Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX1635

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
27-04-2012
Datum publicatie
16-07-2012
Zaaknummer
16/655321-12 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen woninginbraak en poging woninginbraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655321-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 april 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1990] te [geboorteplaats]

wonende aan de [adres] 2 te Amsterdam

raadsman mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 16 april 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

onder 1: samen met anderen heeft geprobeerd uit een woning geld en/of goederen weg te nemen door middel van braak en/of verbreking;

onder 2 primair: samen met anderen uit een woning geld, een iPad, een beautycase met inhoud, parfum, een horloge en/of een make-up koffer met inhoud heeft weggenomen, door middel van braak en/of verbreking;

onder 2 subsidiair: samen met anderen een gestolen iPad en/of parfum heeft verworven, voorhanden gehad of overgedragen;

onder 3 primair: samen met anderen uit een woning een fotocamera, een kluis met daarin een computer, geld, kenteken/overschrijvingsbewijzen, autosleutels, motorsleutels, paspoorten en/of creditcards heeft weggenomen, door middel van braak en/of verbreking;

onder 3 subsidiair: samen met anderen een gestolen creditcard heeft verworven, voorhanden gehad of overgedragen.

3 De voorvragen

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde en heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 2 primair, 3 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en dat de verdachte van de gehele tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt omtrent het onder 1 en 2 ten laste gelegde het volgende .

Bewijsmiddelen

Op 15 januari 2012 omstreeks 20.30 uur zag [getuige 1] in Bunschoten-Spakenburg op de [adres] ter hoogte van nummer 25 een jongen lopen . Ook zag zij een auto staan met kenteken [kenteken], met daarin een jongen . [getuige 1] hoorde glasgerinkel . Direct daarna zag zij dat haar echtgenoot bij de eerdergenoemde auto stond en dat er een onbekende man bij stond . [getuige 1] zag dat haar echtgenoot het portier van de auto vast had . [getuige 1] zag vervolgens dat de auto wegreed uit het parkeervak .

De getuige [getuige 2] heeft gezien dat er een auto geparkeerd stond waarin een jongen zat . Bij de lantaarnpaal zag hij een andere jongen staan . De getuige [getuige 2] hoorde op een gegeven moment glasgerinkel . Verder hoorde hij dat de eerdergenoemde auto werd gestart . Vervolgens zag hij uit de richting van een woning twee mannen naar de auto toe rennen . Hij zag dat zij in de auto doken en dat de echtgenoot van de getuige [getuige 1] nog probeerde om een van de mannen vast te houden . De getuige [getuige 2] zag dat de auto verderop stopte en dat er nog iemand instapte .

De aangever [aangever] zag op 15 januari 2012 dat de poortdeur van de woning van zijn schoonouders aan de [adres] in [woonplaats] was geforceerd en dat er een gat in het keukenraam van de woning zat . In het kozijn waren diverse sporen van braakschade en het draairaam stond open. Er waren geen goederen weggenomen .

De gewaarschuwde politie zag op 15 januari 2012 omstreeks 20.38 uur een auto met kenteken [kenteken] met hoge snelheid op de Rijksweg A1 rijden en heeft de achtervolging ingezet .

In Hilversum reed de auto tegen een paaltje en sprongen er vier personen uit de auto die vervolgens wegrenden . In de buurt van de auto werden vier verdachten aangehouden .

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 15 januari 2012 met drie anderen in de auto van de medeverdachte [medeverdachte] op de [adres] in [woonplaats] is geweest en dat zij vandaar zijn weggereden. Hij verklaart voorts dat ze met de auto van de medeverdachte [medeverdachte] vanuit Amsterdam zijn gaan rijden . De medeverdachte [medeverdachte 2] wilde naar Bunschoten . In Bunschoten zijn ze twee keer gestopt . De eerste keer zijn de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] uit de auto gestapt en na twintig à dertig minuten kwamen zij terug . De medeverdachte [medeverdachte 2] had toen parfum en een iPad bij zich . De verdachte zag dat de medeverdachte [medeverdachte 3] een schroevendraaier had .

In de auto van de verdachten zijn onder meer twee schroevendraaiers, een iPad , parfum van het merk Paco Rabanne, type million , en parfum van het merk Hugo Boss aangetroffen .

De aangever [Aangever 2] heeft verklaard dat op 15 januari 2012 uit zijn woning aan de [adres] in[woonplaats]is weggenomen een bedrag van € 100,-, een iPad, een beautycase met daarin zes potjes nagellak, een flesje mannenparfum van het merk Hugo Boss, een flesje mannenparfum van het merk Paco Robano (de rechtbank begrijpt: Paco Rabanne), een make-up koffer met inhoud en een horloge . Op de deur die toegang geeft tot de keuken zat braakschade .

De in de auto van de verdachten aangetroffen iPad bleek eigendom te zijn van de aangever [Aangever 2] .

Uit het vergelijkend werktuigsporenonderzoek is gebleken dat de indruksporen aan de [adres] te [woonplaats] zijn veroorzaakt met een schroevendraaier, die is aangetroffen in de auto van de verdachten . Verder is gebleken dat de kraslijnen aan de [adres] te [woonplaats] zijn veroorzaakt met een schroevendraaier, die is aangetroffen in de auto van de verdachten .

