Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6170

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
17-08-2012
Datum publicatie
30-08-2012
Zaaknummer
16-655333-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeling terzake seie winkeldiefstallen en oplichting groot aantal (internet) bedrijven. Deel vrijspraak tav handelingen tav oplichting daar tll handelingen geen uitvoeringshandelingen betreffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655333-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 augustus 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

verblijvende te [woonplaats], [adres].

Raadsman mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 augustus 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 21 januari 2012 een vijftal winkeldiefstallen heeft gepleegd;

feit 2: in de periode van 1 december 2011 tot en met 23 februari 2012 een groot aantal bedrijven heeft opgelicht.

3. De voorvragen

Partiële nietigheid dagvaarding

De rechtbank verklaart de dagvaarding, daar waar het de laatste twee gedachtestreepjes van het onder 2 ten laste gelegde feit betreft, nietig. De rechtbank is van oordeel dat de onder deze gedachtestreepjes genoemde handelingen geen uitvoeringshandelingen zijn die kunnen bijdragen aan de voltooiing van het tenlastegelegde strafbare feit. De benadeelde bedrijven zijn door deze handelingen immers niet bewogen tot afgifte van de goederen.

De rechtbank heeft geconstateerd dat de dagvaarding voor het overige geldig is, de rechtbank bevoegd is, de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen zoals deze zich in het dossier bevinden en de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 ten laste gelegde feiten en baseert zich daarbij op de navolgende feiten en omstandigheden.

De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van het proces-verbaal nummer PL0920 2012017755. De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

- de aangifte van [aangever 1] namens [aangever 1], gevestigd aan de [adres] te Bilthoven (gemeente De Bilt), waarin deze aangifte doet van de diefstal van een doos bonbons ter waarde van 24,95 euro;

- de aangifte van [aangever 2] namens [aangever 2], gevestigd aan de [adres] te Bilthoven (gemeente De Bilt), waarin deze de hem getoonde goederen (choco knispers en cupcake chocoladestiften) herkent als zijnde goederen die bij [aangever 2] worden verkocht;

- de aangifte van [aangever 3] namens [aangever 3], gevestigd aan de [adres] te Bilthoven (gemeente De Bilt), waarin deze aangifte doet van de diefstal van een parfumtester, merk Lacoste;.

- de aangifte van [aangever 4] namens het [aangever 4], gevestigd aan de [adres] te Bilthoven (gemeente De Bilt), waarin deze de hem getoonde goederen (tube scheerschuim (Gillette), tube tandpasta (Oral B) en drie verpakkingen vochtige doekjes ([aangever 4])) herkent als zijnde goederen die van het [aangever 4] afkomstig zijn en daar verkocht worden;

- de aangifte van [aangever 5] namens [aangever 5], gevestigd aan de [adres] te Bilthoven (gemeente De Bilt), waarin deze het hem getoonde bakblik herkent als een bakblik dat bij de [naam] wordt verkocht.

De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting, dat hij op 21 januari 2012 te Bilthoven diverse goederen, zoals genoemd in de tenlastelegging, heeft gestolen bij [aangever 2], [aangever 3], het [aangever 4], de [naam] en [aangever 1].

Feit 2

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 ten laste gelegde feiten en baseert zich daarbij op de navolgende feiten en omstandigheden.

De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van het proces-verbaal nummer PL091A 2012027732. De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Op 6 februari 2012 heeft [aangever 6] namens [aangever 6] verklaard dat op 11 januari 2012 een bestelling via internet is gedaan onder de naam [naam]. Daarbij is een Senheiser HD koptelefoon besteld. Deze koptelefoon is afgeleverd op het adres [adres] te [woonplaats] en deze is niet betaald.

[aangever 7] heeft verklaard dat hij vanaf 17 januari 2012 meer dan tien pakketjes heeft ontvangen op zijn adres [adres] te Utrecht. Deze pakketjes waren afkomstig van onder andere [naam], [naam], [naam] en [naam] en werden bezorgd op de naam [naam]. Tevens had hij een brief ontvangen onder de naam [naam] met het verzoek een telefoonnummer te bellen als er pakketjes werden bezorgd. De pakketjes werden vervolgens door een man opgehaald.

