Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW9414

Instantie
Rechtbank Utrecht
Datum uitspraak
07-06-2012
Datum publicatie
26-06-2012
Zaaknummer
16/600852-11 [P]
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak voor aanwezigheid cocaïne en witwassen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/600852-11 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 juni 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1985] te [geboorteplaats]

wonende te [adres], [woonplaats]

raadsman mr. J. Zevenboom, advocaat te Almere, bepaaldelijk gevolmachtigd.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 2 december 2011 en 16 maart 2012, waarbij het onderzoek ter terechtzitting is geschorst. Ter zitting van 7 juni 2012 is de inhoudelijke behandeling van de zaak, met instemming van de officier van justitie en de verdediging, voortgezet in de stand waarin deze zich op de laatste zitting bevond. Ter zitting van 7 juni 2012 hebben de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op 24 augustus 2011 te Utrecht, samen met een ander 93,38 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;

2. op 24 augustus 2011 te Utrecht een bedrag van ongeveer 6.000,00 euro heeft witgewassen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft geconstateerd dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is, de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de beide ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen en heeft vrijspraak gevorderd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat op grond van wettige bewijsmiddelen onvoldoende bewezen kan worden dat verdachte zich aan de ten laste gelegde feiten heeft schuldig gemaakt.

4.2 standpunt van de verdediging

De verdediging is eveneens van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit op een passage uit de verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie, waaruit blijkt dat verdachte op geen enkele wijze op de hoogte was van het feit dat de medeverdachte in het bezit was van een hoeveelheid cocaïne. Voorts heeft de verdediging gewezen op de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] dat de rode sporttas, waarin de cocaïne is aangetroffen, van hem was, dat hij de cocaïne alleen had gekocht en dat hij niet wilde dat verdachte dit zag.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de verdediging aangevoerd dat op basis van het dossier niet bewezen kan worden verklaard dat het geld dat bij verdachte is aangetroffen middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit een misdrijf of was bestemd voor de aankoop van drugs.

Verdachte dient van beide feiten te worden vrijgesproken, aldus de verdediging.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en zal hem dan ook van beide feiten vrijspreken.

De rechtbank heeft daartoe overwogen dat ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit de medeverdachte uitdrukkelijk heeft verklaard dat hij de cocaïne alleen heeft gekocht en dat hij deze in zijn rode sporttas op de hotelkamer heeft gestopt. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte op de hoogte was van het feit dat de medeverdachte cocaïne had gekocht en in zijn eigen tas had gestopt. Ook overigens is niet gebleken dat verdachte op enigerlei wijze heeft geweten van de aanwezigheid van de in de tas van de medeverdachte aangetroffen cocaïne.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de rechtbank overwogen dat uit de beschikbare processtukken en uit het verhandelde ter zitting niet gebleken is dat het bij verdachte aangetroffen geldbedrag van ongeveer 6000,00 euro afkomstig was uit misdrijf.

5 De overwegingen omtrent het beslag.

5.1 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

5.2 De teruggave aan rechthebbende

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan [medeverdachte], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van 6000,00 euro;

- een geldbedrag van 10,00 euro;

- een geldbedrag van 5,00 euro en

- een geldbedrag van 4,56 euro

en gelast de teruggave aan [medeverdachte] van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

- een personenauto, merk Nissan, kleur grijs, met kenteken [kenteken], nu deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A.C. Koster, voorzitter, mr. R.P. den Otter en mr. P.P.C.M. Waarts, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Nieboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 juni 2012.