Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX5455

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
23-08-2012
Zaaknummer
820114 UV EXPL 12-220 MT(4253)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet wegens verzenden door werknemer van diffarmerende e-mail. Zaak is niet geschikt om in kort geding te worden beslist nu nader onderzoek noodzakelijk is waarvoor dit kort geding zich niet leent.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0768

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

sector handel en kanton

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 820114 UV EXPL 12-220 MT(4253)

kort geding vonnis d.d. 1 augustus 2012

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats],

verder ook te noemen [eiser],

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.C. van Haarlem,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Capgemini Nederland B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Capgemini,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. S.F. Sagel.

1. Het verloop van de procedure

[eiser] heeft Capgemini in kort geding doen dagvaarden.

De zitting heeft plaatsgevonden op 16 juli 2012. Daarvan is aantekening gehouden.

2. De vaststaande feiten

2.1. [eiser] is op 1 maart 2010 in dienst getreden van Capgemini in de functie van vicepresident. Zijn laatstgenoten salaris bedraagt € 10.504,20 bruto per maand te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag.

2.2. [eiser] is op 11 december 2010 met burn-outklachten uitgevallen. In april 2011 is hij beter gemeld, maar op 17 juli 2011 is hij weer uitgevallen.

2.3. Op 5 januari 2012 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst (verder: de vaststellingsovereenkomst) ondertekend, waarbij zij zijn overeengekomen dat het dienstverband per 1 juli 2012 zal eindigen onder uitbetaling van een brutovergoeding aan [eiser] van € 83.000,00.

2.4. Begin mei 2012 kreeg [eiser] van een collega te horen dat de heer [A] (verder te noemen: [A]), eveneens werknemer van Capgemini, zich enige tijd daarvoor had ziek gemeld vanwege spanningsklachten die veroorzaakt zouden zijn door [eiser].

2.5. Door [eiser] is een e-mailbericht gericht aan [A] overgelegd waarin staat:

“Subject: alibi

(…)

[A],

Ik heb via via begrepen dat jij al geruime tijd ziek bent. Dat is erg vervelend. Ik herken dat gezien het feit dat ik ook ruim een jaar overspannen ben geweest.

Wat mij wel enigszins verbaast is dat ik via Cap medewerkers heb moeten vernemen dat jij jouw ziekte wijdt aan mij.

Ik vind het op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat je mij als alibi gebruikt voor je burn out. Mag ik vragen wat daar de reden voor is?

Ik kan mij eerlijk niet herinneren gezien het feit dat ik je toch al ruim een jaar niet gesproken danwel gezien heb wat hier de praktische reden voor zou moeten zijn?

Groet,

[eiser]”

2.6. Op 30 mei 2012 is vanaf het e-mailadres “[e-mailadres eiser]” aan [A] het volgende e-mailbericht verzonden:

“Beste [A],

Ik moest van de week toch weer ernstig lachen toen (het verraad sijpelt namelijk altijd uit de porien) men mij vertelde dat jij al maanden thuis zit en helemaal overspannen bent. Dat vind ik bezorgenswaardig en vervelend voor je omdat de nieuwe wetgeving per 01 Januari heel veel roet in het eten gaat gooien voor de doorsnee simulant. Maar wat ik eigenlijk wel heel eervol vind is dat jij thuis zit omdat je overspannen bent ten gevolge van onze kortstondige kennismaking. Zelden zo’n compliment gehad. Nu is gedeelde smart halve smart wat ook [B] wijdt het slechte jaar 2011 voor een belangrijk gedeelte aan mijn aanwezigheid op papendorp terwijl ik daar nauwelijks ben geweest omdat ik zo vreselijk ziek en overspannen was. Tja als je het doet moet je het goed doen nietwaar.. [B] is van huis uit boekhouder en zag met lede ogen aan dat ik mijn dossier dusdanig in elkaar had getimmerd dat mijn exit alleen kon plaatsvinden indien hij bereid was diep de buidel in te gaan. Neem van mij aan (timing is key) dat ome [B] met die grote dikke vingertjes van hem centje voor centje uit dat gereformeerde portemonneetje heeft moeten tillen.

