Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX7314

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
11-09-2012
Datum publicatie
13-09-2012
Zaaknummer
16/655829-12 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655829-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 september 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1991] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

gedetineerd in PI Utrecht-HvB locatie Nieuwegein,

De Liesbosch 100, Nieuwegein,

raadsman mr. E.H. Bokhorst, advocaat te Veenendaal.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 28 augustus 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. primair: op 18 mei 2012 in Utrecht in een woning heeft ingebroken en daar goederen heeft weggenomen door middel van een valse sleutel, subsidiair de goederen heeft geheeld;

2. primair: diefstal, subsidiair heling van een (roze) fiets op 18 mei 2012 in Utrecht;

3. primair: diefstal met braak van een fiets (Gazelle Montreux) op 15/16 mei 2012 in Utrecht, subsidiair heling van die fiets;

4. primair: diefstal met braak van een fiets (Gazelle Fuente) op 16/17 mei 2012 in Utrecht, subsidiair heling van die fiets.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1. primair, 2. primair, 3. subsidiair en 4. subsidiair tenlastegelegde heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangiftes, de getuigenverklaringen en het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 1. primair en 2. primair tenlastegelegde. De raadsman wijst erop dat er geen enkele aanwijzing is dat zijn cliënt in en bij de betreffende woning is geweest. Het tijdsbestek tussen de diefstal van de goederen en het aantreffen daarvan bij zijn cliënt is niet zodanig kort dat het niet anders kan zijn dan dat hij de goederen daar heeft weggehaald. Het kan dus heel goed zo zijn dat een ander die goederen gestolen heeft en aan zijn cliënt heeft verkocht, zoals zijn cliënt ook zelf toegeeft. De raadsman verzoekt voorts zijn cliënt vrij te spreken van het onder 3. en 4. zowel primair als subsidiair tenlastegelegde. De betreffende fietsen zijn weliswaar aangetroffen in de tuin van de woning waar hij - af en toe - verbleef maar er is geen enkele aanwijzing dat hij die fietsen heeft geheeld of gestolen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast:

Ten aanzien van feit 1 en 2:

Op 18 mei 2012 kwam aangeefster [benadeelde 1] om ongeveer 5.15 uur naar beneden in haar woning aan de [adres] in Utrecht en zag de voordeur openstaan. De avond daarvoor was haar man [benadeelde 2] om 23.45 uur naar bed gegaan en de woning was toen rondom afgesloten. Zij was meteen met haar man gaan kijken of er goederen vermist werden. Van de eettafel bleek de laptop met de muis weggenomen. Van het dressoir was een briefje van tien euro, een horloge en een fotocamera gestolen. Op 16 mei 2012 heeft de dochter van aangeefster haar roze omafiets van het merk Gazelle voorzien van fietstassen voor de woning geplaatst en waarschijnlijk haar sleutelbos, waaraan een roze poppetje en de sleutel van de woning, in de fiets laten zitten. Deze fiets bleek eveneens weggenomen.

Ten aanzien van feit 1, 2, 3 en 4:

Op 18 mei 2012 kwam om 10.40 uur een melding binnen bij de politie over verdachte omstandigheden in de tuin van de woning aan de [adres] B in Utrecht. De bewoner van een belendend perceel, [getuige], meldde dat er in die tuin onder meer fietssloten open werden geslepen en wijzigingen aan fietsen werden aangebracht.

De ter plaatse gekomen verbalisanten zagen vanuit de woning van de melder in de aangewezen tuin meerdere fietsen staan en twee mannen en een vrouw. De melder wees op een man met een rood shirt als degene die fietsen de tuin in zou rijden en de sloten van die fietsen zou open slijpen.

De verbalisanten gingen vervolgens naar die tuin. Zij troffen daar vier fietsen aan en in de schuur een roze opoefiets met fietstassen. Ook zagen zij een slijptol, schroevendraaiers en vier kinderzitjes. Zij zagen dat naast de slijptol onderdelen van fietssloten op de grond lagen. Zij troffen een man in rood shirt aan, verdachte, diens vriendin [getuige 3] en haar oom [getuige 2].

