Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BY0700

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
19-10-2012
Zaaknummer
16-655382-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor een diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655382-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 september 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1986] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] [adres]

Raadsman mr. J.P.M. Denissen, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 september 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak, waarbij meerdere goederen buit zijn gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van diefstal van de goederen die zijn aangetroffen in het voertuig waarin verdachte ten tijde van de aanhouding reed en in het huis van verdachte, maar dat de braak en het medeplegen niet bewezen kunnen worden.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 10 februari 2012 werd mede namens [bedrijf] aangifte gedaan van een diefstal met braak, gepleegd tussen 4 februari 2012 te 12.00 uur en 6 februari 2012 te 08.10 uur op het bouwterrein tussen de Straat van Gibraltar en Middellandse Zee te Amersfoort. Zowel het hangslot van het bouwterrein als ook verschillende hangsloten van de opslagcontainers bleken te zijn doorgeknipt en werden op de grond aangetroffen. Er zijn diverse goederen gestolen, waaronder een cirkelzaagtafel en een haakse slijper. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij deze goederen heeft gestolen.

De verbalisanten die de auto met verdachte als bestuurder op 6 februari 2012 omstreeks 03.45 uur aanhielden, hebben in deze auto inbrekersgereedschap aangetroffen. Deze auto, die niet op naam van verdachte staat, heeft verdachte volgens de verklaring van zijn vader reeds sinds 3 februari 2012 in zijn bezit. Uit het werktuigsporenonderzoek blijkt dat de knip/knijpsporen op de beugeldelen van een van de aangetroffen hangsloten van de bouwplaats zijn veroorzaakt met de boutenschaar die is aangetroffen in het voertuig waarin verdachte werd aangehouden.

De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen en een diefstal met braak oplevert. De verklaring van verdachte dat de spullen allemaal klaar stonden buiten het bouwterrein en verdachte derhalve geen braak heeft gepleegd, acht de rechtbank, gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen, onaannemelijk. De rechtbank is – met de raadsman – van oordeel dat medeplegen niet bewezen kan worden, nu aannemelijk is dat verdachte eerder reeds een deel van de goederen heeft weggenomen, zoals hij heeft verklaard. Niet bewezen kan worden dat hij bij die gelegenheid in bewuste en nauwe samenwerking met een of meerdere andere daders heeft gehandeld.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 4 februari 2012 tot en met 6 februari 2012 te Amersfoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit meerdere opslagcontainers, staande op een met een hekwerk afgesloten bouwterrein gelegen tussen de "Straat van Gibraltar en de Middelandse Zee", heeft weggenomen een cirkelzaagtafel en een haakse slijper, toebehorende aan [bedrijf], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door verbreking door het hangslot waarmee het hekwerk van dat bouwterrein was afgesloten door te knippen en door telkens de hangsloten waarmee die opslagcontainers waren afgesloten door te knippen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een gevangenisstraf van 41 dagen waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten met de bijzondere voorwaarden reclasseringscontact en een arbeidsvaardigheden training indien werk uitblijft;

- een werkstraf voor de duur van 60 uur/30 dagen vervangende hechtenis.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om geen onvoorwaardelijke gevangenis- of werkstraf op te leggen, maar een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte

Voor wat betreft de aard en de ernst van de bewezen en strafbaar verklaarde feit en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan overweegt de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal met braak van goederen gelegen in opslagcontainers op een bouwterrein. Door het plegen van dit feit heeft verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen, maar ook heeft hij gezorgd voor schade en overlast. Verdachte heeft enkel aan zijn eigen financiële gewin gedacht.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met

- een de verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 2 augustus 2012, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld;

- een de verdachte betreffend rapport van Reclassering Nederland van 8 juni 2012, opgemaakt door D. Onnink, reclasseringswerker.

De reclassering adviseert om verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde een meldingsgebod en indien werk uitblijft, deelname aan een Arbeidsvaardigheden training (ARVA).

Verdachte heeft desgevraagd ter terechtzitting verklaard dat hij bereid en gemotiveerd is om aan bovenstaande geadviseerde voorwaarden mee te werken.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke werkstraf op zijn plaats is. De rechtbank zal daarnaast een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen waarbij de rechtbank rekening houdt met het feit dat verdachte 10 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Met deze voorwaardelijke straf beoogt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en een voorwaardelijke gevangenisstraf maakt zowel een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk als ook een eventuele arbeidsvaardigheden training.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 40 dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 30 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast;

- Stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking

verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als

bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarden niet naleeft:

Veroordeelde moet zich tijdens de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland. Daartoe moet de veroordeelde zich binnen 2 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis melden bij Reclassering Nederland aan de [adres] te Arnhem. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

Veroordeelde moet deelnemen aan een Arbeidsvaardighedentraining wanneer de Reclassering dit nodig acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt de verdachte tot een werkstraf van 60 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;

Voorlopige hechtenis

- heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, mr. Z.J. Oosting en mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 september 2012.