Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4867

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
06-08-2012
Datum publicatie
16-08-2012
Zaaknummer
16/655689-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeelt voor een poging tot inbraak in een manege in vereniging tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd en bijzondere voorwaarden, waaronder voortzetting van het elektronisch toezicht (gps) voor de duur van vier maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655689-12; 13/651691-10 (vordering tenuitvoerlegging) [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 augustus 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1992] te [geboorteplaats] (Colombia)

wonende te [woonplaats], [adres]

raadsvrouw mr. W.A. Monster, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 23 juli 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander of anderen heeft geprobeerd in te breken in een manege.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat de rechtbank bevoegd is, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De officier van justitie baseert zich daarbij met name op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde feit gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt ten aanzien van de bewezenverklaring als volgt.

Aangever [aangever 1] heeft bij de politie verklaard dat hij eigenaar is van [bedrijf 1], gevestigd aan het [adres] te Woerden. Op 16 april 2012 werd hij gebeld door de politie dat er was geprobeerd in te breken in de manege. Op zondag 15 april 2012, omstreeks 23:30 uur, werd de manege afgesloten. Aangever weet zeker dat de binnendeuren naar het kantoor en de kantine afgesloten waren en onbeschadigd waren. Hij verklaarde dat de buitendeuren niet mogen worden afgesloten in verband met voorschriften van de brandweer met het oog op de paarden die binnen staan. De politie liet aangever de schade zien aan de deur van de kantine. Hij zag dat dit braaksporen waren en zag dat er rode vegen in die braaksporen zaten.

Verdachte heeft bekend dat hij samen met een andere jongen, [betrokkene 1], heeft geprobeerd in te breken in de manege. Verdachte verklaarde dat hij samen met zijn zusje, [betrokkene 2] en [betrokkene 1] met de auto naar de manege in Woerden is gereden. [betrokkene 2] bestuurde de auto. [betrokkene 1] wilde geld maken en verdachte is met hem meegegaan. Verdachte verklaarde dat hij samen met [betrokkene 1] de manege is ingegaan. De voordeur van de manege stond open. Vervolgens is geprobeerd de binnendeur open te breken, waarbij verdachte in het midden heeft gelaten of hij de deur heeft opengebroken of [betrokkene 1]. Hij heeft er in ieder geval bijgestaan, zo volgt uit zijn verklaring.

De rechtbank acht op grond van voornoemd bewijs wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander of anderen heeft geprobeerd in te breken in [bedrijf 1] te Woerden.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de nacht van 15 april 2012 op 16 april 2012 te Woerden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg (in/uit [bedrijf 1], gelegen aan het [adres]) te nemen goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) de deur van de kantine van die manage vernield, zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 74 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een werkstraf voor de duur van 40 uren waarvan 20 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en verplicht reclasseringstoezicht gedurende de termijn van de proeftijd en GPS (elektronische detentie) gedurende twee maanden, als bijzondere voorwaarden. De officier van justitie heeft bovendien de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft naar voren gebracht dat verdachte zich realiseert dat dit zijn laatste kans is en dat hij daarom wil dat de elektronische detentie wordt voortgezet voor een langere periode dan de officier van justitie vordert en wel voor vier tot vijf maanden. De verdediging heeft hierbij ook gewezen op het impulsieve gedrag van verdachte. De verdediging heeft voorts verzocht om in plaats van de geëiste werkstraf een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op te leggen waaraan de bijzondere voorwaarden kunnen worden gekoppeld, zoals die ook golden tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in vereniging in een manege. Aan het plegen van inbraken (en pogingen daartoe) tilt de rechtbank zwaar. Inbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar dit soort feiten leidt ook tot veel ergernis en ongemak.

Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 14 juni 2012 volgt dat verdachte reeds eerder meermalen voor soortgelijke feiten is veroordeeld, waarvoor laatstelijk op 25 november 2010 tot een werkstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsrapport van 15 juni 2012 opgemaakt door L. van den Heuvel, en de verklaring van de deskundige ter zitting, de heer R.F.L. Merceline, reclasseringswerker. Uit het rapport volgt dat verdachte op jonge leeftijd in verschillende instellingen is geplaatst. Nadat hij achttien jaar werd verdween de hulpverlening en lukte het verdachte niet om zelfstandig zijn leven op orde te krijgen en te houden. Verdachte toont motivatie om te veranderen. Hij lijkt vooral gebaat bij structuur en stabiliteit, rust en veiligheid. Vóór het plegen van dit feit heeft hij op eigen initiatief een aantal dagen bij Vast en Verder in Den Helder gewoond. Het traject was toen nog in de opstartfase.

Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog gemiddeld. De kans op afglijden is groot. Indien hij de juiste hulp krijgt en het hem lukt de motivatie te behouden, verkleint dat de kans op recidive. Een strak kader is wenselijk, waarbij verdachte extra ondersteuning nodig zal hebben bij het begeleidingstraject. Dit kader kan gerealiseerd worden bij Vast en Verder Den Helder. In overleg met Vast en Verder en reclassering Nederland Arnhem zal GPS als controlemiddel ingezet worden om als extra stok achter de deur te dienen bij verdachte.

De reclassering adviseert om verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod, een behandelverplichting, opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang (Vast en Verder dan wel een soortgelijke instelling) en een locatiegebod. De controle op de naleving van het locatiegebod zal worden ondersteund door middel van GPS.

De deskundige heeft ter terechtzitting aangegeven dat verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis bij Vast en Verder woont en dat hij wordt begeleid door de reclassering. Door de enkelband wordt hij behoorlijk beperkt. Verdachte werkt goed mee aan het elektronisch toezicht. Verdachte luistert en laat zien dat hij wil veranderen. Gekeken wordt naar het noodzakelijke vervolgtraject. Verlenging van het elektronisch toezicht voor een periode van twee maanden zou voldoende zijn.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een onstabiel verleden heeft en zich vroeger heeft laten beïnvloeden door zijn omgeving. Hij heeft er nu voor gekozen die wereld achter zich te laten. Om deze reden is verdachte bij Vast en Verder in Den Helder gaan wonen, ver weg van zijn oude omgeving. Verdachte heeft daarnaast verklaard dat hij hulp en begeleiding van Vast en Verder heel belangrijk vindt. Ten slotte heeft verdachte verklaard dat hij graag wil dat het elektronische toezicht wordt verlengd en wel voor een langere periode dan twee maanden. Het elektronische toezicht geeft hem een goede structuur en helpt hem beseffen wat de consequenties zijn van zijn daden.

Het is de rechtbank uit het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat verdachte zich goed aan de afspraken met de reclassering houdt, goed meewerkt met de reclassering en zelf goed initiatief toont. Verdachte heeft laten zien wat van zijn leven te willen maken en bereid te zijn om zich aan de door de rechtbank op te leggen voorwaarden te willen houden. Bovendien acht de rechtbank de begeleiding die de reclassering adviseert ook noodzakelijk om het leven van verdachte op de rit te krijgen en te houden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke straf met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden passend is. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de mede door het elektronische toezicht geboden structuur noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat verdachte er in de toekomst van zal worden weerhouden dergelijke strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet daarom aanleiding als een van de bijzondere voorwaarden op te nemen dat de GPS (elektronische detentie) wordt voortgezet voor de duur van vier maanden of zoveel korter als de begeleiders noodzakelijk vinden.

De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf van 88 dagen opleggen waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaren, onder de hierna nader aangegeven bijzondere voorwaarden.

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden af. Op grond van artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht kan de rechter - kort gezegd - bij zijn uitspraak de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden bevelen indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Omdat verdachte thans wordt veroordeeld voor een vermogensdelict en alweer langer geleden, namelijk in 2006, eenmaal is veroordeeld voor een geweldsdelict, doet deze situatie zich niet voor.