N.E. Jenken heeft verklaard dat zij meer dan tien pakjes (onder andere van [naam]) heeft ontvangen op haar adres [adres] te Utrecht ten name van [naam]. Tevens had zij een brief ontvangen met daarop de naam [naam] met het verzoek een telefoonnummer te bellen als er pakketjes werden bezorgd. De pakketjes werden vervolgens door een man opgehaald.

P.P. van Dijk heeft verklaard dat hij sinds twee maanden, vanaf eind december 2011 tussen de zeven en tien pakjes heeft ontvangen op zijn adres [adres] ten name van [naam], afkomstig van [naam], [naam] en [naam]. De pakjes werden opgehaald door een man, die zich voorstelde als de man van [naam].

Op 23 februari wordt verdachte op heterdaad aangehouden in de woning aan de [adres] te Utrecht, als hij daar twee pakketjes (afkomstig van H&M en [naam]) ten name van [naam] van den (de rechtbank leest verbeterd: [naam] af komt halen.

Verdachte heeft bekend dat hij onder de namen [naam] dan wel [naam], [naam] en [naam] dan wel [naam], ongeveer twintig tot dertig keer, via internet goederen heeft besteld bij [naam], [naam], [naam], [aangever 6], H&M, [naam], [naam] en [naam]. De bestelde pakketjes liet hij bezorgen op verschillende adressen in een studentenflat, zodat hij, verdachte, deze pakketten niet hoefde te betalen. De bewoners van de betreffende woningen stuurde hij onder een valse naam een brief, met daarin zijn eigen telefoonnummer en het verzoek om contact op te nemen teneinde een afspraak te maken wanneer de bezorgde pakketjes door hem, verdachte, opgehaald konden worden. In totaal heeft hij ongeveer drie of vier keer pakjes opgehaald, waarbij hij per adres twee pakjes ophaalde. Hieronder waren pakjes afkomstig van [aangever 6], [naam], [naam], [naam] en H&M. Op 23 februari 2012 is hij, nadat hij twee pakketten op kwam halen, aangehouden door de politie.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 21 januari 2012 te Bilthoven, gemeente De Bilt,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (uit een winkel gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen een doos bonbons (ter waarde van 24,95 euro) toebehorende aan "[aangever 1]" en

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (uit een supermarkt gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen choco knispers en cupcake chocoladestiften toebehorende aan supermarkt "[aangever 2]" en

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (uit een drogisterij gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen een parfumtester, toebehorende aan “[naam]” en

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (uit een winkel gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen een tube scheerschuim (merk Gillette) en een tube tandpasta (merk Oral-B) en drie verpakkingen vochtige doekjes toebehorende aan het "[aangever 4]" en

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (uit een warenhuis gevestigd aan de [adres]) heeft weggenomen een bakblik toebehorende aan warenhuis "[naam]";

2. (parketnummer 16/655459-12)

in de periode van 1 december 2011 tot en met 23 februari 2012 in Nederland telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en door een listige kunstgreep, [aangever 6] en de [naam] en [naam] en [naam] en [naam] en [naam] en [naam] en een ander bedrijf dat goederen via internet verkoopt, heeft bewogen tot de afgifte van een Sennheiser HD (koptelefoon) en/of (diverse) andere goederen, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid

- bij voornoemde (web)winkels (voornoemde) goederen besteld (die pas na bezorging betaald behoefden te worden) en

- daarbij een naam gebruikt die niet van verdachte is (zoals [naam] en/of [naam]) en

- daarbij een adres gebruikt dat niet van verdachte is,

waardoor voornoemde (web)winkels (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

feit 1: diefstal, meermalen gepleegd

feit 2: oplichting, meermalen gepleegd.

5.2. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 130 dagen, met aftrek, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met daarbij de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact met het Centrum Maliebaan, ook als dat inhoudt dat verdachte een ambulante behandeling zal volgen.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht het door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf te matigen, nu verdachte, aldus de verdediging, gelet op de LOVS oriëntatiepunten, te lang in voorlopige hechtenis heeft gezeten. De verdediging heeft zich voor het overige gerefereerd aan de eis van de officier van justitie

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft op één dag in korte tijd achter elkaar vijf winkeldiefstallen gepleegd. Voorts heeft verdachte een groot aantal bedrijven opgelicht.

