Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX0905

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
09-07-2012
Datum publicatie
10-07-2012
Zaaknummer
16/601229-11 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich al dan samen met een ander schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid materialen bevattende amfetamine, MDMA, N-ethyl-MDA en hennep/cannabis. Het behoeft geen verder betoog dat dergelijke stoffen de volksgezondheid bedreigen en doorgaans criminaliteit van diverse aard met zich meebrengen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de opzetheling van een aantal goederen en het voorhanden hebben van een nabootsing van een pistool.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 180 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/601229-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats] aan de [adres].

Raadsvrouw: mr. R.E.H. Jager, advocaat te Amersfoort.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 25 juni 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met een ander of anderen MDMA/N-ethyl-MDA/amfetamine heeft bereid/bewerkt/verwerkt/verkocht/afgeleverd/verstrekt/vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 2: al dan niet samen met een ander of anderen hennep/cannabis/diazepam heeft geteeld/bereid/bewerkt/verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 3: al dan niet samen met een ander of anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de uitvoer of productie van, of handel in amfetamine/metamfetamine/MDMA/LSD;

Feit 4: al dan niet samen met een ander of anderen een hoeveelheid mefedron heeft verkocht/afgeleverd/in voorraad gehad/ter hand gesteld;

Feit 5: zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van een aantal goederen;

Feit 6: een nabootsing van een pistool voorhanden heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder de feiten 1, 2 en 4 genoemde middelen samen met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad dan wel in voorraad heeft gehad en acht voorts het medeplegen van het onder feit 3 tenlastegelegde bewezen, evenals de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie heeft partiële vrijspraak gevraagd van het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van de onder feit 1 genoemde middelen. De officier van justitie heeft voorts partiële vrijspraak gevraagd van het opzettelijk telen, bereiden, verwerken of verwerken van de onder feit 2 genoemde middelen. Tot slot heeft de officier van justitie partiële vrijspraak gevraagd van het opzettelijk verkopen, afleveren of ter hand stellen van het onder 4 genoemde middel.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten en heeft daartoe de hierna te noemen verweren gevoerd.

De verdediging heeft partiële vrijspraak gevraagd van het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van de onder feit 1 genoemde middelen, net als het opzettelijk telen, bereiden, verwerken of verwerken van de onder feit 2 genoemde middelen.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het opzettelijk aanwezig hebben van - een klein deel - van de onder de feiten 1 en 2 genoemde middelen, maar heeft betwist dat er sprake was van medeplegen.

De verdediging heeft zich voorts gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bewezenverklaring van de onder 5 ten laste gelegde opzetheling van een Batavus fiets en heeft voor wat betreft de opzetheling van de overige onder dit feit genoemde goederen om partiële vrijspraak verzocht.

Tot slot heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 6 ten laste gelegde feit.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

4.3.1. De feiten

Op 19 december 2012 komt er een gedetailleerde (anonieme) melding binnen over een hennepplantage aan de [adres] te [woonplaats]. Verbalisanten gaan nog diezelfde dag ter plaatse en nadat zij door verdachtes huisgenoot, tevens medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) worden toegelaten tot de woning, treffen zij in de woonkamer onder meer een koffer aan met daarin een hoeveelheid pillen. In de kelder vinden zij onder meer een aantal grote vaten zonder opdruk, ambtshalve bekend als vaten waarin grondstoffen voor drugs worden verpakt. In de badkamer treffen zij onder meer een laboratoriumopstelling aan.

[medeverdachte] en verdachte (hierna ook te noemen: [verdachte]) hebben voornoemd pand gehuurd vanaf omstreeks september 2011. [medeverdachte] en [verdachte] worden aangehouden.

Op 19 en 20 december 2011 vindt een doorzoeking van voornoemd pand plaats.

Ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde:

In voornoemd pand wordt de hierna te noemen hoeveelheid pillen en poeder aangetroffen, in beslaggenomen en bemonsterd:

- 65,92 gram roze pillen met “Mitsubishi”-teken, Spoor Identificatienummer: AADL3422NL;

- 214,06 bruin poeder, Spoor Identificatienummer: AADL3423NL;

- 719,93 gram lichtbruin poeder in blauw/witkleurige capsules, Spoor Identificatienummer AAEK7034NL;

- 183,27 gram hardroze pillen met “Mitsubishi”-teken, Spoor Identificatienummer AAEK7014NL en 65,36 gram soortgelijke roze pillen met “Mitsubishi”- teken;

- 0,61 gram lichtblauwe pillen met “Mitsubishi”-teken, Spoor Identificatienummer AAEK7015NL.

