Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX8031

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-08-2012
Datum publicatie
21-09-2012
Zaaknummer
16-652841-12 en 16-512671-11 (ttz.gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis waarin de rechtbank de plaatsing van verdachte beveelt in FORCA ter observatie en het opmaken van een gedragskundig rapport.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 16/652841-12 en 16/512671-11 (ttz. gev.)

tussenvonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 augustus 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1995] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in [naam] te [woonplaats].

raadsvrouwe mr. M. Snoeks, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 24 juli 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met een ander een mobiele telefoon heeft gestolen uit een woonhuis;

feit 2: samen met een ander een autoradiofrontje heeft gestolen uit een auto;

feit 3: samen met een ander goederen heeft gestolen uit een auto.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen indien de rechtbank de ontkennende verklaringen van verdachte bij de politie en ter zitting zou volgen. In dat geval dient de rechtbank verdachte van alle ten laste gelegde feiten vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1

Aangeefster [benadeelde 1] heeft bij de politie verklaard dat zij op 21 januari 2012 haar woning aan het [adres] te [woonplaats] afgesloten en in een goede staat heeft verlaten. Op 25 januari 2012 werd aangeefster door de politie gebeld met de mededeling dat er was ingebroken. Zij is toen naar haar huis gegaan en zij zag dat alles overhoop gehaald was. Kastdeurtjes en lades waren open getrokken. Zij zag in de woonkamer een blauwe klauwhamer liggen die zij niet herkende en die niet van haar is. Aangeefster zag dat het raam van de keuken open gebroken was. Aangeefster vervolgens haar woning nagekeken en merkte daarbij dat haar grijze Nokia telefoon was weggenomen die in haar slaapkamer lag.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 6][verbalisant 2] troffen in de woning een klauwhamer aan. Deze klauwhamer is veiliggesteld. De verbalisanten zagen dat het openslaande keukenraam opengebroken was en dat er een stuk aan de binnenkant van het kozijn afgebroken was.

Verbalisant [verbalisant 3] reed op 25 januari 2012 met zijn collega’s, verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], in een onopvallend dienstvoertuig op het Nijpelsplantsoen in Nieuwegein. Op de regionale briefing van het district Lekstroom stond een aandachtsvestiging dat er op het Nijpelsplantsoen en omgeving veelvuldig wordt ingebroken. Tevens stonden er twee personen omschreven waarvan het vermoeden bestond dat zij zich bezig hielden met het plegen van woninginbraken.

Op een gegeven moment zag verbalisant [verbalisant 3] de twee in de briefing omschreven jongens lopen ter hoogte van de ingang van de vierde flat op het Nijpelsplantsoen. Deze jongens zijn genaamd [verdachte] en [medeverdachte]. Verbalisant [verbalisant 3] is uit de auto gestapt en is op korte afstand achter de jongens aangelopen omdat hij sterk het vermoeden had dat deze twee jongens zich bezig hielden met het plegen van woninginbraken. Hij zag de jongens naar de portiek aan de voorzijde van de eerste flat liepen. Hij zag dat beide verdachten zich via een muurtje afzetten en zich aan de reling omhoog trokken, zodat ze op de galerij van de eerste verdieping uitkwamen. Hij zag dat de jongens op meerdere verdiepingen over de galerijen liepen en bij woningen naar binnen keken. Hij zag dat ze uiteindelijk naar de vijfde verdieping liepen. Hij zag dat de jongens bij een geheel donkere woning stil bleven staan. Verbalisant [verbalisant 3] hoorde toen een klap. Hij zag dat [verdachte] via het keukenraam de woning in klom. Hij zag gelijk hierna dat er in de woning werd geschenen met een zaklamp. Hij zag dat [medeverdachte] ook de woning inklom via het geopende keukenraam. Verbalisant [verbalisant 3] heeft vervolgens via de portofoon aan zijn collega’s doorgegeven dat deze twee personen een inbraak aan het plegen waren. Zijn collega’s kwamen ter plaatse en gingen bij het keukenraam staan. Verbalisant [verbalisant 3] zag dat [medeverdachte] zijn hoofd naar buiten stak door het keukenraam en dat hij daar door zijn collega’s naar buiten werd getrokken en werd aangehouden. Verbalisant [verbalisant 3] hoorde vervolgens via zijn portofoon dat [verdachte] via de achterzijde van de woning weg is gegaan en via het balkon naar beneden is geklommen. Even later zag hij zijn collega [verbalisant 6] bovenop [verdachte] liggen en hij is toen zijn collega gaan helpen met het onder controle brengen van de verdachte.

Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 4] stonden bij het geopende keukenraam en zagen dat [verdachte] in de keuken stond en wegrende de hal in. Hierop zijn de verbalisanten het keukenraam ingeklommen. Verbalisant [verbalisant 4] zag dat [verdachte] inmiddels al op het balkon aan de achterzijde van de woning stond en van het balkon afsprong naar de vierde verdieping. Vervolgens klom [verdachte] van de vierde naar de derde verdieping. Vervolgens wilde hij naar de tweede verdieping klimmen, maar toen viel hij naar achteren. Verbalisant [verbalisant 4] zag dat [verdachte] in een wasrek viel en zich kon vastklampen. Hij zag dat [verdachte] het balkon op de tweede verdieping opklom en doorklom naar de eerste verdieping en toen op de begane grond sprong. Alle bovengenoemde stappen heeft [verbalisant 4] via zijn portofoon doorgegeven. Hij zag dat verbalisant [verbalisant 6] achter [verdachte] aanrende en hem aanhield.

Verbalisant [verbalisant 6] stond op 25 januari 2012 bij de portiek van de flat en hij hoorde via zijn portofoon dat een verdachte was aangehouden en dat de tweede verdachte via het balkon aan de achterzijde van de flat probeerde weg te komen. Hij hoorde van verbalisant [verbalisant 5] dat deze verdachte daadwerkelijk via het balkon naar beneden klom. Verbalisant [verbalisant 6] is vervolgens naar de achterzijde van de flat gerend. Op het moment dat hij de achterzijde van de flat had bereikt, zag hij dat een persoon vanaf de eerste verdieping naar beneden sprong en wegrende. Hij riep dat de verdachte moest blijven staan, maar de verdachte voldeed hier niet aan. Verbalisant [verbalisant 6] kon verdachte [verdachte] even later aanhouden.

Verbalisant [verbalisant 10] heeft bij de insluitingsfouillering van medeverdachte [medeverdachte] een grijze Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 26 januari 2012 bij de politie verklaard dat hij die dag ervoor op weg naar het buurthuis op het Nijpelsplantsoen was en toen [verdachte] tegen kwam. [verdachte] vroeg aan hem of hij even met hem mee wilde gaan. [verdachte] heeft met een klauwhamer het keukenraam opengebroken van een huis in de rode flat op de vijfde verdieping. Daarna zijn zij allebei naar binnen geklommen. [medeverdachte] bleef in de keuken en [verdachte] ging de woonkamer in. Op het moment dat [medeverdachte] weer via het keukenraam naar buiten kwam, werd hij aangehouden.

De bij [medeverdachte] aangetroffen Nokia heeft hij de vorige dag gestolen bij de inbraak.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2 en 3

Aangever [benadeelde 2] heeft bij de politie verklaard dat hij op 19 november 2011 de rode Peugeot 205 voorzien van kenteken [kenteken] op de Rooseveltlaan had geparkeerd. Hij had de auto in goede staat en afgesloten achtergelaten. Hij had het frontje van de autoradio in de auto laten zitten. Op 20 november 2011 kwam hij terug bij de auto en zag dat er was ingebroken. Het kleine ruitje van het achterportier, aan de bijrijderszijde, was vernield. Er lagen glasscherven in de auto. Hij zag dat de achterdeur aan de bijrijderszijde niet meer op slot was. Hij zag dat de hele auto was doorzocht. Verder zag hij dat het frontje van zijn autoradio was weggenomen. Ook zag hij een schroef in het contactslot zitten. Hij zag dat het kopje van de schroef was afgebroken.

Aangever [benadeelde 3] heeft bij de politie verklaard dat hij op 19 november 2011 zijn blauwe Daihatsu Cuore met kenteken [kenteken] geparkeerd had op de Rooseveltlaan te Utrecht. Hij had zijn auto afgesloten en in goede orde achtergelaten. Op 20 november 2011 werd hij omstreeks 05:40 uur wakker gemaakt door de politie. De politie vertelde dat er in zijn auto was ingebroken. Hij zag dat het raam aan de achterzijde kapot was. Er bleken geen goederen te zijn weggenomen.

Verbalisant [verbalisant 12] krijgt op 20 november 2011 een anonieme melding dat de melder omstreeks 05.15 uur had gezien dat een man tussen auto’s was doorgelopen en met een zaklamp in de auto’s had geschenen op de parkeerplaats op de Rooseveltlaan. Deze man was vervolgens naar een rode auto gelopen en wenkte naar iemand aan de overkant van de weg. De melder kon niet precies zien wat er bij de rode auto gebeurde, maar enige seconden later zag de melder dat de twee personen van de rode auto wegliepen. De man met de zaklamp had een lichtkleurige capuchon op en droeg een donkerkleurige jas met een lichtkleurige broek. Hij had een tenger postuur en was ongeveer 1.65 a 1.70 m lang. De andere man was donker gekleed en mogelijk iets langer dan de man met de lichtkleurige capuchon.

Verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] kregen op 20 november 2011 omstreeks 05.20 uur een melding om naar de Rooseveltlaan te gaan. Verbalisant [verbalisant 8] zag dat een van de jongens een slaande beweging maakte in de richting van de rechter achterzijde van de auto. Hij hoorde direct een doffe knal en daaropvolgend glasgerinkel. Hij heeft dit doorgegeven aan zijn collega’s en is richting de jongens gelopen. Hij zag dat de collega’s de jongens aanspraken. Hij hoorde vervolgens een stalen voorwerp op de grond vallen bij de jongens. Verbalisanten hebben vervolgens een onderzoek ingesteld naar de auto waar ingebroken was. Het betrof een blauwe Daihatsu met het kenteken [kenteken] waarvan het rechterachterraam was ingeslagen. Verder zagen wij dat er was ingebroken in een rode Peugeot 205 voorzien van kenteken [kenteken].

Verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] hoorden van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] dat er door twee mannen een autoruit werd ingeslagen. Zij zagen beide verdachten in hun richting komen lopen. Zij hielden vervolgens beide verdachten aan. Zij zagen en hoorden dat uit de kleding van verdachte [B] een glimmend voorwerp op de grond viel. Zij zagen op dat moment meteen dat het een zogenaamde kraspen betrof. Voorts zagen zij dat verdachte [B] zwarte handschoenen droeg. Zij zagen en hoorden dat uit de kleding van [B] een tasje viel. Tijdens de insluitingsfouillering van [B] bleek dat er in het tasje een klauwhamer, een frontje van een autoradio, een parkerschroef en een kruiskopschroevendraaier zaten. Deze zijn in beslag genomen.

Aan het politiebureau gaven de verdachten op te zijn genaamd [A], [verdachte], geboren op [1995] en [B], [C], geboren [1995].

Verbalisanten [verbalisant 14] en [verbalisant 15] hebben bij de insluitingsfouillering van verdachte een zaklampje, dat blauw licht schijnt, aangetroffen en in beslag genomen.

Voorlopig oordeel van de rechtbank

Gelet op voorgaande bewijsmiddelen acht de rechtbank, bij deze stand van zaken, voorshands wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank houdt het oordeel op dit punt aan tot het eindvonnis.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

De rechtbank houdt het oordeel op dit punt aan tot het eindvonnis.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank houdt het oordeel op dit punt aan tot het eindvonnis.

6 De strafoplegging

6.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen jeugddetentie voor de duur van 6 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest zat, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en de maatregel hulp en steun.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat in geval van een bewezenverklaring volstaan kan worden met jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en subsidiair stelt zij dat er enkel nog een werkstraf bij kan komen, maar geen voorwaardelijk gedeelte met bijzondere voorwaarden; dat moet in het civiele kader.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na sluiting van het onderzoek is onder beraadslaging gebleken dat het onderzoek in de zaak naar de persoon van verdachte op onderdelen onvolledig is geweest.

De rechtbank stelt vast dat zij in de onderhavige zaak op onderdelen onvoldoende inzicht heeft gekregen in de persoon van verdachte zoals hieronder beschreven. De rechtbank beschikt inzake de afdoening van de zaak over de volgende stukken:

- het psychologisch onderzoek d.d. 9 maart 2012, opgesteld door drs. H.W.M.M. van de Wiel, GZ-psycholoog, waaruit blijkt dat verdachte geweigerd heeft mee te werken;

- het psychiatrisch onderzoek d.d. 15 mei 2012, opgesteld door dr. M. Wiznitzer, kinder- en jeugdpsychiater, waaruit blijkt dat verdachte geweigerd heeft mee te werken.

Hoewel de rechtbank daarnaast ook ter zitting de standpunten van zowel de (vervangend) gezinsvoogd als ook de Raad voor de Kinderbescherming heeft gehoord, kan de rechtbank op basis van de informatie op dit moment niet tot een passende afdoening komen. Het is enerzijds denkbaar dat de verdachte graag uitsluitsel wil krijgen over de strafzaak, die toch altijd een belasting vormt, zeker voor een minderjarige. Anderzijds acht de rechtbank zich op dit moment onvoldoende voorgelicht om tot een zorgvuldige afweging te komen over de vraag welke diagnose en bijbehorend advies met de consequenties hiervan de meest adequate is. Dit te meer omdat de rechtbank bij een straf ten aanzien van een minderjarige niet alleen de veiligheid van de samenleving, maar zeker ook het belang van de verdachte voor ogen heeft.