Zoals ik al zei Timing is key. Ons pappie gaat per 01 juli as. met nog een jaarsalaris (wat verdient een VP schaal 34) de deur uit. Die truc haal jij helaas niet meer uit. Wat nog wel kan (gratis consult) dat je echt vreselijk ziek wordt maar net niet dood gaat en een dijk van een medisch dossier heb opgebouwd (zal vast in jouw geval) om met gebruikmaking de WIA in te gaan. Knap als je dat voor elkaar krijgt. Dus als je mijn hulp nodig hebt om te verklaren dat het echt aan mij heeft gelegen streelt dat zodanig mijn eer dat ik dat dan ook heel graag voor je op papier wil zetten Cq met de vingers in de lucht mondeling wil komen getuigen. [A] ik heb met verbazing naar jouw verschijning zitten kijken. Zelden zo’n sjieke non valeur meegemaakt als jij. Je kan echt helemaal niets behalve dat je een prima smaakt hebt voor schoenen, dure pakken, mooie hoornen vvd bril en dito stemgeluid met een hoop nietszeggende prietpraat. Over je smaak van OTO’s zal ik het maar niet hebben want in waasenaar vinden we een ster op je neus allen geschikt voor de ramenwassers.

Je hebt je roeping misgelopen je had bij het toneel gemoeten.

Gelukkig heb je een gefortuneerde vrouw getrouwd hoef je gelukkig niet in de bijstand.

Dag [A] vegeteer maar lekker weg

Doei je

Alibi”

2.7. Capgemini heeft [eiser] bij brief van 7 juni 2012 op staande voet ontslagen wegens een dringende reden, te weten het verzenden van het hiervoor onder 2.5. vermelde e-mailbericht. Capgemini heeft per deze datum een eindafrekening opgesteld en het loon tot deze datum aan [eiser] betaald.

2.8. [eiser] heeft een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de opzegging wegens het ontbreken van een dringende reden en zich daarbij op het standpunt gesteld dat Capgemini nog steeds gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van het dienstverband.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert veroordeling van Capgemini bij wege van voorlopige voorziening om:

aan [eiser] te betalen:

a. het loon over de periode vanaf 7 juni 2012, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente vanaf 7 juni 2012 tot de voldoening;

b. binnen acht dagen na het wijzen van dit vonnis € 83.000,00 conform de vaststellingsovereenkomst door storting van dat bedrag op een door [eiser] aan te wijzen rekening of op de derdenrekening van de gemachtigde van [eiser], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2012 tot de voldoening;

c. € 1.350,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

d. de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 dagen na het te wijzen van dit vonnis.

3.2. Ter onderbouwing van de vordering stelt [eiser] dat een dringende reden voor het ontslag op staande voet ontbreekt en dat bovendien, mocht al sprake zijn van een dringende reden, die dringende reden de vaststellingsovereenkomst niet aantast.

3.3. Capgemini heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de inhoud daarvan zal hierna - voor zover van belang - worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Vooropgesteld wordt dat voor toewijzing van een voorziening zoals door [eiser] wordt gevorderd, het in hoge mate waarschijnlijk moet zijn dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen.

Beoordeeld dient dus te worden of al dan niet aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het [eiser] op 7 juni 2012 verleende ontslag op staande voet vernietigbaar is.

4.2. De dringende reden die door Capgemini aan het ontslag ten grondslag is gelegd is het verzenden van het onder 2.6 genoemde e-mailbericht. Tussen partijen staat vast dat de inhoud van dat e-mailbericht zodanig onbehoorlijk van aard is dat op grond daarvan een ontslag op staande voet gerechtvaardigd zou zijn. In geschil tussen partijen is echter of [eiser] zelf het bewuste e-mailbericht heeft verzonden. [eiser] heeft gesteld dat een ander, na inbreking in zijn e-mailaccount, hiervoor verantwoordelijk is. In het verlengde daarvan heeft [eiser] gesteld dat hij op 15 mei 2012 een e-mailbericht aan [A] heeft gezonden met een geheel andere inhoud. Ten aanzien van dat e-mailbericht bestaat tussen partijen discussie over de vraag of [eiser] dat e-mailbericht daadwerkelijk heeft verzonden. Capgemini heeft aangevoerd dat [eiser] het bedoelde bericht alleen aan zichzelf heeft gezonden en niet aan [A]. De voorzieningenrechter is van oordeel dat met betrekking tot de verzending van beide e-mailberichten de feiten binnen het beperkte kader van dit kort geding niet voldoende tot klaarheid zijn gebracht.

