Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX1405

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
29-03-2012
Datum publicatie
13-07-2012
Zaaknummer
16/601260-11 en 14/810141-11 (TUL) [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen woninginbraak en poging woninginbraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummers: 16/601260-11 en 14/810141-11 (TUL) [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 maart 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1985] te [geboorteplaats]

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Utrecht, locatie Wolvenplein te Utrecht

raadsman mr. R.J. Pardijs, advocaat te Alkmaar

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 15 maart 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

onder 1 primair: in de periode van 27 december 2011 tot en met 28 december 2011 in Assen samen met een ander of anderen een woninginbraak heeft gepleegd waarbij laptops, sieraden (waaronder een trouwring) en een sieradenkist zijn weggenomen;

onder 1 subsidiair: in de periode van 27 december 2011 tot en met 28 december 2011 in Rhenen samen met een ander of anderen gestolen laptops, sieraden (waaronder een trouwring) en een sieradenkist heeft verworven, voorhanden gehad of overgedragen;

onder 2: op 28 december 2011 in Rhenen samen met een ander of anderen heeft geprobeerd een woninginbraak te plegen;

onder 3: op 28 december 2011 in Rhenen samen met een ander of anderen gestolen sieraden en kentekenplaten heeft verworven, voorhanden gehad of overgedragen;

onder 4 primair: op 27 december 2011 in Donkerbroek samen met een ander of anderen een woninginbraak heeft gepleegd waarbij sieraden, waaronder een trouwring (met onder meer inscriptie "Dolf"), zijn weggenomen;

onder 4 subsidiair: in de periode van 27 december 2011 tot en met 28 december 2011 in Rhenen samen met een ander of anderen gestolen sieraden, waaronder een trouwring (met onder meer inscriptie "Dolf") heeft verworven, voorhanden gehad of overgedragen.

3 De voorvragen

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde feiten.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte van de onder 1 primair, 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken en dat ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde feiten hooguit schuldheling kan worden bewezen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt omtrent de onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten het volgende .

Op 28 december 2011 omstreeks 2.30 uur zag de getuige [getuige] drie personen ter hoogte van de [adres] te Rhenen . De getuige zag dat deze personen tegen het raam of de sponning aan het duwen waren . Door de verbalisant werd braakschade aan het keukenraam van de woning aan de [adres] geconstateerd .

Op 28 december 2011 omstreeks 2.43 uur werd de verdachte samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in Rhenen aangetroffen op een parkeerplaats aan de Klaproosstraat te Rhenen .

De getuige [getuige] heeft verklaard dat er lampjes aan de schoenen van een van de personen die zij gezien had bij de [adres] aan en uit gingen . Tijdens een van de verhoren van de verdachte [medeverdachte 2] heeft de verbalisant opgemerkt dat als het licht op de glimmende onderdelen aan de schoenen van de verdachte [medeverdachte 2] reflecteert het lijkt alsof er lampjes schitteren op de schoenen .

Voor de neus van de auto waarin de verdachten zijn aangehouden stond een zwarte laptop, een zwarte laptoptas en een zwart koffertje . De aangever [benadeelde 2] heeft deze goederen herkend . De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat volgens de aangifte in de zwarte laptoptas een zilveren laptop zat. De aangever herkent een tweetal laptops alsmede een beautycase, waarmee kennelijk het aangetroffen zwarte koffertje wordt bedoeld, dat ook wel als sieradenkistje wordt aangeduid.

Ook een aantal sieraden dat in de auto werd aangetroffen werd door de aangever [benadeelde 2] en zijn echtgenote herkend als hun eigendom .

De aangever [benadeelde 2] heeft verklaard dat tussen 27 december 2011 18.00 uur en 28 december 2011 0.01 uur een raam van zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] was geforceerd en dat uit de woning onder andere was weggenomen een zwarte laptop met adapter van het merk Dell, type Vostro v1700, een zwarte laptoptas met daarin een zilveren laptop van het merk Dell en een sieradenkistje met daarin onder andere een gouden trouwring met inscriptie "01-01-'70 / 15-07-'71 Vebe" (de rechtbank begrijpt: "Febe").

