Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8518

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
24-08-2012
Datum publicatie
27-09-2012
Zaaknummer
16/712227-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden + werkstraf van 80 uren voor 5 x oplichting, meermalen gepleegd. Toewijzing vordering benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/712227-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 augustus 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1974] te [geboorteplaats]

thans verblijvende in FPC De Oostvaarderskliniek te Almere Buiten

raadsman mr. R. Gijsen, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 augustus 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: [benadeelde 3] heeft opgelicht;

feit 2: [benadeelde 1] en/of de echtgenote van [benadeelde 1] heeft opgelicht;

feit 3: [benadeelde 5] heeft opgelicht;

feit 4: [benadeelde 4] heeft opgelicht;

feit 5: [benadeelde 2] en/of de vrouw van [benadeelde 2] heeft opgelicht.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat de rechtbank bevoegd is, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen aan hem onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste is gelegd heeft begaan. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangiften en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Aangezien verdachte deze feiten integraal heeft bekend, zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen dienaangaande.

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte, gedaan door [benadeelde 3].

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte, gedaan door [benadeelde 1].

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte, gedaan door [benadeelde 5].

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte, gedaan door [benadeelde 4].

Ten aanzien van feit 5

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte;

- de aangifte, gedaan door [benadeelde 2].

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 25 oktober 2011 in Amersfoort met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van 70 euro, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid

- telefonisch heeft gereageerd op een advertentie van die [benadeelde 3] met betrekking tot een te koop aangeboden verzameling laafjes en

- een afspraak heeft gemaakt voor bezichtiging van voornoemde laafjes en

- heeft aangegeven na bezichtiging de laafjes te willen kopen en

- heeft gevraagd of [benadeelde 3] geld kon wisselen en geld terug had van 100 euro en

- toen die [benadeelde 3] vervolgens 70 euro (wisselgeld) op tafel had gelegd, dit geldbedrag heeft gepakt en heeft aangegeven dat hij de 100 euro ging halen uit zijn auto en vervolgens met het geldbedrag van 70 euro is weggerend,

waardoor hij zich heeft voorgedaan als een bonafide geïnteresseerde en koper tegenover voornoemde [benadeelde 3] en waardoor [benadeelde 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

op 23 oktober 2011 in Amersfoort met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, [benadeelde 1] en de echtgenote van [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van 60 euro, hierin bestaande dat

verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid

- telefonisch heeft gereageerd op een advertentie van die [benadeelde 1] en de echtgenote van [benadeelde 1] met betrekking tot een te koop aangeboden verzameling albums bevattende geboortekaartjes en

- een afspraak heeft gemaakt voor bezichtiging van voornoemde albums en

- heeft aangegeven na bezichtiging de albums te willen kopen en

- heeft gevraagd of [benadeelde 1] en diens echtgenote geld konden wisselen en geld terug hadden van 100 euro en

- vervolgens 30 euro wisselgeld heeft aangenomen van die [benadeelde 1] en

- toen die echtgenote van [benadeelde 1] vervolgens 30 euro (wisselgeld) had gepakt,

dit geld uit haar handen heeft gepakt en

- heeft aangegeven dat hij de 100 euro ging halen uit zijn auto en vervolgens is

weggerend met het geldbedrag van 60 euro

waardoor hij zich heeft voorgedaan als een bonafide geïnteresseerde en

koper tegenover voornoemde [benadeelde 1] en diens echtgenote en waardoor

[benadeelde 1] en diens echtgenote werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

op 11 oktober 2011 in Amersfoort, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, [benadeelde 5] heeft bewogen tot de afgifte van 30 euro, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid

- telefonisch heeft gereageerd op een advertentie van die [benadeelde 5] met betrekking tot een te koop aangeboden gasstel en

- een afspraak heeft gemaakt voor bezichtiging van voornoemd gasstel en

- heeft aangegeven na bezichtiging het gasstel te willen kopen en

- heeft gevraagd of [benadeelde 5] geld kon wisselen en geld terug had van 100 euro en

