Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3094

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
31-07-2012
Zaaknummer
16/655448-12 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij met haar dochter goederen uit verschillende woningen heeft weggenomen. Vier van de acht feiten zijn wettig en overtuigend bewezen. Verdachte en haar dochter hebben zich voorgedaan als schoonmaaksters met als doel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655448-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 juni 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1973] te [geboorteplaats]

wonende te [adres], [woonplaats].

raadsman mr. M. Baltus, advocaat te Den Haag.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 mei 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

meermalen op verschillende tijdstippen in Leusden of Amersfoort samen met een ander goederen uit een woning heeft weggenomen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 3, 4, 5 en 6 heeft gepleegd samen met haar dochter en baseert zich daarbij op de aangiftes, de herkenningen bij de fotoconfrontaties, de bekennende verklaring van de medeverdachte en de verklaring van verdachte dat zij in die woningen is geweest.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende. Er is geen sprake van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte. Verdachte is in vier van de acht huizen helemaal niet aanwezig geweest. In de vier gevallen waarin verdachte wel in de woning aanwezig was, heeft zij slechts de andere kant op gekeken en haar dochter laten begaan. Het enige bewijsmiddel voor een actieve rol van verdachte is de verklaring van haar dochter als medeverdachte. Er dienen grote vraagtekens gezet te worden bij de betrouwbaarheid en bewijswaarde van die verklaring. Gezien de grote twijfels omtrent het bewijs van medeplegen, dient verdachte het voordeel van de twijfel te krijgen en integraal te worden vrijgesproken.

Indien de rechtbank een andere mening is toegedaan, is de verdediging subsidiair van mening dat er slechts een veroordeling zou kunnen volgen voor het medeplegen van de vier diefstallen waarbij verdachte aanwezig is geweest, te weten de feiten 3 tot en met 6 op de tenlastelegging.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feiten 1, 2, 7 en 8

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 7 en 8 ten laste gelegde feit heeft gepleegd. De rechtbank kan op grond van het beschikbare bewijs niet met voldoende mate van zekerheid vast stellen dat verdachte die ten laste gelegde feiten heeft medegepleegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht voor wat betreft de feiten zoals ten laste gelegd onder 3, 4, 5 en 6 wettig en overtuigend bewezen de diefstal in vereniging. De rechtbank komt tot haar oordeel op grond van de volgende feiten en omstandigheden.

Feit 3

Er is aangifte gedaan door [aangeefster 1] (verder te noemen aangeefster) van diefstal uit haar woning op het adres [adres] te [woonplaats]. Aangeefster heeft gereageerd op een advertentie op marktplaats. Er is een kennismakingsgesprek geweest op 18 november 2011 met [verdachte] en haar dochter. Daarna zijn zij gelijk aan het werk gegaan. Aangeefster had die ochtend alle sieraden en waardevolle spullen opgeborgen in haar kledingkasten. Op 19 november 2011 wilde aangeefster haar gouden ketting omdoen en heeft ze de doos uit de kledingkast gepakt. Toen bleek dat al haar gouden sieraden niet meer in de doos zaten. In de doos zat een gouden collier, een gouden slavenarmband, gouden oorringetjes en een goudkleurig dameshorloge. Uit de andere kledingkast is uit een doos een aantal zilveren sieraden weggenomen. Op 5 maart 2012 heeft er een fotoconfrontatie plaatsgevonden en heeft aangeefster onmiddellijk verdachte en medeverdachte [medeverdachte] herkend als zijnde de moeder en dochter die bij haar kwamen schoonmaken. Medeverdachte heeft bij de politie verklaard dat zij en haar moeder zich hebben voorgedaan als schoonmaaksters met als doel om in de woning te komen en goederen weg te nemen. Dit was van te voren tussen haar en haar moeder afgesproken. Verdachte heeft bekend dat zij op dit adres is geweest.

Feit 4

Er is aangifte gedaan door [aangeefster 2] (verder te noemen aangeefster) van diefstal uit haar woning op het adres [adres] te [woonplaats]. Aangeefster heeft via de mail contact opgenomen met adverteerder [verdachte]. Verdachte heeft aangeefster gebeld of zij haar dochter mee mocht nemen. Hier heeft aangeefster mee ingestemd. Op 18 november 2011 zijn [verdachte] en haar dochter gekomen voor een kennismakingsgesprek en aansluitend zouden zij schoonmaken. Aangeefster is boodschappen gaan doen. Toen aangeefster terug kwam waren [verdachte] en haar dochter weg en zag zij dat er goederen uit haar woning waren weggenomen. Het betrof een laptop, drie mobiele telefoons (blackberry, HTC, Nokia), sieradenkist met diverse sieraden en uurwerken, digitale camera en een mp3-speler. Een aantal van deze goederen zijn bij medeverdachte aangetroffen. Op 1 maart 2012 heeft er een fotoconfrontatie plaatsgevonden en heeft aangeefster onmiddellijk verdachte herkend als zijnde de moeder die bij haar kwam schoonmaken. Medeverdachte heeft bij de politie een bekennende verklaring afgelegd. Verdachte heeft bekend dat zij op dit adres is geweest.