Ten aanzien van feit 1 en 2 voorts:

[getuige 3] verklaarde ongevraagd dat haar vriend [verdachte] de afgelopen nacht was thuisgekomen, haar had wakker gemaakt en haar gezegd had dat hij een laptop en een fototoestel had. Zij heeft vervolgens uit de woning een laptop met een muis en een fototoestel gepakt en die aan de verbalisanten overhandigd. Zij overhandigde ook een sleutelbos met een roze sleutelhanger. Zij verklaarde die sleutelbos niet te kennen en de roze opoefiets pas deze ochtend in de schuur te hebben gezien.

[getuige 2] heeft verklaard dat [verdachte] en [getuige 3] sinds januari 2012 bij hem wonen. Hij heeft verdachte die nacht rond half vier met een laptop gezien die hij niet herkende.

Verdachte heeft – na aanvankelijk meermalen anders te hebben verklaard – bij de politie en ter terechtzitting verklaard die nacht de roze fiets te hebben gekregen dan wel gekocht van een man die hij kent als [A]. In de fietstas zat een laptop waarvoor hij [A] geld heeft gegeven. [A] vertelde hem dat hij de camera had gevonden. Hij heeft aan [A] voor alle goederen tezamen € 150,- betaald. De verdachte schatte dat hij die nacht rond 2.30 uur weer thuis was.

[A] heeft tijdens zijn verhoor op 22 mei 2012 duidelijk gemaakt verdachte al een tijd te kennen. Hij verklaart daarbij verdachte al zeker drie weken niet te hebben gezien. Alibionderzoek van [A] leerde dat deze de nacht van 17 op 18 mei 2012 in het pand van Altrecht aan de Keistraat in Utrecht heeft doorgebracht.

Uit onderzoek blijkt dat de afstand tussen de woning van verdachte en aangeefster 270 meter (circa 3 minuten lopen) is.

Bewijsoverweging:

De raadsman heeft aangevoerd dat er teveel tijd zat tussen het tijdstip van de diefstal en het aantreffen van de gestolen goederen door de verbalisanten om te kunnen concluderen dat verdachte degene is die de goederen heeft gestolen. De rechtbank overweegt hieromtrent dat [getuige 2] verdachte die nacht om ongeveer half vier met de laptop heeft gezien en verdachte zelf inschat dat hij die nacht rond 2.30 uur thuis is gekomen met de goederen. Gezien het tijdstip waarop de echtgenoot van aangeefster naar bed is gegaan - 23.45 uur -, kan de diefstal niet langer dan binnen enkele uren daarna hebben plaatsgevonden.

De lezing van verdachte dat hij de goederen niet heeft gestolen maar heeft gekocht van iemand die hij kent als [A] acht de rechtbank, voor zover niet al weersproken door de bewijsmiddelen, mede gezien dit relatief korte tijdsverloop, niet aannemelijk. Dat verdachte steeds andere - deels elkaar tegensprekende - verklaringen heeft gegeven komt de aannemelijkheid van die verklaringen niet ten goede. De rechtbank acht dan ook bewezen dat het verdachte is die op 18 mei 2012 door middel van een valse sleutel goederen uit een woning heeft gestolen en de fiets die voor die woning stond heeft weggenomen.

Ten aanzien van feit 3 en 4 voorts:

De verbalisanten troffen in de tuin van de woning aan de [adres] B (onder meer) een Gazelle Montreux en een Gazelle Fuente aan. Deze zijn in beslag genomen.

Na onderzoek bleek dat deze fietsen waren gestolen:

In de nacht van 15 op 16 mei 2012 is in de Looierstraat in Utrecht de zilverkleurige fiets van het merk Gazelle, type Montreux gestolen die voorzien was van een kinderzitje merk Yepp Maxi en op slot gezet door middel van een ringslot.

In de nacht van 16 op 17 mei 2012 is in de Looierstraat in Utrecht de blauwe damesfiets van het merk Gazelle, type Fuente gestolen die op slot stond met een ringslot en met een kettingslot vast stond aan een paal.

[getuige 3] zag de ochtend van 18 mei 2012 in de tuin twee fietsen staan die er die dag ervoor nog niet stonden. Zij weet wel hoe [verdachte] aan de fietsen komt maar wil dat niet zeggen. [getuige 2] zag in de ochtend van 18 mei 2012 in de tuin drie fietsen en een halve fiets staan die hij niet kende. De buurvrouw heeft sinds afgelopen winter allerlei soorten fietsen en zeker 100 in aantal in de tuin en tegen de schutting zien staan. Zij zag fietsen staan zonder velgslot. Zij zag dat verdachte aan de fietsen veranderingen aanbracht.

