortgezet en dat daarbij duurzame verstrekking van medicatie een voorwaarde is. De psycholoog adviseert om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

4 Het standpunt van de psychiater

De rechtbank heeft kennis genomen van het standpunt van de psychiater.

Uit het rapport van de psychiater maakt de rechtbank op dat de terbeschikkinggestelde gedurende langere tijd antipsychotische medicatie moet ontvangen en dat zij daarnaast gebaat is bij een verblijf in een gestructureerde, steunende en voorspelbare omgeving. De terbeschikkinggestelde heeft geen ziektebesef en ze is niet gemotiveerd om medicatie uit eigen beweging te nemen. De medicatie zal daarom onder dwang moeten worden toegediend in de vorm van een zogenoemd depot. Indien de terbeschikkinggestelde psychiatrisch voldoende stabiel is, is het waarschijnlijk mogelijk om haar in het kader van een transmuraal verlof de overstap te laten maken naar een open/besloten afdeling en vervolgens wellicht naar een beschermende woonvorm op het terrein van de GGZ. Het continueren van antipsychotische medicatie dient dan wel voldoende geborgd te zijn. Het vormgeven en het adequaat evalueren van het behandeltraject zal zeker meer dan twee jaar in beslag nemen. De psychiater adviseert om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen.

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering om de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen. De officier van justitie heeft er daarbij op gewezen dat uit de rapporten van de kliniek, de psycholoog en de psychiater blijkt dat het goed gaat met de terbeschikkinggestelde, maar dat het innemen van antipsychotische medicatie en begeleiding in een gestructureerde en steunende omgeving noodzakelijk zijn om een verhoogde kans op recidive te voorkomen. Blijkens de rapporten is de terbeschikkinggestelde niet doordrongen van het belang van het nemen van de medicatie. Uit de rapporten blijkt duidelijk dat het nog te doorlopen traject zeker niet binnen een jaar zal zijn afgerond.

6 Het standpunt van de verdediging en de terbeschikkinggestelde

De verdediging heeft aangevoerd dat er de afgelopen twaalf jaar bedroevend weinig vooruitgang is geboekt en dat er een meer onderbouwd en afgewogen advies van de kliniek had moeten liggen. Het pijnpunt zit in de gedwongen medicatie. Het verblijf in een aparte woonruimte waar controle kan worden uitgeoefend op het medicatiegebruik en de terbeschikkinggestelde begeleiding kan krijgen moet geregeld kunnen worden zonder dat de terbeschikkinggestelde in de kliniek moet verblijven. Het is aan de kliniek om te laten zien dat zij hiermee aan de slag gaat en om te laten zien dat de ingeslagen weg de juiste weg is. De verdediging geeft in overweging om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen, zodat de kliniek duidelijk wordt gemaakt dat er snel een stevig en goed plan moet worden opgemaakt. De reclassering kan tevens in overweging worden gegeven om te onderzoeken of een voorwaardelijke beëindiging mogelijk is.

De terbeschikkinggestelde heeft nog naar voren gebracht dat zij geen moeite heeft met de depot medicatie die zij nu krijgt, omdat zij er geen bijwerkingen van heeft, maar dat zij het er niet mee eens is dat zij die medicatie krijgt, omdat ze van mening is dat ze geen mentale stoornis heeft. De terbeschikkinggestelde heeft voorts aangegeven het niet eens te zijn met een verlenging van de terbeschikkingstelling, omdat zij best zelfstandig kan wonen en geen ondersteuning nodig heeft.

7 Het oordeel dan de rechtbank

Uit het vonnis van deze rechtbank van 21 juni 2000 volgt dat de terbeschikkinggestelde is veroordeeld tot onder meer terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 23 september 2010.

Het is de rechtbank uit de rapporten van de kliniek, de psychiater en de psycholoog gebleken dat de terbeschikkinggestelde nog een heel traject moet doorlopen. De fase van begeleid verlof met twee personen moet overgaan in begeleid verlof met één persoon, onbegeleid verlof en aansluitend transmuraal verlof. De rechtbank gaat er vanuit dat de kliniek voortvarend met dit traject aan de slag gaat, mede gelet op het feit dat het met het medicatiegebruik nu goed lijkt te gaan. Het blijven innemen van antipsychotische medicatie en het verblijven in een veilige, gestructureerde omgeving met begeleiding en ondersteuning zijn thans noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. Blijkens de rapporten is nog zeker twee jaar nodig om het nog te doorlopen traject af te ronden, mede ook in aanmerking genomen dat de terbeschikkinggestelde nog altijd niet doordrongen is van de noodzaak van het innemen van de medicatie. De rechtbank heeft op basis van het verhandelde ter zitting geen reden om aan te nemen dat het traject binnen een jaar zal zijn afgerond.

De rechtbank zal daarom de vordering van de officier van justitie om zowel de terbeschikkingstelling als de dwangverpleging met twee jaar te verlengen toewijzen, nu de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat nu nog eisen.

8 De beslissing.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mr. M.J. Grapperhaus en

mr. P.C.L.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.F. van Dam en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 september 2012.

Mr. Brouwer is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.