Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX7353

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
24-08-2012
Datum publicatie
14-09-2012
Zaaknummer
16-655785-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling terzake diefstal met geweld (uit woning). OM niet ontvankelijk tav subs impliciet tll mishandeling, nu deze cumulatief tll is gelegd en ziet op dezelfde handelingen als die onder impliciet primair tll diefstal met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655785-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 augustus 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1960] te [geboorteplaats] (Turkije),

wonende te [woonplaats], [adres].

Raadsvrouw mr. S. Dogan, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 augustus 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 5 mei 2012 te Utrecht goederen uit een woning heeft gestolen, waarbij of waarna verdachte geweld heeft gebruikt of gedreigd heeft met geweld tegen [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]

en/of

op 5 mei 2012 [slachtoffer 1] heeft mishandeld.

3 De voorvragen

Niet ontvankelijkheid officier van justitie

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk ten aanzien van de impliciet subsidiair ten laste gelegde mishandeling voor zover deze cumulatief ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe dat de cumulatief ten laste gelegde mishandeling ziet op dezelfde handelingen zoals deze ten laste zijn gelegd onder het tweede gedachtestreepje van de impliciet primair ten laste gelegde diefstal met geweld.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie voor het overige ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde diefstal met geweld en mishandeling heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 05 mei 2012 te Utrecht, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning gelegen aan de [adres] aldaar heeft weggenomen een portemonnee en een laptop en een I-pad en een pakje sigaretten en een plaid, toebehorende aan [A], welke diefstal werd gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4],

gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- meermalen een gooiende beweging met een laptop maakte in de richting van die [slachtoffer 2] en met gebalde vuisten in een zogenaamde vechthouding ging staan tegenover die [slachtoffer 2] en

- die [slachtoffer 1] in/tegen het gezicht en/of hoofd heeft geslagen/gestompt en/of - meermalen -een schoppende beweging maakte in de richting van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en De [slachtoffer 4].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een gevangenisstraf van 81 dagen, met aftrek, waarvan 40 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en daarbij de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, onder meer inhoudende dat verdachte zich moet houden aan een meldingsgebod bij de reclassering van Centrum Maliebaan en zich zal laten behandelen bij de Forensische Polikliniek van die instelling of van een soortgelijke instelling, ook als dat een kortdurende klinische (crisis)opname van maximaal zeven weken betreft;

- een werkstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met het letsel dat verdachte bij zijn aanhouding heeft opgelopen. De verdediging heeft voorts verzocht aan verdachte geen werkstraf op te leggen, maar in plaats daarvan het voorwaardelijk deel van de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf te verhogen. De verdediging refereert zich voor wat betreft de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte is in de nachtelijke uren een woning binnengegaan en heeft daar verschillende goederen weggenomen. Op het moment dat verdachte werd betrapt, heeft verdachte geweld gebruikt tegen en hiermee gedreigd in de richting van de aangever en enkele buurtbewoners. Verdachte heeft door zo te handelen geen enkel respect voor de lichamelijke integriteit van de slachtoffers getoond. Evenmin heeft verdachte respect getoond voor het eigendom van de door hem weggenomen goederen. Dergelijke feiten zorgen voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving en veroorzaken voor de slachtoffers materiële en immateriële schade. De rechtbank houdt verdachte hier mede verantwoordelijk voor.

Uit het weliswaar oude(re) maar deels relevante strafblad van verdachte volgt dat verdachte zich eerder aan soortgelijke strafbare feiten schuldig heeft gemaakt.

Uit het door het Centrum Maliebaan d.d. 31 juli 2012 uitgebrachte reclasseringsadvies volgt dat er bij verdachte sprake is van problematisch alcoholgebruik. Voorts is er sprake van een psychische problematiek, in de vorm van een persoonlijkheidsproblematiek, met daarnaast angstklachten en neerslachtigheid.

Het Centrum Maliebaan adviseert om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daarbij verplicht reclasseringscontact, waaronder een meldingsgebod en een behandelverplichting bij de Forensische Polikliniek Centrum Maliebaan of een soortgelijke instelling.

Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij inziet dat hij begeleiding en behandeling nodig heeft en dat hij bereid is hier aan mee te werken. De begeleiding is inmiddels al aangevangen.

De rechtbank overweegt dat bij een ernstig feit als het onderhavige een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank acht het, gelet op de persoon van verdachte, zijn problematiek en het pas ingezette reclasseringstraject, evenwel niet opportuun dat verdachte weer vast komt te zitten.

De rechtbank acht een straf zoals door de officier van justitie is geëist passend en geboden. Het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf maakt begeleiding en behandeling van verdachte, zoals dit door het Centrum Maliebaan is geadviseerd, mogelijk en heeft voorts tot doel te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst wederom aan strafbare feiten schuldig zal maken.

De rechtbank zal verdachte tevens de geëiste werkstraf opleggen, de rechtbank acht hiertoe geen contra-indicaties aanwezig.

De rechtbank is van oordeel dat met de voormelde – relatief - milde straf voldoende rekening wordt gehouden met het letsel dat verdachte ten tijde van zijn aanhouding heeft opgelopen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk ten aanzien van de impliciet subsidiair ten laste gelegde mishandeling, voor zover deze cumulatief ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd in de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot

- een gevangenisstraf van 81 dagen, waarvan 40 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens het Centrum Maliebaan te Utrecht, afdeling reclassering. Daartoe moet verdachte zich bij de reclassering van het Centrum Maliebaan melden op het adres: Tolsteegsingel 2A te Utrecht en dient verdachte zich voorts gedurende de proeftijd te blijven melden zolang en zo frequent als het Centrum Maliebaan dit nodig acht;

* dat verdachte zich verplicht voor zijn stoornis zal laten behandelen bij de Forensische Polikliniek van het Centrum Maliebaan, of een soortgelijke instelling, ook als dat inhoudt dat verdachte:

- in zal stemmen met en zal meewerken aan een kortdurende klinische opname, met een duur van maximaal zeven weken, of zoveel korter dan het Centrum Maliebaan en/of de instelling nodig acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- een werkstraf van 80 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;

Voorlopige hechtenis

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop dit vonnis onherroepelijk wordt.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A.C. Koster, voorzitter, mr. M.A.A.T. Engbers en

mr. V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 24 augustus 2012.