Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX2964

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
30-07-2012
Zaaknummer
16/604139-10 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor het in bezit hebben van kinderporno. Gelet op de relatief korte periode en het kleine aantal afbeeldingen met kinderpornografisch materiaal, kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte een gewoonte heeft gemaa

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/604139-10 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 maart 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

wonende te [adres], [woonplaats]

raadsman mr. J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 maart 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Kinderporno in bezit heeft gehad en daarvan een gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 61 pagina’s kinderporno in zijn bezit heeft gehad in de periode 1 januari 2010 tot en met 20 juli 2010 en dat hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt gelet op de regelmaat waarmee hij daarmee bewust en gericht bezig was. De officier van justitie baseert zich daarbij op de eigen verklaring van verdachte en de processen-verbaal van bevindingen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich op het punt van het bezit van kinderporno. Verdachte heeft de plaatjes bekeken, uitgeprint en mee naar huis genomen. Echter, slechts 3,4% van de plaatjes betreft kinderporno. Dit is een klein gedeelte en onvoldoende om het verzamelen van deze plaatjes te zien als een gewoonte. De verdediging verzoekt verdachte hiervan vrij te spreken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode 1 januari 2010 tot en met 20 juli 2010 61 kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad op grond van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 20 juli 2010 zijn verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar aanleiding van een melding van de moeder van verdachte dat zij haar zoon gewond had aangetroffen in de badkamer, naar de [adres] te Utrecht gegaan. De moeder van verdachte meldde tevens dat zij een brief had aangetroffen van de werkgever van verdachte waarin stond dat hij geschorst was in verband met kinderporno op het werk. Die brief is inbeslaggenomen. De hulpofficier van justitie vorderde aan verdachte de uitlevering van alles wat met kinderporno te maken had. Verdachte pakte een stapel A4 papieren. Daarop stonden afbeeldingen van kinderen met kleding en kinderen zonder kleding. De woning is vervolgens met toestemming van verdachte doorzocht. Op de slaapkamer naast het bed zijn verschillende afbeeldingen van naakte kinderen aangetroffen. In de mappen voor de kast naast het bed werden ook printjes van naakte kinderen aangetroffen.

De afbeeldingen zijn door gecertificeerde zedenrechercheurs beschreven. Het bleek te gaan om ongeveer 1800 losse vellen papier in A4-formaat. Per bladzijde was dit papier bedrukt met één of meerdere afbeeldingen. Er zijn 61 bladzijden aangetroffen waarop kinderpornografisch materiaal staat , waaronder de afbeeldingen zoals in de tenlastelegging zijn vermeld . Vastgesteld werd dat een aantal van de bij verdachte aangetroffen afbeeldingen vermoedelijk op 12 mei 2010, 16 juni 2010 en 17 juni 2010 zijn verzameld. Dit werd vastgesteld daar op een aantal van de bij de verdachte aangetroffen afdrukken zowel het internetadres dat was bezocht, als de datum was vermeld. Vastgesteld is dat 3,4% van het door verdachte verzamelde materiaal kinderporno betreft.

Verdachte heeft het bezit van kinderpornografische afbeeldingen bekend. Hij verklaart dat het een verslaving was om porno plaatjes te verzamelen en uit te printen. Hij deed dit op zijn werk. Hij keek met name naar homoporno, maar ook af en toe naar kinderen. Hij vond het leuk om daarnaar te kijken. Hij doet dit al een paar jaar en op een gegeven moment is hij begonnen met de plaatjes uit te printen.

Bewijsoverweging ten aanzien van de gewoonte

De rechtbank is van oordeel dat de gewoonte maken van het bezit van pornografische afbeeldingen beoordeeld moet worden aan de hand van het aantal afbeeldingen of het aantal gegevensdragers met pornografische afbeeldingen. De gewoonte kan ook spreken uit de duur van het bezit of de wijze waarop men het bezit verkregen heeft.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de relatief korte periode en het kleine aantal afbeeldingen met kinderpornografisch materiaal, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in het bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 20 juli 2010 te Utrecht, meermalen een groot aantal afbeeldingen, te weten 61 bladzijden telkens bevattende één of meer foto’s heeft verworven en in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit onder meer:

het anaal penetreren met de penis door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar eveneens nog niet heeft bereikt (onder meer één of meer afbeeldingen op bladzijde 20, omschreven op pag. 7 van het proces-verbaal "beschrijving multimediafiles")

en

het (laten) betasten van de billen en de (stijve) penis van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (onder meer één of meer afbeeldingen op bladzijden 3 en 10 en 15 en 22, omschreven op pag. 5, 6 en 7 van het proces-verbaal "beschrijving multimediafiles")

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij deze personen gekleed en zijn en in erotisch getinte houdingen poseren die niet bij hun leeftijd passen en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze personen en de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling

