Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9393

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-10-2012
Datum publicatie
05-10-2012
Zaaknummer
16.604071-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft seksueel getinte afbeeldingen van zichzelf aan een 12 jarig meisje verstuurd en vice verca. Bezit kinderporno, aanzetten tot ontuchtige handelingen. Oude zaak. Taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16.604071-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 oktober 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1987] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsman mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 17 september 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 22 maart 2010 te Veenendaal:

feit 1: afbeeldingen van zijn geslachtsdeel via sms/mms/MSN aan [aangever 1] heeft gestuurd, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat zij nog geen zestien jaar was;

feit 2: zeventien afbeeldingen met kinderporno in zijn bezit heeft gehad;

feit 3: die [aangever 1] via sms/mms/MSN heeft bewogen tot ontuchtige handelingen.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op het volgende.

Ten aanzien van feit 1: de verklaring van verdachte, de aangifte, het uittreksel uit het geboorteregister en de uitdraai van de mms-berichten.

Ten aanzien van feit 2: de verklaring van verdachte, de aangifte en de uitdraai van de MSN-berichten met bijbehorende foto’s. De officier van justitie merkt daarbij op dat alleen ten aanzien van de twee foto’s die via MSN zijn verstuurd en de foto die verdachte heeft herkend wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte die in zijn bezit heeft gehad en verzoekt de rechtbank dan ook om verdachte vrij te spreken van het bezit van de overige ten laste gelegde afbeeldingen.

Ten aanzien van feit 3: de verklaring van verdachte, de aangifte en de uitdraai van de sms- en MSN-berichten.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 2 ten laste gelegde feit. Niet kan worden vastgesteld welke afbeeldingen verdachte in zijn bezit heeft gehad.

De verdediging is van mening dat de rechtbank wel tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten en wijst daarbij op de verklaring van verdachte.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Ten aanzien van feit 1

Aangezien verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft bekend en de verdediging niet een vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

- Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 37-41, inclusief de bijlage op pagina 42-44, van het proces-verbaal met dossiernummer PL0981 2010149401.

- Het geschrift, te weten een geboorteakte van [aangever 1], opgenomen op pagina 165 van het proces-verbaal met dossiernummer PL0981 2010149401.

- De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 17 september 2012.

Ten aanzien van feit 2

Op 13 januari 2010 heeft [aangever 1] ([aangever 1]) op meerdere tijdstippen via MSN gesprekken gevoerd met ‘[naam]’.

[naam]: dan kijk ik naar de foto’s van jou… en naar de niweue van je kutje

(…)

[naam]: En dan maak ik daarna een geil filmpje waarop je me ziet spelen met mn pik, terwijl ik naar jouw foto kijk

(…)

[naam]: gewoon vanavond weer doen? uur of half 11 ofzo?

[aangever 1]: isgoed

[naam]: chill

[naam]: en jij beentjes goed wijd.. nat kutje.. en lipjes iets uit elkaar hea?

[aangever 1]: whatever you like

[naam]: dat dus.. en beetje van dichtbij..

Later op de dag, omstreeks 21.36 en 22.04 uur , heeft [aangever 1] twee foto’s (in het dossier voorzien van de nummers 83 en 84) aan [naam] verstuurd. Deze foto’s zijn door verbalisanten [verbalisant 1], zedenrechercheur, en [verbalisant 2], beschreven. Uit die beschrijvingen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat deze afbeeldingen een kinderpornografisch karakter hebben, zoals hierna in de bewezenverklaring vermeld.

Verdachte heeft verklaard dat hij te Veenendaal onder de naam ‘[naam]’ via MSN gesprekken heeft gevoerd met [aangever 1].

De foto’s die door [aangever 1] aan verdachte zijn verstuurd passen naar het oordeel van de rechtbank volledig in de MSN-gesprekken die verdachte en [aangever 1] eerder die dag hebben gevoerd. De rechtbank stelt dan ook vast dat de foto’s die [aangever 1] heeft verstuurd van haar zijn en acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voornoemde kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad en zal hem daarvan dan ook vrijspreken.

Ten aanzien van feit 3

Aangezien verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft bekend en de verdediging niet een vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met toepassing van het bepaalde in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht het feit bewezen gelet op:

- Het proces-verbaal van bevindingen, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen op pagina 3-4, van het proces-verbaal met dossiernummer PL0981 2010149401.

- Het geschrift, te weten een uitdraai van MSN-berichten, opgenomen op pagina 54-57, van het proces-verbaal met dossiernummer PL0981 2010149401.