4.3. Hierbij is met name van belang dat de voorzieningenrechter ter onderbouwing van de respectievelijk door Capgemini gestelde verzending door [eiser] van het e-mailbericht van 30 mei 2012 en de betwiste verzending van het e-mailbericht van 15 mei 2012 slechts beschikt over de uitkomst van een (beperkt) technisch onderzoek dat heeft plaatsgevonden met betrekking tot de werklaptop van [eiser]. De pc die bij [eiser] thuis staat, waarvan [eiser] ter zitting heeft verklaard dat hij die zo nu en dan ook zakelijk heeft gebruikt, is niet in dat onderzoek betrokken. Het onderzoek is bovendien uitgevoerd door een deskundige die is ingeschakeld door Capgemini. [eiser] is niet actief in dit onderzoek betrokken. Daarnaast is [eiser] niet in staat gebleken zelf al een onderzoek te laten uitvoeren. Hierbij speelt een rol dat [eiser] van Capgemini niet de beschikking heeft gekregen over het originele (geforwarde) e-mailbericht van 30 mei 2012, maar alleen over een wordbestand waarin het betreffende e-mailbericht is weergegeven. Hetzelfde verwijt maakt Capgemini overigens aan [eiser] ten aanzien van het beweerdelijk door [eiser] verzonden e-mailbericht van 15 mei 2012. Ter zitting is gebleken dat Capgemini zeer kort voor de zitting alsnog de beschikking heeft gekregen over laatstbedoeld e-mailbericht. Capgemini heeft nog niet de gelegenheid gehad daarop te reageren.

4.4. Daar komt bij dat [eiser] een afschrift van de e-mailcorrespondentie heeft overgelegd tussen een medewerker van Microsoft en hemzelf. In die correspondentie bevindt zich onder meer een bericht van een medewerker van Microsoft genaamd ‘Carlos’, dat een uittreksel van de in- en uitlogactiviteiten van het hotmailaccount van [eiser] op 30 mei 2012 bevat. In dat overzicht staat dat om 15:13:02 uur is ingelogd in dat account door een ‘Invalid IP address’ en is uitgelogd door een ‘Invalid IP address’ om 15:51:54 uur. Vervolgens staat voor het eerst weer een inlogactie geregistreerd door het IP adres toebehorend aan de pc van [eiser] thuis om 22:34:12 uur. Uitgaande van de juistheid van dit overzicht zou hieruit kunnen worden afgeleid dat op eerstgenoemd tijdstip een verdachte toegang tot het mailaccount heeft plaatsgevonden en dat op het tijdstip dat het bewuste e-mailbericht van 30 mei 2012 zou moeten zijn verzonden (omstreeks 19.00 uur ’s avonds) geen inlogactiviteit is geregistreerd. Ook deze omstandigheid draagt bij aan het oordeel van de voorzieningenrechter dat nader onderzoek, met name ten aanzien van het technisch bewijs dat ziet op de herkomst en de verzending van de verschillende e-mailberichten, noodzakelijk is alvorens tot een (voorlopig) oordeel te kunnen komen. Voor een dergelijk onderzoek is in dit kort geding echter geen plaats.

4.5. Met betrekking tot de overeengekomen beëindigingsvergoeding overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

Nu thans onvoldoende duidelijk is of het ontslag op staande voet terecht is gegeven, is het evenmin in hoge mate waarschijnlijk dat de bodemrechter een vordering tot betaling van de beëindigingsvergoeding zal toewijzen. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat naar zijn voorlopig oordeel de beëindigingsvergoeding is overeengekomen in het kader van een beëindiging met wederzijds goedvinden per 1 juli 2012 zonder dat sprake is van dringende reden, terwijl bij een terecht gegeven ontslag op staande voet sprake is van een beëindiging wegens een dringende reden per 7 juni 2012.

4.6. De voorzieningenrechter komt tot de slotsom dat de zaak niet geschikt is om in kort geding te worden beslist. De gevorderde voorziening zal worden geweigerd.

4.7. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Capgemini worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde.

5. De beslissing

De kantonrechter:

weigert de gevorderde voorziening;

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Capgemini, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2012.