Bewijsoverwegingen

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat de verdachte samen met drie medeverdachten op 15 januari 2012 met de auto van de medeverdachte [medeverdachte] vanuit Amsterdam naar Bunschoten-Spakenburg is gereden en dat zij hebben ingebroken in de woning aan de [adres] in [woonplaats] en hebben geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres] aldaar. In de auto van de verdachten zijn immers goederen aangetroffen, die kort voordat de verdachten werden aangehouden uit de woning aan de [adres] waren weggenomen en een schroevendraaier waarmee braaksporen aan die woning zijn veroorzaakt. Met diezelfde schroevendraaier zijn ook braaksporen veroorzaakt aan de woning aan de [adres].

De rechtbank constateert dat de getuigen vier personen in de buurt van de woning aan de [adres] te [woonplaats] hebben gezien, waarvan er één in de auto is blijven zitten en drie de auto hebben verlaten. De rechtbank leidt uit de getuigenverklaringen voorts af dat van deze drie personen er twee hebben getracht in te breken in de woning terwijl één persoon kennelijk op de uitkijk stond. Hoewel de rechtbank niet exact kan vaststellen wie van de verdachten daadwerkelijk de inbraak in de woning aan de [adres] en de poging tot inbraak aan de [adres] in [woonplaats] heeft of hebben gepleegd, leidt de rechtbank uit de gebezigde bewijsmiddelen af dat sprake is van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking met degene of degenen die de inbraak en de poging tot inbraak daadwerkelijk heeft of hebben gepleegd.

Verdachte stelt dat de andere drie aangehouden personen verantwoordelijk zijn voor beide inbraken. Hij stelt dat hij met hen is meegereden en dat hij pas na de inbraak aan De [adres] achter de bedoelingen van deze personen kwam. Toen had hij echter geen mogelijkheid meer om zich van hen te distantiëren. Bij de woning aan de [adres] is hij naar eigen zeggen in de auto gebleven en heeft hij geen enkele betrokkenheid gehad bij de woninginbraak.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank acht het zonder nadere onderbouwing allereerst niet aannemelijk dat drie personen vanuit Amsterdam naar Bunschoten rijden om te gaan inbreken en daarbij iemand meenemen die hier helemaal niets mee te maken heeft. De verklaring van verdachte wordt bovendien nergens door ondersteund. Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte in ieder geval bij de andere drie personen had kunnen weggaan toen zij in de [adres] aankwamen. Dat heeft hij echter niet gedaan. Uit de verklaringen van de onafhankelijke getuigen blijkt tot slot dat de verklaring van verdachte onjuist is voor zover hij verklaard dat hij aan de [adres] in de auto is blijven zitten. De rechtbank acht het verweer van verdachte dan ook onvoldoende aannemelijk geworden.

4.4 Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft gepleegd.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op 15 januari 2012 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, tezamen en in vereniging met anderen, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededaders

-zich naar voornoemde woning begeven en

-het slot van een (houten) poortdeur geforceerd en

-een (keuken)raam ingeslagen envervolgens een (draai)raam

geopend

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2.

Primair

op 15 januari 2012 te Bunschoten-Spakenburg, gemeente Bunschoten, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen (ongeveer) 100 euro en een Ipad (merk Apple) en een beautycase met inhoud (te weten: flesjes nagellak) en 2 flesjes parfum en een horloge en/of een make-up koffer met inhoud, geheel of ten dele toebehorende aan [Aangever 2], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak op een deur van die woning.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5.2 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat, wanneer de rechtbank toch tot een veroordeling komt voor het ten laste gelegde, de door de officier van justitie gevorderde straf te hoog is en dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening dient te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest of een werkstraf dient op te leggen.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

De verdachte heeft zich samen met drie anderen schuldig gemaakt aan een inbraak in een woning en aan een poging tot een inbraak in een woning. Woninginbraken en pogingen daartoe zijn nare feiten, die naast schade, overlast en angst bij de slachtoffers, onrust in de samenleving teweeg brengen. De verdachte lijkt slechts uit te zijn op persoonlijk financieel gewin zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor zijn slachtoffers.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, d.d. 5 maart 2012, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies d.d. 9 maart 2012, waaruit blijkt dat de reclassering geen problemen op verschillende leefgebieden heeft geconstateerd. De reclassering heeft geadviseerd de verdachte geen toezicht op te leggen omdat zij hiervoor geen aanknopingspunten ziet.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden noodzakelijk is. Een gedeelte van deze straf, te weten 2 maanden, zal zij voorwaardelijk opleggen om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 95,34 voor feit 1 in verband met geleden materiële schade.

De benadeelde partij [benadeelde 3] vordert een schadevergoeding van € 923,60 voor feit 3, waarvan € 623,60 in verband met geleden materiële schade en € 300,- in verband met geleden immateriële schade.

De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 4] vorderen een schadevergoeding van elk € 2.000,- voor feit 3 in verband met geleden immateriële schade.

7.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de vorderingen van de benadeelde partijen dienen te worden afgewezen, dan wel dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde 2] is de rechtbank van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht de verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De verdachte is vrijgesproken van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen [benadeelde 3], [benadeelde 1] en [benadeelde 4] niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- verklaart de verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van € 95,34, ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade;

- veroordeelt de verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders zijn betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], € 95,34 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade, bij niet betaling te vervangen door 1 dag hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04A)

- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 3], [benadeelde 1] en [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

- veroordeelt de benadeelde partijen [benadeelde 3], [benadeelde 1] en [benadeelde 4] in de kosten van de verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter, mr. J.R. Krol en mr. R.P. den Otter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 april 2012.