- Het geschrift, te weten een uitdraai van foto’s uit MSN-berichten, opgenomen op pagina 2-3, van het proces-verbaal PL0950 2010149401.

- Het geschrift, te weten een geboorteakte van [aangever 1], opgenomen op pagina 165 van het proces-verbaal met dossiernummer PL0981 2010149401.

- De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 17 september 2012.

De rechtbank overweegt voorts dat niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte heeft bewogen tot ontuchtige handelingen door misbruik van de feitelijke verhoudingen, te weten het leeftijdsverschil, aangeefster. Verdachte zal dan ook van dat deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 22 maart 2010 te Groningen en Veenendaal, een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar heeft verstrekt aan [aangever 1] (geboren op [1997]), van wie hij, verdachte, redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, immers heeft hij, verdachte,

via mms-berichten films en afbeeldingen verstuurd aan die [aangever 1] waarop onder meer is te zien dat hij, verdachte, zijn geslachtsdeel toont en dat hij zich aftrekt;

2.

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 22 maart 2010 te Veenendaal, meermalen afbeeldingen, te weten foto's, in bezit heeft gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het betasten van de vagina en het houden van een vinger tussen de schaamlippen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (afbeelding 83 van het multimediaverbaal/proces-verbaal over 85 afbeeldingen)

en

het naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een erotisch getinte houding poseert die niet bij haar leeftijd past en waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (afbeelding 84 van het multimediaverbaal/proces-verbaal over 85 afbeeldingen);

3.

op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 22 maart 2010 te Veenendaal, door giften of beloften van goed, te weten

- door via MSN aan die [aangever 1] te schrijven (onder meer): "zolang ik jouw kutje te zien krijg, krijg je alles van mij te zien" en "en dan stuur ik dat filmpje naar jou en dan kun je je heerlijk vingeren op de gedachte dat mijn pik in jou glijdt", althans telkens woorden van gelijke aard of strekking,

een persoon, te weten [aangever 1], geboren op [1997] waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten:

- haar vagina te betasten en

- foto's van haar vagina en billen te maken en deze vervolgens aan hem, verdachte, te versturen,

te plegen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1: een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd.

Feit 2: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Feit 3: door giften of beloften van geld of goed een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd.

5.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en behandeling bij De Waag, indien de reclassering dat nodig acht. De officier van justitie heeft daarnaast een werkstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, gevorderd.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de ouderdom van de zaak. De verdediging acht een geheel voorwaardelijke werkstraf met daarbij de door de officier gevorderde bijzondere voorwaarden voldoende.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft via sms, mms en MSN gedurende enkele maanden seksuele contacten onderhouden met een twaalfjarig meisje. Hij heeft haar via die communicatiemiddelen aangezet tot het verrichten van seksuele handelingen. Verdachte stuurde foto’s en filmpjes van zichzelf (waarop zijn ontblote geslachtsdeel is te zien en tevens is te zien dat hij zich aftrekt) naar haar toe in ruil voor seksueel getinte afbeeldingen van haar. De rechtbank acht dit ernstig.

Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen jonger dan

16 jaar uitdrukkelijk beschermd, onder meer op de grond dat zij op seksueel gebied nog niet volgroeid zijn en dat zij worden geacht niet zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact, in de ruime zin des woords, voldoende te kunnen inschatten. Handelingen zoals de verdachte die heeft gepleegd, vormen een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en kunnen, naar de ervaring leert, leiden tot blijvende psychische schade. Het slachtoffer was nog zeer jong, te weten twaalf jaar, en verkeerde als puber in een zeer kwetsbare fase van haar leven.

De rechtbank houdt er rekening mee dat, hoewel er geen sprake is van eendaadse samenloop zoals beschreven in artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht, de bewezen verklaarde feiten nauw met elkaar samenhangen.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder rekening gehouden met een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 3 augustus 2012, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De officier van justitie heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met bijzondere voorwaarden en een werkstraf van 240 uren gevorderd. De rechtbank acht deze straf, gelet de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op hetgeen wordt opgelegd in vergelijkbare zaken, een passende straf. Echter, nu de feiten zijn gepleegd in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 22 maart 2010 en verdachte naast onderhavige zaak tot op heden niet met justitie in aanraking is gekomen, acht de rechtbank een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden noch passend, noch noodzakelijk.

Alles afwegend komt de rechtbank dan ook tot de conclusie dat voor het bewezenverklaarde kan worden volstaan met een werkstraf van 240 uur.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 240a, 240b en 248a van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd;

feit 2: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

feit 3: door giften of beloften van geld of goed een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mr. R.P. den Otter en C.A.M. van Straalen- Coumou, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 oktober 2012.