Het totaalgewicht van voornoemde pillen en voornoemd poeder is 1.149,15 gram.

De monsters met de hiervoor genoemde Spoor Identificatienummers zijn door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) onderzocht. Door het NFI is vastgesteld dat deze monsters (onder meer) amfetamine en MDMA bevatten, middelen die staan vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voorts is in voornoemd pand aangetroffen, inbeslaggenomen en bemonsterd:

- 10,70 gram blauwe pillen, Spoor Identificatienummer AAEK7038NL;

- 32,12 gram oranje pillen, Spoor Identificatienummer AAEK7040NL;

- 3,62 gram blauwe pillen, Spoor Identificatienummer AAEK7016NL;

- 1,31 gram groene pillen, Spoor Identificatienummer AAEK7020NL;

- een rondbodemkolf, inhoud 3 liter, voor ½ gevuld, Spoor Identificatienummer AACB7601NL;

- een jerrycan, inhoud 5 liter, geheel gevuld met vloeistof, Spoor Identificatienummer AACB7602NL.

Het totaalgewicht dan wel volume van voornoemde pillen en vloeistoffen is 49,75 gram en 6,5 liter. De monsters met de hiervoor genoemde Spoor Identificatienummers zijn door het NFI onderzocht. Het NFI stelde vast dat deze monsters (onder meer) MDMA bevatten, een middel dat staat vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Daarnaast treft de politie 4,88 gram bruin/crèmekleurig poeder aan

(Spoor Identificatienummer AAEK7051). Een monster van dit poeder is door het NFI onderzocht. Het NFI stelde vast dat dit monster N-ethyl-MDA en MDMA bevat, middelen die staan vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voorts wordt in voornoemd pand aangetroffen, inbeslaggenomen en bemonsterd:

- 1,50 gram vleeskleurige pillen met “Mitsubishi”- teken, Spoor Identificatienummer AAEK7017NL);

- 0,69 gram wikkels met als inhoud wit poeder, Spoor Identificatienummer AAEK7018NL;

- 0,50 gram crèmekleurig poeder, Spoor Identificatienummer AACB7605NL.

- een jerrycan, inhoud 25 liter, voor 1/3 gevuld met kleurloze vloeistof met bruine olieachtige drijflaag, Spoor Identificatienummer AACB7589NL.

Het totaalgewicht dan wel volume van voornoemde pillen, wikkels, poeders en vloeistoffen is 2,69 gram en 8 liter. De monsters met de hiervoor genoemde Spoor Identificatienummers zijn door het NFI onderzocht. Door het NFI is vastgesteld dat deze monsters (onder meer) amfetamine bevatten, dat staat vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Bewijsoverweging

Anders dan de raadsvrouw acht de rechtbank het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van voornoemde middelen bewezen. Voornoemde middelen zijn voor het overgrote deel aangetroffen in de woonkamer, die door [medeverdachte] en [verdachte] gezamenlijk werd gebruikt en in de slaapkamer op de begane grond, die door [verdachte] werd gebruikt als computerkamer. [medeverdachte] heeft het opzettelijk aanwezig hebben van een deel van voornoemde middelen erkend en [verdachte] verklaarde op zijn beurt dat een deel van de aangetroffen pillen zijn eigendom is. [verdachte] verklaarde voorts dat hij ook wel eens amfetamine en MDMA gebruikte van [medeverdachte] uit een zilveren koffertje dat in de woonkamer stond en waaruit een deel van de genoemde middelen afkomstig is. [medeverdachte] was hiervan op de hoogte. [verdachte] heeft bevestigd dat hij in de woning chemicaliën heeft gezien. Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt dat hij en [verdachte] beiden geïnteresseerd waren in het gebruik van verschillende soorten drugs en hier samen over spraken. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat zowel [medeverdachte] als [verdachte] zich - in mindere of meerdere mate - bewust waren van de aanwezigheid van de onder feit 1 tenlastegelegde middelen en hierover beiden een zekere beschikkingsmacht hadden. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en acht het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van de onder feit 1 tenlastegelegde middelen bewezen.

Vrijspraak

De rechtbank heeft onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor betrokkenheid van [verdachte] bij het bewerken, bereiden, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van de onder feit 1 genoemde middelen. De rechtbank zal hem van dit deel van de tenlastelegging partieel vrijspreken.

Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde:

Bij voornoemde doorzoeking is voorts aangetroffen, inbeslaggenomen en bemonsterd:

- 253,22 geperste bruine substantie;

- 8,20 gram bruinkleurige brokjes in 2 potjes;

- 8,88 gram bruine vettige vaste substantie in 2 potjes;

- 104,65 gram gedroogde takken;

- 128,50 gram plantentoppen.

Voornoemde substanties en brokjes zijn door verbalisanten herkend als hasjiesj.

Voornoemde gedroogde takken en plantentoppen zijn door verbalisanten herkend als materiaal van het geslacht cannabis, beter bekend als hennep. De M.M.C. International BV cannabis test (hierna: MMC-test) die is uitgevoerd, gaf een positieve reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj. In totaal gaat het om 503,45 gram.

Voorts wordt in voornoemd pand aangetroffen, in beslaggenomen en bemonsterd:

- 432,47 gram wit poeder, Spoor Identificatienummer AAEK7045NL;

- 15,54 gram wit poeder, Spoor Identificatienummer AAEK7012NL.

Het totaalgewicht voornoemd wit poeder is 448,01 gram. De monsters met de hiervoor genoemde Spoor Identificatienummers zijn door het NFI onderzocht. Door het NFI is vastgesteld dat deze monsters (onder meer) diazepam bevatten.

Diazepam is een middel dat is opgenomen in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Bewijsoverweging

Anders dan de raadsvrouw acht de rechtbank het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van alle aangetroffen hennep/cannabis bewezen. Deze middelen zijn aangetroffen in de woonkamer, die door [medeverdachte] en [verdachte] gezamenlijk werd gebruikt en in de slaapkamer op de begane grond, die door [verdachte] werd gebruikt als computerkamer.

[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat een deel van de hennep/cannabis zijn eigendom is en het overige gedeelte van [medeverdachte] is. Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt dat hij en [verdachte] beiden geïnteresseerd waren in het gebruik van verschillende soorten drugs en hier samen over spraken.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat zowel [medeverdachte] als [verdachte] zich - in mindere of meerdere mate - bewust waren van de aanwezigheid van de onder feit 2 genoemde hennep/cannabis en hierover beiden een zekere beschikkingsmacht hadden.

Gezien voorgaande feiten en omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en kan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van de in de tenlastelegging genoemde hennep/cannabis bewezen worden.

Vrijspraak

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat niet bewezen kan worden verklaard dat [verdachte] de onder feit 2 genoemde hennep/cannabis heeft geteeld, bereid, bewerkt of verwerkt en zal hem van dit deel van de tenlastelegging partieel vrijspreken.

De rechtbank heeft verder, mede gelet op de andersoortige aard van Diazepam, onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor een eventuele betrokkenheid van [verdachte] bij het opzettelijk aanwezig hebben dan wel bereiden, bewerken of verwerken van dit middel.

De rechtbank zal hem van dit deel van de tenlastelegging partieel vrijspreken.

Ten aanzien van het onder feit 3 tenlastegelegde:

Tijdens voornoemde doorzoeking worden voorts aangetroffen en inbeslaggenomen:

- chemicaliën, waaronder a-fenylacetonitril (APAAN), benzylmethylketon (BMK), piperonylmethylketon (PMK), zwavelzuur, agroclavine, elymoclavine, fosforzuur, zoutzuur en aceton;

- laboratoriumglaswerk, laboratoriumapparatuur (waaronder buisjes/ampullen, een vacuümdestillatieopstelling, rondbodemkolven, scheitrechters, spiraalkoelers, druppeltrechters, drukhouders, een sterilisatieketel en maatbekers;

- documenten met beschrijvingen van productieprocessen van synthetische drugs;

- ongebruikte vellen met bedrukte etiketten met teksten als “Lucy” (straattaal voor LSD) en “Luudes” (straattaal voor methaqualon) en “M1” (straattaal voor MDMA).

De aangetroffen agroclavine en elymoclavine kunnen worden omgezet in lyserginezuur, een precursus voor de vergadering van LSD. Uit a-fenylacetonitril kan met zwavelzuur de stof BMK worden vervaardigd, zijnde de grondstof voor onder meer amfetamine en metamfetamine. Fosforzuur kan bij voornoemde bereiding in plaats van zwavelzuur gebruikt worden en is daarnaast een stof dat gebruikt kan worden bij de omzetting van olieachtige MDMA- of amfetaminebase in een poeder.