- vervolgens 30 euro wisselgeld heeft aangenomen van die [benadeelde 5] en

- heeft aangegeven dat hij naar beneden moest naar een vriend van hem maar gelijk terug zou komen en vervolgens is weg gegaan

waardoor hij zich heeft voorgedaan als een bonafide geïnteresseerde en koper tegenover voornoemde [benadeelde 5] en waardoor [benadeelde 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

op 12 november 2011 in Amersfoort met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, [benadeelde 4] heeft bewogen tot de afgifte van 50 euro, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met

de waarheid

- telefonisch heeft gereageerd op een advertentie van die [benadeelde 4] met betrekking tot een te koop aangeboden elektrische haard en

- een afspraak heeft gemaakt voor bezichtiging van voornoemde haard en

- heeft aangegeven na bezichtiging de haard te willen kopen en deze later te willen ophalen en

- heeft gevraagd of [benadeelde 4] geld kon wisselen en geld terug had van 100 euro en

- vervolgens 50 euro wisselgeld heeft aangenomen van die [benadeelde 4] en

- heeft aangegeven dat hij de 100 euro ging halen uit zijn auto en vervolgens is weggegaan met het geldbedrag van 50 euro

waardoor hij zich heeft voorgedaan als een bonafide geïnteresseerde en koper tegenover voornoemde [benadeelde 4] en waardoor [benadeelde 4] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

op 19 oktober 2011 in Veenendaal met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, [benadeelde 2] en de vrouw van die [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van 50 euro, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid

- telefonisch heeft gereageerd op een advertentie van die [benadeelde 2] en de vrouw van die [benadeelde 2] met betrekking tot een te koop aangeboden satellietschotel en

- een afspraak heeft gemaakt voor bezichtiging van voornoemde satellietschotel en

- heeft aangegeven na bezichtiging de satellietschotel te willen kopen en

- heeft gevraagd of die [benadeelde 2] en de vrouw van die [benadeelde 2] geld konden wisselen en geld terug hadden van 100 euro en

- vervolgens 50 euro wisselgeld heeft aangenomen van de vrouw van die [benadeelde 2] en

- heeft aangegeven dat hij de 100 euro ging halen uit zijn auto en vervolgens is weggegaan met het geldbedrag van 50 euro

waardoor hij zich heeft voorgedaan als een bonafide geïnteresseerde en koper tegenover voornoemde [benadeelde 2] en de vrouw van die [benadeelde 2] en waardoor die [benadeelde 2] en de vrouw van die [benadeelde 2] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1, feit 3 en feit 4: telkens: oplichting;

Feit 2 en 5: telkens: oplichting, meermalen gepleegd.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met een proeftijd van twee jaren en verplicht reclasseringstoezicht, een meld- en contactgebod bij Tactus Verslavingsreclassering en een ambulante behandeling bij de professionele verslavingszorg of soortgelijke forensische zorg, als bijzondere voorwaarden.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De verdediging heeft aangegeven het eens te zijn met de geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met de proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geëist door de officier van justitie. De verdediging heeft voorts aangegeven geen voorstander te zijn van het naast de voorwaardelijke straf opleggen van een werkstraf, omdat een werkstraf niet zou passen in het te doorlopen behandeltraject. De verdediging verzoekt de rechtbank de zaak af te doen met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf oplichtingen. Zijn slachtoffers waren mensen die de moeite hebben gedaan en tijd hebben geïnvesteerd om goederen te verzamelen of aan te schaffen. Zij plaatsten een advertentie in de supermarkt, waarop verdachte telefonisch reageerde en zei interesse te hebben voor het aangeboden goed. De slachtoffers lieten nietsvermoedend en in goed vertrouwen verdachte binnen in hun woning. Door zich voor te doen als bonafide geïnteresseerde en koper werd de slachtoffers geld afhandig gemaakt. Voordat de slachtoffers er erg in hadden dat zij werden opgelicht, was verdachte al weg, zijn slachtoffers in verbijstering en ongeloof achterlatend.

