Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX5509

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
23-08-2012
Zaaknummer
790857 UC EXPL 12-334 DJ/4066
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet nakoming freelancecontract

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 790857 UC EXPL 12-334 DJ/4066

vonnis d.d. 1 augustus 2012

inzake

[eiser], handelende onder de naam [naam],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij,

gemachtigde: Harders Incasso,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Financiële Tussenpersoon B.V.,

gevestigd te IJsselstein,

verder ook te noemen DFT,

gedaagde partij,

gemachtigde: T. van Oekelen, werkzaam bij DFT.

Het verloop van de procedure

[eiser] heeft een vordering ingesteld.

DFT heeft geantwoord op de vordering.

[eiser] heeft voor repliek en DFT heeft voor dupliek geconcludeerd.

Hierna is uitspraak bepaald.

Het geschil en de beoordeling daarvan

1. De feiten

1.1. Tussen partijen heeft een freelance overeenkomst bestaan, inhoudende dat [eiser] werkzaamheden ten behoeve van DFT zou verrichten, namelijk het via social media marketing op de kaart zetten van DFT en het opzetten van een autodealernetwerk in de provincie Zuid-Holland. In artikel 9 van de overeenkomst wordt het volgende bepaald:

"De opdrachtnemer is gehouden aan een geheimhoudingsbeding en zal bedrijfsspecifieke informatie verkregen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden in opdracht van de opdrachtgever, niet aan derden ter beschikking stellen of op enige wijze melden.

De opdrachtnemer is gehouden aan een relatiebeding. Dit houdt in dat het opdrachtnemer niet is toegestaan wervingsactiviteiten te ontplooien ten gunste van zijn eigen bedrijf tijdens de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden bij de opdrachtgever. (...)"

1.2. [eiser] heeft de overeenkomst met ingang van 1 oktober 2011 opgezegd. Met ingang van die datum is hij een samenwerkingsverband aangegaan met DKB Hypotheek Advies.

1.3. Op 19 september 2011 heeft een gesprek tussen partijen plaatsgevonden over de afwikkeling van de overeenkomst.

2. De vordering en het verweer

2.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter DFT bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 1.214,17, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom zijnde € 1.060,33 vanaf de dag van dagvaarding tot de voldoening.

2.2. [eiser] legt aan zijn vordering - kort weergegeven - het volgende ten grondslag.

- Een deel van de door [eiser] verrichte werkzaamheden zijn onbetaald gebleven, namelijk de factuur van 20 september 2011. DFT is gehouden deze factuur, zijnde de eindafrekening, te voldoen.

- DFT is rente over de hoofdsom verschuldigd. Deze bedraagt berekend tot de dag van dagvaarding € 3,84.

- Doordat betaling uitbleef heeft [eiser] zijn vordering uit handen moeten geven en zijn buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht. De kosten daarvan, zijnde een bedrag van € 150,-, dienen voor rekening van DFT te komen.

2.3. DFT heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen.

2.4. DFT baseert haar verweer - kort weergegeven - op het volgende.

- Op 19 september 2011 zijn afspraken gemaakt over de afwikkeling van de overeenkomst. Onder meer is afgesproken dat [eiser] alle lopende contracten zou afwikkelen en dat hij gedurende een jaar geen relaties van DFT zou benaderen, met uitzondering van [A] en [B]. Verder is afgesproken dat hij een relatiebeding zou ondertekenen waarin deze afspraak was weergegeven. Daarna zou de eindafrekening betaald worden.

- [eiser] is de gemaakte afspraken echter niet nagekomen. Hij weigerde om het mondeling overeengekomen relatiebeding te ondertekenen. De afspraak met betrekking tot de afwikkeling van de lopende contracten kwam hij evenmin na, met enkele boze klanten als gevolg.

- Voorts was afgesproken dat hij de autodealers zou informeren over zijn vertrek bij DFT. Ook dit heeft hij nagelaten.

