Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX5204

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
24-08-2012
Zaaknummer
327126 / HA RK 12-342
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek te laat ingediend en daardoor niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Zaaknummer / rekestnummer: 327126 / HA RK 12-342

beslissing van 23 augustus 2012 van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken,

op het verzoek van:

[verzoeker] en [verzoekster],

wonende te [woonplaats] in Portugal, verder te noemen verzoekers,

advocaat mr. P.F.M. Gulickx.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Op 6 juli 2012 heeft mr. Gulickx namens verzoekers bij de rechtbank het verzoek gedaan tot wraking van mr. C.L. Keijzer, rechter in de Sector handel en kanton van deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak van Gewoon Goed B.V., Keromat B.V. en D.N.N. Daksystemen B.V. (hierna: wederpartij) tegen verzoekers, die aldaar is geregistreerd onder rolnummer 315508/ HA ZA 11-1839.

1.2. Mr. Keijzer heeft niet in de wraking berust.

1.3. Op 26 juli 2012 heeft mr. Keijzer schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.4. De griffier van deze rechtbank heeft verzoekers, mr. Gulickx en mr. Keijzer opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek op 9 augustus 2012.

Mr. J.A. Venema, advocaat van de wederpartij, is van de behandeling in kennis gesteld.

1.5. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft op 9 augustus 2012 plaatsgevonden. Daarbij was mr. Gulickx aanwezig. Mr. Keijzer heeft laten weten dat zij vanwege verblijf in het buitenland niet bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek aanwezig kan zijn.

1.6. De uitspraak is bepaald op heden.

2. De feiten

In de hoofdprocedure is op 3 april 2012 een comparitie na antwoord gehouden, waarna op

2 mei 2012 tussenvonnis is gewezen. Bij dat vonnis is bepaald dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 mei 2012 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich dienen uit te laten over de aangekondigde deskundigenrapportage.

3. De beoordeling

3.1. Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek dient te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden (artikel 37 Rv).

3.2. De feiten en omstandigheden waarop verzoekers zich beroepen, hebben betrekking op de comparitiezitting van 3 april 2012, maar vooral op het daaropvolgende tussenvonnis van

2 mei 2012. Dat vonnis heeft de rechtbank op diezelfde dag naar partijen verzonden, zodat verondersteld mag worden dat de feiten en omstandigheden kort na 2 mei 2012 aan verzoekers bekend waren. Verzoekers hadden het verzoek tot wraking aldus direct na ontvangst van het tussenvonnis kunnen doen. Het verzoek tot wraking is echter eerst op 6 juli 2012 ingediend. Ter zitting heeft mr. Gulickx desgevraagd verklaard dat de redenen van het laat ingediende verzoek zijn gelegen in de omstandigheid dat hij met verzoekers, die woonachtig zijn in Portugal, moest overleggen, dat hij in de tussentijd nog met vakantie was en dat hij tijd nodig had om het wrakingsverzoek gemotiveerd op te stellen.

3.3. De rechtbank ziet in de door mr. Gulickx naar voren gebrachte argumentatie geen verzachtende omstandigheid om eerst op 6 juli 2012 een verzoek tot wraking van mr. Keijzer in te dienen. Van verzoekers (gemachtigde) mag verwacht worden dat aanstonds na ontvangst van het tussenvonnis een verzoek tot wraking wordt ingediend indien zij daarvoor aanleiding zagen.

3.4. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat niet is voldaan aan het wettelijk voorschrift van artikel 37 Rv dat het wrakingsverzoek wordt ingediend zodra de feiten en omstandigheden die aan de wraking ten grondslag liggen bij verzoekers bekend zijn.

3.5. Het voorgaande leidt ertoe dat het verzoek niet-ontvankelijk is. De rechtbank komt daardoor niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek.

4. De beslissing

De rechtbank:

4.1. verklaart het verzoek tot wraking van mr. Keijzer niet-ontvankelijk;

4.2. draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekers, mr. Gulickx, mr. Keijzer, mr. J.A. Venema, alsmede aan de voorzitter van de Sector handel en kanton en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is gegeven door mr. G. Perrick, voorzitter, mr. P.S. Elkhuizen-Koopmans en

mr. A.C. van den Boogaard, leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. M.S.D. de Weerd als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2012.