Verdachte heeft door het plegen van deze feiten gevoelens van angst opgewekt en de slachtoffers financieel benadeeld. Daarnaast leiden deze feiten tot verminderd vertrouwen in andere mensen. Dat dit voor de slachtoffers in deze zaak ook geldt, blijkt uit de door hen ingediende vorderingen tot schadevergoeding. De slachtoffers voelen zich bekocht. Eén van de slachtoffers heeft in zijn vordering tot schadevergoeding aangegeven dat zijn vertrouwen in de mens ernstig is beschadigd door deze handelwijze. Het slachtoffer en zijn echtgenote zijn erg terughoudend geworden in hun contacten met anderen. Zij durven ’s avonds de deur niet meer open te doen.

Het heeft een enorme impact als men denkt veilig te zijn in het eigen huis en blijkt dat dit niet zo is. De rechtbank rekent verdachte deze feiten dan ook zwaar aan.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 27 juni 2012 volgt dat verdachte reeds eerder meermalen voor soortgelijke delicten is veroordeeld, laatstelijk op 15 maart 2012 tot een gevangenisstraf van dertig maanden. Bij de beoordeling van de zaak houdt de rechtbank rekening met de hiervoor genoemde veroordeling en past daarom artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toe.

De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsrapport van 13 juni 2012, opgemaakt door L.R. Grooten. Uit het rapport volgt dat verdachte jarenlang bekend is met het gebruik van cocaïne en heroïne. Verdachte heeft deelgenomen aan het methadonprogramma van Tactus en recentelijk van Iriszorg Ede. Tijdens een eerdere detentie heeft verdachte de Leefstijltraining positief afgerond ter voorbereiding op zijn klinische behandeling bij de Piet Roorda Kliniek. Verdachte is daarna van 28 januari 2010 tot 4 maart 2011 in behandeling geweest binnen het traject van de Piet Roorda Kliniek. Tijdens zijn verblijf daar viel verdachte echter terug in harddruggebruik. Sinds zijn ontslag op 4 maart 2011 had verdachte geen vast dagritme en structuur en verbleef hij hele dagen thuis. Verdachte gaf bij de reclassering aan dat dit hem neerslachtig en passief maakte. De reclassering is van mening dat het wegvallen van een dagritme en het wegvallen van structuur, de beperkte financiële middelen en de emotionele gesteldheid van verdachte kunnen leiden tot terugval in middelengebruik.

De kans op terugval in middelengebruik en hiermee terugval in delictgedrag wordt door de reclassering momenteel ingeschat als hoog. Gezien de instabiliteit op veel leefgebieden en gelet op het feit dat verdachte veelpleger is, is de kans op recidive hoog te noemen. Middels het DJI-traject ‘Terugdringen Recidive’ is verdachte binnen zijn huidige detentie toegeleid naar een Forensische Verslavingskliniek (Almere) alwaar hij al tijdens zijn detentie terecht kon. Als verdachte na tweederde van zijn straf te hebben ondergaan voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld, kan hij in het kader van deze voorwaardelijke invrijheidstelling hetzij opgenomen blijven in de forensische verslavingskliniek hetzij verder ambulant worden begeleid. Na afloop van de periode van de voorwaardelijke invrijheidstelling is er echter geen justitieel kader voor verdere begeleiding meer. Onder dergelijke omstandigheden ging het eerder juist mis bij verdachte. Verplicht reclasseringscontact kan een aansluiting realiseren. De reclassering adviseert dan ook om verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een behandelverplichting in een ambulante setting.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de behandeltrajecten tot nu toe goed doorloopt en dat hij tijdens de behandelingen geen drugs gebruikt. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij, nadat een behandeling is afgerond en de begeleiding wegvalt, een terugval krijgt en dat de drang naar drugsgebruik weer terugkomt. Verdachte heeft verklaard dat hij er zelf nog geen vat op kan krijgen waarom het juist in die periode mis gaat met hem. Verdachte erkent dat hij ook hulp en begeleiding nodig heeft na afronding van het klinisch behandeltraject. Verdachte is van mening dat een stevige stok achter de deur hem kan helpen om zich aan de hulp en begeleiding te houden.