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij voornemens was om met behulp van voornoemde chemicaliën en laboratoriumapparatuur synthetische drugs te produceren, bestemd voor de handel.

Vrijspraak

De rechtbank heeft onvoldoende aanknopingspunten gevonden dat [verdachte] bij deze voorbereidingshandelingen betrokken is geweest. Met de verdediging acht de rechtbank het onder 3 ten laste gelegde feit daarom niet wettig en overtuigend zal [verdachte] daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van het onder feit 4 tenlastegelegde:

Tot slot wordt in de woning een hoeveelheid van 1.961,05 gram aan poeder (in capsules) aangetroffen en inbeslaggenomen. Dit poeder is bemonsterd en door het NFI onderzocht. Gebleken is dat het monster het geneesmiddel Mefedron bevat.

Er is geen handelsvergunning verleend voor Mefedron.

Vrijspraak

De rechtbank heeft onvoldoende aanknopingspunten gevonden voor het verkopen, afleveren of ter hand stellen van voornoemd geneesmiddel door [verdachte]. De rechtbank zal [verdachte] derhalve om die reden partieel vrijspreken van dat deel van de tenlastelegging.

Ten aanzien van het in voorraad hebben van de hoeveelheid Mefedron overweegt de rechtbank als volgt.

Uit de Memorie van Toelichting op de Geneesmiddelenwet blijkt dat uit het voorschrift zoals thans opgenomen in het tweede lid van art. 40 (toen genummerd als tweede lid van art. 31, MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 359, p. 51) voortvloeit dat het een ieder (fabrikanten, groothandelaren en andere (rechts)personen) is verboden geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt, te verhandelen, dat wil zeggen te verkopen, in te voeren, door te leveren etc., in feite elke (rechts)handeling die in het economisch verkeer voorkomt.

De Geneesmiddelenwet bevat geen concrete definitie van het “in voorraad hebben”, de parlementaire geschiedenis biedt evenmin uitsluitsel over de precieze betekenis van dit delictsbestanddeel. In de voorloper van de Geneesmiddelenwet, te weten de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening was in art. 3, lid 4, een vergelijkbaar verbod opgenomen om een ongeregistreerd geneesmiddel ter aflevering in voorraad te hebben.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen en gezien de Memorie van Toelichting, is de rechtbank van oordeel dat het verhandelverbod van art. 40 van de Geneesmiddelenwet zich toespitst op bedrijfsmatige activiteiten. Het “in voorraad” hebben strekt er dan toe om het vervolgens te verkopen, af te leveren, ter hand te stellen of in te voeren. Redelijke wetsuitleg brengt dan met zich dat het bestanddeel “in voorraad hebben” in de Geneesmiddelenwet moet worden begrepen als “in voorraad hebben ter verhandeling”.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet vast komen te staan dat [verdachte] de betreffende capsules verhandelde of daartoe in voorraad had.

Gezien het voorgaande dient [verdachte] tevens partieel te worden vrijgesproken van het “in voorraad hebben” van het geneesmiddel Meferon, hetgeen leidt tot een integrale vrijspraak van het onder feit 4 tenlastegelegde.

Ten aanzien van het onder feit 5 tenlastegelegde:

Tijdens voornoemde doorzoeking wordt een aantal goederen aangetroffen, die afkomstig blijken te zijn van diefstal. Het gaat om de volgende goederen:

- een projector/beamer van het merk Multimedia

Van de diefstal van deze projector/beamer, die tussen 30 en 31 augustus 2010 zou hebben plaatsgevonden, is op 3 september 2010 aangifte gedaan door [benadeelde 1].

- een navigatiesysteem van het merk TomTom.

Van de diefstal van dit navigatiesysteem, die tussen 3 en 4 november 2010 zou hebben plaatsgevonden, is op 5 november 2010 aangifte gedaan door [benadeelde 2].

[verdachte] heeft verklaard dat hij voornoemde aangetroffen projector/beamer en voornoemd navigatiesysteem als inlossing van een schuld van € 450,00 van een vriend heeft ontvangen.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat voor de opzetheling van deze goederen onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. De rechtbank zal [verdachte] ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging partieel vrijspreken.