Dergelijke feiten veroorzaken overlast en financiële schade bij de gedupeerden. Verdachte heeft daarbij kennelijk alleen aan zijn eigen belang gedacht en heeft geen enkel respect gehad voor de eigendommen van de benadeelden. Bovendien schendt dergelijk handelen, met name waar het feit 2 betreft, het vertrouwen in het handelsverkeer.

Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd terwijl ter zake eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten twee proeftijden van kracht waren. De rechtbank acht het een zorgelijke ontwikkeling dat verdachte, terwijl hij in diverse proeftijden liep, zo kort achter elkaar zoveel feiten heeft gepleegd. Voorts is verdachte op 23 januari 2012 onder voorwaarden geschorst uit zijn voorlopige hechtenis. De waarschuwingen die hij destijds heeft gekregen, de dreiging van de tenuitvoerlegging van de al dan niet forse gevangenisstraffen en de voorwaarden waaronder hij destijds was geschorst, hebben hem er kennelijk niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan dergelijke feiten.

Mw. E. Buijs, reclasseringwerkster, heeft op de zitting - in aanvulling op het door haar opgemaakte advies tenuitvoerlegging van 6 juni 2012 - aangegeven dat de begeleiding van verdachte redelijk verloopt en men thans aan het maximaal haalbare zit. Verdachte heeft aansturing, structuur en begeleiding nodig. Voorts vindt zij een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden noodzakelijk teneinde herhaling te voorkomen en verdachte in positieve zin te stimuleren. Hetgeen Spinoza kan bieden is daartoe niet toereikend. Derhalve is verdachte aangemeld bij de Forensische Polikliniek van het Centrum Maliebaan en zal er door middel van gesprekken bepaald worden wat er voor verdachte nodig is op het gebied van begeleiding en behandeling. Voorts zal verdachte aangemeld worden voor begeleid wonen.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij vanaf het begin af aan en ook op zitting meer dan volledige openheid van zaken heeft gegeven. Voorts heeft verdachte zich bereid verklaard mee te werken aan het reeds ingezette traject van begeleiding en behandeling.

De rechtbank houdt voorts rekening met de onzorgvuldige wijze waarop het strafrechtelijk onderzoek is uitgevoerd en het dossier is samengesteld.

Anders dan de raadsman van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het grote aantal feiten, de documentatie van verdachte en de zekere mate van berekenendheid waarmee de oplichtingen hebben plaatsgevonden, een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden zou zijn. Dit zou ook aansluiten bij de LOVS oriëntatiepunten terzake. De rechtbank acht echter, gelet op het inmiddels opgestarte hulpverleningstraject, de proceshouding van verdachte en het feit dat verdachte zich niet meer in voorlopige hechtenis bevindt, detentie van verdachte thans niet wenselijk en noodzakelijk.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf, onder de geschetste omstandigheden, voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte. Het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf maakt begeleiding en behandeling van verdachte mogelijk en heeft voorts tot doel te voorkomen dat verdachte zich wederom aan strafbare feiten schuldig zal maken.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63, 310 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

Partiële nietigheid dagvaarding

- verklaart de dagvaarding met betrekking tot de laatste twee gedachtestreepjes van het onder 2 ten laste gelegde feit, nietig;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: diefstal, meermalen gepleegd;

feit 2: oplichting, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 130 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens het Centrum Maliebaan, afdeling reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte:

- zal meewerken en deelnemen aan een behandeling bij en/of onderzoek van de Forensische Polikliniek van het Centrum Maliebaan, of een soortgelijke instelling;

- zal meewerken en deelnemen aan een begeleid wonen traject (SBWU);

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Voorlopige hechtenis

Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop dit vonnis onherroepelijk wordt.

Dit vonnis is gewezen door mrs. G.D. Kleijne, voorzitter, D.A.C. Koster en V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 17 augustus 2012.

Mr. G.D. Kleijne is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.