Tijdens de fouillering van de verdachte werd een doosje met sieraden in zijn kleding aangetroffen . In dat doosje zat onder andere een trouwring met inscriptie "Febe 1-1-70 / 15-7-71" en een trouwring met inscriptie "dolf 16-12-77" .

De aangever [benadeelde 3] heeft verklaard dat op 27 december 2011 tussen 13.15 uur en 19.50 uur een raam van zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] is opengebroken . Verder heeft de aangever [benadeelde 3] verklaard dat uit zijn woning veel sieraden zijn weggenomen , waaronder een gouden trouwring met inscriptie "dolf 16/12/77" . Een aantal sieraden dat in de auto van de verdachten werd aangetroffen werd herkend door de aangever [benadeelde 3] .

Uit de analyse van de historische verkeersgegeven van de mobiele telefoons van de verdachten is het volgende gebleken. Een van de twee telefoons die bij de verdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen heeft op 27 december 2011 de volgende mastlocaties aangestraald:

19.43 uur Haulerwijk

20.43 uur Assen

21.47 uur Assen

23.19 uur Eemnes

23.27 uur Amersfoort

23.29 uur Hoogland

23.40 uur Amersfoort

23.49 uur Amersfoort .

Verder is gebleken dat de telefoon van de verdachte [verdachte] op 27 december 2011 de volgende mastlocaties heeft aangestraald:

17.07 uur Joure

22.28 uur Lemmer

22.29 uur Lemmer

22.29 uur Oosterzee

22.30 uur Rutten

22.30 uur Kuinre

23.03 uur Lelystad

23.45 uur Amersfoort .

De verdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard de auto waarin de verdachten zijn aangehouden, geleend te hebben van [X] een dag voor de aanhouding . Verder heeft hij verklaard dat hij samen met de verdachte [verdachte] met deze auto van Alkmaar naar Rhenen is gereden en er ook weer mee terug zou rijden .

De raadsman van de verdachte [verdachte] heeft ter zitting aangevoerd dat op basis van de telecomgegevens niet kan worden aangetoond dat de verdachte [verdachte] op 27 december 2011 hetzelfde rondje heeft gemaakt als de verdachte [medeverdachte 1]. Het gaat volgens de raadsman van de verdachte [verdachte] immers alleen om de telefoon van de verdachte en niet om de verdachte zelf. Bovendien blijkt uit bijlage VI, bij het proces-verbaal met nummer PL0950 2011295005-65 op p. 172 tot en met 178, dat er een gat is tussen 17.07 uur en 22.28 uur. De raadsman van de verdachte [verdachte] heeft bepleit dat niet aangetoond kan worden dat de verdachte [verdachte] die avond in Haulerwijk of Donkerbroek is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat de verdachte [verdachte] op 27 december 2011 tussen 17.07 uur en 22.28 uur niet samen met de verdachte [medeverdachte 1] in de auto heeft gezeten. De verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting weliswaar verklaard dat hij een afspraak had in Joure, daarmee is naar het oordeel van de rechtbank echter niet aannemelijk geworden dat hij niet samen met de verdachte [medeverdachte 1] in de auto heeft gezeten en in Assen en Donkerbroek is geweest.

De rechtbank is op grond van het hiervoor overwogene in onderling verband en samenhang bezien van oordeel dat de verdachte op 27 december 2011 samen met de verdachte [medeverdachte 1] in een woning in Assen en in een woning in Donkerbroek heeft ingebroken en op 28 december 2011 samen met de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft geprobeerd in een woning in Rhenen in te breken.