- een computer van het merk Apple, type Mac Book Pro 15

Van de diefstal van deze computer, die op 16 juni 2011 zou hebben plaatsgevonden, is op

20 juni 2011 door [benadeelde 3] aangifte gedaan. Zij verklaarde dat zij de computer op

11 december 2011 heeft gekocht voor een bedrag van € 1.799,00.

- een wit beeldscherm van het merk Apple.

Van de diefstal van voornoemd beeldscherm, die zou hebben plaatsgevonden op

8 januari 2007, is diezelfde dag aangifte gedaan door [benadeelde 4].

- een computer van het merk Apple, type Mac Book Pro 13

Van de diefstal van deze computer, die zou hebben plaatsgevonden op 13 juli 2011, is diezelfde dag aangifte gedaan door [benadeelde 5]. Uit deze aangifte volgt dat deze computer op 20 april 2011 is afgegeven en op dat moment een waarde had van € 1.149,00.

[verdachte] heeft verklaard dat hij voornoemde computers van het merk Apple Mac Book Pro en het beeldscherm van het merk Apple via Marktplaats heeft gekocht van een man uit Deventer. Nadat de eerste geleverde Apple Mac Book Pro defect bleek, kreeg hij tegen (bij)betaling een tweede computer van dit merk en type geleverd alsmede het witte beeldscherm. In totaal betaalde hij voor deze goederen € 850,00. De verkoper beschikte niet over een bon van deze goederen. [verdachte] heeft verklaard dat hij de prijs wel goedkoop vond.

De rechtbank stelt vast dat voornoemde computers respectievelijk ongeveer 6 maanden en

3 maanden oud waren toen zij werden weggenomen en, gezien de in de aangifte genoemde waarde van deze computers, voor een laag bedrag aan [verdachte] zijn verkocht. Hij kocht de computers en het beeldscherm van een onbekende man, via Marktplaats.

Gezien het voorgaande had [verdachte] enig onderzoek naar de herkomst van deze computers en het beeldscherm moeten doen. Hij heeft zulks kennelijk achterwege gelaten en de rechtbank is gelet hierop van oordeel dat [verdachte] ten tijde van het voorhanden krijgen van de genoemde computers en het genoemde beeldscherm, wist of in ieder geval willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze goederen door misdrijf waren verkregen.

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de [verdachte] zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van voornoemde goederen.

- een fiets van het merk Batavus

Van de diefstal van deze fiets, die zou hebben plaatsgevonden op 22 januari 2010, is diezelfde dag aangifte gedaan door [benadeelde 6].

[verdachte] heeft verklaard dat hij deze fiets heeft gekocht in Emmen. Hij erkende dat hij ten tijde van het verwerven van deze fiets, gezien de vraagprijs en de staat waarin de fiets zich bevond, vermoedde dat het ging om een gestolen fiets.

Gelet op bovenstaande feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de [verdachte] zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van voornoemde fiets.

Ten aanzien van het onder feit 6 tenlastegelegde:

Tijdens voornoemde doorzoeking treft de politie een nabootsing van een pistool aan, dat door zijn vorm, afmeting en kleur zodanig sprekende gelijkenis vertoont met pistool KCW, model Colt, kaliber 6 mm, dat zij voor bedreiging en afdreiging geschikt is.

Verbalisant stelt vast dat dit een wapen betreft in de zin van artikel 2, lid 1, categorie I, onder 7° van de Wet Wapens en Munitie gelet op artikel 3 onder a van de Regeling Wapens en Munitie.

[verdachte] heeft erkend dat dit wapen zijn eigendom is.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank het onder feit 6 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1:

op tijdstippen in de periode van 1 september 2011 tot en met 19 december 2011 te Amersfoort,

tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand gelegen aan de [adres]

- een hoeveelheid van in totaal 1.149,15 gram (hard)roze/lichtblauwe pillen en (lichtbruin) poeder in blauw/witkleurige capsules bevattende (onder meer) amfetamine en MDMA,

- een hoeveelheid van in totaal 49,75 gram blauw/oranje/groene pillen en 6,5 liter vloeistof in jerrycans bevattende (onder meer) MDMA,

- een hoeveelheid vleeskleurige pillen/wikkels en crèmekleurig poeder en 6 liter kleurloze vloeistof met bruine olieachtige drijflaag, bevattende (onder meer) amfetamine,

zijnde amfetamine en MDMA en N-Ethyl-MDA, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

2:

op tijdstippen in de periode van 1 september 2011 tot en met 19 december 2011 te Amersfoort,

tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand gelegen aan de [adres]

