Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BX0029

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-05-2012
Datum publicatie
29-06-2012
Zaaknummer
16/655563-12 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte was In het bezit van een vals reisdocument en was hiervan op de hoogte.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 120 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655563-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 mei 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1971] te [geboorteplaats]

verblijvende te [adres], [woonplaats]

raadsman mr. D.M. Penn, advocaat te Maastricht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 23 april 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een vals reisdocument in zijn bezit heeft gehad.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Aangezien verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en de raadsman niet tot vrijspraak heeft gepleit zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen gelet op :

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 23 april 2012 ;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 maart 2012 ;

- het proces-verbaal Documentonderzoek d.d. 18 maart 2012 .

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 17 maart 2012 te Utrecht in het bezit was van een reisdocument, te weten een Bulgaarse identiteitskaart No [nummer] op naam van [A], waarvan hij wist dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat de aangebrachte persoons- en afgifte gegevens en de pasfoto’s niet de oorspronkelijk door de bevoegde Bulgaarse autoriteiten aangebrachte gegevens en foto’s betreffen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

In het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals of vervalst is.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen waarvan 24 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest met een proeftijd van 2 jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de op te leggen straf gelijk te stellen aan het voorarrest.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Wat betreft het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een valse identiteitskaart. Hierdoor kon het vaststellen van de identiteit van de verdachte worden bemoeilijkt, waardoor de Nederlandse Staat schade kan worden berokkend.

De rechtbank heeft in het kader van de persoon van verdachte acht geslagen op het verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 20 maart 2012 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte mede-eigenaar is van een in Nederland gevestigde onderneming, in verband daarmee een verblijfsvergunning heeft aangevraagd en in afwachting is van de beslissing op deze aanvraag.

Gelet op de richtinggevende oriëntatiepunten en hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft aangevoerd met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden, acht de rechtbank voor de afdoening van deze zaak een werkstraf van 120 uur met aftrek van het voorarrest passend en geboden.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 231 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

In het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals of vervalst is;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mr. R.P. den Otter en

mr. L.M.G. de Weerd, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.A.B. Kleemans, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 mei 2012.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.