Feit 5

Er is aangifte gedaan door [aangeefster 3] (verder te noemen aangeefster) van dieftal uit haar woning op het adres [adres] te [woonplaats]. Aangeefster heeft telefonisch gereageerd op een advertentie. Zij sprak met een vrouw die opgaf Monika te heten. Op 26 november 2011 kwamen er twee vrouwen bij haar thuis voor een kennismaking. Afgesproken werd dat zij op 28 november 2011 zouden komen schoonmaken. Aangeefster was thuis terwijl de vrouwen aan het schoonmaken waren, maar had niet de gehele tijd zicht op hen. Zij hoorde op enig moment de voordeur open en dicht gaan. Toen zij beneden kwam zag zij dat de laptop weg was en 60 euro. Uit de bijlage blijken de volgende goederen te zijn weggenomen: drie computers (notebook), 60 euro, telefoons (palm, Sony Ericsson), videocamera, cadeaubon, vier flessen parfum, scheerapparaat, twee horloges en een ketting. Een aantal van deze goederen zijn bij medeverdachte aangetroffen en geretourneerd aan aangeefster. Op 1 maart 2012 heeft er een fotoconfrontatie plaatsgevonden en aangeefster en haar vriend hebben onmiddellijk verdachte en medeverdachte [medeverdachte] herkend als zijnde de personen die bij aangeefster kwamen schoonmaken. Medeverdachte heeft bij de politie een bekennende verklaring afgelegd. Verdachte heeft bekend dat zij op dit adres is geweest.

Feit 6

Er is aangifte gedaan door [aangever 1] (verder te noemen aangever) van diefstal uit zijn woning op het adres [adres]. Aangever heeft gereageerd op een advertentie en had email contact met ‘Monika’. Op 26 november 2011 kwam ‘Monika’ met haar moeder ‘Sandra’ voor een kennismakingsgesprek. Op 2 december 2011 hebben zij samen schoongemaakt. Op 5 december 2011 wilde de vrouw van aangever iets van haar sieraden pakken. Zij zag dat een bepaalde ring weg en armband weg waren. Ook waren er oorbellen weg. Op 5 maart 2012 heeft er een fotoconfrontatie plaatsgevonden en aangever heeft onmiddellijk verdachte en medeverdachte [medeverdachte] herkend als zijnde de personen die bij aangever kwamen schoonmaken. Medeverdachte heeft bij de politie een bekennende verklaring afgelegd. Verdachte heeft bekend dat zij op dit adres is geweest.

Bewijsoverweging

Verdachte heeft verklaard dat zij op bovenstaande adressen aanwezig was, maar slechts de andere kant op heeft gekeken en haar dochter laten begaan. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar dochter om goederen weg te nemen. De verklaring van haar dochter zou niet betrouwbaar zijn.

De rechtbank stelt vast verdachte bij de fotoconfrontaties ook is herkend door de personen die aangifte hebben gedaan van de diefstallen op bovenstaande adressen. Verder verklaart de dochter van verdachte dat zij en haar moeder zich hebben voorgedaan als schoonmaaksters met als doel om in de woning te komen en goederen weg te nemen. Dit was van te voren tussen haar en haar moeder afgesproken. Zij verklaart gedetailleerd over de verschillende diefstallen en goederen die zijn weggenomen. De rechtbank is niet gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan zou kunnen worden getwijfeld aan de geloofwaardigheid van die verklaring. Medeverdachte heeft zichzelf met haar verklaringen belast en heeft, ook wanneer het verloop van het onderzoek geen aanleiding toe gaf, aanvullende informatie verstrekt. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat zij slechts de andere kant op heeft gekeken ongeloofwaardig. Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en medeverdachte de diefstallen, zoals ten laste gelegd onder 3, 4, 5 en 6, samen en in vereniging hebben gepleegd.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 3

in de periode van 18 november 2011 tot en met 19 november 2011 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in een woning gelegen aan de [adres] een hoeveelheid sieraden waaronder een gouden ketting en een horloge en een gouden armband, toebehorende aan [aangeefster 1];