- een hoeveelheid van in totaal 503,45 gram henneptoppen en henneptakken en een bruine geperste/vaste substantie/brokjes bevattende cannabis,

zijnde hennep/cannabis, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

5.

op tijdstippen in de periode van 8 januari 2007 tot en met 19 december 2011, in Nederland,

- een computer (merk Apple, type Mac Book Pro 15) en

- een beeldscherm (merk Apple, kleur wit) en

- een computer (merk Apple, type Mac Book Pro 13) en

- een fiets (merk Batavus),

heeft verworven, terwijl hij ten tijde van het verweren van deze goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

6.

op 19 december 2011 te Amersfoort een wapen van categorie I onder 7° voorhanden heeft gehad, te weten een nabootsing van een pistool dat door zijn vorm, afmetingen en kleur een zodanig sprekende gelijkenis vertoonde met pistool (KWC, model Colt, kaliber 6mm) dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt is.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

Feit 1: telkens: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 5: telkens: opzetheling, meermalen gepleegd;

Feit 6: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen: een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat, nu verdachte na zijn aanhouding niet is voorgeleid aan een hulpofficier van justitie en er geen bevel ophouden voor onderzoek is gegeven, sprake is geweest van een onherstelbaar vormverzuim, dat zou moeten leiden tot strafvermindering.

De verdediging heeft voorts bepleit dat, indien de rechtbank daaraan toe mocht komen, voor het onder 6 ten laste gelegde feit geen straf dient te volgen, nu verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie door een verbalisant is toegezegd dat hij voor dit feit een geldboete opgelegd zou krijgen.

De verdediging heeft tot slot een aantal persoonlijke omstandigheden genoemd en heeft de rechtbank verzocht hiermee rekening te houden bij het bepalen van de strafmaat.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich al dan samen met een ander schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid materialen bevattende amfetamine, MDMA, N-ethyl-MDA en hennep/cannabis. Het behoeft geen verder betoog dat dergelijke stoffen de volksgezondheid bedreigen en doorgaans criminaliteit van diverse aard met zich meebrengen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de opzetheling van een aantal goederen en het voorhanden hebben van een nabootsing van een pistool.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het uitreksel uit de justitiële documentatie van verdachte d.d. 17 februari 2012, waaruit volgt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten, waaronder opzetheling.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er, nu verdachte na zijn aanhouding niet is voorgeleid aan een hulpofficier en er geen bevel ophouden voor onderzoek is gegeven, sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is echter, met de officier van justitie, van oordeel dat, rekening houdend met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt, kan worden volstaan met de enkele constatering van het geconstateerde verzuim.

De rechtbank stelt vast dat verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie is toegezegd dat hij voor het bezit van de nabootsing van een pistool, zoals onder feit 6 ten laste is gelegd, een geldboete zou ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank kon en mocht verdachte aan deze toezegging, een aan het openbaar ministerie toe te rekenen handeling, het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat het ten aanzien van dit feit zou blijven bij een geldboete en neemt dit ten voordele van verdachte mee in de strafmaat.

Gelet op het voorgaande en gelet op het feit dat de rechtbank verdachte, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, vrijspreekt van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten, is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie te hoog is.

De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 88 dagen opleggen, alsmede een werkstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis.

De tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht zal in mindering worden gebracht op de duur van de voormelde gevangenisstraf.

7 Het beslag

7.1 De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de hierna te noemen personen, omdat zij redelijkerwijs als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 55 van de Wet Wapens en Munitie en de artikelen 10 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 5: opzetheling, meermalen gepleegd;

Feit 6: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 88 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 180 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen;

Beslag

- gelast de teruggave aan [benadeelde 3] van de inbeslaggenomen Mac Book Pro 15;

- gelast de teruggave aan [benadeelde 5] van de inbeslaggenomen Mac Book Pro 13;

- gelast de teruggave aan [benadeelde 1] van de inbeslaggenomen projector/beamer van het merk Multimedia;

- gelast de teruggave aan [benadeelde 2] van het inbeslaggenomen navigatiesysteem van het merk TomTom;

- gelast de teruggave aan [benadeelde 4] van het inbeslaggenomen beeldscherm van het merk Apple;

- gelast de teruggave aan [benadeelde 6] van de in beslaggenomen fiets van het merk Batavus.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Koppert, voorzitter, mr. A. van Maanen en

mr. C.A.M. van Straalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 juli 2012.