Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX2369

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
23-07-2012
Datum publicatie
23-07-2012
Zaaknummer
16/71152411 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen middels een gewelddadige overval willen verrijken. Daartoe heeft hij de vrachtwagenchauffeur gegijzeld en het stuur van zijn auto overgenomen. De chauffeur is daarbij gewond geraakt. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/71152411 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1990] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

gedetineerd in PI Utrecht, HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein, De Liesbosch 100,

raadsvrouw mr. I.A. Groenendijk, advocaat te ’s-Gravenhage.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 12 maart 2012 en 9 juli 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op 25 augustus 2011 te Utrecht samen met anderen een vrachtwagen met oplegger heeft overvallen waarbij geweld is gepleegd tegen de chauffeur van de vrachtwagen en goederen zijn ontvreemd.

2. op 25 augustus 2011 te Utrecht en/of elders samen met anderen voormelde vrachtwagenchauffeur van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen omdat er geen bewijs is om haar cliënt voor het tenlaste gelegde te veroordelen. Weliswaar was hij in het bezit van de sleutel van de gestolen vrachtwagen, maar die sleutel had hij gevonden op het pad naar het Ibishotel waar hij van plan was de nacht door te brengen, maar waar hij niet terecht kon. Hij was daar door iemand met de naam [naam] afgezet. Verdachte bestrijdt dat hij de bij de overval betrokken Fiat Ducato heeft gehuurd. De raadsvrouw van verdachte is van mening dat er sprake is van een verkokerd onderzoek zonder harde bewijzen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de bewijsmiddelen is het navolgende komen vast te staan:

Op 25 augustus 2011 reed [slachtoffer] als chauffeur van een vrachtwagen met oplegger van het merk Iveco met kenteken [kenteken], waarin onder meer motoronderdelen, rolcontainers, elektronica en kantoorartikelen waren geladen. Ter hoogte van het Bastionhotel in Utrecht werd hij rond 20.00 uur ingehaald door een witte Fiat Ducato bestelbus. De bestuurder daarvan trapte ineens hard op de rem waardoor [slachtoffer] ook moest remmen. Meteen daarna zaten er twee of drie mannen in zijn auto, aan weerszijden van hem. De man aan zijn linkerzijde sloeg hard in zijn ribbenkast waardoor hij hevige pijn voelde en de man aan zijn rechterzijde sloeg hem hard tegen zijn hoofd. Er werd tegen hem geschreeuwd “nu liggen, liggen, liggen, met je voeten naar beneden”. [slachtoffer] werd vervolgens naar de grond gedrukt en kreeg met kracht een jack over zijn hoofd gedrukt. De vrachtwagen is vervolgens gaan rijden. Tegen [slachtoffer] werd voortdurend gezegd laag te blijven. Nadat de daders ontdekten dat er GPS in de auto zat werd tegen hem gezegd “ik maak je af”, waarbij hij iets in zijn buik voelde prikken.

Na een tijd rijden stopte de vrachtwagen en werd [slachtoffer] gesommeerd buiten naast de vrachtwagen op de grond te gaan liggen met de jas over zijn hoofd. Daarna werd hij bij zijn polsen en enkels beetgepakt en in een busje gegooid met het jack strak over zijn hoofd. Er ging iemand op hem zitten. Het busje bus reed vervolgens heel hard weg. Toen het busje na enige tijd stopte, werd [slachtoffer] eruit gehaald met het jack nog steeds strak om zijn hoofd en langs de kant van de weg gelegd. Hij werd wederom gesommeerd om te blijven liggen. Na enige tijd heeft hij het jack afgedaan en zag hij dat hij langs de ventweg van de snelweg A13 lag. Kort erna heeft hij via een passant 112 gebeld. .

Omstreeks 21.55 uur kwam de melding binnen bij de meldkamer van de KLPD.

Uit het in de vrachtwagen aanwezige track&trace systeem bleek dat de vrachtwagen uiteindelijk (op 26 augustus 2006) omstreeks 00.06 uur tot stilstand werd gebracht op een bouwterrein langs de A4 tegenover Meubelplein Leiderdorp.