Verdachte blijkt niet gemotiveerd voor hulp en begeleiding en ook heeft hij aangegeven niet mee te willen werken aan een persoonlijkheidsonderzoek. Dit heeft verdachte gedaan mede gelet op zijn ervaringen uit het verleden, waarbij verdachte het gevoel heeft gekregen dat alle hulpinstanties tegen hem zijn en dat iedereen, waaronder de rechtbank verdachte elke keer weer onnodig opsluit in plaats van hem bij zijn moeder te laten wonen. Gebleken is dat de huidige aanpak bij verdachte niet werkt. Ter zitting is ook gebleken dat de hulpverlening het eigenlijk ook niet meer weet, temeer omdat meerdere instellingen verdachte niet meer willen opnemen/behandelen en de hulpverlening geen diagnose heeft, zodat zij niet op de hoogte zijn van wat er eventueel met verdachte aan de hand is.

Ter terechtzitting heeft verdachte desgevraagd verteld, dat hij “Free Willy” de mooiste film vindt die hij kent, vooral omdat de film zo’n mooi einde heeft. De film Free Willy gaat over een jongen die op straat leeft van bedelen en stelen. Op een nacht wordt de jongen gepakt als hij met anderen graffiti aan het spuiten is in een waterpark. De jongen wordt uit huis geplaatst. Terwijl hij bezig is met zijn werkstraf, het verwijderen van graffiti, komt hij in contact met de orka Willy. De oppasser van de orka en de trainer vertellen de jongen dat met Willy geen land te bezeilen is. Vreemd genoeg reageert de orka wel op de jongen en langzamerhand ontstaat een band tussen Willy en de jongen. De eigenaar van het park heeft echter minder goede bedoelingen met Willy. Uiteindelijk komt orka Willy vrij en het loopt met hem en de jongen goed af. Verdachte realiseerde zich ter zitting dat hij, net als de hoofdpersonen in die film, voor een keerpunt staat: het kan nu de foute kant op gaan of de goede kant. Orka Willy komt vrij door hulp uit onverwachtse hoek en zo heeft ook verdachte de hulp van anderen nodig om te zorgen voor een goede afloop. Hij zal echter die hulp ook moeten durven aanvaarden en er op vertrouwen dat de hulpverlening en ook de rechtbank het beste met hem voor heeft.

De rechtbank realiseert zich dat de mogelijk op te leggen straf niet veel anders zal zijn dan de lijn die de officier van justitie dan wel de raadsvrouwe hebben ingezet. Verdachte hoeft niet bang te zijn voor een hele andere straf of maatregel. Maar ongeacht wat de rechtbank beslist, verdachte zit in ieder geval in een ander (civiel) kader gesloten tot oktober. Derhalve wil de rechtbank verdachte een handvat aanreiken door hem toch te laten onderzoeken en wel door hem te laten observeren in FORCA. Dan kan voor eens en altijd de goede diagnose gesteld worden, waardoor de hulpverlening ook weet welke begeleiding verdachte nodig heeft. Maar ook zal getoetst worden of verdachte wel volledig toerekeningsvatbaar was op het moment van de (voorlopig) bewezen verklaarde feiten. De rechtbank heeft, gelet op de houding van verdachte aan het einde van de zitting, goede hoop dat verdachte net als Free Willy op een positieve manier aan de hem geboden hulp zal meewerken om in zijn leven als (bijna) meerderjarige de goede kant op te gaan.

Alles afwegende acht de rechtbank het alvorens eindvonnis te kunnen wijzen noodzakelijk dat nader onderzoek wordt gedaan zoals hierboven beschreven. Daartoe zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen, de behandeling voor onbepaalde tijd aanhouden tot een nader te bepalen datum en bepalen dat verdachte geobserveerd dient te worden bij FORCA.

De gedragswetenschappers van de FORCA dienen rapport uit te brengen over hun bevindingen en de rechtbank te adviseren omtrent de op te leggen sanctie.

De rechtbank zal bij afzonderlijke beschikking bevelen dat de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte vanaf zijn opname bij FORCA wordt opgeheven en dat de schorsing herleeft zodra hij na de observatie teruggeplaatst wordt naar [naam], waar de civielrechtelijke maatregel kan worden voortgezet.

Na hervatting van het onderzoek ter terechtzitting zullen op de voet van artikel 317, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de officier van justitie, de verdachte en de raadsvrouwe in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord.

Het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting, bij voorkeur in de maand oktober.

7 De beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek;

- bepaalt dat het onderzoek wordt hervat bij voorkeur in oktober 2012;

- beveelt de plaatsing van verdachte in FORCA ter observatie en het opmaken van een gedragskundig rapport;

- gelast de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat verdachte, zodra hij kan worden opgenomen bij FORCA, vanuit [naam] naar FORCA wordt overgebracht en dat hij na afloop van de observatie aldaar direct wordt teruggebracht naar [naam];

- beveelt de oproeping van verdachte, zijn ouders, zijn raadsvrouwe, de Raad voor de kinderbescherming, bureau jeugdzorg en de slachtoffers evenals een deskundige van FORCA tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M.J. Veldhuijzen en mr. P.W.G. de Beer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 augustus 2012.

Mr. E.A. Messer is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.