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte de fietsen heeft gestolen of geheeld. De rechtbank is het met de raadsman - en met de officier van justitie - eens dat niet bewezen kan worden dat de fietsen door verdachte zijn gestolen. De rechtbank zal verdachte dan ook van het onder 3. primair en 4. primair tenlastegelegde vrijspreken.

De rechtbank is echter wel van oordeel dat uit de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte degene is die de gestolen fietsen onderbracht en daarna onder zich hield in de tuin van het pand waar hij woonde of geregeld verbleef, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

Primair

op 18 mei 2012 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een laptop en een

(draadloze) muis en 10 euro en een fotocamera, toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel;

2.

Primair

hij op 18 mei 2012 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (oma)fiets (merk Gazelle, kleur roze), toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2].

3.

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 15 mei 2012 tot en met 18 mei 2012 te

Utrecht, een fiets merk Gazelle, type Montreux, kleur zilver voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die fiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

Subsidiair

hij in de periode van 16 mei 2012 tot en met 18 mei 2012 te

Utrecht, een damesfiets merk Gazelle, type Fuente, kleur blauw voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die fiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

Feit 1. primair: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

Feit 2. primair: diefstal;

Feit 3. subsidiair en feit 4. subsidiair: telkens: opzetheling.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 5 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, ook als dit inhoudt een kortdurende klinische opname en dat hij zich laat begeleiden door Care-Express of soortgelijke ambulante instelling.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de straf te matigen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis en 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsman heeft voorts verzocht om de voorlopige hechtenis te schorsen met ingang van heden zodat verdachte onmiddellijk kan starten met de naleving van de bijzondere voorwaarden.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is in de nacht in de woning van anderen, die daar toen aanwezig waren, geweest en heeft daar goederen, waaronder persoonlijke goederen zoals een laptop, weggenomen.

Een dergelijk feit maakt ernstige inbreuk op de gevoelens van veiligheid van de bewoners. Daarnaast is hun recht op eigendom en privacy geschonden. Verdachte heeft evenwel meer waarde gehecht aan zijn eigen geldelijk gewin.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 21 mei 2012, waaruit blijkt dat de verdachte veelvuldig is veroordeeld voor vermogensdelicten.

- een voorlichtingsrapport betreffende de verdachte van de Jeugdzorg en Reclassering Leger des Heils d.d. 18 juli 2012, opgemaakt door mevrouw D. van den Hazel, reclasseringswerker, waaruit onder meer het navolgende naar voren komt:

Verdachtes leven is problematisch verlopen. Al vanaf zijn 13e komt hij in aanraking met politie en justitie. Verdachte is inmiddels gelabeld als veelpleger en als het zo doorgaat komt hij in aanmerking voor het ISD-traject. Hij is al lange tijd bekend bij de reclassering maar begeleiding heeft tot heden weinig geholpen. Er zijn problemen op vele leefgebieden. Er is gebruik van alcohol, cannabis en in toenemende mate cocaïne. Een eerdere klinische opname in Wier is voortijdig afgebroken. Hoewel wenselijk, wordt een nieuwe klinische opname thans niet haalbaar geacht. Op dit moment zegt verdachte wederom open te staan voor een traject. Hij benoemt zelf dat dit dan erg streng moet zijn, omdat hij heeft laten zien afspraken niet na te kunnen komen. De reclassering adviseert toezicht op maat. De contactfrequentie zal aangepast moeten worden en begeleiding door Care-Express (onderdeel van de Opvoedpoli) zal de nadruk moeten hebben. Daarnaast wordt van belang geacht dat er een mogelijkheid bestaat om verdachte kortdurend, dat wil zeggen maximaal 7 weken op te nemen ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek om zijn verslavingsproblematiek onder controle te krijgen. Er wordt dan ook geadviseerd om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen onder de voorwaarden van een meldingsgebod en behandelverplichting.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot - kort gezegd - een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met oplegging van de bijzondere voorwaarden van verplicht reclasseringscontact en begeleiding door Care-Express.

De rechtbank acht, alles afwegende, een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf als na te melden passend en geboden.

Aan verdachte zal een hogere straf worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd, aangezien met de door de officier van justitie gevorderde straf naar het oordeel van de rechtbank niet kan worden volstaan.