Om 2.14 uur werd verdachte aangehouden nabij het Ibishotel, dat aan het van het Meubelplein Leiderdorp deel uitmakende Elisabethhof is gelegen. Hij droeg zwarte kleding met onder meer een trainingsjack dat voor ongeveer 75% wit was. Tijdens de fouillering werd bij verdachte de sleutel van de gestolen Iveco vrachtwagen aangetroffen.

Uit de naar aanleiding van de gegevens van het track & tracesysteem van de vrachtwagen gevorderde camerabeelden blijkt dat na de overval telkens een witte Fiat Ducato bestelbus in de directe nabijheid van de gestolen vrachtwagen heeft gereden. De persoon die de Iveco vrachtwagen na de diefstal bestuurde, draagt bovenkleding met een groot wit vlak op de borst.

Uit analyse van beide track&tracesystemen blijkt dat deze auto’s op 25 augustus 2011 vanaf het tijdstip van de camerabeelden van het Shellstation tot geruime tijd na de beroving onafgebroken op korte afstand van elkaar hetzelfde traject hebben gereden.

Onderzoek naar de identiteit van de Fiat Ducato leidde naar een auto met het kenteken [kenteken], te naam gesteld op [verhuurbedrijf], [adres] te ’s-Gravenhage.

Deze Fiat Ducato is van 18 augustus 2011 tot 20 augustus 2011 verhuurd aan [A]. Toen [A] op 18 augustus 2011 de auto kwam ophalen was deze in het gezelschap van verdachte. De auto werd meteen gereserveerd voor 22 augustus 2011. Op 22 augustus 2011 werd de auto opgehaald door verdachte en een andere man, [B]. Op 23 augustus 2011, heeft verdachte naar de verhuurder gebeld met de mededeling dat de auto twee dagen later zou terugkomen.

Uit het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte samen met anderen op 25 augustus 2011 een vrachtwagen met inhoud heeft gestolen en daarbij geweld heeft gebruikt tegen de chauffeur en de chauffeur gedurende enige tijd van zijn vrijheid heeft beroofd.

Bewijsoverwegingen

Verdachte voert aan dat hij niets met de overval te maken heeft. Hij heeft de sleutel van de vrachtwagen gevonden toen hij in het Ibishotel wilde overnachten. Hij liep daar weg omdat hij er niet terecht kon. De rechtbank is van oordeel dat de lezing van verdachte niet aannemelijk is geworden en door de bewijsmiddelen wordt weersproken.

Getuige [getuige] heeft tijdens het getuigenverhoor d.d. 26 april 2012 bij de rechter-commissaris verklaard zich een aantal zaken niet meer te kunnen herinneren. Om die reden is de rechtbank afgegaan op de door deze getuige bij de politie afgelegde verklaring, die is afgelegd vrij kort nadat de aan verdachte ten laste gelegde feiten hebben plaatsgevonden.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 25 augustus 2011 te Utrecht en het arrondissement Den Haag en/of arrondissement Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een vrachtwagen met oplegger, merk Iveco, kenteken [kenteken] met inhoud, waar onder één of meer rolcontainers en diverse motoronderdelen en diverse kantoorartikelen en elektronica, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers van voormeld misdrijf het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededaders :

- voornoemde vrachtwagen heeft klemgereden (en aldus die (vrachtwagen van)

[slachtoffer] tot stilstand gedwongen), en

- de cabine van die vrachtwagen is binnengedrongen en

- één of meermalen die [slachtoffer] heeft gestompt/geslagen tegen de ribben

en tegen zijn hoofd, en

- één of meermalen tegen die [slachtoffer] heeft gezegd : "Nu liggen ! Liggen liggen!

en met je voeten naar beneden" en/of "laag blijven", althans woorden van

gelijke aard of strekking en

- met kracht (gedurende enige tijd) een jas over het hoofd van die [slachtoffer]

heeft gedrukt (en aldus die [slachtoffer] gedwongen op de grond (van voornoemde

cabine) te gaan liggen en te blijven liggen) en

- die [slachtoffer] heeft geprikt in de buik en

- daarbij tegen die [slachtoffer] heeft gezegd : "ik maak je af", althans woorden

van gelijke dreigende aard of strekking, en

- enige tijd later die [slachtoffer] heeft vastgepakt bij de armen en benen en vervolgens uit die vrachtwagen heeft getrokken en in een bestelbus heeft getild, en

