Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8697

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-09-2012
Datum publicatie
28-09-2012
Zaaknummer
16/710511-11 (verzoek)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek wijzigen tbs voorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16/710511-11

Beslissing op een verzoek tot aanvulling/wijziging/opheffing voorwaarden gesteld bij terbeschikkingstelling met voorwaarden.

In de zaak onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte],

geboren op [1981] te [geboorteplaats],

verblijvende te [adres] te [woonplaats],

heeft [verdachte] (hierna te noemen: verzoeker) de wijziging dan wel opheffing van de voorwaarden verzocht, betreffende het gedrag van hem, de terbeschikkinggestelde. Op dit verzoek heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1. De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- het vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank d.d. 1 september 2011, waarin verzoeker is veroordeeld wegens tweemaal het medeplegen van brandstichting, waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en eenmaal een poging tot het medeplegen van brandstichting tot een gevangenisstraf van 10 maanden en terbeschikkingstelling met voorwaarden;

- het verzoekschrift opheffing/wijziging voorwaarden d.d. 13 juli 2012, inhoudende het verzoek dat de voorwaarde voor intramurale behandeling in [adres] dient te worden opgeheven dan wel te worden gewijzigd in die zin dat een beperking van de duur wordt opgenomen, aangevuld door een brief van verzoeker, gedateerd 6 augustus 2012.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.

Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. K.D. Regter, advocaat te Heerlen.

Voorts zijn de deskundigen mevrouw M.D. Niewold en de heer P.R. Schut gehoord.

2. De beoordeling

Bij de door de rechtbank genomen beslissing zijn aan de terbeschikkinggestelde onder meer de volgende voorwaarden betreffende zijn gedrag gesteld:

* dat veroordeelde zich klinisch laat behandelen in een intramurale inrichting, te weten [adres], dan wel een soortgelijke door het IFZ te indiceren instelling;

* dat veroordeelde zich houdt aan de afspraken met behandelaars en begeleiders;

* dat veroordeelde de behandeling niet zonder overleg met behandelaars en zonder toestemming van de Reclassering onderbreekt of beÃĢindigt;

* dat veroordeelde na de afloop van de behandeling meewerkt aan de voorgeschreven nazorgbehandeling, ook als dat een ambulante behandeling of een behandeling bij een andere instelling inhoudt;

* dat veroordeelde zich gedurende de opname houdt aan de huisregels van het behandelinstituut;

* dat veroordeelde zich met betrekking tot zijn persoonlijke vrijheden aan de afspraken houdt die zijn behandelaars en begeleiders van de kliniek of beschermde woonvorm met hem maken;

Het verzoek hield aanvankelijk in de hiervoor cursief weergegeven voorwaarde op te heffen. Daaraan werd ten grondslag gelegd, zakelijk weergegeven, dat de veroordeelde reeds 9 maanden op een gesloten afdeling van [adres] verblijft en dat hem daar is verteld dat de totale intramurale behandeling gemiddeld 34 maanden duurt. Verzoeker wijst erop dat de deskundigen waarop de rechtbank haar beslissing baseert tot oplegging van TBS met voorwaarden slechts een korte opname en snelle resocialisatie in een beveiligde omgeving adviseerden.

De raadsman heeft ter terechtzitting het verzoekschrift gewijzigd en verzocht de voorwaarde voor intramurale behandeling te wijzigen in die zin dat er een maximale duur wordt bepaald voor het verblijf van verzoeker op een gesloten afdeling.

Subsidiair is verzocht om aanhouding zodat de rechtbank een vinger aan de pols kan houden wat betreft de voortgang van de behandeling.

De rechtbank overweegt dat ter zitting is gebleken dat onder intramurale behandeling bij [adres] zowel wordt begrepen de gesloten afdeling waar verzoeker zich nu bevindt als de besloten afdeling (Eijk) en de open afdeling, te weten het Wilhelminaoord. Voorts overweegt de rechtbank dat de raadsman het verzoek ter zitting heeft gewijzigd in die zin dat hij verzoekt een maximale duur te bepalen voor het verblijf van verzoeker op een gesloten of besloten afdeling. Verzoeker zelf heeft ter zitting verklaard dat hij niet langer dan nodig op een gesloten afdeling wil verblijven en een overstap naar het Wilhelminaoord of naar een begeleid wonen setting (RIBW) wil maken.

Mevrouw Niewold heeft ter zitting toegelicht dat er bij verzoeker sprake is van een autistische stoornis en een verstandelijke beperking. Verzoeker wordt behandeld en kan daarmee steeds meer vrijheden opbouwen. Mevrouw Niewold heeft voorts toegelicht dat het lastig is om een inschatting te geven van de termijn die nodig is voor een bepaalde behandeling bij verzoeker, maar dat [adres] probeert de duur zo kort mogelijk te houden en dat de behandeling van verzoeker tot nog toe sneller verloopt dan gemiddeld. Op dit moment is er nog sprake van een hoog recidiverisico indien verzoeker naar een begeleid wonen setting zou verhuizen. De meest logische vervolgstap binnen [woonplaats] is de stap naar een besloten afdeling, aldus mevrouw Niewold. Deze stap wordt nu onderzocht, maar ook wordt, op aandringen van verzoeker, onderzocht of het mogelijk is de besloten afdeling over te slaan en door te plaatsen naar een open afdeling (Wilhelminaoord).

De rechtbank overweegt dat uit de toelichting van mevrouw Niewold blijkt dat [adres] voortvarend te werk gaat met de behandeling van verzoeker en de rechtbank gaat er vanuit dat de periode die verzoeker op een gesloten of besloten afdeling dient te verblijven niet langer duurt dan noodzakelijk.

De rechtbank merkt daarbij op dat de in het verzoekschrift genoemde termijnen gemiddelden zijn en dat mevrouw Niewold heeft toegelicht dat de termijnen bij verzoeker tot nu toe van kortere duur zijn geweest.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht, de duur van de behandeling en het verblijf op een bepaalde afdeling aan de kliniek dient te worden overgelaten. De rechtbank zal derhalve de voorwaarden niet wijzigen. Ook is er geen aanleiding om de behandeling aan te houden om een vinger aan de pols te houden.

Het verzoek wordt dus afgewezen.

3. De beslissing.

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. M.C. Oostendorp en mr. P.L.C.M. Ficq, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R. Willemsen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 september 2012.