Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4325

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
02-05-2012
Datum publicatie
10-08-2012
Zaaknummer
SBR 11-577T
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. Aanslag waterschapsbelasting zuiveringsheffing. Verbruik van betrokkene door waterschap geschat. Schatting onvoldoende inzichtelijk. Waterschap wordt in de gelegenheid gesteld het gebrek te helen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 11/577T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2012 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: G.A. van Ewijk),

en

het Hoofd afdeling belastingen van Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden, verweerder

(gemachtigde: P.E. Boersma).

Procesverloop

Bij beschikking van 31 december 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een aanslag waterschapsbelasting zuiveringsheffing ten behoeve van het perceel [adres] te [woonplaats] voor het belastingjaar 2009 opgelegd, van in totaal € 1.006,85.

Bij besluit van 10 januari 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 januari 2012. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, vergezeld door [A], vennoot van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting geschorst.

Bij fax van 16 februari 2012 heeft verweerder een toelichting gegeven op zijn schatting van het waterverbruik.

Bij brief van 21 februari 2012 heeft eiseres hierop gereageerd.

Nadat partijen hiervoor toestemming hebben gegeven, heeft de rechtbank het onderzoek op 21 maart 2012 gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres exploiteert een Chinees restaurant, [eiseres]. Het restaurant is gevestigd op [adres] te [woonplaats], gelegen in een winkelcentrum. De huurders in dit winkelcentrum beschikken niet over een eigen watermeter. De verhuurder doet jaarlijks op basis van een eigen berekening bij het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden opgave van het waterverbruik van zijn huurders. Over het belastingjaar 2009 heeft de verhuurder opgave van het waterverbruik van eiseres gedaan.

2. Bij het primaire besluit heeft verweerder aan eiseres onder nummer [nummer] een aanslag waterschapsbelasting zuiveringsheffing ten behoeve van het perceel [adres] te [woonplaats] voor het belastingjaar 2009 opgelegd, van in totaal € 1.006,85. Het aantal vervuilingseenheden heeft verweerder vastgesteld op 18,4.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder merkt op dat de aanslag zuiveringsheffing wordt berekend op basis van de hoeveelheid water die wordt gebruikt. Indien deze hoeveelheid niet bekend is, wordt deze geschat. Het verbruik van eiseres is niet bekend, aangezien zij niet beschikt over een watermeter. Verweerder heeft het waterverbruik geschat op 800 m3 per jaar. Dit is gebaseerd op gemeten waterverbruik van vergelijkbare Chinese restaurants.

3. Artikel 10 van de Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2009 (Verordening) luidt, voor zover van belang:

“2. Het aantal vervuilingseenheden als bedoeld in het eerste lid wordt berekend volgens de formule A x B, waarbij

A = het aantal m³ in het kalenderjaar ten behoeve van de bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water;

B = de afvalwatercoëfficiënt behorende bij de klasse van de in Bijlage II opgenomen tabel (…).

3. Indien de in het kalenderjaar ingenomen hoeveelheid water niet kan worden vastgesteld aan de hand aan watermeterstanden die aan het begin en aan het einde van het kalenderjaar zijn opgenomen, stelt de ambtenaar belast met de heffing die hoeveelheid vast op een door hem nader vast te stellen wijze.”

4. Artikel 17 van de Verordening luidt, voor zover van belang:

“De ambtenaar belast met de heffing kan het aantal vervuilingseenheden in een kalenderjaar geheel of gedeeltelijk door middel van schatting vaststellen, indien door de heffingsplichtige: (…)

b. het aantal vervuilingseenheden niet is berekend met behulp van meting, bemonstering en analyse en bepaling van de vervuilingswaarde (…) niet mogelijk is.”

5. In beroep betoogt eiseres - kort gezegd - dat de aanslag waterschapsbelasting zuiveringsheffing van in totaal € 1.006,85 voor het belastingjaar 2009 onjuist is. Het aantal vervuilingseenheden is namelijk te hoog vastgesteld. Dit is het gevolg van verweerders te hoge schatting van het waterverbruik van 800 m3. Eiseres vindt de uitkomst van de schatting willekeurig. De methode van verweerder is volgens eiseres in strijd met de wet.

Verder heeft eiseres aangevoerd dat de bewijslast wordt omgedraaid. Eiseres kan zich niet verdedigen, omdat zij hiervoor geen middel heeft. De aanslag wijkt af van aanslagen van voorgaande belastingjaren.

6. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat verweerder het juiste afvalwatercoëfficiënt van 0,023 heeft gehanteerd om het aantal vervuilingseenheden te berekenen. Voorts overweegt de rechtbank dat verweerder bevoegd was het aantal vervuilingseenheden geheel of gedeeltelijk door middel van schatting vast te stellen, in die zin dat verweerder het waterverbruik van eiseres heeft mogen schatten. Vaststaat immers dat eiseres geen watermeter had, zodat de in het kalenderjaar ingenomen hoeveelheid water niet kon worden vastgesteld aan de hand van watermeterstanden. Zoals ter zitting door verweerder is meegedeeld kan eiseres er voor kiezen een eigen watermeter te laten installeren. Daarmee kan het exacte waterverbruik worden gemeten. Tot op heden heeft eiseres daarvoor niet gekozen.

7. Anders dan eiseres stelt, komt de door verweerder gehanteerde methode van schatten de rechtbank redelijk voor. Over de vaststelling van het aantal vervuilingseenheden heeft verweerder ter zitting desgevraagd toegelicht dat het feitelijk gemeten waterverbruik van drie vergelijkbare Chinese restaurants is genomen om het waterverbruik van eiseres te schatten. Het waterverbruik van die restaurants heeft verweerder teruggerekend naar het aantal personeelsleden. Daaruit is naar voren gekomen dat gemiddeld per personeelslid 100 m3 water wordt verbruikt. Nu eiseres acht personeelsleden heeft gehad in 2009, schat verweerder het waterverbruik van eiseres over het belastingjaar op 800 m3. De rechtbank overweegt dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat deze gehanteerde methode in strijd is met een wettelijke bepaling dan wel willekeur in de hand werkt. Dat de onderhavige aanslag afwijkt van de opgelegde aanslagen in voorgaande jaren, zoals eiseres stelt, maakt dit niet anders.

8. Verweerder heeft echter niet voldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot de conclusie van een verbruik van 100 m3 per persoon per jaar is gekomen. Ter onderbouwing van de schatting van het waterverbruik heeft verweerder in zijn nadere schriftelijke toelichting van 16 februari 2012 de namen van de drie vergelijkbare Chinese restaurant genoemd, te weten De Lange Muur in Woerden, Lucky House in Wijk bij Duurstede en China City in Houten. Daarbij zijn de waterverbruiken vermeld per restaurant in kubieke meters in 2008, 2009 en 2010. Verweerder heeft het gemiddelde verbruik van deze jaren per restaurant afgerond op 1.150 m3 per jaar. Volgens verweerder werken bij de drie restaurants gemiddeld tien personen, zodat dit leidt tot een verbruik van 115 m3 per persoon per jaar. Afgerond is dit 100 m3 per persoon per jaar voor een Chinees restaurant. Verweerder concludeert dat nu acht personen werkzaam zijn bij eiseres, het waterverbruik terecht is geschat op 800 m3 per jaar.

Verweerder heeft ter zitting gesteld dat gemiddeld 100 m3 water wordt verbruikt per personeelslid per jaar. Uit de hiervoor gegeven informatie kan niet worden afgeleid of dit het geval is. Immers niet blijkt hoeveel personen per jaar bij de afzonderlijk genoemde Chinese restaurants werkzaam waren. Verweerder heeft enkel gesteld dat gemiddeld bij deze restaurants tien personen werkzaam waren. Nu deze informatie te weinig specifiek is, is niet te verifiëren of de berekening van het waterverbruik per persoon per jaar juist is. Dit brengt mee dat de rechtbank niet kan toetsen of verweerder in redelijkheid tot de vastgestelde vervuilingseenheden van 18,4 heeft kunnen komen. Aan het bestreden besluit kleeft daarom een gebrek. Het betoog van eiseres slaagt dan ook in zoverre.

9. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a, eerste lid, van de Awb doet de rechtbank een tussenuitspraak als zij artikel 8:51a van de Awb toepast.

10. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb in de gelegenheid te stellen het bovengenoemde gebrek aan het bestreden besluit te herstellen. Verweerder kan het geconstateerde gebrek herstellen door alsnog inzichtelijk te maken hoeveel personen per jaar bij de genoemde Chinese restaurants afzonderlijk werkzaam waren. De termijn waarbinnen verweerder het genoemde gebrek kan herstellen, bepaalt de rechtbank op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.

11. Als verweerder conform het bepaalde in artikel 8:51b van de Awb verklaart géén gebruik te willen maken van de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen of de termijn die daarvoor is bepaald ongebruikt is verstreken, zal de behandeling van het beroep op de gewone wijze worden voortgezet.

12. De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden, totdat in het beroep einduitspraak wordt gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het geconstateerde gebrek te herstellen met inachtneming van hetgeen de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Altenaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat (nog) geen hoger beroep open.