Feit 4

op 18 november 2011 te Leusden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een laptop-computer en twee mobiele telefoons en een digitale camera en een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [aangeefster 2];

Feit 5

op 28 november 2011 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen in een woning gelegen aan de [adres] een laptop en twee notebooks en een scheerapparaat en een palmtop en twee horloges en een hoeveelheid sieraden en flessen parfum en een videocamera en een mobiele telefoon en een hoeveelheid geld (ongeveer 60 euro), toebehorende aan [aangeefster 3];

Feit 6

op 02 december 2011 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning gelegen aan het [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [aangever 1].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 3, 4, 5 en 6: Telkens, diefstal door twee of meer verenigde personen

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten en een proeftijd van 2 jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht om verdachte integraal vrij te spreken.

Subsidiair zoekt de verdediging aansluiting bij het reclasseringsrapport van 8 mei 2012. De Reclassering heeft weinig zorgen, zowel op de leefgebieden als ten aanzien van het recidiverisico. De verdediging sluit zich aan bij het voorstel van een onvoorwaardelijk werkstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, zonder bijzondere voorwaarden. Verdachte heeft ook reeds 45 dagen in voorlopige hechtenis gezeten.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier diefstallen uit verschillende woningen. Zij heeft zich daarbij samen met haar dochter voorgedaan als betrouwbare schoonmaakster door middel van een advertentie en het vertrouwen gewonnen van deze mensen, zodat zij haar (en haar dochter) in huis hebben gelaten en soms een huissleutel hebben gegeven. Het vertrouwen van deze mensen hebben verdachte en haar dochter op grove wijze geschaad. Er zijn waardevolle spullen weggenomen waaronder sieraden. Deze sieraden hebben vaak ook een emotionele waarde. De meeste sieraden zijn niet meer terug gevonden. De rechtbank tilt zwaar aan dit soort feiten.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met de justitiële documentatie d.d. 18 april 2012 van 4 pagina’s waaruit blijkt dat zij op 14 maart 2005 is veroordeeld voor een winkeldiefstal en opzetheling tot een gevangenisstraf van 2 weken.

Uit het reclasseringsrapport d.d. 9 mei 2012, opgemaakt door A. Akollo, reclasseringswerker, blijkt het volgende:

Betrokkene is een Bosnische vrouw die als vluchteling naar Nederland is gekomen. Uit eerdere rapportages van de reclassering en brieven van PsyQ blijkt dat zij door de oorlog getraumatiseerd is. Bijna tien jaar is betrokkene vanwege haar klachten in behandeling bij PsyQ. Zij is gediagnosticeerd met chronische posttraumatische stressstoornis. Er is ook sprake van lichamelijke klachten. Voor haar lichamelijke en psychische klachten gebruikt zij medicatie. De leefgebieden werk-scholing, relatie met gezinslid, emoties, gedrag en vaardigeden zijn uit onderzoek als criminogene factoren naar voren gekomen. Mocht betrokkene worden veroordeeld dan zijn wij van mening dat een werkstraf en een voorwaardelijke straf op zijn plaats is. Een verplicht reclasseringscontact is ons inziens niet geïndiceerd.

De rechtbank is op grond van de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat voor dit soort feiten een gevangenisstraf passend is en legt de volgende straf op: een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten, met een proeftijd van 2 jaar.

7 De benadeelde partij

[benadeelde 2] (feit 1)

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 3.376,12 voor feit 1.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

[benadeelde 3] (feit 2)

De benadeelde partij [benadeelde 3] vordert een schadevergoeding van € 100,00 voor feit 2.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

[aangeefster 2] (feit 4)

De benadeelde partij [aangeefster 2] vordert een schadevergoeding van € 9.000,- voor feit 4.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, omdat nader onderzoek naar deze schade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[benadeelde 4] (feit 8)

De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft een schadeformulier ingevuld, maar heeft inmiddels alle goederen retour. Zij vordert derhalve geen schadebedrag.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2, 7 en 8 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 3, 4, 5 en 6: Telkens, diefstal door twee of meer verenigde personen

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

[benadeelde 2] (feit 1)

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 2] en verdachte ieder in de eigen kosten;

[benadeelde 3] (feit 2)

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde 3] en verdachte ieder in de eigen kosten:

[aangeefster 2] (feit 4)

- verklaart de benadeelde partij [aangeefster 2] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [aangeefster 2] en verdachte ieder in de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. J. Ebbens en mr. Y.A.T. Kruijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.E. Braam-van Toll, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 13 juni 2012.

Mr. Y.A.T. Kruijer is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.