(onder meer één of meer afbeeldingen op bladzijden 1 en 11 en 17 en 22, omschreven op pag. 5, 6 en 7 van het proces-verbaal "beschrijving multimediafiles")

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Telkens, een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken,verwerven en in bezit hebben.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:

- een werkstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten;

- een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact met een meldplicht en behandeling bij De Waag zolang dat nodig wordt geacht door de reclassering.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat een werkstraf van 200 uur te hoog is. Een gedeelte van de werkstraf zou voorwaardelijk kunnen worden opgelegd met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact en een normale proeftijd voor de duur van 2 jaar. Bij het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf kan - zeker nu veel tijd is verlopen tussen de data van het plegen van de delicten en de datum van berechting- worden volstaan met één of twee maanden, aldus de verdediging.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno door kinderpornografische afbeeldingen op zijn werk te downloaden en uit te printen en vervolgens mee naar huis te nemen. De rechtbank overweegt dat het bezit van kinderporno buitengewoon verwerpelijk is, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. In de meeste gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld, grote psychische schade op die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Verdachte moet medeverantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar kinderporno. Verdachte heeft geen blijk gegeven hierbij ooit stil te hebben gestaan. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen diegenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar zeker ook degenen die kinderporno downloaden en/of verzamelen.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het relatief geringe aantal afbeeldingen dat verdachte in zijn bezit had, de leeftijd van de kinderen op de afbeeldingen, de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen en de bewezenverklaarde periode.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel uit het documentatieregister van 1 februari 2012 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest voor het plegen van dit soort feiten of andersoortige feiten.

Uit het reclasseringsrapport d.d. 7 maart 2012, opgemaakt door I. Brandsma, reclasseringswerker, blijkt dat betrokkene met kinderporno in aanraking kwam in een periode dat hij zich veel zorgen maakte om zijn moeder, die psychiatrisch patiënt was. Daarnaast worstelde hij met zijn homoseksuele gevoelens. Hij ging compulsief foto’s van naakte volwassenen en kinderen downloaden omdat hij daar opgewonden van werd. Hij zou in de veronderstelling zijn dat de foto’s niet als kinderporno zouden worden getypeerd. Betrokkene woonde tot de dood van zijn moeder bij haar in huis. Zij hield veelal contacten af en gaf hem zakgeld. Betrokken is homoseksueel, maar heeft nog nooit een relatie gehad. Daarnaast durfde hij hier nooit mee naar buiten te komen omdat hij bang was voor de reactie van zijn moeder. Hij heeft een beperkt sociaal netwerk, depressieve klachten en financiële problemen. Anderhalf jaar geleden is betrokkene, naar aanleiding van de ontdekking van kinderporno op zijn computer, ontslagen en heeft op dit moment geen vaste dagbesteding. Betrokkene wordt begeleid door bemoeizorg van Altrecht. Hij is in november vrijwillig opgenomen vanwege depressieve klachten na het overlijden van zijn moeder. Hij heeft per maart van dit jaar zijn eigen woning en wordt daarin begeleid door SBWU. Daarnaast heeft hij een intake gehad bij De Waag om meer inzicht te verkrijgen in zijn seksuele gevoelens. Betrokkene staat open voor reclasseringstoezicht. In de hulpverleningsgeschiedenis heeft hij zich soms vermijdend opgesteld waardoor hij contacten afhield. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag en het risico op onttrekken aan de voorwaarden als laag/gemiddeld. De reclassering adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een behandelverplichting.

De rechtbank is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en het feit dat zij in tegenstelling tot de officier van justitie het een gewoonte maken van het bezit van kinderporno niet bewezen acht, van oordeel dat een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, passend is. De rechtbank legt een werkstraf op van 140 uur, subsidiair 70 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht naar rato van twee uur per dag. Daarnaast legt de rechtbank een gevangenisstraf op voor de duur van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, dat verdachte zich binnen 14 dagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Reclassering Nederland op het volgende adres: Nieuwe Oeverstraat 200 te Utrecht en zich blijft melden zo frequent en zo lang als de Reclassering Nederland dat nodig acht en dat verdachte deelneemt aan behandeling in een forensisch psychiatrische polikliniek, met een proeftijd van 2 jaar. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen meerwaarde in een langere proeftijd, ook al omdat de feiten dateren uit 2010 en verdachte tot 2012 heeft moeten wachten om zekerheid te krijgen over hoe deze zaak voor hem zou aflopen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 240b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

telkens, een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken,verwerven en in bezit hebben;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering;

* dat verdachte zich binnen 14 dagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Reclassering Nederland op het volgende adres: Nieuwe Oeverstraat 200 te Utrecht en zich blijft melden zo frequent en zo lang als de Reclassering Nederland dat nodig acht;

* dat verdachte deelneemt aan behandeling in een forensisch psychiatrische polikliniek.

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 140 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 70 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mr. P. Bender en E.C.A. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.E. Braam-van Toll, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 maart 2012.