4.4 Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft gepleegd.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

primair

hij in de periode van 27 december 2011 tot 28 december 2011 te Assen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen twee laptops en een hoeveelheid sieraden (waaronder een trouwring) en een sieradenkist, toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij op 28 december 2011 te Rhenen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen van hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen

en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, tezamen en in vereniging met een anderen, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders getracht een raam van die woning open te breken/te forceren, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4.

primair

hij op 27 december 2011 te Donkerbroek, tezamen en in vereniging met een ander, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de

[adres]) heeft weggenomen sieraden, waaronder een (gouden) trouwring (met onder meer inscriptie "Dolf"), toebehorende aan [benadeelde 3], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1 en 4:

Telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5.2 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat, wanneer de rechtbank toch tot een veroordeling komt voor het ten laste gelegde, de door de officier van justitie gevorderde straf te hoog is en dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening dient te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in die zin dat een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden dient te worden opgelegd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan twee inbraken in verschillende woningen. Daarnaast heeft de verdachte zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in een woning. Woninginbraken en pogingen daartoe zijn nare feiten, die naast schade, overlast en angst bij de slachtoffers, onrust in de samenleving teweeg brengen. De verdachte lijkt slechts uit te zijn op persoonlijk financieel gewin zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor zijn slachtoffers.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, d.d. 3 februari 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies d.d. 9 maart 2012, waaruit blijkt dat de reclassering op meerdere leefgebieden problemen heeft geconstateerd. De reclassering heeft geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, hierbij worden geen bijzondere voorwaarden geadviseerd. De rechtbank volgt dit advies van de reclassering niet. Gelet op de proceshouding van de verdachte en de in het verleden aan de verdachte opgelegde straffen al dan niet met (bijzondere) voorwaarden, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding om thans een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 250,- in verband met geleden immateriële schade door feit 2. Nu niet aannemelijk is geworden dat deze immateriële schade zich heeft voorgedaan dient de vordering te worden afgewezen.

8 Het beslag

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de inbeslaggenomen voorwerpen onder nummer 1, 4, 6, 7, 8, 9, 14, 15, 18, 22 en 27 van de aan dit vonnis als bijlage III gehechte kennisgeving van inbeslagneming II aan [benadeelde 3], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de inbeslaggenomen voorwerpen onder nummer 13, 23, 25, 26 en 28 van de aan dit vonnis als bijlage III gehechte kennisgeving van inbeslagneming II aan [benadeelde 2], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het inbeslaggenomen voorwerp onder nummer 1 van de aan dit vonnis als bijlage II gehechte kennisgeving van inbeslagneming I, alsmede van de inbeslaggenomen voorwerpen onder nummer 2, 3, 5, 10, 11, 12, 16, 17, 19, 20, 21, 24 en 29 van de aan dit vonnis als bijlage III gehechte kennisgeving van inbeslagneming II, aangezien thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken die aan de verdachte is opgelegd bij vonnis van 28 juli 2011 ten uitvoer zal worden gelegd.

De verdediging is van mening dat de proeftijd geen verband houdt met een vermogensdelict en dat daarom de vordering tot tenuitvoerlegging dient te worden afgewezen.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Dat de proeftijd geen verband houdt met een vermogensdelict doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14g, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder 3 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1 en 4:

Telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

Feit 2:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- verklaart de verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 13 maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan [benadeelde 3] van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte kennisgeving inbeslagneming II zijn genummerd 1, 4, 6, 7, 8, 9, 14, 15, 18, 22 en 27;

- gelast de teruggave aan [benadeelde 2] van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte kennisgeving inbeslagneming II zijn genummerd 13, 23, 25, 26 en 28;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte kennisgeving inbeslagneming I is genummerd 1 en op de kennisgeving inbeslagneming II zijn genummerd 2, 3, 5, 10, 11, 12, 16, 17, 19, 20, 21, 24 en 29;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 28 juli 2011 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 14/810141-11 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 6 weken;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van de benadeelde partij af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert, voorzitter, mr. P. Wagenmakers en mr. Y.A.T. Kruijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 maart 2012.