De rechtbank kan zich met de eis van de officier van justitie verenigen voor zover het betreft het onvoorwaardelijke deel van de straf.

De rechtbank is echter van oordeel dat verdachte, die - indien er niets verandert - in de toekomst mogelijk in aanmerking komt voor een ISD-maatregel, een flinke stok achter de deur nodig heeft om zich te houden aan de bijzondere voorwaarden die hem zullen worden opgelegd. De rechtbank zal om die reden aan verdachte in plaats van de gevorderde maand, drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een materiële schadevergoeding van € 251,55 voor feit 1 en 2 en een immateriële schadevergoeding van € 250,- voor feit 1.

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een immateriële schadevergoeding van

€ 250,- voor feit 1.

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, met uitzondering van het horloge zoals gevorderd door [benadeelde 1] nu in de vordering naar een ander horloge wordt verwezen dan in de aangifte is vermeld. Zij is van mening dat de hoogte van de gevorderde immateriële schade redelijk is, ook al zijn benadeelden niet direct geconfronteerd met verdachte.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadman heeft verzocht tot afwijzing van de vorderingen nu er geen enkele aanwijzing is dat verdachte in de woning van de benadeelde partijen is geweest en de schade derhalve geen rechtstreeks gevolg is van hetgeen verdachte kan worden verweten. Overigens is nergens uit gebleken dat verdachte in het bezit was van het horloge en het bankbiljet van

€ 10,-.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade is de verdediging van mening dat het gevorderde bedrag te hoog is, nu dit gebaseerd is op een feit waarbij benadeelde in de woning was geconfronteerd met de inbreker. In deze zaak was geen sprake van confrontatie met de inbreker.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van deze bewezen verklaarde feiten en acht verdachte aansprakelijk voor die schade, ook voor het horloge en het bankbiljet van € 10,-.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vorderingen zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de immateriële schadevergoeding voor beiden zal worden gematigd tot € 100,-, nu de gevorderde hoogte gerelateerd is aan een confrontatie met de dader in de woning van de benadeelde, waarvan in het onderhavige geval geen sprake is geweest.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de gevorderde wettelijke rente en de schademaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft medegedeeld dat het beslag thans nog bestaat uit 5 diamantzagen, een haakse slijper, 3 kinderzitjes en een zwarte fiets. De overige in beslaggenomen goederen zijn teruggegeven aan de rechthebbenden. Zij heeft verzocht het resterende beslag verbeurd te verklaren.

8.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om de haakse slijper en de diamantzagen aan verdachte terug te geven, nu nergens uit blijkt dat deze gebruikt zijn bij het aan verdachte tenlastegelegde.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring.

Gebleken is dat deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en tot het begaan van de misdrijven zijn vervaardigd of bestemd.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 3. primair en 4. primair ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1. primair: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels;

Feit 2. primair: diefstal;

Feit 3. subsidiair en feit 4. subsidiair: telkens: opzetheling.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht niet ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte geen medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte, indien dit door of namens reclassering Leger des Heils noodzakelijk wordt geacht:

# zich laat begeleiden door Care-Express, onderdeel van de Opvoedpoli of soortgelijke ambulante forensische zorg;

# gedurende een periode van maximaal 7 weken of zoveel korter als de reclassering dit noodzakelijk acht, meewerkt aan een klinische opname, waarbij verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens die instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd bij de reclassering Leger des Heils blijft melden zo frequent als deze reclasseringsinstelling dat nodig acht.

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Bijkomende straffen

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

5.00 STK Gereedschap Kl:Rood

TOOLS diamantzaag

644647, diamantzagen

1.00 STK Gereedschap

BOSCH slijper

644651, haakse slijper, ingekrast 172

3.00 STK Kinderzitje

-

644705

1.00 STK Fiets Kl:zwart

-

644617, zonder voorwiel

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] een bedrag van

€ 351,55, waarvan € 251,55 ter zake van materiële schade en € 100,- ter zake van immateriële schade; en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 18 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] een bedrag van € 100,- ter zake van immateriële schade; en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 18 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 18 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening en bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [benadeelde 1], € 351,55 subsidiair 7 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde 2], € 100,- subsidiair 2 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn en mr. C.S.K. Fung Fen Chung, rechters, in tegenwoordigheid van drs. M.G.M. van Rijnstra, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 september 2012.