- terwijl die [slachtoffer] op de grond van bovengenoemde bus lag bovenop die [slachtoffer]

is gaan zitten, en

- vervolgens uit die bus heeft gehaald en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat

hij moest liggen en aldus die [slachtoffer] gedwongen te gaan liggen langs een (snel)weg;

2.

op of omstreeks 25 augustus 2011 te Utrecht en in het arrondissement Den Haag en/of arrondissement Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk

[slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd

gehouden, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededaders opzettelijk

wederrechtelijk

- voornoemde vrachtwagen heeft klemgereden en aldus die vrachtwagen van

[slachtoffer] tot stilstand gedwongen, en

- de cabine van die vrachtwagen is binnengedrongen en

- één of meermalen die [slachtoffer] heeft gestompt/geslagen tegen de ribben

en tegen zijn hoofd, en

- één of meermalen tegen die [slachtoffer] heeft gezegd : "Nu liggen ! Liggen liggen!

en met je voeten naar beneden" en/of "laag blijven", althans woorden van

gelijke aard of strekking en

- met kracht (gedurende enige tijd) een jas over het hoofd van die [slachtoffer]

heeft gedrukt en aldus die [slachtoffer] gedwongen op de grond van voornoemde

cabine te gaan liggen en te blijven liggen en

- die [slachtoffer] heeft geprikt in de buik en

- daarbij tegen die [slachtoffer] heeft gezegd : "ik maak je af", althans woorden

van gelijke dreigende aard of strekking, en

- enige tijd later die [slachtoffer] heeft vastgepakt bij de armen en benen en vervolgens uit die vrachtwagen heeft getrokken en in een bestelbus heeft getild, en

- terwijl die [slachtoffer] op de grond van bovengenoemde bus lag bovenop die [slachtoffer]

is gaan zitten, en

- vervolgens uit die bus heeft gehaald en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat

hij moest liggen en aldus die [slachtoffer] gedwongen te gaan liggen langs een (snel)weg;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf het bezit van het gestolene te verzekeren.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van opzettelijke iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte voor beide feiten op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit en om die reden geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich samen met anderen middels een gewelddadige overval willen verrijken. Daartoe heeft hij de vrachtwagenchauffeur gegijzeld en het stuur van zijn auto overgenomen. De chauffeur is daarbij gewond geraakt. Hij heeft een aantal weken niet kunnen werken en na twee maanden was er nog letsel zichtbaar. Een dergelijke overval is voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van een ander, op deze manier snel aan geld te komen.

Uit het justitieel documentatieregister blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict en een vermogensdelict. Uit het opgemaakt reclasseringsrapport omtrent verdachte blijkt dat hij onvoldoende openheid van zaken wenst te geven om een plan van aanpak in het kader van gedragsverandering en/of risicobeheersing op te kunnen stellen.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 3.000,- immateriële en € 66,51 materiële schade (te vermeerderen met de wettelijke rente).

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen geldbedrag aan verdachte, aangezien dit niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

8.2 De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen horloge aan [rechthebbende horloge], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 282, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf het bezit van het gestolene te verzekeren.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van opzettelijke iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden..

Ten aanzien van feit 1 en feit 2:

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan [rechthebbende horloge] van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: 1 horloge, merk Rolex, kleur zwart, nummer 316090;

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: een geldbedrag van € 322,20;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 3.066,51, waarvan € 66,51 ter zake van materiële schade en € 3.000,- ter zake van immateriële schade; en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf de dag van het ontstaan der schade tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer] € 3.066,51 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 40 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter, mr. S. Wijna en mr. C.A.M. van Straalen, rechters, in tegenwoordigheid van drs. M.G.M. van Rijnstra, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 23 juli 2012.

Mr. Wijna is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.