- Vervolgens bleek dat hij actief bezig was om relaties van DFT te benaderen voor zijn eigen bedrijf. Uit de testimonials op de website van zijn nieuwe bedrijf blijkt dat hij reeds in september 2011 werkzaamheden voor DKB Hypotheek Advies verrichtte. Het betroffen werkzaamheden die DKB Hypotheek Advies voordien uitbesteedde aan DFT. Voorts heeft DFT van een aantal autodealers vernomen dat zij al voor 14 september 2011 werden benaderd in verband met zijn nieuwe bedrijf. Ook is gebleken dat DKB Hypotheek Advies contact heeft opgenomen met VW Bank, een klant van DFT. De accountmanager van DKB heeft daarbij te kennen gegeven zich te willen richten op de automarkt. Uit het voorgaande volgt dat [eiser] artikel 9 van de overeenkomst heeft overtreden.

- DFT heeft alle facturen altijd direct betaald.

2.5. Hetgeen partijen overigens hebben aangevoerd komt, voor zover relevant, hierna aan de orde.

3. De beoordeling

3.1. Vaststaat dat [eiser] werkzaamheden ten behoeve van DFT heeft verricht welke onbetaald zijn gebleven. De kantonrechter begrijpt uit het door DFT gevoerde verweer dat zij van mening is dat [eiser] toerekenbaar tekort is gekomen in de nakoming van de overeenkomst. DFT beroept zich er in de eerste plaats op dat op 19 september 2011 afspraken zijn gemaakt over de afwikkeling van de overeenkomst welke niet zijn nagekomen. [eiser] heeft echter betwist dat op 19 september 2011 bindende afspraken zijn gemaakt. Gelet op deze betwisting had het op de weg van DFT gelegen om feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit kan worden afgeleid dat tijdens het gesprek van 19 september 2011 bindende afspraken zijn gemaakt die als aanvulling op de overeenkomst gelden. DFT heeft dit echter nagelaten. Daarmee is onvoldoende gebleken dat sprake was van wilsovereenstemming met betrekking tot de door DFT gestelde afwikkelingsafspraken en het tekenen van een relatiebeding.

3.2. DFT stelt voorts dat [eiser] toerekenbaar tekort is gekomen in de nakoming van de overeenkomst door artikel 9 te schenden. DFT wijst onder meer op de testimonials die zijn weergegeven op de website van DKB Hypotheek Advies. Daaruit blijkt dat hij in elk geval op 2 en op 10 september 2011 werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van DKB Hypotheek Advies, bestaande uit kredietadvisering. Kredietadvisering is volgens DFT een activiteit die voorheen door DKB Hypotheek Advies werd uitbesteed aan DFT. [eiser] heeft deze stellingen niet weersproken, maar voert aan dat hem slechts verboden was om wervingsactiviteiten te verrichten. Hij betwist dat hij zelf wervingsactiviteiten heeft verricht maar sluit niet uit dat klanten van DFT zelf contact hebben gezocht met DKB Hypotheek Advies.

3.3. De kantonrechter stelt vast dat het [eiser] op basis van de letterlijke tekst van artikel 9 van de overeenkomst slechts verboden was om wervingsactiviteiten te verrichten. Duidelijk is echter dat partijen met de bepaling beoogd hebben te voorkomen dat [eiser] tijdens zijn werkzaamheden ten behoeve van DFT concurrerende activiteiten zou ontplooien. Door [eiser] wordt niet betwist dat hij reeds voor de beëindiging van de overeenkomst met DFT werkzaamheden heeft verricht voor DKB Hypotheek Advies die voorheen aan DFT werden uitbesteed. De kantonrechter is op grond daarvan van oordeel dat [eiser] in strijd heeft gehandeld met de bedoeling en strekking van artikel 9 van de overeenkomst. Het niet nakomen van deze bepaling leidt ertoe dat DFT bevoegd was haar prestatie op te schorten waardoor sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [eiser].

3.4. Nu [eiser] zelf in verzuim is kan de vordering niet worden toegewezen. [eiser] moet als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Nu DFT echter zonder professionele gemachtigde procedeert worden deze kosten begroot op nihil.

De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van DFT, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2012.