Het is de rechtbank uit het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat er bij verdachte meer dan alleen een straf nodig is om hem ervan te weerhouden terug te vallen in drugsgebruik en het plegen van delicten.

De rechtbank is van oordeel dat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden noodzakelijk zijn om het leven van verdachte op de rit te krijgen en te houden en om daarmee te voorkomen dat verdachte in de toekomst wederom overgaat tot het plegen van strafbare feiten. De rechtbank zal deze bijzondere voorwaarden dan ook aan verdachte opleggen, gekoppeld aan een voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal daarbij een hogere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, zodat verdachte een stevige stok achter de deur heeft om zich aan de bijzondere voorwaarden te houden.

Daarnaast is de rechtbank, gelet op de veelheid en de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten, van oordeel dat een werkstraf geïndiceerd is. Een werkstraf kan dienen als een zinvolle dagbesteding en deze werkstraf kan bijdragen aan het brengen van structuur in het leven van verdachte. Het door verdachte thans te volgen behandeltraject vormt geen beletsel voor het opleggen van de werkstraf. Integendeel, de werkstraf vormt juist een goede aanvulling op dat traject, zodat verdachte iets om handen heeft tijdens en na het doorlopen van het behandeltraject.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden een passende straf is.

De rechtbank zal verdachte een werkstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis, met daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren, onder de hierna nader aangegeven bijzondere voorwaarden, opleggen.

7 De benadeelde partij

7.1 De vordering van officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 3], [benadeelde 1], [benadeelde 4] en [benadeelde 2] in hun geheel toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de door de benadeelde partijen [benadeelde 3], [benadeelde 4] en [benadeelde 2] ingediende vorderingen tot schadevergoeding gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] voor zover deze ziet op de reiskosten van € 4,50 voor vier busritten naar het politiebureau moet worden afgewezen. De raadsman vindt het onaannemelijk dat de benadeelde partij viermaal naar het politiebureau moest voor deze zaak.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij [benadeelde 3] vordert een schadevergoeding van € 70,00 voor het onder 1 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde bedrag is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 68,50 voor het onder 2 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde bedrag is voldoende aannemelijk gemaakt, ook ten aanzien van de reiskosten van € 4,50, zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij [benadeelde 4] vordert een schadevergoeding van € 50,00 voor het onder 4 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde bedrag is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 50,00 voor het onder 5 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde bedrag is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf de dag waarop de schade is ontstaan tot aan de dag der algehele voldoening.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 36f, 55, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, feit 3 en feit 4: telkens: oplichting;

feit 2 en 5: telkens: oplichting, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd (een van) de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

* omdat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking

verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als

bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Tactus Verslavingsreclassering. Verdachte moet zich zo frequent melden en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* dat verdachte zich verplicht moet laten behandelen voor zijn verslaving bij de professionele verslavingszorg in zijn regio of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 80 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 3] van een bedrag van € 70,00 ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 25 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde 3], € 70,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, bij niet betaling bij niet betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van een bedrag van € 68,50 ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde 1], € 68,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, bij niet betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 4] van een bedrag van

€ 50,00 ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 12 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4], € 50,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, bij niet betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van een bedrag van € 50,00 ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 19 oktober 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde 2], € 50,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, bij niet betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A.C. Koster, voorzitter, mr. M.A.A.T. Engbers en

mr. V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 augustus 2012.