7 Het beslag

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen Samsung mobiele telefoon, TomTom navigatiesysteem, blauwe tas, sporttas, witte broeksriem, deodorant en sok terug te geven aan de rechthebbende [betrokkene 2], de inbeslaggenomen Blackberry mobiele telefoon terug te geven aan de rechthebbende [naam], de inbeslaggenomen HTC mobiele telefoon terug te geven aan verdachte en de inbeslaggenomen T-Mobile simkaart, Stanley schroevendraaier en handschoen verbeurd te verklaren.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

7.3.1 De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen Stanley schroevendraaier, handschoen, sporttas en blauwe tas zijn vatbaar voor verbeurdverklaring. Gebleken is dat het bewezenverklaarde feit begaan is met behulp van deze inbeslaggenomen voorwerpen.

7.3.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de inbeslaggenomen HTC mobiele telefoon aan verdachte aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

7.3.3 De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de inbeslaggenomen Blackberry mobiele telefoon aan [naam], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de inbeslaggenomen Samsung mobiele telefoon, TomTom navigatiesysteem, witte broeksriem, deodorant, sok en T-Mobile simkaart aan

[betrokkene 2], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8 De vordering tot tenuitvoerlegging

8.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de proeftijd van twee jaar, die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van 25 november 2010, zal worden verlengd met één jaar.

8.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat wanneer verdachte opnieuw vast komt te zitten de hulpverlening en begeleiding van verdachte die in gang zijn gezet worden doorkruist. De verdediging heeft subsidiair verzocht de proeftijd te verlengen met één jaar.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe echter niet besluiten en overweegt hieromtrent als volgt. Gelet op het reclasseringsrapport en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat verdachte gebaat is bij hulpverlening en begeleiding. De rechtbank acht daarom een verlenging van de proeftijd met één jaar op zijn plaats.

De rechtbank acht het voorts noodzakelijk dat bij de voorwaardelijke straf alsnog bijzondere voorwaarden worden gesteld, te weten: reclasseringstoezicht, diagnostiek en behandeling bij GGZ Noord-Holland-Noord of soortgelijke ambulante forensische zorg, meewerken aan het traject Vast en Verder in Den Helder en meewerken aan GPS (elektronische detentie) voor de duur van vier maanden.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14f, 33, 33a, 45, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 88 dagen waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat de verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens Reclassering Nederland worden gegeven;

* dat verdachte moet meewerken aan diagnostiek en indien wenselijk behandeling bij de forensische polikliniek GGZ Noord-Holland-Noord of soortgelijke ambulante forensische zorg;

* dat verdachte moet meewerken aan het traject Vast en Verder in Den Helder en daar verblijft voor de duur van een jaar of zoveel korter als de begeleiders in samenspraak met de reclassering nodig vinden;

* dat de verdachte moet meewerken aan GPS (elektronische detentie) gedurende een periode van vier maanden of zoveel korter als de begeleiders nodig vinden;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

Beslag

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: Stanley schroevendraaier, handschoen, blauwe sporttas en tas;

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen HTC mobiele telefoon;

- gelast de teruggave aan [naam] van de inbeslaggenomen Blackberry mobiele telefoon;

- gelast de teruggave aan [betrokkene 2] van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

Samsung mobiele telefoon, TomTom navigatiesysteem, witte broeksriem, deodorant, sok en T-Mobile simkaart;

Vordering tenuitvoerlegging

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af, maar verlengt de proeftijd met één jaar.

- legt alsnog als bijzondere voorwaarden op:

* dat de verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens Reclassering Nederland worden gegeven;

* dat verdachte moet meewerken aan diagnostiek en indien wenselijk behandeling bij de forensische polikliniek GGZ Noord-Holland-Noord of soortgelijke ambulante forensische zorg;

* dat verdachte moet meewerken aan het traject Vast en Verder in Den Helder en daar verblijft voor de duur van een jaar of zoveel korter als de begeleiders in samenspraak met de reclassering nodig vinden;

* dat de verdachte moet meewerken aan GPS (elektronische detentie) gedurende een periode van vier maanden of zoveel korter als de begeleiders nodig vinden;

Voorlopige hechtenis

- heft op het -reeds geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Grapperhaus, voorzitter, mr. P.L.C.M. Ficq en

mr. V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 augustus 2012.

Mr. P.L.C.M. Ficq is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.