Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6657

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
21-08-2012
Datum publicatie
06-09-2012
Zaaknummer
16.601316-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaarschrift omzetting taakstraf gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Parketnummer: 16.601316-10

Beslissing op het bezwaarschrift omzetting taakstraf ex artikel 22g lid 3 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing op het bezwaarschrift omzetting taakstraf in de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [1971],

wonende te [woonplaats], [adres].

1 De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- het vonnis van de meervoudige kamer van de Rechtbank Utrecht d.d. 1 juli 2011;

- een rapportage van Reclassering Nederland, GGZ Inforsa, d.d. 26 juni 2012;

- de kennisgeving van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis d.d. 5 juli 2012;

- het bezwaarschrift tegen de omzetting d.d. 17 juli 2012;

- de conclusie op het bezwaarschrift d.d. 23 juli 2012;

- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 21 augustus 2012;

- de overige stukken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. F. van Seventer, advocaat te Naarden. Namens Reclassering Nederland, GGZ Inforsa, was A.E. Gerritsen, toezichthouder, aanwezig.

2 De beoordeling.

Aan veroordeelde is bij voormeld vonnis een taakstraf opgelegd voor de duur van 120 uren. Dit vonnis is onherroepelijk geworden op 15 juli 2011. Blijkens het rapport van de reclassering d.d. 26 juni 2012 heeft de veroordeelde 73 uren van de opgelegde taakstraf verricht, maar heeft hij de overige 47 uren niet afgemaakt.

Door de raadsman is ter zitting aangevoerd dat ten tijde van het uitvoeren van de werkstraf het op persoonlijk vlak niet goed ging met veroordeelde, waardoor hij het niet kon opbrengen de taakstraf te volbrengen. Inmiddels gaat het, met hulp van de reclassering, steeds beter met veroordeelde. Hij heeft werk, woonruimte bij zijn moeder en de zorg voor zijn minderjarige zoon. Binnenkort zal ook een start worden gemaakt met het op orde brengen van zijn financiële huishouding. Detentie zou deze positieve ontwikkeling doorkruisen. Het bezwaarschrift dient dan ook gegrond te worden verklaard, aldus de raadsman.

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om de behandeling van de zaak voor een termijn van drie maanden aan te houden, om verdachte nog een laatste kans te geven zijn taakstraf af te ronden.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het rapport van de reclassering d.d. 26 juni 2012 en de verklaring van A.E. Gerritsen ter terechtzitting d.d. 21 augustus 2012 blijkt dat veroordeelde zich ondanks waarschuwingen niet aan afspraken heeft gehouden en na 73 uren te hebben gewerkt niet meer is verschenen voor het uitvoeren van de taakstraf. Veroordeelde maakt inmiddels, met behulp van de reclassering, een positieve ontwikkeling door. Hij heeft woonruimte, een fulltime baan en zorgt voor zijn minderjarige zoon. Ook wordt binnenkort een start gemaakt met het op orde brengen van zijn financiële huishouding. Nu detentie deze positieve ontwikkeling zal doorkruisen en veroordeelde de uitdrukkelijke wens heeft uitgesproken de taakstraf alsnog te willen afronden, zal de rechtbank veroordeelde alsnog in de gelegenheid stellen de nog open staande uren van de taakstraf te verrichten.

Gelet op het feit dat veroordeelde op dit moment een fulltime baan heeft, verwacht de rechtbank niet dat veroordeelde de taakstraf binnen zeer korte tijd kan verrichten. Wel verwacht de rechtbank dat veroordeelde in overleg met zijn werkgever zal treden, teneinde de uitvoering van de resterende werkstraf binnen afzienbare tijd te realiseren. De rechtbank zal het verzoek van de officier van justitie, tot het aanhouden van de zaak zodat veroordeelde alsnog in de gelegenheid wordt gesteld de werkstraf te verrichten, dan ook afwijzen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het bezwaarschrift gegrond dient te worden verklaard.

3 De beslissing.

De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. G. Perrick, voorzitter, mr. I.M. Vanwersch en mr. E.C.A. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. G.C. van de Ven-de Vries en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 21 augustus 2012.