Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3526

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
01-08-2012
Datum publicatie
03-08-2012
Zaaknummer
327630 / HA RK 12-354
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet griffierecht deels gegrond; verwijzing door rechter-commissaris van meerdere vorderingen met dezelfde schuldeiser en betwister geldt als één dagvaardingszaak (art. 122 Fw).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

Handelskamer

zaaknummers / rekestnummers: 327630 / HA RK 12-354

327631 / HA RK 12-355

327633 / HA RK 12-356

327634 / HA RK 12-357

Beschikking van 1 augustus 2012

in de zaak van

de maatschap

LRT-ADVOCATEN,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

advocaat mr. J.K.A. van Loo te Amsterdam

en

DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK UTRECHT,

zetelende te Utrecht,

verweerster.

1. De beoordeling

1.1. Bij brief van 18 april 2012 heeft verzoekster verzet aangetekend tegen het aan haar opgelegde griffierecht. Volgens haar dient het griffierecht in de zaken met zaak- en rolnummers 319522/ HA ZA 12-196, 319531/ HA ZA 12-199, 320693/ HA ZA 12-346 en 320891/ HA ZA 12-414 vastgesteld te worden op één x € 575,--, nu haar vorderingen zodanig verband met elkaar houden dat deze in één procedure kunnen worden behandeld en zij beide schuldenaars in één procedure zou kunnen dagvaarden.

1.2. De griffier heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

1.3. Op grond van het bepaalde in artikel 17 lid 2 Wet griffierechten in burgerlijke zaken (WGBZ) wordt het griffierecht in een renvooiprocedure bepaald aan de hand van de regeling die voor gewone dagvaardingsprocedures geldt (artikel 3 lid 1 WGBZ).

1.4. Op grond van artikel 122 lid 1 Faillissementswet vervangt de verwijzing door de rechter-commissaris de dagvaarding. Dit betekent dat de betreffende schuldeiser, in het onderhavige geval dus verzoekster, in beginsel voor elke verwijzing apart griffierecht verschuldigd is.

1.5. Daar staat evenwel tegenover dat de rechter-commissaris op grond van artikel 122 lid 1 Fw niet de ingediende vorderingen, maar de daarbij betrokken partijen (betwister en betwiste schuldeiser) naar de renvooiprocedure verwijst. Dit betekent dat de enkele omstandigheid dat de verwijzing per vordering plaatsvindt, niet betekent dat dit ook aparte dagvaardingsprocedures moet opleveren. Nu betwister (de curatoren van Econcern N.V.) en de betwiste schuldeiser (de cliënt van verzoekster) in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319522/ HA ZA 12-196, 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 dezelfde zijn, wordt dit door de rechtbank als één verwijzing gezien, en is daarvoor derhalve maar één keer griffierecht verschuldigd.

1.6. In de zaak met zaaknr./rolnr. 320693/ HA ZA 12-346 is sprake van een andere betwister (de curatoren van Ecostream International B.V.), zodat die verwijzing als een separate zaak moet worden beschouwd. Voor die zaak is dan ook apart griffierecht verschuldigd.

De omstandigheid dat indien verzoekster de (curatoren van de) schuldenaren in een aparte procedure zelf gedagvaard zou hebben, zij met één dagvaarding had kunnen volstaan, kan haar niet baten, omdat van een dergelijk geval hier geen sprake is.

1.7. Het voorgaande betekent dat het verzet alleen gegrond verklaard zal worden voor zover in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 griffierecht is opgelegd.

2. De beslissing

De rechtbank

verklaart het bezwaar gegrond, voor zover in de zaken met zaaknrs./rolnrs. 319531/ HA ZA 12-199 en 320891/ HA ZA 12-414 griffierecht is opgelegd.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2012.?